Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ 1. Algemeen deel
+ 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen
- 3. Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen
+ 3a. Deel Bijzondere maatregelen en voorzieningen betreffende financiële ondernemingen
+ 4. Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen
+ 5. Deel Gedragstoezicht financiële markten
+ 6. Deel bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financiële stelsel
+ 7. Deel Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet op het financieel toezicht

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 3:283
De Nederlandsche Bank kan verzoeken om een andere groepstoezichthouder dan de groepstoezichthouder die ingevolge artikel 247, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II wordt aangewezen. Zij volgt daarbij de procedure van artikel 247, derde tot en met zevende lid, van die richtlijn.
Artikel 3:284
Een onderneming die zal ophouden onderdeel van een verzekeringsrichtlijngroep te zijn of die onderdeel wenst te worden van een dergelijke groep vraagt instemming van de groepstoezichthouder indien:
a. de groepstoezichthouder is aangewezen ingevolge de criteria, genoemd in artikel 247 van de richtlijn solvabiliteit II; en
b. onderdeel b van de definitie van richtlijngroep, bedoeld in artikel 1:1 van toepassing is of zou worden.
1.
Op een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een deelnemende onderneming is in een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, in een Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of in een niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, wordt verzekeringsrichtlijngroepstoezicht uitgeoefend ingevolge de artikelen 1:51e, 1:55a, 1:56, 1:58e, 3:271, 3:272, 3:288a tot en met 3:288f, 3:288h en 3:288i. Artikel 3:269 is van overeenkomstige toepassing.
2.
Op een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waarvan de moederonderneming een gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in een lidstaat is, wordt verzekeringsrichtlijngroepstoezicht uitgeoefend als bedoeld ingevolge de artikelen 1:51e, 1:55a, 1:56, 1:58e, 3:271, 3:272, 3:288a tot en met 3:288f, 3:288h en 3:288i.
3.
Op een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waarvan de moederonderneming een gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in een staat die geen lidstaat is of een niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is, wordt verzekeringsrichtlijngroepstoezicht uitgeoefend ingevolge de artikelen 1:65, zesde lid, 3:288g, 3:288j en 3:288k.
4.
Op een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waarvan de moederonderneming een gemengde verzekeringsholding is, wordt verzekeringsrichtlijngroepstoezicht uitgeoefend als bedoeld in artikel 3:288g.
5.
Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, verzekeringsrichtlijngroepstoezicht uitoefent als bedoeld in het eerste of tweede lid, en de deelnemende herverzekeraar, levensverzekeraar, schadeverzekeraar, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in een lidstaat die hetzij een verbonden onderneming van een gereglementeerde entiteit of zelf een gereglementeerde entiteit is, of een gemengde financiële holding die aan aanvullend toezicht is onderworpen als bedoeld in afdeling 3.6.4, kan de Nederlandsche Bank besluiten op het niveau van de deelnemende herverzekeraar, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of verzekeringsholding het toezicht op de risicoconcentratie, bedoeld in artikel 3:288e of intragroepsovereenkomsten en -posities als bedoeld in artikel 3:288f niet uit te oefenen.
1.
Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is en de gemengde financiële holding onderworpen is aan gelijkwaardige bepalingen van zowel deze afdeling als afdeling 3.6.4, kan de Nederlandsche Bank, na overleg met de andere betrokken toezichthoudende instanties, besluiten alleen de relevante bepalingen van afdeling 3.6.4 toe te passen.
2.
Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is en een gemengde financiële holding onderworpen is aan gelijkwaardige bepalingen van zowel deze afdeling als afdeling 3.6.2, kan de Nederlandsche Bank, in overeenstemming met de toezichthoudende instanties die geconsolideerd toezicht houden op de sector banken en de sector beleggingsdiensten, bedoeld in artikel 2, punt 8, onderdeel a respectievelijk c, van de richtlijn financiële conglomeraten, besluiten alleen de relevante bepalingen van de belangrijkste sector als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de richtlijn financiële conglomeraten toe te passen.
1.
Ingeval de in artikel 3:285, eerste of tweede lid, bedoelde deelnemende verzekeraar, gemengde financiële holding of verzekeringsholding een dochteronderneming is van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, van een Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, of van een gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in een lidstaat, zijn de artikelen 1:51e, 1:55a, 1:56, 1:58e, 3:271, 3:272, 3:288a tot en met 3:288f, 3:288h en 3:288i alleen van toepassing op het niveau van de verzekeraar, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in een lidstaat die de uiteindelijke moederonderneming is.
2.
Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is en de in het eerste lid bedoelde uiteindelijke moederonderneming een dochteronderneming van een aan het in afdeling 3.6.4. bedoelde aanvullende toezicht onderworpen onderneming is, kan de Nederlandsche Bank besluiten het toezicht op de risicoconcentratie, bedoeld in artikel 3:288e, of het toezicht op intragroepsovereenkomsten en -posities als bedoeld in artikel 3:288f niet uit te oefenen.
1.
Indien de in artikel 3:286, eerste lid, bedoelde uiteindelijke moederonderneming haar zetel in een andere lidstaat heeft dan de in artikel 3:282, eerste of tweede lid, bedoelde deelnemende verzekeraar, gemengde financiële holding of verzekeringsholding, kan de Nederlandsche Bank, na raadpleging van de uiteindelijke moederonderneming, besluiten de verantwoordelijke verzekeraar, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland aan het verzekeringsrichtlijngroepstoezicht te onderwerpen.
2.
De Nederlandsche Bank stuurt haar besluit, bedoeld in het eerste lid, toe aan de uiteindelijke moederonderneming.
3.
De artikelen 1:51e, 1:56, 1:58e, 3:271, 3:272, 3:288a tot en met 3:288f, 3:288h en 3:288i zijn van overeenkomstige toepassing op de verantwoordelijke moederonderneming met zetel in Nederland, onverminderd het vierde tot en met achtste lid.
4.
De Nederlandsche Bank kan het verzekeringsrichtlijngroepstoezicht op de verantwoordelijke moederonderneming, bedoeld in het derde lid, beperken tot een of meer van de eisen, gesteld in de artikelen 3:288a tot en met 3:288f en 3:288h.
5.
Indien de Nederlandsche Bank besluit de eisen ten aanzien van de financiële positie, bedoeld in de artikelen 3:288a tot en met 3:288f en 3:288h op de verantwoordelijke moederonderneming met zetel in Nederland toe te passen, past zij de methodekeuze voor de berekening van de solvabiliteit op het niveau van de verzekeringsrichtlijngroep toe die door de groepstoezichthouder is gemaakt.
6.
Indien de Nederlandsche Bank besluit de eisen ten aanzien van de financiële positie, bedoeld in de artikelen 3:288a tot en met 3:288f en 3:288h op de verantwoordelijke moederonderneming met zetel in Nederland toe te passen en de groepstoezichthouder op verzoek van de verzekeringsrichtlijngroep heeft besloten dat de uiteindelijke moederonderneming met zetel in een andere lidstaat, bedoeld in artikel 3:286, eerste lid, zowel het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeringsrichtlijngroep als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeraars in de richtlijngroep op basis van een intern model mag berekenen, past de Nederlandsche Bank dat besluit toe.
7.
Indien in het geval van het zesde lid het risicoprofiel van de verantwoordelijke moederonderneming met zetel in Nederland significant afwijkt van het op Unieniveau goedgekeurde interne model van de verzekeringsrichtlijngroep en die moederonderneming onvoldoende maatregelen neemt om de afwijking op te heffen, kan de Nederlandsche Bank besluiten om op het uit de toepassing van het interne model voor de moederonderneming voortvloeiende solvabiliteitskapitaalvereiste voor de verzekeringsrichtlijnsubgroep een kapitaalopslag toe te passen, of, in uitzonderlijke omstandigheden waarin de toepassing van een dergelijke kapitaalopslag niet gepast is, eisen dat deze onderneming haar solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeringsrichtlijngroep op basis van de standaardformule berekent. De Nederlandsche Bank stuurt dit besluit toe aan de moederonderneming.
8.
Indien de Nederlandsche Bank besluit de eisen ten aanzien van de financiële positie als bedoeld in de artikelen 3:288a tot en met 3:288f en 3:288h op de verantwoordelijke moederonderneming met zetel in Nederland toe te passen, dient die onderneming geen aanvraag in om een van haar dochterondernemingen aan een gecentraliseerd risicobeheer ingevolge artikel 3:288b te onderwerpen.
9.
De Nederlandsche Bank neemt geen besluit als bedoeld in het eerste lid, dan wel trekt een dergelijk besluit in indien de verantwoordelijke moederonderneming met zetel in Nederland een dochteronderneming is van de in artikel 3:286, eerste lid, bedoelde uiteindelijke moederonderneming op Unieniveau en die onderneming overeenkomstig artikel 3:288b of 3:288c op haar dochteronderneming artikel 3:288b mag toepassen.
1.
In het geval van artikel 3:287, eerste lid, kan de Nederlandsche Bank besluiten verzekeringsrichtlijngroepstoezicht op de gecombineerde verzekeringsrichtlijnsubgroep te houden. De Nederlandsche Bank stelt die uiteindelijke moederonderneming in kennis van het besluit. Het verzekeringsrichtlijnsubgroepstoezicht strekt zich niet uit tot de uiteindelijke moederonderneming die haar zetel heeft in een andere lidstaat dan de lidstaten waar de leden van de verzekeringsrichtlijnsubgroep hun zetel hebben.
2.
Artikel 3:287, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.