Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Organisatie van de militaire strafrechtspraak
- Hoofdstuk III. Strafvordering
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet militaire strafrechtspraak

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Onder leden en rechters in het Wetboek van Strafvordering worden begrepen leden van een militaire kamer als bedoeld in deze rijkswet.
2.
Onder opsporingsambtenaren in de zin van artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering worden mede begrepen de in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als zodanig bevoegde ambtsdragers.
Artikel 21
In zaken betreffende strafbare feiten als bedoeld in artikel 2 treedt als raadkamer een meervoudige militaire kamer op.
1.
De raadkamer van een gerecht bedoeld in deze rijkswet kan een verhoor van een persoon die zich buiten het Europese deel van Nederland bevindt, opdragen aan een van de leden van een militaire kamer van de rechtbank, genoemd in artikel 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie, van een krachtens artikel 10 ingestelde mobiele rechtbank of van een militaire kamer van het gerecht in eerste aanleg bedoeld in artikel 17, eerste lid.
2.
Een opdracht als bedoeld in het eerste lid wordt bij voorkeur niet gegeven aan een lid, dat op enigerlei wijze bij de behandeling van een zaak betrokken is geweest.
1.
Als raadslieden kunnen worden toegelaten degenen die worden genoemd in artikel 37 van het Wetboek van Strafvordering, alsmede officieren, met dien verstande dat dezen niet worden toegelaten bij beroep in cassatie.
2.
Voor het optreden buiten het Europese deel van Nederland kan een advocaat alleen worden toegevoegd, indien hij zich daartoe bereid heeft verklaard.
3.
Een officier kan alleen worden toegevoegd, indien een advocaat niet beschikbaar is. Ook indien deze wel beschikbaar is, kan een officier als raadsman worden toegevoegd, mits de verdachte daarom uitdrukkelijk verzoekt. De toevoeging van een officier geschiedt door de voorzitter van de rechtbank, dan wel van het gerechtshof, waarvoor de zaak moet dienen. In het Europese deel van Nederland kan een officier alleen worden toegevoegd, indien hij zich daartoe bereid heeft verklaard. Een toegevoegde officier is, onverminderd het bepaalde in artikel 45 van het Wetboek van Strafvordering, verplicht als raadsman op te treden.
4.
Onder advocaat in het Wetboek van Strafvordering wordt begrepen een officier die als raadsman optreedt. Het bepaalde in de artikelen 37, 40, eerste en tweede lid, en 46 van dat wetboek is echter niet van toepassing op een officier die als raadsman optreedt.
5.
Een officier die als raadsman optreedt, geniet vergoeding voor reis- en verblijfskosten volgens bij algemene maatregel van Rijksbestuur te stellen regelen.
1.
De militair die ingeval van ontdekking op heterdaad van een misdrijf een mindere als verdachte aanhoudt, heeft het recht daarbij de hulp in te roepen van andere militairen. Deze zijn verplicht aan de vordering onmiddellijk te voldoen.
2.
De militair die ingeval van ontdekking op heterdaad van een misdrijf een mindere als verdachte aanhoudt, kan hem indien zijn overlevering aan een opsporingsambtenaar niet kan worden afgewacht, overleveren of doen overleveren aan de bevelvoerende militair van de eenheid waartoe de verdachte behoort of aan een andere door Onze Minister van Defensie aan te wijzen bevelvoerende militair. De verplichting omschreven in artikel 53, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering gaat in dat geval over op die bevelvoerende militair.
Artikel 25
Onverminderd het bepaalde in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering kan de officier van justitie of de hulpofficier van justitie voor wie degene, die verdacht wordt van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 96-104, 109 of 110 van het Wetboek van Militair Strafrecht, wordt geleid of die zelf die verdachte heeft aangehouden, na hem te hebben gehoord, bevelen dat hij naar zijn eenheid zal worden overgebracht, teneinde aldaar ter beschikking van de bevelvoerende militair van de eenheid waartoe de verdachte behoort te worden gesteld. Het bevel kan slechts worden gegeven, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de verdachte niet uit eigen beweging naar zijn eenheid zal terugkeren.
Artikel 26
Onverminderd het bepaalde in artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering kan een bevel tot voorlopige hechtenis eveneens worden gegeven in geval van verdenking van:
a. een misdrijf omschreven in het Wetboek van Militair Strafrecht waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twee jaren of meer is gesteld;
1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering kan een op het voorgaand artikel of op artikel 67 van dat wetboek gegrond bevel eveneens worden gegeven, indien uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van militaire veiligheid, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert.
2.
Een gewichtige reden van militaire veiligheid kan voor de toepassing van het vorige lid slechts in aanmerking worden genomen:
1°. indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden, dat de verdachte een misdrijf zal begaan als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg waarvan schade ontstaat aan of te duchten is voor de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie of oefening van enig onderdeel van de krijgsmacht;
2°. indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat zonder onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte andere militairen een misdrijf zullen begaan als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg waarvan schade ontstaat aan of te duchten is voor de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie of oefening van enig onderdeel van de krijgsmacht.
Artikel 28
De strafbepalingen van het Wetboek van Militair Strafrecht en de gedragsregels van de Wet militair tuchtrecht zijn niet van toepassing op de schending van een bevel, dat aan de verdachte is gegeven ingevolge een bij de wet in het belang van strafvordering toegekende bevoegdheid.
1.
Artikel 46 van de Wet op de rechterlijke organisatie is van toepassing met dien verstande, dat de rechters-commissarissen, belast met de behandeling van zaken betreffende strafbare feiten als bedoeld in artikel 2 van deze rijkswet, worden benoemd uit de leden en plaatsvervangende leden van de militaire kamers.
2.
Een militair lid, dat ingevolge het eerste lid is benoemd tot rechter-commissaris, treedt als zodanig op met dien verstande dat hij:
a. niet bevoegd is bevelen als bedoeld in de artikelen 63, 206, 214 en 221 van het Wetboek van Strafvordering te geven;
b. alleen kan optreden indien het onderzoek van de zaak geheel of overwegend buiten Nederland plaatsvindt;
c. buiten het geval bedoeld onder b, kan optreden, indien de zaak naar het oordeel van de voorzitter van de militaire kamer van zodanige aard is dat onderzoek door een militair lid de voorkeur verdient.
Artikel 30
Ingeval van overdracht van een zaak aan een ander gerecht na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting, zal dat gerecht het onderzoek opnieuw aanvangen.
1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de verklaring van een meerdere of gewezen meerdere volledig bewijs van schuld opleveren, indien zij betrekking heeft op de schending van een door hem gegeven dienstbevel, dan wel op een tegen hem gepleegde feitelijke insubordinatie of muiterij.
2.
De militair die zich beroept op een grond die overeenkomstig een van de artikelen 40-43 van het Wetboek van Strafrecht de strafbaarheid van een door hem als schildwacht gepleegd feit zou uitsluiten, wordt geacht rechtmatig te hebben gehandeld, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
Artikel 32
De termijn van dagvaarding voor de militaire politierechter en de militaire kantonrechter is tenminste vijf dagen.
1.
Bij algemene maatregel van Rijksbestuur worden regels gesteld met betrekking tot de vergoeding voor reis- en verblijfkosten van de verdachte die in verband met de uitoefening van de dienst in een ander land verblijft dan waarin de rechter zitting houdt, voorzover de rechter zijn verschijning in persoon heeft bevolen.
2.
Onze Minister van Justitie kan aan de verdachte een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten verlenen, indien de rechter zijn verschijning in persoon heeft bevolen en betrokkene naar het oordeel van Onze Minister zeer hoge kosten heeft moeten maken.
Artikel 35
In geval van hoger beroep is de vorige titel van overeenkomstige toepassing.
Artikel 36
In geval van verwijzing als bedoeld in artikel 440, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, wordt de zaak verwezen:
a. wanneer de vernietigde uitspraak is gedaan door een militaire kamer van de rechtbank, genoemd in artikel 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie, naar het gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie;
b. wanneer zij is gedaan door de militaire kamer van het gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie, naar datzelfde gerechtshof.
De verwezen zaak wordt behandeld door de militaire kamer. Aan de behandeling van de verwezen zaak nemen bij voorkeur geen leden deel die op enigerlei wijze bij de behandeling van de zaak betrokken zijn geweest.
1.
Bij toepassing van artikel 471, eerste lid, en artikel 472, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering vindt, indien de in die artikelen bedoelde gevallen betrekking hebben op zaken als bedoeld in artikel 2, verwijzing plaats naar het gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie.
2.
Bij toepassing van artikel 482g, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering vindt, indien de in die artikelen bedoelde gevallen betrekking hebben op zaken als bedoeld in artikel 2, verwijzing plaats naar de rechtbank, genoemd in artikel 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie.
3.
Aan de behandeling van de verwezen zaak nemen bij voorkeur geen leden deel die op enigerlei wijze bij de behandeling van die zaak betrokken zijn geweest.
Artikel 38
Bij de toepassing van artikel 473, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de artikelen 26 en 27 mede van overeenkomstige toepassing.
1.
In zaken betreffende minderjarigen, die ten tijde van het begaan van het feit de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt zijn de artikelen 488, derde lid, 489, 493, derde lid, 495a, 495b, 496, 497, 500, eerste lid, 504, eerste lid en 505 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, indien die zaken betrekking hebben op misdrijven.
2.
Tenzij aanstonds onvoorwaardelijk van vervolging wordt afgezien, wint de officier van justitie in de in het vorige lid bedoelde zaken voorzover nodig inlichtingen in omtrent de opvoeding, het karakter, de ontwikkeling en het doorgaand gedrag van de verdachte, ook door het horen van getuigen die hem door diens ouders of voogd zijn opgegeven.
3.
Ingeval van hoger beroep in de in het eerste lid bedoelde zaken zijn de artikelen 488, derde lid, 489, eerste en tweede lid, 495a, 495b, 496 en 497 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Artikel 40
De artikelen 510 en 511 van het Wetboek van Strafvordering vinden geen toepassing ten aanzien van de militaire leden van een militaire kamer of van een mobiele rechtbank.
Artikel 41
De bevoegdheden bedoeld in artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering kunnen mede worden uitgeoefend in geval van een strafbaar feit als omschreven in de Eerste Titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Militair Strafrecht.
Artikel 42
In afwijking van het bepaalde in artikel 588, eerste lid, onder b, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het gerechtelijk schrijven bestemd voor hen die feitelijk in werkelijke dienst verblijven worden uitgereikt op het adres van het onderdeel of dienstvak, waarbij zij zijn ingedeeld.
Artikel 43
Op de mobiele rechtbank en de ambtsdragers bij dat college zijn van overeenkomstige toepassing:
a. het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de rechtbank en de ambtsdragers daarbij;
b. het bepaalde in de titels I-V en VIII van dit hoofdstuk met betrekking tot de rechtbank, de militaire kamers en de ambtsdragers daarbij voorzover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.
1.
Indien de benoeming van de rechter-commissaris niet kan geschieden op de wijze als in de Wet op de rechterlijke organisatie voorzien, benoemt de voorzitter van de mobiele rechtbank een of meer leden tot rechter-commissaris voor de tijd van één jaar. Deze is steeds weer dadelijk benoembaar.
2.
Het bepaalde in artikel 29, tweede lid, is niet van toepassing indien er geen rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie beschikbaar zijn om tot rechter-commissaris te worden benoemd.
Artikel 45
De Noodwet rechtspleging is niet van toepassing op de mobiele rechtbank.
Artikel 46
Indien zulks noodzakelijk is om de militaire strafrechtspraak te waarborgen, kan Onze Minister van Justitie bepalen dat:
a. in het rechtsgebied van een mobiele rechtbank:
1°. de termijnen genoemd in de artikelen 58 en 64 van het Wetboek van Strafvordering tijdelijk zijn verdubbeld;
2°. tijdelijk bij dagvaarding betreffende een strafbaar feit kan worden volstaan met een korte aanduiding van het feit dat te laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, en de termijnen genoemd in artikel 265 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 32 van deze rijkswet ook zonder toestemming van de verdachte tijdelijk kunnen worden verkort, een en ander voorzover de verdachte daardoor naar het oordeel van de rechtbank niet in zijn verdediging wordt geschaad;
b. de mobiele rechtbank wettelijke voorschriften betreffende de termijnen en vormen, indien deze ten gevolge van de bijzondere omstandigheden in redelijkheid niet konden of kunnen worden in acht genomen, buiten beschouwing kan laten;
c. de beslissingen in zaken van bepaalde mobiele rechtbanken niettegenstaande de artikelen 557-560 van het Wetboek van Strafvordering ten uitvoer kunnen worden gelegd. Zodra de uitvoering van een beslissing een aanvang heeft genomen, vervallen de gewone rechtsmiddelen.
Artikel 47
De krachtens artikel 46 getroffen voorzieningen worden ingetrokken zodra de omstandigheden dit toelaten.
Artikel 48
Krachtens de artikelen 46 en 47 door Onze Minister van Justitie te nemen besluiten treden, tenzij daarbij anders is bepaald, in werking met ingang van de dag na die van hun bekendmaking. Daarin kan worden bepaald dat zij onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden.
1.
Krachtens de artikelen 46, 47 en 48 door Onze Minister van Justitie te nemen besluiten worden bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant.
2.
Indien het landsbelang dit naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, kan de Minister van Justitie een besluit als bedoeld in het voorgaande lid op andere wijze bekend maken.
1.
Indien en voor zolang de verbinding met Onze Minister van Veiligheid en Justitie is verbroken, oefent de in artikel 10, tweede lid, bedoelde militaire autoriteit, ten aanzien van een door hem ingestelde mobiele rechtbank, de bevoegdheden uit, die in de artikelen 46 en 47 aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn toegekend.
2.
De artikelen 48 en 49 zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de Minister van Veiligheid en Justitie wordt gelezen de in het eerste lid bedoelde militaire autoriteit.
Artikel 51
Op de Gerechten in eerste aanleg en op het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de militaire kamers van die colleges en de ambtsdragers daarbij zijn in zaken betreffende personen, die vallen onder de in artikel 17, eerste lid, bedoelde rechtsmacht, van overeenkomstige toepassing:
a. het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de rechtbank, onderscheidenlijk het gerechtshof en de ambtsdragers bij die colleges;
b. het bepaalde in de titels I-V en VIII van dit hoofdstuk met betrekking tot de rechtbank onderscheidenlijk het gerechtshof, de militaire kamers van die colleges en de ambtsdragers daarbij voorzover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.
Artikel 52
Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het verhoor van een persoon die zich buiten Aruba, Curaçao of Sint Maarten of buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt.
1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 23 kunnen in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ook als raadsman worden toegelaten personen die bevoegd zijn om aldaar als raadsman in strafzaken op te treden.
2.
Als raadsman van de verdachte kunnen bij de Hoge Raad ook optreden advocaten, ingeschreven bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Artikel 54
Onverminderd het bepaalde in artikel 29 kan een militair lid als rechter-commissaris optreden indien het onderzoek van de zaak geheel of overwegend buiten Aruba, Curaçao of Sint Maarten of buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba plaatsvindt.
Artikel 55
Onverminderd het bepaalde in artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering kan in zaken betreffende overtredingen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 382, onder b, onder 1° tot en met 6°, van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte zich op de terechtzitting doen vertegenwoordigen door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijke gemachtigde, tenzij de rechter beveelt dat hij in persoon zal verschijnen.
Artikel 56
In de gevallen van verwijzing als bedoeld in de artikelen 36, eerste volzin, en 37, eerste volzin, vindt de behandeling van de zaak door de militaire kamer van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie plaats op de wijze als voorzien in artikel 36, tweede volzin.
1.
Artikel 344, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op geschriften opgemaakt door de in dat artikel bedoelde colleges, ambtenaren of personen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2.
Artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 58
In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kunnen opsporingsambtenaren bij de uitoefening van hun bevoegdheden niet dan met inachtneming van de grenzen in de ter plaatse geldende wetgeving voor de gewone strafvordering gesteld, inbreuk maken op de rechten van niet aan de in artikel 2 bedoelde rechtsmacht onderworpen personen.
1.
Buiten het Koninkrijk of binnen de territoriale zee kunnen door Onze Ministers van Justitie en van Defensie aan te wijzen bevelvoerende militairen, indien en zolang geen hulpofficier van justitie aanwezig is en diens komst niet kan worden afgewacht, de bevoegdheden uitoefenen welke het Wetboek van Strafvordering toekent aan de hulpofficier van justitie.
2.
Indien en zolang geen opsporingsambtenaar aanwezig is en diens komst niet kan worden afgewacht, kunnen de krachtens het voorgaande lid aangewezen militairen de bevoegdheden uitoefenen welke het Wetboek van Strafvordering toekent aan de opsporingsambtenaar.
4.
Artikel 539e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de verrichting bedoeld in artikel 57, eerste lid, van dat wetboek niet kan worden opgedragen.
6.
Artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op het proces-verbaal van een krachtens het eerste lid aangewezen militair.
1.
In geval een verdachte buiten het Koninkrijk of binnen de territoriale zee in verzekering is gesteld, stelt degene die het bevel daartoe heeft gegeven, de officier van justitie hiervan onverwijld en op snelst mogelijke wijze in kennis. De officier van justitie doet, tenzij hij in het belang van het onderzoek anders beslist, de verdachte zo spoedig mogelijk voor zich geleiden.
2.
Indien en zolang de verbinding met de officier van justitie niet mogelijk is, blijft het bevel tot inverzekeringstelling van kracht tot het moment dat de verbinding is hersteld.
1.
Buiten het Koninkrijk kunnen opsporingsambtenaren de bevoegdheden uitoefenen welke aan hen zijn toegekend bij enige bepaling van een andere wet dan deze of het Wetboek van Strafvordering , indien dat bij algemene maatregel van Rijksbestuur is bepaald.
2.
Artikel 59 is van overeenkomstige toepassing.