Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk 2. De Nederlandse Zorgautoriteit
+ Hoofdstuk 3. Taken en bevoegdheden Nederlandse Zorgautoriteit
+ Hoofdstuk 4. Marktontwikkeling en -ordening
+ Hoofdstuk 5. Informatie
- Hoofdstuk 6. Handhaving
+ Hoofdstuk 7. Wijzigingen in andere wetten
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet marktordening gezondheidszorg

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast:
a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren;
b. de bij besluit van de zorgautoriteit aangewezen medewerkers van de zorgautoriteit;
c. de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid; en
d. de medewerkers van de FIOD-ECD.
2.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 73
Degenen die ingevolge artikel 72 belast zijn met toezicht op de naleving en degenen die ingevolge artikel 17 van de Wet op de economische delicten belast zijn met de opsporing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald of strafbaar is gesteld, verstrekken elkaar alle gegevens en inlichtingen voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taak.
Artikel 74
De zorgautoriteit heeft een meldpunt voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde.
Artikel 75
De zorgautoriteit maakt openbaar op welke wijze zij van plan is uitvoering te geven aan de in dit hoofdstuk aan haar toegekende taken en bevoegdheden.
1.
De zorgautoriteit is bevoegd ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 23, 25, tweede lid, 27, 31, 34, 35 tot en met 45, 48, 49, 49a, 49c, derde lid, 49d, tweede lid, 61, 62 en 68 een aanwijzing te geven, erop gericht dat aan het bepaalde bij of krachtens die artikelen wordt voldaan.
2.
Indien de zorgautoriteit een zorgaanbieder een aanwijzing geeft ter handhaving van artikel 35, zevende lid, of artikel 37, eerste lid, aanhef en onder d, kan de aanwijzing voor zover het betreft de hoogte van het af te dragen bedrag uitsluitend de verplichting inhouden dat de zorgaanbieder een door de zorgautoriteit te bepalen bedrag van ten hoogste de overschrijding van de in die artikelen bedoelde vaste grens, bovengrens of bandbreedtegrens afdraagt aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg.
Artikel 77
De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder b en c, een aanwijzing geven aan een zorgverzekeraar, dan wel aan een verzekeraar die verzekeringen als zorgverzekering aanbiedt of uitvoert die niet aan het bepaalde bij of krachtens de Zorgverzekeringswet voldoen.
1.
De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder d, een aanwijzing geven aan een Wlz-uitvoerder die, of het CAK dat, niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet langdurige zorg .
2.
De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder f, een aanwijzing geven aan het CAK indien het CAK niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens artikel 118a van de Zorgverzekeringswet en artikel 2.1.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is geregeld.
3.
Indien een Wlz-uitvoerder werkzaamheden aan andere Wlz-uitvoerder heeft uitbesteed en een door de zorgautoriteit op grond van het eerste lid gegeven aanwijzing met betrekking tot de wijze waarop deze taak door de desbetreffende persoon wordt uitgevoerd, niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn tot een rechtmatige en doelmatige uitvoering heeft geleid, meldt de zorgautoriteit dit, onder vermelding van de naam van de Wlz-uitvoerder waaraan is uitbesteed, aan Onze Minister.
Artikel 78a
De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder g, een aanwijzing geven aan een zorgaanbieder, erop gericht dat aan de naleving van het in dat onderdeel genoemde artikel 66d, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet wordt voldaan.
1.
De zorgautoriteit geeft geen aanwijzing als bedoeld in de artikelen 76 tot en met 78a omtrent de beoordeling of behandeling van individuele gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht.
2.
Bij de aanwijzing stelt de zorgautoriteit een termijn waarbinnen de betrokkene aan de aanwijzing voldoet.
1.
Indien een zorgverzekeraar, een verzekeraar als bedoeld in artikel 77, het CAK dan wel een Wlz-uitvoerder, hierna te noemen: betrokkene, niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid, aan een krachtens artikel 77 onderscheidenlijk 78 gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd:
a. een last onder bestuursdwang op te leggen, of
b. ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding van de overwegingen die tot die kennisgeving hebben geleid:
1°. dat de betrokkene verzekeringen als zorgverzekering aanbiedt of uitvoert die niet aan het bij of krachtens de Zorgverzekeringswet geregelde voldoen;
2°. dat de zorgverzekeraar dan wel de Wlz-uitvoerder in strijd handelt met een of meer door de zorgautoriteit genoemde, bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg geregelde bepalingen;
3°. dat aan de betrokkene een aanwijzing is gegeven dan wel een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is opgelegd.
2.
De zorgautoriteit stelt, indien zij voornemens is een feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan in kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
3.
In afwijking van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is de zorgautoriteit niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.
4.
De beschikking om een feit ter openbare kennis te brengen, vermeldt in ieder geval het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht alsmede de wijze en de termijn waarop dit zal geschieden.
5.
Het ter openbare kennis brengen geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, aan de betrokkene.
6.
Indien de betrokkene verzoekt een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht te treffen, wordt de werking van de beschikking opgeschort totdat er een uitspraak is van de voorzieningenrechter.
7.
Indien het adequaat functioneren van de verzekeringsmarkt of de positie van de verzekeraars op die markt geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit, in afwijking van het tweede tot en met zesde lid, het feit onverwijld ter openbare kennis brengen.
8.
Indien de betrokkene na een publicatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, alsnog voldoet aan de aanwijzing, doet de zorgautoriteit hiervan op dezelfde wijze mededeling als bij de voorafgaande publicatie.
1.
Indien een zorgaanbieder of een ziektekostenverzekeraar, voorzover niet in een geval als bedoeld in artikel 80, eerste lid, hierna te noemen: betrokkene, niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, aan een krachtens artikel 76 gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd:
a. een last onder bestuursdwang op te leggen,
b. ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding van de overwegingen die tot die kennisgeving hebben geleid:
1°. dat de betrokkene in strijd handelt met een of meer door de zorgautoriteit genoemde, bij of krachtens deze wet geregelde bepalingen;
2°. dat aan de betrokkene een aanwijzing is gegeven dan wel een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is opgelegd, of
c. het bedrag, bedoeld in artikel 76, tweede lid, in te vorderen. Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
2.
Indien het adequaat functioneren van de zorgverlenings- of zorginkoopmarkt of de positie van zorgaanbieders op die markt geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit het feit onverwijld ter openbare kennis brengen.
3.
Het tweede tot en met achtste lid van artikel 80 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste en tweede lid.
1.
Indien een zorgaanbieder niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid, aan een krachtens artikel 78a gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd:
een last onder bestuursdwang op te leggen, of
ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding van de overwegingen die tot de kennisgeving hebben geleid:
1 e dat de zorgaanbieder in strijd handelt met artikel 66d, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet;
2 e dat aan de zorgaanbieder een aanwijzing is gegeven dan wel een last onder dwangsom of bestuurlijke boete is opgelegd.
2.
Artikel 80, tweede tot en met zesde lid en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Indien het adequaat functioneren van de zorgverleningsmarkt of de positie van de zorgaanbieders op die markt geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit, in afwijking van het tweede lid juncto artikel 80, tweede tot en met zesde lid, het feit onverwijld ter openbare kennis brengen.
Artikel 82
De zorgautoriteit is ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 25, tweede lid, 31, 35 tot en met 45, 48, 49, 49a, 49c, derde lid, 49d, tweede lid, 61, 62, 68, 68a of 79, tweede lid, bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang dan wel het opleggen van een last onder dwangsom.
1.
De zorgautoriteit kan een zorgverzekeraar een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 3, 4, tweede tot en met vijfde lid, 5, derde lid, 9, 25, derde lid, 28, 29, eerste en tweede lid, 35, tweede lid, 37, 38, eerste en vierde lid, 64, tweede lid, 68, tweede lid, 86, 87, vijfde of zesde lid, 89, eerste, tweede en zevende lid, 90, 92, 96, vijfde lid, 114 of 118a, derde lid, van de Zorgverzekeringswet.
2.
De zorgautoriteit kan een verzekeraar onderscheidenlijk rechtspersoon een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 25, eerste en tweede lid, respectievelijk 30 van de Zorgverzekeringswet.
3.
De zorgautoriteit kan een verzekeraar die verzekeringen als zorgverzekering aanbiedt of uitvoert die niet aan het bij of krachtens de Zorgverzekeringswet geregelde voldoen, een last onder dwangsom opleggen.
Artikel 84
De zorgautoriteit kan een AWBZ-verzekeraar, het CAK of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens die wet of de Wet financiering sociale verzekeringen .
Artikel 84a
De zorgautoriteit kan een zorgaanbieder een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van artikel 66d, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.
1.
De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 23, 34 tot en met 45, 48, eerste lid, 49, 49a, 49c, derde lid, 49d, tweede lid, 61, 62 of 68.
2.
De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 500 000 of, indien dat meer is, tien procent van de omzet van de onderneming in Nederland.
3.
De berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op de voet van hetgeen artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt voor de netto-omzet.
1.
De zorgautoriteit kan aan een zorgverzekeraar een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 25, derde lid, 28, of 29, eerste en tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.
2.
De zorgautoriteit kan aan een verzekeraar of rechtspersoon een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften, gesteld bij de artikelen 25, eerste en tweede lid, of   30 van de Zorgverzekeringswet.
3.
De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 500 000.
1.
De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen aan een zorgverzekeraar die het Zorginstituut of een door hem aangewezen persoon onjuiste of onvolledige informatie verschaft met betrekking tot de aantallen bij hem verzekerde verzekeringsplichtigen, hun verzekerdenkenmerken of zijn zorgkosten, noodzakelijk voor de vaststelling van de bijdragen, bedoeld in de artikelen 32 tot en met 34 van de Zorgverzekeringswet.
2.
De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 10 000 000.
1.
De zorgautoriteit kan aan een zorgverzekeraar een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 4, tweede tot en met vijfde lid, 5, derde lid, 9, 35, tweede lid, 37, 38, eerste en vierde lid, 64, tweede lid, 68, tweede lid, 86, 90, 92, 114 of 118a, derde lid, van de Zorgverzekeringswet.
2.
De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 100 000.
1.
De zorgautoriteit kan een bestuurlijke boete opleggen aan degene die niet voldoet aan een hem bij of krachtens artikel 68a van deze wet of artikel 87, vijfde of zesde lid, 88 of 89 van de Zorgverzekeringswet opgelegde verplichting.
2.
De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding bedraagt ten hoogste € 2 250.
1.
De zorgautoriteit kan een zorgaanbieder een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van artikel 66d, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.
2.
Artikel 85, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
De zorgautoriteit draagt het op grond van artikel 81, eerste lid, onderdeel c, ingevorderde bedrag af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg.
2.
De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 82 en 85 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan ’s Rijks kas.
3.
De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 83 en 86 tot en met 89 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan het Zorgverzekeringsfonds.
4.
De zorgautoriteit draagt de op grond van artikel 84 ingevorderde dwangsommen af aan het Fonds langdurige zorg.
5.
De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 81a, 84a en 90 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
Artikel 105
Met betrekking tot besluiten waarbij consumenten of patiënten belanghebbend kunnen zijn, worden voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, op landelijk niveau werkzame consumenten- en patiëntenorganisaties als belanghebbenden aangemerkt.
Artikel 107
In afwijking van artikel 45 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de rechtbank Rotterdam in eerste aanleg kennis van strafzaken en economische delicten in de zin van deze wet.