Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. De financiering van het ABP
+ § 3. Het Vut-fonds en de financiering daarvan
+ § 4
- § 5
+ § 6. Aanpassing van salarissen
+ § 7. Financiële aanspraken en verplichtingen van het ABP
+ Paragraaf 8
+ § 9. Wijzigingen van de Abp-wet
+ § 10. Wijzigingen van de Algemene militaire pensioenwet
+ § 11. Wijziging en intrekking van andere wetten
+ § 12. Overgangsrecht en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 28 Wet financiële voorzieningen privatisering ABP

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
b. werknemer: voor zover geen werknemer in de zin van de Ziektewet en de Werkloosheidswet :
1°. de overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP ;
2°. de militair ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931, tenzij hij aanspraak heeft op zakgeld of voor eerste oefening onder de wapenen is;
3°. degene die voorzitter of lid van een waterschap is, of van een ander publiekrechtelijk lichaam;
4°. degene die behoort tot het personeel van de Koninklijke Hofhouding, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet gevolgen privatisering ABP voor het personeel van de Koninklijke Hofhouding.
2.
In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:
a. loon:
1°. een uitkering, militair pensioen, of doorbetaling van bezoldiging als bedoeld in het vierde lid;
2°. een aan de militair ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, na diens ontslag toe te kennen herplaatsingstoelage;
3°. en de inhouding, bedoeld in artikel 31;
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid wordt voor de toepassing van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde ten aanzien van de werknemer die een deeltijdbetrekking vervult dan wel uit een deeltijdbetrekking een WAO-uitkering of uitkering, als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, onder 3°, ontvangt, onder loon verstaan: het in het eerste lid bedoelde loon, gedeeld door de deeltijdfactor, onderscheidenlijk de deeltijdfactor die gold voor de oorspronkelijke betrekking.
4.
Onder werknemer wordt in deze paragraaf mede verstaan:
a. de in het eerste lid bedoelde werknemer wiens dienstverhouding of functievervulling als zodanig is geëindigd en die daaraan recht ontleent op:
1°. een pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen ter zake van wettelijke en bovenwettelijke arbeidsongeschiktheid, alsmede arbeidsongeschiktheid met dienstverband, met uitzondering van dat gedeelte van het pensioen waarvan de hoogte wordt bepaald door invaliditeit met dienstverband;
2°. een uitkering op grond van een ontslag uitkeringsregeling anders dan in verband met vrijwillig vervroegd uittreden, functioneel leeftijdsontslag, of de toepassing van de Uitkeringswet gewezen militairen ;
b. de gewezen overheidswerknemer die na beëindiging van zijn dienstverband, in verband met ziekte recht heeft op doorbetaling van zijn bezoldiging.
5.
Degene die politiek ambtsdrager is als bedoeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers , alsmede degene die een functie vervult ter zake waarvan die wet bij of krachtens wet van overeenkomstige toepassing is verklaard, is als zodanig, respectievelijk in die functie, geen werknemer in de zin van deze paragraaf.
6.
Voor degene, bedoeld in het eerste lid en in het vierde lid, onderdeel a, onder 3°, eindigt het werknemerschap met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 65 heeft bereikt.
7.
Voor degene, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, eindigt het werknemerschap met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.