Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ 1. Algemeen deel
+ 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen
- 3. Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen
- 3a. Deel Bijzondere maatregelen en voorzieningen betreffende financiële ondernemingen
+ 4. Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen
+ 5. Deel Gedragstoezicht financiële markten
+ 6. Deel bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financiële stelsel
+ 7. Deel Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet op het financieel toezicht

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 3a:27. Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing indien een besluit tot afwikkeling wordt genomen op grond van artikel 18 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme of de artikelen 3A:18 en 3A:19.
Artikel 3a:28. Instrument van overgang van de onderneming
De Nederlandsche Bank kan, tot toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, besluiten tot overgang op een verkrijger die geen overbruggingsinstelling is, van:
a. eigendomsinstrumenten die zijn uitgegeven door of met medewerking van een entiteit in afwikkeling; en
b. activa of passiva van een entiteit in afwikkeling.
1.
Voor de toepassing van het instrument van overgang van de onderneming besluit de Nederlandsche Bank tot overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva van de entiteit in afwikkeling met inachtneming van de voorwaarden voor overgang ingevolge artikel 39, tweede en derde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
2.
De overgang vindt plaats onder commerciële voorwaarden, die in overeenstemming zijn met de waardering ingevolge artikel 3A:17, vierde lid, artikel 3A:18, vijfde lid, of artikel 20, eerste tot en met vijftiende lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.
1.
Indien de Nederlandsche Bank besluit tot overgang van gedeelten van de activa of passiva van een entiteit in afwikkeling, verzoekt zij de rechtbank Amsterdam binnen een redelijke termijn het faillissement van de entiteit uit te spreken.
2.
Bij de beslissing op het verzoek wordt rekening gehouden met het mogelijke belang van het voortbestaan van het overgebleven deel van de entiteit om de afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken of om aan de beginselen te voldoen, bedoeld in artikel 14 onderscheidenlijk artikel 15, eerste lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.
Artikel 3a:31. Overgangsprijs
Onverminderd artikel 3A:62 komt een door de verkrijger te betalen overgangsprijs toe aan de oorspronkelijke eigenaren.
1.
De Nederlandsche Bank kan ten aanzien van eigendomsinstrumenten, activa of passiva die zijn overgegaan, besluiten tot overgang op de oorspronkelijke eigenaren, indien de verkrijger daarmee instemt.
2.
De overgang op de oorspronkelijke eigenaren vindt plaats binnen de termijn die wordt genoemd in het besluit tot overgang en voldoet aan de in dat besluit opgenomen voorwaarden.
Artikel 3a:33. Gekwalificeerde deelneming
Indien een overgang van eigendomsinstrumenten zou leiden tot verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een bank of beleggingsonderneming, is artikel 3A:26 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a:34. Rechtsopvolging verkrijger in andere lidstaat
Voor de toepassing van de artikelen 2:15, eerste lid, 2:18, eerste lid, en 2:98 wordt een verkrijger met zetel in een andere lidstaat beschouwd als de rechtsopvolger van de entiteit in afwikkeling en kan deze alle rechten blijven uitoefenen die door die entiteit werden uitgeoefend met betrekking tot de activa of passiva die zijn overgegaan.
1.
Het lidmaatschap van of het recht op toegang tot betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen, gereglementeerde markten, het beleggerscompensatiestelsel of het depositogarantiestelsel van de entiteit in afwikkeling, gaat van rechtswege over op de verkrijger.
2.
De verkrijger kan de aan het lidmaatschap verbonden rechten of het recht op toegang uitoefenen indien hij voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde om te beschikken over een vereiste kredietbeoordeling door een kredietbeoordelingsbureau.
3.
De Nederlandsche Bank kan bepalen dat de verkrijger voor de duur van ten hoogste twee jaar niet hoeft te voldoen aan de voorwaarden voor lidmaatschap en toegang, bedoeld in het tweede lid. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten tot verlenging met telkens ten hoogste twee jaar.
Artikel 3a:36. Samenwerking met de verkrijger
De Nederlandsche Bank kan, indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, verlangen dat de verkrijger, de entiteit in afwikkeling en de rechtspersonen die met de entiteit een groep vormen als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, elkaar gegevens verstrekken en bijstand verlenen.
1.
De Nederlandsche Bank kan tot toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling, met het oog op het waarborgen van de continuïteit van kritieke functies van een entiteit in afwikkeling, besluiten tot overgang op een overbruggingsinstelling van:
a. eigendomsinstrumenten die zijn uitgegeven door of met medewerking van entiteiten in afwikkeling; of
b. activa of passiva van entiteiten in afwikkeling.
2.
Bij toepassing op een entiteit die niet valt onder de werking van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, is op de totale waarde van overgedragen passiva artikel 25, derde lid, van die verordening van overeenkomstige toepassing.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de oprichting en beëindiging, de taak, de financiering, de inrichting, het bestuur en de werkwijze van een overbruggingsinstelling of van een rechtspersoon die tot taak heeft het eigendom in een overbruggingsinstelling te houden.
2.
De Nederlandsche Bank kan een overbruggingsinstelling of rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid een aanwijzing geven met betrekking tot de taakuitoefening.
Artikel 3a:39. Overeenkomstige toepassingsregels
De artikelen 3A:26, 3A:29 tot en met 3A:31, 3A:32, tweede lid, 3A:34 en 3A:35 zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van de overbruggingsinstelling.
1.
De overbruggingsinstelling beschikt, voor zover nodig voor de uitoefening van haar werkzaamheden, van rechtswege over een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:11 of 2:96.
2.
Op verzoek van de Nederlandsche Bank kan de Europese Centrale Bank onderscheidenlijk de Autoriteit Financiële Markten, met het oog op de verwezenlijking van een of meer van de in artikel 14 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme bedoelde afwikkelingsdoelstellingen, tijdelijk ontheffing verlenen van een of meer van de vereisten, bedoeld in artikel 2:12, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 2:99, eerste lid.
1.
De Nederlandsche Bank kan, tot toepassing van het instrument van afsplitsing van activa of passiva, besluiten tot overgang van activa of passiva van een entiteit in afwikkeling of van een overbruggingsinstelling op een of meer entiteiten voor activa- en passivabeheer.
2.
De Nederlandsche Bank past het instrument van afsplitsing van activa of passiva uitsluitend tezamen met een ander afwikkelingsinstrument toe, en indien:
a. de situatie op de specifieke markt voor de desbetreffende activa of passiva zodanig is dat vereffening van die activa in een noodregeling of bij faillissement nadelige gevolgen voor de financiële markten kan hebben;
b. de overgang van activa of passiva noodzakelijk is voor het goede functioneren van de entiteit in afwikkeling of de overbruggingsinstelling; of
c. de overgang van activa of passiva noodzakelijk is om de opbrengst bij vereffening te maximaliseren.
3.
De entiteit voor activa- en passivabeheer beheert de activa of passiva die op haar zijn overgegaan met het doel de waarde van de activa bij de uiteindelijke verkoop of liquidatie te maximaliseren.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de oprichting en beëindiging, de taak, de financiering, de inrichting, het bestuur en de werkwijze van een entiteit voor activa- en passivabeheer of van een rechtspersoon die tot taak heeft het eigendom in een entiteit voor activa- en passivabeheer te houden.
2.
De Nederlandsche Bank kan een entiteit voor activa- en passivabeheer of rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid een aanwijzing geven met betrekking tot de taakuitoefening.
Artikel 3a:43. Overeenkomstige toepassingsregels
De artikelen 3A:29, 3A:31 en 3A:32, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van afsplitsing van activa of passiva.
1.
De Nederlandsche Bank kan tot toepassing van het instrument van bail-in het bedrag van in aanmerking komende passiva van een entiteit in afwikkeling verminderen of geheel of gedeeltelijk omzetten in rechten op nieuw uit te geven kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten.
2.
De Nederlandse Bank kan het instrument van bail-in tevens toepassen op in aanmerking komende passiva als bedoeld in het eerste lid, die zijn overgegaan op een overbrugginginstelling, een entiteit voor activa- en passivabeheer onderscheidenlijk door toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, op een verkrijger die geen overbruggingsinstelling is.
3.
De Nederlandsche Bank oefent de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en het tweede lid, uit overeenkomstig het bepaalde ingevolge de artikelen 49 en 50 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
4.
Bij de toepassing op een entiteit die niet valt onder de werking van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, is artikel 27, eerste tot en met vijfde en twaalfde tot en met vijftiende lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme van overeenkomstige toepassing. Op de waardering van de activa en passiva is artikel 20, eerste tot en met vijftiende lid, van die verordening van overeenkomstige toepassing.
5.
De Nederlandsche Bank oefent de in het eerste en tweede lid omschreven bevoegdheden uit met inachtneming van het in artikel 44, twaalfde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen bepaalde over de voorafgaande betrokkenheid van de Europese Commissie.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
1.
De Nederlandsche Bank kan voorschrijven dat een entiteit kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten uitgeeft aan de houders van de rechten, verkregen ingevolge de toepassing van artikel 3A:44, eerste lid, dan wel medewerking verleent aan de uitgifte daarvan. De Nederlandsche Bank kan aan de uitoefening van die rechten een termijn verbinden. Bij de uitgifte kunnen geen andere rechten worden uitgeoefend dan de rechten, bedoeld in artikel 3A:44, eerste lid.
2.
Bij de uitgifte ingevolge het eerste lid zijn de voorwaarden, bedoeld in artikel 60, derde lid, onderdelen a tot en met d, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen van overeenkomstige toepassing.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 3a:46. Overeenkomstige toepassingsregels
De artikelen 3A:23 tot en met 3A:26 zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van bail-in.
1.
Na toepassing van het instrument van bail-in ingevolge artikel 27, eerste lid, onder a, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, legt een entiteit binnen een maand een bedrijfssaneringsplan voor aan de Nederlandsche Bank.
2.
Het bedrijfssaneringsplan voldoet aan het bepaalde ingevolge artikel 52, vierde tot en met zesde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
3.
Indien het instrument van bail-in, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op twee of meer entiteiten die onderdeel uitmaken van dezelfde groep en de EU-moederinstelling van die groep heeft haar zetel in Nederland, legt deze een bedrijfssaneringsplan voor aan de Nederlandsche Bank en heeft het plan betrekking op alle entiteiten in de groep. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
4.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien het instrument van bail-in door een afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat wordt toegepast op een of meer entiteiten met zetel in een andere lidstaat, die onderdeel uitmaken van dezelfde groep en de EU-moederinstelling van die groep haar zetel heeft in Nederland.
5.
De Nederlandsche Bank kan in buitengewone omstandigheden en indien dit nodig is voor het bereiken van de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 14 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen met ten hoogste een maand.
1.
De Nederlandsche Bank stelt de entiteit in afwikkeling binnen een maand in kennis van de beoordeling van het bedrijfssaneringsplan, onverminderd artikel 27, zestiende lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.
2.
De Nederlandsche Bank keurt het bedrijfssaneringsplan goed indien de uitvoering van het bedrijfssaneringsplan de levensvatbaarheid van de entiteit op lange termijn zal herstellen.
3.
Indien de Nederlandsche Bank het bedrijfssaneringplan niet goedkeurt, eist zij dat het plan wordt gewijzigd. De entiteit legt binnen twee weken een gewijzigd bedrijfssaneringsplan ter goedkeuring voor.
4.
De Nederlandsche Bank stelt de entiteit binnen een week in kennis of zij het gewijzigde plan goedkeurt, of dat er verdere wijzigingen zijn vereist.
5.
Indien het bedrijfssaneringsplan is goedgekeurd, voert de entiteit het plan uit en stelt de entiteit ten minste elke zes maanden de Nederlandsche Bank in kennis over de uitvoering.
6.
De Nederlandsche Bank kan de entiteit verzoeken het bedrijfssaneringsplan te wijzigen en ter goedkeuring voor te leggen. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
De Nederlandsche Bank kan een bijzondere bestuurder bij een entiteit in afwikkeling aanstellen of de zeggenschap over een entiteit in afwikkeling overnemen.
2.
De bijzondere bestuurder onderscheidenlijk de Nederlandsche Bank treedt in de rechten en bevoegdheden van de organen van de entiteit in afwikkeling en haar aandeelhouders of leden. De bijzondere bestuurder kan afwijken van uit wettelijke voorschriften of statutaire bepalingen voortvloeiende verplichtingen van het bestuur.
3.
De artikelen 1:76, vijfde, zesde en achtste lid en 1:76a, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
4.
Tegen een besluit van een bijzondere bestuurder kan administratief beroep worden ingesteld bij De Nederlandsche Bank.
1.
De Nederlandsche Bank kan, indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van de bevoegdheid tot afschrijving of omzetting van kapitaalinstrumenten, bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, of de toepassing van het instrument van bail-in, bij besluit de rechtsvorm van de betrokken entiteit omzetten.
2.
Artikel 3A:23 is van overeenkomstige toepassing.
1.
De Nederlandsche Bank kan een overeenkomst waarbij de entiteit in afwikkeling partij is, beëindigen of wijzigen, alsmede de verkrijger in de plaats stellen van de entiteit in afwikkeling als partij bij een overeenkomst.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder overeenkomst mede verstaan: activa als bedoeld in artikel 63, eerste lid, onderdeel j, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, met uitzondering van door zekerheid gedekte passiva als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van die richtlijn.
3.
De Nederlandsche Bank kan bij de toepassing van een afwikkelingsmaatregel bepalen dat eigendomsinstrumenten, activa of passiva vrij van enige bezwaring of aansprakelijkheid overgaan.
1.
De Nederlandsche Bank kan een betalingsverplichting of leveringsverplichting ingevolge een overeenkomst waarbij een entiteit in afwikkeling partij is, opschorten vanaf het tijdstip van de bekendmaking van het besluit tot opschorting tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op die bekendmaking.
2.
Indien een voor de entiteit in afwikkeling op grond van een overeenkomst geldende betalingsverplichting of leveringsverplichting overeenkomstig het eerste lid wordt opgeschort, worden ook de ingevolge die overeenkomst voor de wederpartij van de entiteit in afwikkeling geldende betalingsverplichtingen en leveringsverplichtingen voor dezelfde periode opgeschort.
3.
Indien tijdens de periode van opschorting uitvoering moet worden gegeven aan een betalingsverplichting of leveringsverplichting, is de betaling of levering onmiddellijk na het verstrijken van die periode opeisbaar.
4.
Het eerste lid is niet van toepassing op betalingsverplichtingen of leveringsverplichtingen:
a. ingevolge een overeenkomst op grond waarvan een depositohouder een in aanmerking komend deposito als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 4, van de richtlijn depositogarantiestelsels, houdt bij een bank;
b. die reeds hebben geleid tot een aan een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, een aan een centrale tegenpartij of een centrale bank gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren, of tot rechten en verplichtingen die voor de entiteit in afwikkeling als deelnemer ingevolge of in verband met zijn deelname aan het systeem zijn ontstaan;
c. ingevolge een overeenkomst op grond waarvan personen in verband met de verrichting van een beleggingsdienst, of een dienst als vermeld in bijlage I, deel B, onder 1, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten, geld of financiële instrumenten aan een bank of beleggingsinstelling hebben toevertrouwd, voor zover deze verplichtingen worden gegarandeerd door een beleggerscompensatiestelsel.
1.
De Nederlandsche Bank kan de bevoegdheden van schuldeisers van de entiteit in afwikkeling tot verhaal op aan de entiteit in afwikkeling toebehorende goederen, of tot opeising van goederen die zich in de macht van de entiteit in afwikkeling of een derde bevinden, beperken tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op de bekendmaking van het besluit daartoe.
2.
De Nederlandsche Bank oefent de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid niet uit met betrekking tot een zekerheidsrecht dat is gevestigd ten behoeve van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, centrale tegenpartijen en centrale banken, in verband met activa die de entiteit in afwikkeling bij wijze van margestorting heeft toegezegd of geleverd.
1.
De Nederlandsche Bank kan de aan een derde toebehorende bevoegdheid tot beëindiging van een overeenkomst met de entiteit in afwikkeling opschorten, voor zover die entiteit voortgaat met het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de bedingen in de overeenkomst die de kern van de prestaties betreffen, alsmede met het verschaffen van zekerheden.
2.
De Nederlandsche Bank kan besluiten tot opschorting van een aan een derde toebehorende bevoegdheid tot beëindiging van een overeenkomst met een dochteronderneming van de entiteit in afwikkeling indien:
a. de verplichtingen op grond van de overeenkomst door de entiteit in afwikkeling worden gegarandeerd of anderszins gewaarborgd;
b. de beëindigingsbevoegdheden op grond van de overeenkomst uitsluitend zijn gebaseerd op de insolvabiliteit of financiële positie van de entiteit in afwikkeling; en
c. met betrekking tot de entiteit in afwikkeling een besluit is of kan worden genomen tot overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva en:
i. alle activa of passiva van de dochteronderneming in verband met die overeenkomst aan de verkrijger zijn of kunnen overgaan en door hem zijn of kunnen worden verkregen; of
ii. de Nederlandsche Bank op een andere wijze passende bescherming biedt voor dergelijke verplichtingen.
3.
De opschorting, bedoeld in het eerste en tweede lid, werkt vanaf het tijdstip van de bekendmaking van het besluit tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op de bekendmaking onderscheidenlijk de tijd van de lidstaat waar de dochteronderneming is gevestigd.
4.
De opschorting werkt niet ten aanzien van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, centrale tegenpartijen en centrale banken.
5.
Na het verstrijken van de opschortingstermijn, bedoeld in het derde lid, mogen de bevoegdheden tot beëindiging overeenkomstig de voorwaarden van die overeenkomst als volgt worden uitgeoefend:
a. indien de onder de overeenkomst vallende rechten en verplichtingen op een andere entiteit zijn overgegaan, kan een wederpartij de beëindigingsbevoegdheden slechts dan uitoefenen indien zich aan de zijde van de verkrijger een afdwingingsgrond blijft voordoen of zich later voordoet;
b. indien de onder de overeenkomst vallende rechten en verplichtingen niet vallen onder de toepassing van een afwikkelingsinstrument, kan een wederpartij de beëindigingsbevoegdheden uitoefenen.
Artikel 3a:55. Niet-nakoming overeenkomst
Een opschorting of beperking uit hoofde van de artikelen 3A:52 tot en met 3A:54 wordt niet beschouwd als het niet nakomen van een overeenkomst.
Artikel 3a:56. Ingrijpen in handel in financiële instrumenten
Op verzoek van de Nederlandsche Bank past de Autoriteit Financiële Markten haar bevoegdheden op grond van de artikelen 4:4b of 5:32h toe om:
a. de handel door of met medewerking van de entiteit in afwikkeling uitgegeven financiële instrumenten op te doen opschorten of onderbreken; of
b. die financiële instrumenten van de handel te doen uitsluiten.
Artikel 3a:57. Uitsluiting contractuele voorwaarden
Artikel 1:76b is van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van een bevoegdheid op grond van dit hoofdstuk of de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een besluit van een afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat of een derde land, dat erkend is ingevolge de artikelen 3A:4 onderscheidenlijk 3A:5, of een gebeurtenis die daarmee rechtstreeks verband houdt.
Artikel 3a:58. Uitsluiting vernietigbaarheid
Rechtshandelingen in verband met de overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva ingevolge de toepassing van een afwikkelingsmaatregel, zijn niet vernietigbaar op grond van artikel 45 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of de artikelen 42 en 47 van de Faillissementswet.
1.
De volgende besluiten laten de regels en de werking van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, onverlet:
a. een besluit tot overgang van een gedeelte van de activa of passiva van een entiteit in afwikkeling, een overbruggingsinstelling of entiteit voor activa- en passivabeheer; of
b. een besluit op grond van artikel 3A:51, eerste lid, om een overeenkomst waarvan een van de partijen de entiteit in afwikkeling is, te beëindigen of wijzigen, dan wel om de ontvanger in de plaats te stellen van de entiteit in afwikkeling als partij bij een overeenkomst.
2.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, laat een overboekingopdracht onverlet, voor zover de uitvoering van dat besluit onverenigbaar zou zijn met het bepaalde in artikel 5 van richtlijn 98/26/EG van het Europees parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PbEG 1998, L 166). Evenmin kan daarbij de afdwingbaarheid worden gewijzigd of teniet worden gedaan van een overboekingopdracht of verrekening overeenkomstig de artikelen 3 en 5 van die richtlijn, van het gebruik van middelen, effecten of kredietfaciliteiten overeenkomstig artikel 4 van die richtlijn of van de bescherming van zakelijke zekerheden overeenkomstig artikel 9 van die richtlijn.
Artikel 3a:60. Bescherming rechten uit overeenkomst
De rechten die voortvloeien uit financiëlezekerheidsovereenkomsten, gedekte obligaties, gestructureerde financieringsregelingen, salderingsovereenkomsten, verrekeningsovereenkomsten en zekerheidsregelingen, worden niet aangetast door besluiten als bedoeld in artikel 3A:59, eerste lid, onderdelen a en b.
1.
Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt tot overgang van activa of passiva of een besluit als bedoeld in artikel 3A:59, eerste lid, onderdeel b, strekt dat besluit ten aanzien van een financiëlezekerheidsovereenkomst, salderingsovereenkomst, verrekeningsovereenkomst, of een overeenkomst die met een dergelijke overeenkomst is verbonden, niet tot:
a. overgang van slechts een gedeelte van de activa of passiva die onder de overeenkomst vallen;
b. wijziging of beëindiging van rechten of verplichtingen die worden beschermd door de overeenkomst; of
c. het in de plaats stellen van de verkrijger als partij bij de overeenkomst.
2.
Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, strekt dat besluit ten aanzien van een zekerheidsregeling, of de activa of passiva die onder een zekerheidsregeling vallen, niet tot:
a. overgang van activa waarmee de verplichting is gedekt, tenzij ook wordt besloten tot overgang van de verplichting en het voordeel van de zekerheid;
b. overgang van een gedekte verplichting, tenzij ook wordt besloten tot overgang van het voordeel van de zekerheid;
c. overgang van het voordeel van de zekerheid, tenzij ook wordt besloten tot overgang van de gedekte verplichting; of
d. wijziging of beëindiging van de zekerheidsregeling, indien door die wijziging de verplichtingen niet langer zouden worden gedekt.
3.
Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, strekt dat besluit tot de gezamenlijke overgang van de activa of passiva die een gestructureerde financieringsregeling of een onderdeel daarvan vormen, of gedekte obligaties.
4.
Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid worden onder activa of passiva mede begrepen transacties, tegen de entiteit in afwikkeling uit te oefenen nevenrechten, alsmede in verband met de overeenkomst gevestigde rechten tot zekerheid op aan de entiteit in afwikkeling of derden toebehorende activa, andere rechten tot zekerheid en voorrechten op die activa.
5.
In afwijking van het eerste, tweede en derde lid, kan de Nederlandsche Bank, indien nodig om de beschikbaarheid van gegarandeerde deposito’s die vallen onder een overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, aanhef, een zekerheidsregeling, een gestructureerde financieringsregeling of een onderdeel daarvan, of gedekte obligaties, zeker te stellen, besluiten tot:
a. overgang van gegarandeerde deposito’s zonder te besluiten tot overgang van andere activa of passiva die onder dezelfde overeenkomst of regeling vallen; of
b. overgang, wijziging of beëindiging van activa of passiva, zonder te besluiten tot overgang van gegarandeerde deposito’s die onder dezelfde overeenkomst of regeling vallen.
6.
Een overgang, beëindiging of wijziging in strijd met het eerste, tweede of derde lid, is niet nietig of vernietigbaar.
1.
De Nederlandsche Bank kan kosten die in verband met het nemen van een afwikkelingsmaatregel zijn gemaakt:
a. in mindering brengen op de vergoedingen die een verkrijger voor eigendomsinstrumenten, activa of passiva aan de oorspronkelijke eigenaren betaalt;
b. verhalen op de entiteit in afwikkeling; of
c. verhalen op de opbrengsten die voortvloeien uit de beëindiging van het functioneren van een overbruggingsinstelling of een entiteit voor activa- en passivabeheer.
2.
Indien de Nederlandsche Bank de kosten verhaalt overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b of c, is haar vordering op gelijke wijze bevoorrecht als de vorderingen, bedoeld in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
3.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op kosten die door een verkrijger in verband met een vermindering of omzetting als bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, of een overgang als bedoeld in de artikelen 3A:28, 3A:37 en 3A:41, eerste lid, zijn gemaakt met betrekking tot bepaalde eigendomsinstrumenten, activa of passiva, in verband met het feit dat die zich bevinden in een staat die geen lidstaat is of worden beheerst door het recht van een staat die geen lidstaat is.
Artikel 3a:63. Verwerking persoonsgegevens
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het in het belang van de afwikkeling verwerken van persoonsgegevens. Bij die maatregel kan worden bepaald dat bij de verwerking van persoonsgegevens het burgerservicenummer kan worden gebruikt.