Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Basisonderwijs
+ Hoofdstuk II. Andere vormen van basisonderwijs
- Hoofdstuk III. Bevoegdheden t.a.v. de rechtspersoon, bedoeld in artikel 183 en 184 en evaluatie
+ Hoofdstuk IV. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet op het primair onderwijs

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Behoudens het tweede lid verstrekt het Rijk jaarlijks aan het bevoegd gezag bekostiging ten behoeve van de materiële instandhouding waarop de programma's van eisen, bedoeld in artikel 114, betrekking hebben, waarbij voor het bevoegd gezag geldt dat indien toepassing is gegeven aan artikel 119, tweede lid, dan wel indien geen overeenkomst als bedoeld in artikel 119, derde of vierde lid tot stand is gekomen, dit bevoegd gezag de bekostiging aan de gemeente dan wel aan het desbetreffende bevoegd gezag overdraagt voor zover deze de materiële instandhouding verzorgt.
2.
Het Rijk verstrekt jaarlijks aan de provincie Fryslân bekostiging ten behoeve van de materiële instandhouding, voor zover het betreft het onderwijs in de Friese taal, bedoeld in artikel 9, vierde lid. De provincie Fryslân draagt zorg voor verdeling van de bekostiging over de betrokken scholen naar rato van het aantal leerlingen dat gebruik maakt van dat onderwijs.
3.
Grondslag voor de bekostiging van de in het eerste en tweede lid bedoelde kosten zijn de voor het desbetreffende jaar vastgestelde bedragen.
4.
Grondslag voor de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 113, voor basisscholen zijn:
a. de schoolgrootte die normatief wordt bepaald op basis van het op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 69, normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen naar de maatstaf van het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt, waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling van het leerlingenbestand in de gevallen en op de wijze als aangegeven in bedoelde algemene maatregel van bestuur, en
b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt, verhoogd met 3% daarvan, waarbij de uitkomst naar beneden wordt afgerond op een geheel getal.
5.
Voor nieuwe basisscholen zijn gedurende de periode van 1 augustus tot 1 januari volgend op de opening, grondslag voor de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 113:
a. de schoolgrootte die normatief wordt bepaald op basis van het op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 69, normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen naar de maatstaf van het aantal leerlingen op 1 oktober in die periode, waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling van het leerlingenbestand in de gevallen en op de wijze als aangegeven in bedoelde algemene maatregel van bestuur, en
b. het aantal leerlingen op 1 oktober in die periode, verhoogd met 3% daarvan, waarbij de uitkomst naar beneden wordt afgerond op een geheel getal.
6.
In afwijking van het vierde lid wordt het aantal leerlingen van het overblijvende deel van de school, bedoeld in artikel 84a, tweede lid, onderdeel b, waarop de bekostiging, bedoeld in het vierde lid, gebaseerd is, gedurende de in het vijfde lid bedoelde periode verminderd met het aantal leerlingen dat op grond van dat lid meetelt voor de bekostiging van een nieuwe school die op grond van artikel 84a, eerste lid, voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
7.
Indien van het aantal leerlingen als bedoeld in artikel 121, tweede lid van een nieuwe school die op grond van een plan van scholen als bedoeld in artikel 74 voor bekostiging in aanmerking is gebracht, een substantieel aantal leerlingen afkomstig is van andere scholen van hetzelfde bevoegd gezag, worden die leerlingen gedurende de in het vijfde lid bedoelde periode niet meegeteld voor de bekostiging van die andere scholen als bedoeld in dit artikel. Bij een algemene maatregel van bestuur wordt de omvang van dat aantal leerlingen bepaald die voor categorieën van scholen kan verschillen.
8.
Indien op 1 maart van het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt, het aantal leerlingen met ten minste een bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 69, vastgesteld aantal is toegenomen ten opzichte van het aantal leerlingen, zoals dat luidt na de verhoging overeenkomstig het vierde lid onder b, en toepassing van de in dit lid bedoelde grondslag niet tot een lagere bekostiging zou leiden, zijn grondslag voor de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 113, voor basisscholen:
a. de schoolgrootte die normatief wordt bepaald op basis van het op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 69, normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen naar de maatstaf van het aantal leerlingen op 1 maart van het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt, waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling van het leerlingenbestand in de gevallen en op de wijze als aangegeven in bedoelde algemene maatregel van bestuur, en
b. het aantal leerlingen op 1 maart van het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt.
9.
Ingeval een samenvoeging plaatsvindt tussen 1 januari en 1 oktober daaropvolgend, wordt de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 113, van alle bij de samenvoeging betrokken scholen gehandhaafd tot het einde van het jaar waarin de samenvoeging plaatsvond.
10.
Ingeval een samenvoeging plaatsvindt tussen 1 oktober en 1 januari daaropvolgend, wordt de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 113, van alle bij de samenvoeging betrokken scholen gehandhaafd tot het einde van het jaar waarin de samenvoeging plaatsvond, en wordt de bekostiging van de uitgaven voor die voorzieningen voor het jaar volgend op de samenvoeging, gebaseerd op de bekostiging van de uitgaven voor die voorzieningen van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, zoals die golden op 1 oktober van het jaar van samenvoeging.
11.
Het Rijk verstrekt jaarlijks aan het samenwerkingsverband bekostiging ten behoeve van de materiële instandhouding.
1.
Jaarlijks voor 1 maart kan Onze minister verhoging van de bekostiging worden gevraagd, indien op grond van bijzondere omstandigheden van de school in dat jaar het totale bedrag niet voldoende is voor de noodzakelijke uitgaven van de school.
2.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gedaan door het bevoegd gezag voor zover het betreft de materiële instandhouding waarop de programma's van eisen, bedoeld in artikel 114, betrekking hebben. In afwijking van de vorige volzin kan ingeval artikel 119, tweede, derde of vierde lid, is toegepast, het bevoegd gezag dat dan wel de gemeente die de materiële instandhouding geheel of gedeeltelijk verzorgt, het verzoek indienen.
3.
Onze minister wijst het verzoek in elk geval af indien:
a. in het jaar waarvoor de programma's van eisen zijn vastgesteld, het totaal van de noodzakelijke uitgaven voor de materiële instandhouding van de school, niet ten minste 5% meer zal bedragen dan het totaal van de uit 's Rijks kas daarvoor te verstrekken inkomsten,
b. de bijzondere omstandigheden het gevolg zijn van een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven omstandigheid of afwijking van de omvang van de componenten van de voorziening ten aanzien waarvan de bijzondere omstandigheden zouden bestaan,
c. de bijzondere omstandigheid het gevolg is van een verschil tussen het prijsniveau in enig jaar en de op grond van artikel 113 vastgestelde of aangepaste bedragen, of
d. het bevoegd gezag dat of de gemeente die het verzoek heeft ingediend, niet aantoont dat het de bijzondere omstandigheden niet op enigerlei wijze had kunnen voorkomen.
4.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de juistheid van de gegevens die bij het verzoek zijn gevoegd.
5 .
[Dit lid is nog niet in werking getreden.]
6.
Onze minister besluit binnen drie maanden. Indien technisch onderzoek zulks noodzakelijk maakt, kan Onze minister deze termijn eenmaal met ten hoogste zes maanden verdagen.
7.
Onze minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde verhoging een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld.
1.
De gemeente verstrekt jaarlijks aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening op het grondgebied van de gemeente
a. een bekostigingsbedrag dat wordt bepaald ingevolge artikel 117 en het derde lid, en
b. voor zover het gebruik van die ruimte ontoereikend is een overeenkomstig het tweede lid vast te stellen bekostigingsbedrag.
2.
Voor zover geen ruimte ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 117, eerste lid onder a, verstrekt de gemeente jaarlijks aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat geen eigenaar is van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening een bekostigingsbedrag dat wordt bepaald ingevolge artikel 117, eerste lid onder b, en derde lid onder a, en het derde lid.
3.
Het aantal groepen leerlingen voor basisscholen wordt berekend overeenkomstig artikel 134, vierde lid onder a, vijfde lid onder a, en achtste lid onder a, en de ter uitvoering daarvan vastgestelde algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat groepen waarvoor van rijkswege bekostiging wordt verstrekt voor de kosten van de materiële instandhouding van een speellokaal niet in aanmerking worden genomen.
4.
Het aantal groepen leerlingen voor speciale scholen voor basisonderwijs wordt berekend door het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt te delen door 15 en de uitkomst rekenkundig af te ronden op een geheel getal.