Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 7a
Artikel 7b
Artikel 7c
Artikel 7d
Artikel 7e
Artikel 7f
Artikel 8
Artikel 8a
Artikel 8b
Artikel 8c
Artikel 8d
Artikel 8e
Artikel 8f
Artikel 8g
Artikel 8h
Artikel 8i
Artikel 8j
Artikel 8k
Artikel 8l
Artikel 8m
Artikel 8n
Artikel 8o
Artikel 8p
Artikel 8q
Artikel 8r
Artikel 8s
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 2 Wet identificatie bij dienstverlening

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2008. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2008.
1.
De instelling is verplicht de identiteit van een cliënt vast te stellen voordat zij aan die cliënt een dienst verleent.
Indien de cliënt een natuurlijke persoon is die onbekwaam is de met de dienst verband houdende rechtshandeling te verrichten, kan de instelling volstaan met het vaststellen van de identiteit van degene die daarbij als de wettelijke vertegenwoordiger optreedt.
Indien de instelling bij de vaststelling van de identiteit overeenkomstig de artikelen 3 en 4 in redelijkheid kan twijfelen aan de juistheid van de verstrekte gegevens, verleent zij geen dienst dan nadat zij door het inwinnen van nadere informatie voldoende zekerheid heeft verkregen omtrent de identiteit van de cliënt.
2.
Het eerste lid is bovendien van toepassing indien:
a. bij het verlenen van de dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 7°, niet bekend is welk bedrag daarmee gemoeid zal zijn;
b. De premie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, de uitkering, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, het bedrag van de transactie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 7°, of het contante gedeelte van de betaling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 8°, kleiner is dan het ingevolge die bepalingen vastgestelde bedrag, maar de dienst betrekking heeft op een transactie die aan de hand van de ingevolge artikel 8 van de Wet melding ongebruikelijke transacties vastgestelde indicatoren als een ongebruikelijke transactie als bedoeld in die wet dient te worden aangemerkt; of
c. De premie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, de uitkering, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, het bedrag van de transactie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 7°, of het contante gedeelte van de betaling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 8°, kleiner is dan het ingevolge die bepalingen vastgestelde bedrag, maar de instelling weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de transactie waarop de dienst betrekking heeft deel uitmaakt van een geheel van met elkaar samenhangende transacties, waarbij verschillende instellingen zijn betrokken.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot de dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5° en 6°, voor zover het betreft een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, tenzij deze wordt afgekocht of als zekerheidsstelling dient.
4.
Aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, is voldaan, indien de instelling voor de vaststelling van de identiteit van een cliënt gebruik maakt van de gegevens die zij bij een eerder aan die cliënt verleende dienst, overeenkomstig de bepalingen van deze wet of ingevolge de Wet identiteitsvaststelling bij financiële dienstverlening heeft vastgesteld. De eerste volzin is niet van toepassing indien het betreft een dienst ter zake van een transactie met een tegengestelde waarde of gezamenlijke tegenwaarde welke gelijk is aan dan wel meer bedraagt dan een bedrag van € 10 000 en deze dienst wordt verricht door een ander filiaal van de dienst dan het filiaal dat de identiteit van de cliënt heeft vastgesteld.
5.
Onze Minister kan vrijstelling verlenen van het eerste lid indien als cliënt optreedt:
a. een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van kredietinstelling of financiële instelling mag uitoefenen;
b. een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen;
c. een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht beleggingsinstellingen mag beheren of een financiële onderneming die ingevolge deze wet rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden;
d. een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten;
e. een onderneming of dienst die behoort tot een door Onze Minister aan te wijzen categorie.
6.
Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid.
7.
Aan een vrijstelling als bedoeld in het vijfde lid en aan een ontheffing als bedoeld in het zesde lid kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.