Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I
+ Hoofdstuk II
+ Hoofdstuk II A
+ Hoofdstuk III
+ Hoofdstuk III A
+ Hoofdstuk IV
+ Hoofdstuk V
+ Hoofdstuk VI
+ Hoofdstuk VII
+ Hoofdstuk VIII
+ Hoofdstuk IX. Overdracht van toezicht
+ Hoofdstuk X
+ Hoofdstuk XI
+ Hoofdstuk XII
+ Hoofdstuk XIIA. Onderzoek door onze minister
+ Hoofdstuk XII B. Dwangsom en bestuurlijke boete
- Hoofdstuk XIIC. Openbaarmaking van overtredingen
+ Hoofdstuk XIII
+ Hoofdstuk XIV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet toezicht effectenverkeer 1995

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Onze Minister kan, in afwijking van artikel 31, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen:
a. zijn weigering om een aangevraagde vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar te verlenen, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar verleend;
b. het feit dat degene die effecten aanbiedt en op wie naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste of vierde lid, van toepassing is, in strijd handelt met dat verbod;
c. het feit dat een effecteninstelling waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van toepassing is, niet over een vergunning beschikt;
d. het feit dat degene waarop een vrijstelling als bedoeld in artikel 10 van toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden;
e. het feit dat de houder van een effectenbeurs waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van toepassing is, niet over een erkenning of ontheffing beschikt; of
f. het feit dat de houder van een effectenbeurs waarop een vrijstelling als bedoeld in artikel 25 van toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden;
g. zijn aanwijzing als bedoeld in artikel 28, tweede lid, ter zake van het niet naleven van de regels gesteld bij of krachtens de artikelen 6a, tweede of derde lid, 6b, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid of artikel 47, eerste lid, eerste volzin, en vijfde lid.
Artikel 48o
Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat Onze Minister zijn handelen of nalaten op grond van artikel 48n ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
1.
Onze Minister geeft, indien hij voornemens is op grond van artikel 48n een feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
2.
In aanvulling op artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, is Onze Minister niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.
Artikel 48q
De beschikking om op grond van artikel 48n een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:
het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht;
de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en
de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht.
Artikel 48r
Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 48n een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
Artikel 48s
In afwijking van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.
1.
De bevoegdheid om op grond van artikel 48n een feit ter openbare kennis te brengen vervalt indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
2.
Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld in artikel 48m vervalt, indien Onze Minister het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht.
1.
De bevoegdheid om op grond van artikel 48n een feit ter openbare kennis te brengen vervalt drie jaren na de dag waarop het feit heeft plaats gehad.
2.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht.
Artikel 48v
De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 48n ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.