Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders
§ 2a. Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling
§ 2b. Kwaliteit en rechtspositie
§ 2c. Toezicht en handhaving
+ § 3. Provinciale staten en gedeputeerde staten
+ § 4. Eigen bijdrage
+ § 5. Financiële tegemoetkomingen
+ § 6. Uitkering aan mantelzorgers
+ § 7. Specifieke uitkeringen
- § 8. Stimuleringsuitkeringen
+ § 8a. Huishoudelijke verzorging
- § 8b. Steunpunt huiselijk geweld
+ § 9. Gegevensverstrekking
+ § 10. Evaluatiebepaling
+ § 11. Overige bepalingen
+ § 12. Wijziging van andere wetten
+ § 13. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Wet maatschappelijke ondersteuning

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.
1.
Het college van burgemeester en wethouders van elk van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gemeenten draagt zorg voor de organisatie van een steunpunt huiselijk geweld, ten behoeve van die gemeente en de omliggende regio.
2.
Een steunpunt huiselijk geweld oefent de volgende taken uit:
a. het fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld;
b. het in kennis stellen van een instantie die passende professionele hulp kan verlenen bij huiselijk geweld, van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft;
c. het in kennis stellen van de politie van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft;
d. het in kennis stellen van het advies- en meldpunt kindermishandeling van een melding van huiselijk geweld of een vermoeden daarvan, als er kinderen in het gezin zijn;
e. het op de hoogte stellen van degene die een melding heeft gedaan, van de stappen die naar aanleiding van de melding zijn ondernomen.
3.
Het steunpunt huiselijk geweld verstrekt aan degene die een vermoeden van huiselijk geweld heeft, desgevraagd advies over de stappen die in verband daarmee kunnen worden ondernomen en verleent daarbij zo nodig ondersteuning.
4.
Het college van burgemeester en wethouders van elk van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gemeenten bevordert een goede samenwerking tussen het steunpunt huiselijk geweld en het advies- en meldpunt kindermishandeling, de hulpverlenende instanties en de politie.
5.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de werkwijze van een steunpunt huiselijk geweld bij de uitoefening van de taken, bedoeld in het tweede en derde lid, en over de deskundigheid waarover een steunpunt huiselijk geweld moet beschikken om een verantwoorde uitvoering van zijn taken te kunnen realiseren.
Artikel 21c
Het steunpunt huiselijk geweld verwerkt persoonsgegevens ten behoeve van de goede vervulling van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede en derde lid. Het steunpunt huiselijk geweld is de verantwoordelijke voor deze verwerking.
1.
Een steunpunt huiselijk geweld kan zonder toestemming van degene die het betreft persoonsgegevens uitsluitend verwerken indien dit noodzakelijk is te achten voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid.
2.
Een steunpunt huiselijk geweld kan zonder toestemming van degene die het betreft bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens uitsluitend verwerken indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van huiselijk geweld kan worden afgeleid en dit noodzakelijk is te achten voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid.
3.
Derden die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van hun ambt of beroep tot geheimhouding zijn verplicht kunnen, zonder toestemming van degene die het betreft, aan een steunpunt huiselijk geweld desgevraagd of uit eigen beweging inlichtingen verstrekken waarover zij beroepshalve beschikken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen of een redelijk vermoeden van huiselijk geweld te onderzoeken.
1.
Indien aan een steunpunt huiselijk geweld bij de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, persoonsgegevens worden verstrekt door een ander dan de betrokkene, brengt hij, in afwijking van artikel 34, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens, de betrokkene hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen vier weken na het moment van vastlegging van de hem betreffende gegevens, op de hoogte.
2.
De in het eerste lid genoemde termijn kan door het steunpunt huiselijk geweld telkens met ten hoogste twee weken worden verlengd, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, en dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
3.
In afwijking van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens kan een steunpunt huiselijk geweld de mededeling als bedoeld in dat artikel aan de betrokkene achterwege laten voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
4.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin het bekendmaken van de identiteit van de persoon die het huiselijk geweld of het vermoeden daarvan heeft gemeld of van de persoon van wie informatie in het kader van het onderzoek is verkregen, achterwege kan blijven.
1.
Het steunpunt huiselijk geweld verstrekt aan een betrokkene desgevraagd zo spoedig mogelijk inzage in en afschrift van de bescheiden waarover deze met betrekking tot die betrokkene beschikt.
2.
Inzage in of afschrift van de bescheiden wordt aan de betrokkene geweigerd, indien deze:
a. jonger dan twaalf jaren is, of
b. de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
3.
Indien de betrokkene jonger is dan zestien jaren, of de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, worden desgevraagd aan de wettelijke vertegenwoordiger inlichtingen dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden verstrekt, tenzij het belang van de betrokkene zich daartegen verzet.
4.
Inlichtingen over, inzage in of afschrift van bescheiden kan worden geweigerd, voor zover de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de betrokkene daardoor zou worden geschaad dan wel dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, of om een situatie van huiselijk geweld te beëindigen dan wel een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken.
5.
Voor de verstrekking van een afschrift kan een vergoeding worden gevraagd overeenkomstig de krachtens artikel 39 van de Wet bescherming persoonsgegevens gestelde regels.
1.
Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, verstrekt een steunpunt huiselijk geweld aan anderen dan de betrokkene geen inlichtingen over de betrokkene, dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden dan met toestemming van de betrokkene.
2.
Indien de betrokkene minderjarig is, is in plaats van diens toestemming de toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger vereist, indien hij:
a. jonger is dan twaalf jaren, of
b. de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
3.
Onder anderen dan de betrokkene zijn niet begrepen degenen van wie beroepshalve de medewerking vereist is bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, door het steunpunt huiselijk geweld.
Artikel 21i
Onverminderd artikel 21j bewaart het steunpunt huiselijk geweld bescheiden die deze met betrekking tot een betrokkene onder zich heeft gedurende vijftien jaren, te rekenen van het tijdstip van ontvangst of waarop zij door het steunpunt huiselijk geweld zijn vervaardigd, of zoveel langer als redelijkerwijs in verband met een zorgvuldige uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, noodzakelijk is.
1.
Het steunpunt huiselijk geweld vernietigt de door hem bewaarde bescheiden binnen drie maanden na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van degene op wie de bescheiden betrekking hebben.
2.
Het eerste lid geldt niet voor zover het verzoek bescheiden betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de verzoeker alsmede voor zover het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet.
3.
Het verzoek wordt niet ingewilligd indien het gedaan is door iemand die:
a. jonger is dan twaalf jaren, of
b. minderjarig is en de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
4.
In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan het verzoek door een wettelijke vertegenwoordiger worden gedaan.