Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ 1. Algemeen deel
+ 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen
- 3. Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen
+ 3a. Deel Bijzondere maatregelen en voorzieningen betreffende financiële ondernemingen
+ 4. Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen
+ 5. Deel Gedragstoezicht financiële markten
+ 6. Deel bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financiële stelsel
+ 7. Deel Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 3:111a Wet op het financieel toezicht

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
De Nederlandsche Bank kan, indien een bank met zetel in Nederland of een beleggingsonderneming met zetel in Nederland, die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet of de verordening kapitaalvereisten gestelde eisen met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering, de solvabiliteit of de liquiditeit, of indien er tekenen zijn van een ontwikkeling die de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, de liquiditeit of de solvabiliteit van de bank of beleggingsonderneming in gevaar kan brengen, dan wel indien een bank of beleggingsonderneming niet voldoet aan het bepaalde ingevolge artikel 3:62b, tweede lid, de onderstaande maatregelen treffen ten aanzien van die bank of beleggingsonderneming:
a. met inachtneming van artikel 104, derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten voorschrijven dat zij over een hogere solvabiliteit of liquiditeit beschikt dan ingevolge de artikelen 3:57 en 3:63 van deze wet of ingevolge de verordening kapitaalvereisten is vereist;
b. voorschrijven dat ingevolge artikel 3:17 ingevoerde strategieën, maatregelen en procedures worden aangescherpt;
c. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming een plan opstelt ten einde duurzaam te kunnen voldoen aan de in de aanhef bedoelde eisen en een datum vaststelt waarop het plan zal zijn uitgevoerd;
d. wijzigingen aanbrengen aan het plan, bedoeld in onderdeel c, voor wat betreft de reikwijdte daarvan en de datum waarop het plan zal zijn uitgevoerd;
e. voorschrijven dat in verband met de liquiditeitseisen of de solvabiliteitseisen een specifiek voorzieningenbeleid wordt gevoerd of de liquiditeitsposten of de activa op een specifieke wijze worden behandeld;
f. beperkingen opleggen aan bedrijfsactiviteiten en transacties van of netwerkrelaties tussen banken of beleggingsondernemingen;
g. voorschrijven dat activiteiten die een buitensporig risico met zich meebrengen voor de soliditeit van de bank of beleggingsonderneming worden beperkt of beëindigd;
h. voorschrijven dat de door de bank of beleggingsonderneming gelopen risico’s worden beperkt;
i. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming het variabele deel van de beloning tot een bepaald percentage van de totale netto-inkomsten beperkt, indien deze beloning niet met het in stand houden van de soliditeit van de bank of beleggingsonderneming te verenigen is;
j. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming haar nettowinsten gebruikt om de solvabiliteit te versterken;
k. beperkingen of een verbod opleggen ten aanzien van het doen van uitkeringen aan aandeelhouders of leden dan wel het doen van betalingen op aanvullende kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 52 van de verordening kapitaalvereisten, voor zover dat niet leidt tot een tekortkoming in de nakoming van een betalingsverplichting;
l. voorschrijven dat de staten, bedoeld in artikel 3:72, en de rapportages, bedoeld in de artikelen 99 en 100 van de verordening kapitaalvereisten, frequenter worden verstrekt of dat daarin aanvullende informatie wordt opgenomen, onder meer met betrekking tot de solvabiliteit en de liquiditeitspositie;
m. bepaalde liquiditeitsvereisten opleggen, waaronder beperkingen met betrekking tot verschillen in looptijd tussen bepaalde activa en passiva;
n. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming bij de toepassing van deel 8 van de verordening kapitaalvereisten aanvullende informatie openbaar maakt; of
o. haar voortdurende aanwezigheid instellen bij de bank of beleggingsonderneming.
2.
De Nederlandsche Bank treft in elk geval de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde maatregel indien:
a. de bank of beleggingsonderneming niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 3:17 van deze wet of artikel 393 van de verordening kapitaalvereisten gestelde eisen;
b. bepaalde risico’s of aspecten daarvan worden niet gedekt door de vereiste solvabiliteit;
c. het opleggen van andere maatregelen naar het oordeel van de Nederlandsche Bank niet binnen een redelijke termijn zal leiden tot verbetering van de ingevolge artikel 3:17 ingevoerde strategieën, procedures en maatregelen;
d. op grond van de toetsing, bedoeld in artikel 3:18b, eerste lid, blijkt dat het niet voldoen aan de eisen voor het gebruik van een intern model naar het oordeel van de Nederlandsche Bank heeft geleid tot een vaststelling van de vereiste solvabiliteit op een te laag niveau;
e. de bank of beleggingsonderneming naar het oordeel van de Nederlandsche Bank de risico’s waar zij aan bloot staat te laag heeft ingeschat; of
f. uit de resultaten van de stresstest, bedoeld in artikel 377, vijfde lid, van de verordening kapitaalvereisten, blijkt dat de vereiste solvabiliteit met betrekking tot de correlatiehandelsportefeuille, bedoeld in artikel 338 van de verordening kapitaalvereisten, op een niveau is vastgesteld dat aanmerkelijk te laag is.
3.
De Nederlandsche Bank heft de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, op zodra de omstandigheden, bedoeld in de aanhef van het eerste lid onderscheidenlijk het tweede lid, zich niet meer voordoen.