Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Visie en beleidsregels
+ Hoofdstuk III. Toelating en bouwprocedure
+ Hoofdstuk IV. Exploitatie
+ Hoofdstuk V. Sanering
- Hoofdstuk VI. Zelfstandige bestuursorganen
+ Hoofdstuk VII. Toezicht
+ Hoofdstuk VIII. Sancties
+ Hoofdstuk IX. Rechtsbescherming
+ Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet toelating zorginstellingen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Er is een College bouw zorginstellingen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College bouw is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
2.
Het College bouw is belast met de taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen.
3.
Het College bouw wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.
1.
Het College bouw bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.
2.
Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden. Benoeming vindt op persoonlijke titel plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het College bouw alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Van een besluit tot benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen functies of werkzaamheden worden aangewezen, die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het College bouw.
4.
De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
5.
Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
6.
Onze Minister stelt de bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden van het College bouw vast.
1.
Het College bouw stelt een bestuursreglement vast.
2.
Vergaderingen van het College bouw zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.
3.
In het bestuursreglement legt het College bouw in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
4.
Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden indien het doelmatig en doeltreffend functioneren van het College bouw onvoldoende wordt gewaarborgd.
1.
Het College bouw benoemt, schorst en ontslaat het personeel.
2.
Op de rechtspositie van het personeel van het College bouw zijn de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij ministeries van toepassing, met dien verstande dat waar in deze regels een bevoegdheid is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, deze bevoegdheid wordt uitgeoefend door het College bouw.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden afgeweken van de in het tweede lid bedoelde regels.
1.
Het College bouw zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een jaarplan voor het volgende kalenderjaar.
2.
Het jaarplan omvat:
a. een werkprogramma met een beschrijving van de activiteiten die het College bouw voornemens is ter uitvoering van zijn taken te verrichten,
b. een begroting van de beheerskosten voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, en
c. een meerjarenraming voor de vier kalenderjaren volgend op het begrotingsjaar.
1.
Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van het College bouw voor het volgende kalenderjaar vast.
2.
Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van het College bouw te wijzigen.
3.
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het College bouw daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
4.
Het College bouw gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.
5.
Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het College bouw bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
6.
Onze Minister kan besluiten dat het College bouw in een geval als bedoeld in het vijfde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
7.
Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van het College bouw wordt gedekt uit 's Rijks kas.
1.
Het College bouw zendt jaarlijks voor 15 maart aan Onze Minister een jaarverantwoording over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het zesde lid.
2.
De jaarverantwoording omvat:
a. een jaarrekening, en
b. een jaarverslag omtrent het door het College bouw gevoerde beleid, de doeltreffendheid van dat beleid, de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werkprogramma in het afgelopen kalenderjaar.
3.
Het College bouw legt in zijn jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt ingericht, rekening en verantwoording af over zijn beheerskosten en over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer in het afgelopen kalenderjaar.
4.
De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden.
5.
De verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen door het College bouw.
6.
De accountant voegt bij de verklaring een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie voldoen aan eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid.
1.
De onderdelen «werkprogramma» en «begroting» van het jaarplan, bedoeld in artikel 23, en het onderdeel «jaarrekening» van de jaarverantwoording, bedoeld in artikel 25, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
2.
Het eerste lid geldt niet voor wijzigingen in een goedgekeurde begroting, mits:
a. de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat, en
b. de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van 5 procent van het in artikel 24 bedoelde budget niet te boven gaat.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en de inrichting van:
a. het jaarplan, bedoeld in artikel 23;
b. de jaarverantwoording, bedoeld in artikel 25;
c. de verklaring, bedoeld in artikel 25, vierde lid, en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 25, zesde lid, alsmede het aan die verklaring en dat verslag ten grondslag liggende onderzoek.
4.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in artikel 24, wordt vastgesteld.
1.
Na de goedkeuring, bedoeld in artikel 26, eerste lid, stelt het College bouw het jaarplan en de jaarverantwoording algemeen verkrijgbaar.
2.
Onze Minister brengt zijn oordeel over het functioneren van het College bouw ter kennis van beide Kamers der Staten-Generaal.
Artikel 29
Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de werkwijze en de uitoefening van de taken van het College bouw.
1.
Een besluit van het College bouw kan bij koninklijk besluit worden vernietigd.
2.
Van een besluit tot vernietiging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
1.
Het College bouw:
a. rapporteert desgevraagd aan Onze Minister omtrent de uitvoerbaarheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid met betrekking tot instellingen;
b. geeft aan Onze Minister inlichtingen met betrekking tot de bouwkundige en functionele staat van de instellingen;
c. geeft aan Onze Minister desgevraagd advies over beslissingen op aanvragen om toelating als bedoeld in artikel 7;
d. geeft voorlichting omtrent het beleid op het terrein van de bouw van instellingen.
2.
Het College bouw signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen op het terrein van de infrastructuur van de gezondheidszorg.
1.
Er is een College sanering zorginstellingen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College sanering is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
2.
Het College sanering is belast met de taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen.
3.
De artikelen 19, derde lid, en 20 tot en met 30 zijn ten aanzien van het College sanering van overeenkomstige toepassing.
Artikel 33
Het College bouw en het College sanering verstrekken desgevraagd aan elkaar, aan de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg , de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. De genoemde colleges kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 34
Het College bouw en het College sanering verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen en gegevens. Zij verlenen aan door Onze Minister aangewezen personen toegang tot en inzage in alle gegevens die Onze Minister nodig acht voor de uitoefening van zijn taak.