Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ 1. Algemeen deel
+ 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen
- 3. Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen
+ 3a. Deel Bijzondere maatregelen en voorzieningen betreffende financiële ondernemingen
+ 4. Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen
+ 5. Deel Gedragstoezicht financiële markten
+ 6. Deel bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financiële stelsel
+ 7. Deel Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet op het financieel toezicht

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Deze paragraaf is van toepassing op levensverzekeraars met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of 2:48, eerste lid, hebben.
2.
Deze paragraaf en de artikelen 1:79 tot en met 1:81, 1:85, 3:8, 3:9, 3:15, 3:17, 3:18, 3:70, 3:71, 3:95 en 3:99, zijn van overeenkomstige toepassing op opvanginstellingen die het bedrijf van levensverzekeraar uitsluitend als herverzekeraar uitoefenen in de zin van artikel 3:152, tweede lid.
1.
Er is een vertrouwenscommissie bestaande uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier overige leden, die tot taak heeft:
a. de Nederlandsche Bank te adviseren in gevallen waarin dat in deze paragraaf is voorgeschreven;
b. desgevraagd de Nederlandsche Bank te adviseren bij de ingevolge deze paragraaf door haar te nemen beslissingen; en
c. desgevraagd de Nederlandsche Bank behulpzaam te zijn bij een onderzoek naar de mogelijkheden van samenwerking tussen een levensverzekeraar waarop de opvang kan worden toegepast en een andere verzekeraar, dan wel overname door laatstbedoelde verzekeraar.
2.
Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden van de vertrouwenscommissie volgens een bij ministeriële regeling te bepalen procedure die ten minste voorziet in een recht van voordracht door de Nederlandsche Bank en de vertegenwoordigende organisaties van levensverzekeraars gezamenlijk.
3.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werkwijze van de vertrouwenscommissie.
1.
De Nederlandsche Bank kan, gehoord de vertrouwenscommissie, besluiten tot opvang indien:
a. artikel 3:136, eerste lid, van toepassing is;
b. met betrekking tot het opgestelde financieel kortetermijnplan, bedoeld in artikel 3:136, eerste lid, van de levensverzekeraar, de instemming is geweigerd; en
c. de portefeuille van de levensverzekeraar nog overlevingskans heeft.
2.
Met het weigeren van instemming voor het financieel kortetermijnplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt voor de toepassing van deze paragraaf gelijk gesteld het intrekken van een verleende instemming voor een financieel kortetermijnplan, het niet binnen de door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn indienen van een financieel kortetermijnplan, of het niet binnen de door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn aanbrengen van door haar aangegeven wijzigingen in een financieel kortetermijnplan waarvoor instemming is verleend.
3.
Opvang geschiedt aan de hand van een door de Nederlandsche Bank, gehoord de vertrouwenscommissie, op te stellen opvangplan. De levensverzekeraar en de opvanginstelling handelen overeenkomstig het opvangplan.
4.
De Nederlandsche Bank deelt de inwerkingstelling van de opvang en het daarbij behorende opvangplan mede aan de levensverzekeraar en de opvanginstelling.
5.
De Nederlandsche Bank kan, gehoord de vertrouwenscommissie, het opvangplan wijzigen.
1.
De in het opvangplan geregelde opvang kan bestaan uit herverzekering door een opvanginstelling of overdracht van de portefeuille aan een opvanginstelling.
2.
In geval van herverzekering van de portefeuille worden de verplichtingen van de levensverzekeraar uit directe verzekering geheel of gedeeltelijk herverzekerd bij een door de Nederlandsche Bank aan te wijzen opvanginstelling. De voorwaarden waaronder herverzekering plaatsvindt, worden opgesteld door de opvanginstelling en behoeven instemming van de Nederlandsche Bank.
3.
In geval van overdracht van de portefeuille worden de rechten en verplichtingen van de levensverzekeraar uit directe verzekering overgedragen aan een door de Nederlandsche Bank aan te wijzen opvanginstelling. De opvanginstelling brengt daarbij het solvabiliteitskapitaalvereiste op de ingevolge artikel 3:57 vereiste omvang.
4.
De statuten van de opvanginstelling, met inbegrip van wijzigingen daarvan, behoeven voorafgaande instemming van de Nederlandsche Bank.
Artikel 3:153
De Nederlandsche Bank kan de levensverzekeraar en de opvanginstelling aanwijzingen geven in het belang van de goede werking van de opvang. De levensverzekeraar en de opvanginstelling volgen de aanwijzingen van de Nederlandsche Bank op. De aanwijzingen hebben geen betrekking op de herverzekeringsvoorwaarden, bedoeld in artikel 3:152, tweede lid, laatste volzin.
1.
Overdracht van de portefeuille van de levensverzekeraar ingevolge het opvangplan vindt slechts plaats nadat de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank daartoe een machtiging heeft verleend.
2.
De Nederlandsche Bank kan een verzoek tot het verlenen of tot het intrekken van een machtiging bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een advocaat.
3.
De rechtbank verleent de machtiging, tenzij de Nederlandsche Bank in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de portefeuille van de levensverzekeraar nog overlevingskans heeft.
4.
De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van haar verzoek tot machtiging aan de levensverzekeraar.
5.
De rechtbank behandelt het verzoek van de Nederlandsche Bank tot machtiging met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voorzover daarvan bij deze wet niet is afgeweken. De uitspraak wordt niet in het openbaar gedaan.
6.
De rechtbank kan inzage nemen of doen nemen van de zakelijke gegevens en bescheiden van de levensverzekeraar.
7.
De rechtbank geeft geen beschikking dan nadat de levensverzekeraar en de Nederlandsche Bank zijn gehoord althans daartoe behoorlijk zijn opgeroepen.
8.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, terugwerkend tot aan het begin van de dag waarop zij is uitgesproken, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening.
9.
De rechtbank kan op verzoek van de Nederlandsche Bank de machtiging intrekken.
10.
De Nederlandsche Bank deelt de verlening van de machtiging mede aan de betrokken levensverzekeraar en de opvanginstelling.
11.
Tegen de beschikking staat uitsluitend beroep in cassatie open. Tot het instellen van beroep in cassatie tegen de beschikking van de rechtbank uit hoofde van deze paragraaf is, buiten de Nederlandsche Bank, de levensverzekeraar bevoegd, ongeacht of deze bij de rechtbank is verschenen.
12.
Beroep in cassatie tegen de beschikking wordt ingesteld binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak van de rechtbank. De behandeling heeft in raadkamer plaats en geschiedt met de grootste spoed. De uitspraak wordt niet in het openbaar gedaan.
1.
De levensverzekeraar draagt, ter uitvoering van het opvangplan, aan de opvanginstelling de waarden over die dienen tot dekking van de technische voorzieningen, voorzover deze voorzieningen betrekking hebben op de verplichtingen die worden herverzekerd, onderscheidenlijk worden overgedragen.
2.
De levensverzekeraar draagt niet meer waarden over dan benodigd zijn voor de herverzekering, onderscheidenlijk overdracht, van de portefeuille.
3.
Indien voor de opvang meer waarden benodigd zijn dan de in het eerste lid bedoelde, draagt de levensverzekeraar aan de opvanginstelling tevens aanvullende waarden over tot het benodigde bedrag.
4.
Op de portefeuilleoverdracht door de levensverzekeraar aan de opvanginstelling zijn de artikelen 3:112, 3:117, eerste lid, 3:118, 3:119, 3:120, 3:126 en 3:128 niet van toepassing.
1.
Voor uitvoering van opvang wordt op enig moment ten hoogste € 213.610.176 [Red: voor het jaar 2015: € 269.372.650] ter beschikking gesteld, met dien verstande dat:
a. per opvangsituatie maximaal € 106.805.088 [Red: voor het jaar 2015: € 134.686.325] ter beschikking kan worden gesteld; en
b. het ter beschikking staande bedrag ten aanzien waarvan naar het oordeel van de Nederlandsche Bank bij het in werking stellen van de opvang, gehoord de vertrouwenscommissie, het aanmerkelijke risico bestaat dat het niet wordt terugbetaald, nooit hoger is dan € 106.805.088 [Red: voor het jaar 2015: € 134.686.325] .
2.
De bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks door Onze Minister aangepast aan de procentuele ontwikkeling van het totaal van de solvabiliteitskapitaalvereisten van de levensverzekeraars, bedoeld in de artikelen 3:149, eerste lid, en 3:159, zoals die blijkt uit de meest recente jaarlijkse financiële verslaglegging van de Nederlandsche Bank.
3.
De bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden in januari van het jaar waarop zij betrekking hebben door Onze Minister in de Staatscourant bekend gemaakt.
4.
Indien als gevolg van toepassing van de opvang voor een daarop volgende toepassing niet meer de maximale bedragen, bedoeld in het eerste lid, ter beschikking staan, bepaalt de Nederlandsche Bank de alsdan maximaal ter beschikking staande bedragen.
5.
De Nederlandsche Bank, gehoord de vertrouwenscommissie, stelt het bedrag vast dat in een voorkomend geval beschikbaar wordt gesteld voor de toepassing van de opvang. De Nederlandsche Bank bepaalt per levensverzekeraar in hoeverre dit bedrag in de vorm van aandelen in de opvanginstelling wordt genomen en in hoeverre dit bedrag in de vorm van een achtergestelde lening aan de opvanginstelling wordt verstrekt. De levensverzekeraars waarop deze paragraaf van toepassing is, nemen de aandelen en verstrekken de achtergestelde lening. Voor dit nemen van de aandelen, het houden ervan en het uitoefenen van de daarmee verbonden zeggenschap is geen verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, aanhef en eerste lid, onderdeel d, vereist. De Nederlandsche Bank bepaalt de voorwaarden van de achtergestelde lening.
6.
De levensverzekeraars waarop deze paragraaf van toepassing is verschaffen het ingevolge het vijfde lid vastgestelde bedrag. De Nederlandsche Bank legt daartoe aan de levensverzekeraars een aanslag op.
7.
Het zesde lid is niet van toepassing op opvanginstellingen en op levensverzekeraars ten aanzien waarvan opvang wordt toegepast of is toegepast en die uit dien hoofde nog verplichtingen hebben.
8.
De Nederlandsche Bank kan een levensverzekeraar ontheffing verlenen van het zesde lid, eerste volzin, indien de bijdrage tot gevolg zal hebben dat het solvabiliteitskapitaalvereiste van die levensverzekeraar niet meer zal voldoen aan artikel 3:57 en de levensverzekeraar niet in staat lijkt te zijn het solvabiliteitskapitaalvereiste binnen een redelijke termijn op de vereiste omvang te brengen.
9.
Ingeval een levensverzekeraar niet voldoet aan zijn verplichtingen, voortvloeiend uit het zesde lid, kan de Nederlandsche Bank een dwangbevel uitvaardigen, dat executoir kan worden verklaard door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam en dan een executoriale titel oplevert, die met de toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de Nederlandsche Bank ten uitvoer gelegd kan worden.
10.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot opvang op grond van deze paragraaf.
1.
Indien de opvanginstelling de portefeuille overdraagt aan een andere levensverzekeraar, is artikel 3:119, eerste tot en met vierde lid, eerste volzin, niet van toepassing.
2.
Indien de Nederlandsche Bank geen bedenkingen heeft tegen de overdracht, verleent zij aan de opvanginstelling instemming met de overdracht.
1.
De Nederlandsche Bank stelt, gehoord de vertrouwenscommissie, het einde van de toepassing van de opvang vast.
2.
De Nederlandsche Bank deelt het einde van de toepassing van de opvang mede aan de levensverzekeraar en de opvanginstelling.
3.
Indien na beëindiging van de toepassing van de opvang, waarbij een portefeuilleoverdracht heeft plaatsgevonden, bij de opvanginstelling een batig saldo resteert, keert de opvanginstelling dit uit aan de levensverzekeraar ten behoeve waarvan de opvang is toegepast.
4.
De opvanginstelling trekt na beëindiging van de toepassing van de opvang in elk geval de aandelen in die niet het minimumkapitaal, bedoeld in artikel 67, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vertegenwoordigen. De aandeelhouders werken hieraan mee.