Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. De beginseltoestemming
+ Hoofdstuk 3. Het buitenlandse kind en zijn opneming
+ Hoofdstuk 3a. Tegemoetkoming kosten
+ Hoofdstuk 4. Het gezinsonderzoek na binnenkomst in Nederland van een tijdens gewoon verblijf in het buitenland opgenomen buitenlands kind
- Hoofdstuk 5. De vergunning en de werkzaamheden van vergunninghouders
+ Hoofdstuk 5A. De klachtencommissie
+ Hoofdstuk 6. Toezicht en strafbepalingen
+ Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 15
Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister te bemiddelen inzake de opneming van een buitenlands kind met het oog op adoptie.
1.
De vergunning wordt door Onze Minister op verzoek verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid wiens zetel zich in Nederland bevindt en die voldoet aan het bij en krachtens de volgende leden bepaalde.
2.
De aanvrager dient krachtens zijn doelstellingen te bemiddelen inzake de opneming hier te lande van buitenlandse kinderen, in de gevallen dat deze opneming in het belang van de betrokken kinderen kan worden geacht.
3.
De werkzaamheden van de aanvrager mogen niet zijn gericht op het maken van winst.
4.
Het bestuur van de aanvrager moet uit ten minste drie leden bestaan en zodanig zijn samengesteld dat de behartiging van de belangen van de buitenlandse kinderen en de aspirant-adoptiefouders is gewaarborgd.
5.
De aanvrager moet zodanig zijn toegerust dat een zorgvuldige en doeltreffende uitvoering van zijn werkzaamheden is gewaarborgd.
6.
De aanvrager moet bereid zijn tot samenwerking met andere vergunninghouders, in het bijzonder op het terrein van de algemene voorlichting van de aspirant-adoptiefouders.
7.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de eisen bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid. Daarin worden in ieder geval regels gesteld betreffende de verzameling van gegevens over het kind voor zijn komst naar Nederland.
Artikel 16a
Een vergunning wordt verleend voor een geldigheidsduur van drie jaren. Op verzoek van de vergunninghouder kan Onze Minister de geldigheidsduur van de vergunning verlengen voor een periode van telkens vijf jaren. Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning wordt uiterlijk twaalf weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande vergunning ingediend.
Artikel 17
Onze Minister beslist afwijzend op een verzoek tot verlening van een vergunning of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan indien hetzij gegronde vrees bestaat dat de aanvrager het bij of krachtens deze wet bepaalde niet zal naleven, hetzij de aanvrager naar verwachting te weinig toekomstmogelijkheden met betrekking tot bemiddeling inzake de opneming van buitenlandse kinderen heeft.
1.
De volgende werkzaamheden maken deel uit van de taak van de vergunninghouder:
a. hij onderhoudt ten behoeve van de aspirant-adoptiefouders contacten met de Nederlandse en de buitenlandse autoriteiten, instellingen en personen die bij de opneming van het buitenlandse kind betrokken zijn. Hij zendt hun de noodzakelijke gegevens toe omtrent de aspirant-adoptiefouders en omtrent de kinderen waarvoor zij de zorg op zich zouden kunnen nemen.
b. hij doet zo nodig onderzoek verrichten door en vraagt advies aan deskundige personen of instellingen in Nederland of in de staat van herkomst van het buitenlandse kind;
c. hij assisteert de aspirant-adoptiefouders bij de in het buitenland in verband met de opneming van het buitenlandse kind te volgen procedures en bij de verkrijging van de voor toelating van dat kind in Nederland noodzakelijke bescheiden;
d. hij ziet erop toe dat tussen de aspirant-adoptiefouders en de ouders van het kind of een andere persoon aan wie de zorg voor het kind is toevertrouwd geen contact wordt gelegd totdat vaststaat:
1°. dat het kind voor adoptie in aanmerking komt;
2°. dat de autoriteiten van de staat van herkomst instemmen met de opneming van het kind door de aspirant-adoptiefouders, en
3°. dat de vereiste toestemmingen van personen en instellingen in de staat van herkomst zijn verkregen;
e. hij belast zich met het aanvragen van de machtiging tot voorlopig verblijf voor het buitenlandse kind;
f. hij assisteert de aspirant-adoptiefouders bij het regelen van de overkomst van het buitenlandse kind naar Nederland en ziet erop toe dat deze overbrenging in alle veiligheid en onder passende omstandigheden geschiedt, zo mogelijk in gezelschap van de aspirant-adoptiefouders;
g. hij geeft de aspirant-adoptiefouders dan wel de adoptiefouders begeleiding nadat het buitenlandse kind is opgenomen.
2.
Het eerste lid, onderdeel d, geldt niet indien de adoptie plaatsvindt binnen eenzelfde familie of indien aan de door de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst ten aanzien van dat contact gestelde voorwaarden is voldaan.
1.
De vergunninghouder vergaart zoveel mogelijk gegevens met betrekking tot de afkomst en de achtergrond van het buitenlandse kind in de staat van herkomst.
2.
De vergunninghouder houdt een dossier bij van elke door hem verleende bemiddeling. Het dossier bevat afschriften van alle correspondentie die met betrekking tot de opneming van het buitenlandse kind is gevoerd alsmede kopieën van de bescheiden die bij de binnenkomst van het kind in Nederland zijn getoond. Voorts bevat het alle in het eerste lid bedoelde gegevens. Het dossier wordt gedurende ten minste dertig jaren na de binnenkomst van het buitenlandse kind in Nederland bewaard.
3.
Indien de adoptieprocedure geen voortgang vindt, zendt de vergunninghouder de originelen van de door hem ontvangen bescheiden betreffende het buitenlandse kind terug aan de autoriteiten die deze hebben verzonden.
1.
Indien de staat van herkomst partij is bij het op 29 mei 1993 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie (Trb. 1993, 197), dan wel indien de regelgeving van de staat van herkomst zulks vereist, houdt de vergunninghouder de bevoegde autoriteiten van de staat van herkomst op de hoogte van de adoptieprocedure en de maatregelen die worden genomen om deze af te wikkelen alsmede van het verloop van de aan de adoptie voorafgaande verzorgingsperiode.
2.
Voorts geeft de vergunninghouder, na de aspirant-adoptiefouders, de adoptiefouders of de wettelijke vertegenwoordiger van het kind daaromtrent te hebben geïnformeerd, gevolg aan met redenen omklede verzoeken van de autoriteiten van de staat van herkomst om informatie over de situatie met betrekking tot de adoptie.
1.
De vergunninghouder verstrekt aan het buitenlandse kind alsmede aan de aspirant-adoptiefouders, de adoptiefouders dan wel de wettelijke vertegenwoordiger desgevraagd zo spoedig mogelijk inzage in en afschrift van de bescheiden die hij met betrekking tot de adoptie onder zich heeft.
2.
De inzage in of het afschrift van de bescheiden wordt aan het buitenlandse kind geweigerd indien het:
a. jonger dan twaalf jaar is, of
b. de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake.
3.
In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, worden desgevraagd aan de aspirant-adoptiefouders, de adoptiefouders of de wettelijke vertegenwoordiger inlichtingen, dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden verstrekt.
1.
Onverminderd de overige bepalingen van deze wet, verstrekt de vergunninghouder aan anderen dan het buitenlandse kind of de aspirant-adoptiefouders, de adoptiefouders dan wel de wettelijke vertegenwoordiger geen inlichtingen over de adoptie dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden dan met toestemming van het buitenlandse kind, indien het de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt. Heeft het buitenlandse kind de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt of heeft het deze leeftijd bereikt, doch kan het niet in staat worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan is voor de hier bedoelde verstrekking de toestemming van de aspirant-adoptiefouders, de adoptiefouders of de wettelijke vertegenwoordiger vereist.
2.
Onder anderen dan het buitenlandse kind en de aspirant-adoptiefouders, de adoptiefouders dan wel de wettelijke vertegenwoordiger zijn niet begrepen instanties die bij de adoptie betrokken zijn en degenen die betrokken zijn bij de uitvoering of de voorbereiding van een maatregel van kinderbescherming.
1.
Inlichtingen over, inzage in of afschrift van bescheiden kan worden geweigerd indien de persoonlijke levenssfeer van een ander dan het buitenlandse kind daardoor zou worden geschaad.
2.
Van het rapport, bedoeld in artikel 5, vierde lid, wordt geen afschrift verstrekt.
3.
Voor de verstrekking van een afschrift kan de kostprijs daarvan in rekening worden gebracht.
Artikel 17g
In het geval, bedoeld in artikel 7a, blijft artikel 17a buiten toepassing, behoudens het eerste lid onder e. Voorts blijven in dat geval buiten toepassing de artikelen 17b, eerste lid, en artikel 17e.
1.
Onze Minister trekt een vergunning in:
a. indien de gegevens die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest;
b. indien niet langer wordt voldaan aan een der eisen gesteld bij of krachtens artikel 16.
2.
Onze Minister kan een vergunning intrekken:
a. indien de vergunninghouder het bepaalde bij of krachtens de artikelen 20 tot en met 23, dan wel het bepaalde bij de artikelen 8 of 32 niet heeft nageleefd;
b. indien de vergunninghouder gedurende ten minste twee jaren geen bemiddeling inzake de opneming van een buitenlands kind heeft voltooid.
Artikel 19
Indien artikel 18 wordt toegepast, beslist Onze Minister desgewenst door welke vergunninghouder of vergunninghouders de werkzaamheden van de rechtspersoon wiens vergunning is ingetrokken, voortgezet en zo nodig beëindigd zullen worden.
1.
De vergunninghouder bemiddelt inzake de opneming van een buitenlands kind uitsluitend ten behoeve van de aspirant-adoptiefouders die beschikken over een geldige beginseltoestemming overeenkomstig het in die beginseltoestemming bepaalde.
2.
De vergunninghouder bemiddelt niet inzake de opneming van een buitenlands kind buiten Nederland.
3.
De vergunninghouder betaalt geen onevenredig hoge vergoedingen voor in verband met zijn bemiddeling verrichte diensten.
4.
De vergunninghouder knoopt geen betrekkingen aan met instellingen of organisaties in het buitenland die reeds met andere vergunninghouders betrekkingen onderhouden met het oog op bemiddeling inzake de opneming van buitenlandse kinderen met het oog op adoptie.
5.
Onze Minister stelt regels met betrekking tot de gegevens die door de vergunninghouder in verband met het toezicht op de naleving van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel moeten worden verstrekt betreffende zijn betrekkingen met instanties in het buitenland.
1.
De vergunninghouder schrijft uitsluitend aspirant-adoptiefouders in die beschikken over een beginseltoestemming, tenzij dezelfde vergunninghouder reeds eerder heeft bemiddeld voor de aspirant-adoptiefouders.
2.
De vergunninghouder schrijft geen aspirant-adoptiefouders in die reeds bij een andere vergunninghouder zijn ingeschreven.
3.
De vergunninghouder houdt bij zijn bemiddeling zo veel mogelijk de volgorde aan waarin de bij hem ingeschreven aspirant-adoptiefouders een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming hebben ingediend.
4.
De vergunninghouder draagt de gegevens van de bij hem ingeschreven aspirant-adoptiefouders die zich bij een andere vergunninghouder willen laten inschrijven, over aan die andere vergunninghouder onder gelijktijdige uitschrijving van die aspirant-adoptiefouders.
5.
De vergunninghouder verstrekt de gegevens van de bij hem ingeschreven aspirant-adoptiefouders slechts aan autoriteiten of instellingen in het buitenland voor zover de noodzaak daartoe uit zijn werkzaamheden met het oog op zijn bemiddeling inzake de opneming van een buitenlands kind voortvloeit.
6.
De vergunninghouder stelt Onze Minister in kennis van elke opneming van een buitenlands kind door aspirant-adoptiefouders dan wel de adoptiefouders die ten tijde van de opneming bij hem waren ingeschreven.
Artikel 22
Ingeval aspirant-adoptiefouders hun inschrijving bij een vergunninghouder beëindigen en zich bij een andere vergunninghouder laten inschrijven, geeft deze laatste hiervan kennis aan Onze Minister.
1.
De vergunninghouder voert een deugdelijke administratie en houdt van zijn vermogenstoestand en van alles wat zijn werkzaamheden betreft een zodanige boekhouding bij, dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2.
De vergunninghouder doet jaarlijks verslag van zijn werkzaamheden zowel in als buiten Nederland aan Onze Minister en zendt hem tevens binnen zes maanden na afloop van het boekjaar zijn balans en staat van baten en lasten met toelichting zoals deze na vaststelling van het bedrag der inkomsten en uitgaven en, indien vereist, goedkeuring luiden.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld waaraan de stukken welke ingevolge het tweede lid aan Onze Minister moeten worden toegezonden, moeten voldoen; tevens kunnen daarbij regelen worden gesteld ten aanzien van de overdracht van de administratie van de vergunninghouder na intrekking van diens vergunning dan wel beëindiging van diens werkzaamheden op andere wijze.
1.
Onze Minister wijst ambtenaren aan die tot taak hebben het beheer van een centrale lijst van aspirant-adoptiefouders die over een geldige beginseltoestemming beschikken.
2.
De centrale lijst van aspirant-adoptiefouders kan te allen tijde door belanghebbenden worden ingezien.