Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Natura 2000-gebieden
+ Hoofdstuk 3. Soorten
+ Hoofdstuk 4. Houtopstanden, hout en houtproducten
+ Hoofdstuk 5. Vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen
- Hoofdstuk 6. Financiële bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Handhaving
+ Hoofdstuk 8. Overig
+ Hoofdstuk 9. Overgangsrecht
+ Hoofdstuk 10. Wijziging andere wetten
+ Hoofdstuk 11. Samenloop met andere wetsvoorstellen
+ Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet natuurbescherming

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Gedeputeerde staten verlenen in voorkomende gevallen tegemoetkomingen in schade, geleden in hun provincie, aangericht door natuurlijk in het wild levende:
a. vogels van vogelsoorten als bedoeld in artikel 1 van Vogelrichtlijn, of
b. dieren die worden genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn of de bijlage , onderdeel a, bij deze wet.
2.
Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden aangericht door dieren als bedoeld in het eerste lid, en die schade redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald.
3.
Ingeval schade als bedoeld in het eerste lid mede wordt geleden in een andere provincie, wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid genomen door gedeputeerde staten waar de schade in hoofdzaak wordt geleden, in overeenstemming met gedeputeerde staten van die andere provincie.
1.
Onze Minister kan een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief voor:
a. de behandeling van een aanvraag van een vergunning of ontheffing, vereist op grond van deze wet, met inbegrip van een aanvraag tot verlenging of wijziging daarvan, voor de verlening waarvan Onze Minister bevoegd is, en de handelingen die nodig zijn voor de instandhouding van een vergunning of ontheffing;
b. de behandeling van een aanvraag van afgifte van een valkeniersakte of van andere documenten die benodigd zijn op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 3.37, eerste of tweede lid, 3.38 of 4.8, eerste, tweede of vierde lid;
c. de behandeling van een aanvraag van afgifte van krachtens deze wet voorgeschreven ringen, merken of merktekens;
d. de uitvoering van een controle of verificatie als bedoeld in een EU-verordening of EU-richtlijn als bedoeld in artikel 3.36 of 4.7;
e. de goedkeuring van een gedragscode als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, of artikel 4.4, eerste lid, onderdeel d.
2.
De korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012 kan een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door Onze Minister vastgesteld tarief voor het verstrekken van een jachtakte.
3.
Een organisatie als bedoeld in artikel 3.38, onderdeel d, kan een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door Onze Minister vastgesteld tarief voor het verstrekken van ringen, merken of merktekens.
4.
Provinciale staten kunnen een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door hen vastgesteld tarief voor:
a. de behandeling van een aanvraag van een vergunning of ontheffing, vereist op grond van deze wet, met inbegrip van een aanvraag tot verlenging of wijziging daarvan, voor de verlening waarvan zij bevoegd zijn, en de handelingen die nodig zijn voor de instandhouding van een vergunning of ontheffing;
b. de behandeling van een aanvraag tot het nemen van een besluit over de verlening van een tegemoetkoming in schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid.
1.
Het bevoegd gezag kent degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een krachtens deze wet door hem genomen, of door hem geacht te zijn genomen besluit, met uitzondering van een besluit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd.
2.
Een aanvraag wordt ingediend binnen vijf jaar na het moment waarop de oorzaak, bedoeld in het eerste lid, onherroepelijk is geworden.
3.
Het bevoegd gezag kan een schadebeoordelingscommissie instellen, en kan over de aanvraag het advies van deze schadebeoordelingscommissie inwinnen.
4.
Bij de beslissing op de aanvraag betrekt het bevoegd gezag in elk geval:
a. de voorzienbaarheid van de schadeoorzaak;
b. de mogelijkheden van de aanvrager om de schade te voorkomen of te beperken.
5.
Binnen het normale maatschappelijke risico vallende schade blijft voor rekening van de aanvrager.
6.
Indien het bevoegd gezag een tegemoetkoming toekent, vergoedt het bevoegd gezag daarbij ook:
a. de redelijkerwijs gemaakte kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en andere deskundige bijstand;
b. de wettelijke rente, te rekenen met ingang van de datum van ontvangst van de aanvraag.
7.
De kosten van de schadebeoordelingscommissie worden de verzoeker niet in rekening gebracht.
8.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:
a. de indiening en motivering van een aanvraag voor tegemoetkoming in de schade;
b. de procedure voor de behandeling van een aanvraag voor een tegemoetkoming in de schade;
c. de beoordeling van een aanvraag voor een tegemoetkoming in de schade;
d. de samenstelling van een door één van Onze Ministers in te stellen schadebeoordelingscommissie.
9.
Bij de maatregel, bedoeld in het achtste lid, kunnen provinciale staten worden verplicht om over de onderwerpen, bedoeld in het achtste lid, bij verordening regels vast te stellen.
10.
Het bevoegd gezag beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag of, indien omtrent een verzoek om schadevergoeding advies krachtens het vierde lid is ingewonnen, binnen negen weken na ontvangst van het advies.