Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Eerste hoofdstuk. Algemene bepalingen
+ Tweede hoofdstuk. Van het buitengewoon pensioen van de deelnemers aan het verzet
+ Derde hoofdstuk. Van het pensioen der nagelaten betrekkingen
+ Vierde hoofdstuk. Van de Buitengewone Pensioenraad
+ Vijfde hoofdstuk. Van de aanvraag en de toekenning
- Zesde hoofdstuk. Van ingang en einde der buitengewone pensioenen
+ Zevende hoofdstuk. Van de welvaartsvastheid der buitengewone pensioenen
+ Hoofdstuk 7A. De garantietoeslag
+ Hoofdstuk 7B. De toeslag inkomensafhankelijke premie
+ Achtste hoofdstuk. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen
+ Negende hoofdstuk. Van het indienen van een bezwaarschrift en van beroep
+ Tiende hoofdstuk. Van herziening van gegeven beschikkingen
+ Elfde hoofdstuk. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Behoudens afwijkende bepalingen gaat het buitengewoon pensioen in op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin deze wet is afgekondigd of, indien het recht op buitengewoon pensioen later is ontstaan, op de dag van het ontstaan van dat recht. Indien degene, aan wie het buitengewoon pensioen wordt ontleend, later overleden is, gaat het buitengewoon pensioen in op de eerste dag, volgende op die van het overlijden. Het tijdelijk buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, gaat in op de dag, volgende op die der vermissing, doch niet eerder dan op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin deze wet is afgekondigd.
2.
Wanneer de aanvrage tot het verkrijgen van het buitengewoon pensioen niet binnen twee jaren nà de dag, waarop het ingevolge het bepaalde in het vorige lid zou kunnen ingaan, is ontvangen, gaat het buitengewoon pensioen in op de eerste dag der maand, volgende op die waarin de aanvraag is binnengekomen.
3.
Een voorlopig buitengewoon pensioen, dat bij vernieuwing wordt toegekend, alsmede een blijvend buitengewoon pensioen, dat verleend wordt ter vervanging van een voorlopig buitengewoon pensioen, gaat in op de dag, volgende op die, waarop het vorige buitengewoon pensioen heeft opgehouden, behalve in de gevallen, genoemd in artikel 7, derde lid, in welke gevallen het buitengewoon pensioen ingaat op de dag waarop de aanvrage daartoe is binnengekomen, tenzij de Sociale verzekeringsbank termen aanwezig acht anders te beslissen.
4.
Ingeval de aanvrage, bedoeld in artikel 24, zesde lid, niet is ontvangen binnen de daar gestelde termijn van twee jaren, zal de vervanging of verlenging van voorlopig buitengewoon pensioen ingaan op de dag, waarop de aanvrage is binnengekomen, tenzij de Sociale verzekeringsbank termen aanwezig acht anders te beslissen.
1.
Elk buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de rechthebbende is overleden. Ingeval van vermissing van de rechthebbende eindigt diens pensioen met een door de Sociale verzekeringsbank te bepalen dag.
2.
Het buitengewoon pensioen van de in artikel 15 bedoelde kinderen eindigt tevens met het einde van de maand, waarin de rechthebbende:
a. de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt of in het huwelijk is getreden;
b. is geadopteerd.
3.
Een vervallen verklaard of ingetrokken buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de beschikking inzake het vervallen verklaren of de intrekking is gegeven.
1.
Het buitengewoon pensioen van de weduwe en dat van een gewezen echtgenote eindigen voorts bij een volgend door haar gesloten huwelijk en wel met het einde van het kwartaal, in de loop waarvan het huwelijk heeft plaatsgehad. Indien de vrouw dan binnen dertien weken na het sluiten van dat huwelijk een verzoek daartoe indient bij de Sociale verzekeringsbank, ontvangt zij als afkoopsom van haar buitengewoon pensioen een bedrag ineens van tweemaal het jaarbedrag van haar buitengewoon pensioen, verminderd met de bedragen, welke worden genoten krachtens in andere wettelijke regelingen voorkomende bepalingen van overeenkomstige strekking. Wordt een dergelijk verzoek niet gedaan, dan wordt aan de vrouw, indien haar huwelijk wordt ontbonden, op haar aanvrage door de Sociale verzekeringsbank haar vroeger buitengewoon pensioen weder toegekend. Zouden haar echter ter zake van het latere huwelijk pensioen of andere inkomsten toekomen, als bedoeld in artikel 12, derde lid, dan vindt deze wetsbepaling overeenkomstige toepassing. Het buitengewoon pensioen gaat dan weer in met de dag volgende op die van de ontbinding van het huwelijk, mits de aanvrage is ingediend binnen één jaar na de datum van de ontbinding van het vorige huwelijk. Wordt de aanvrage later ingediend dan gaat het buitengewoon pensioen in op de dag waarop de aanvrage bij de Sociale verzekeringsbank is binnengekomen.
2.
Voor de berekening van de afkoopsom in het eerste lid bedoeld, geldt als bedrag van het buitengewoon pensioen het bedrag, waarop het pensioen zou zijn bepaald zonder de vermindering, bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, welk bedrag wordt verminderd met de tijdelijke verhoging, bedoeld in artikel 18a.
3.
Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, eerste volzin, onder a en b, alsmede ten aanzien van de moeder, de grootmoeder en de schoonmoeder van een overleden deelnemer aan het verzet.
4.
Indien de weduwe in het genot was van een garantietoeslag als bedoeld in artikel 31e, bedraagt de afkoopsom, bedoeld in het eerste lid, indien dat voor haar gunstiger is, vierentwintig maal het bedrag van de garantietoeslag, die zij genoot over de maand, voorafgaande aan de maand waarin dat volgende huwelijk heeft plaatsgevonden.
Artikel 29
Het buitengewoon pensioen van de weduwe en dat van een gewezen echtgenote worden niet uitbetaald over de tijd, gedurende welke de vrouw in concubinaat leeft.
Artikel 29a
Het buitengewoon pensioen van personen, die zijn gepensioneerd krachtens het bepaalde in artikel 17, e en g , wordt niet, dan wel slechts ten dele, uitbetaald over de tijd, gedurende welke op grond van de omstandigheden, waarin die personen verkeren, voor uitbetaling, dan wel voor volledige uitbetaling geen noodzaak bestaat.
Artikel 30
Een tijdelijk buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, eerste en derde lid, of een blijvend buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, vijfde lid, houdt op met de door de Sociale verzekeringsbank te bepalen datum, wanneer de vermiste of hij, te wiens aanzien bij rechterlijk vonnis verklaard is rechtsvermoeden van overlijden te bestaan, in leven blijkt te zijn.
1.
Zo spoedig mogelijk na het overlijden van een deelnemer aan het verzet, die op het tijdstip van zijn overlijden recht op buitengewoon pensioen ontleende aan artikel 4, wordt een uitkering (overlijdensuitkering) ten bedrage van tweemaal het bedrag van het buitengewoon pensioen van de overledene over de maand, waarin hij is overleden, uitbetaald:
a. aan de langstlevende der echtgenoten, indien de overledene niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;
b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de minderjarige kinderen die in familierechtelijke betrekking tot de overledene stonden of minderjarige kinderen, waarvoor de overledene ten tijde van het overlijden de pleegouderlijke zorg droeg;
c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen aan ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters van de overledene, indien de overledene ten tijde van het overlijden grotendeels in de kosten van het bestaan van deze betrekkingen voorzag;
d. bij ontstentenis van de onder a, b en c bedoelde personen aan degenen, ten aanzien van wie de overledene ten tijde van het overlijden grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij tot zijn overlijden duurzaam in gezinsverband heeft geleefd.
2.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. buitengewoon pensioen: het pensioen, bedoeld in artikel 9, verhoogd met de vermeerdering, bedoeld in de artikelen 10 en 11, ongeacht het bepaalde in artikel 12;
b. het bedrag van het buitengewoon pensioen: het pensioenbedrag, bedoeld in artikel 31b;
c. pleegouderlijke zorg: de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van een kind, als ware het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.
3.
Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de weduwe of de gewezen echtgenote van een deelnemer aan het verzet wordt, indien die weduwe of die gewezen echtgenote op het tijdstip van haar overlijden recht op buitengewoon pensioen ontleende aan artikel 14, eerste onderscheidenlijk tweede lid, een uitkering (overlijdensuitkering) ten bedrage van tweemaal het bedrag van het buitengewoon pensioen van de overledene over de maand, waarin zij is overleden, uitbetaald aan de minderjarige kinderen die in familierechtelijke betrekking tot de overledene stonden, welke met het overlijden van hun moeder ouderloos zijn geworden, of minderjarige kinderen, waarvoor de overledene ten tijde van het overlijden de pleegouderlijke zorg droeg. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing na het overlijden van de weduwnaar of de gewezen echtgenoot van een vrouwelijke deelnemer aan het verzet.
4.
In het derde lid wordt verstaan onder:
a. buitengewoon pensioen: het pensioen, bedoeld in artikel 17, a en b , onderscheidenlijk i en j, vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 18 en 19, ongeacht het bepaalde in artikel 20;
b. het bedrag van het buitengewoon pensioen: het pensioenbedrag, bedoeld in artikel 31b;
c. pleegouderlijke zorg: hetgeen daaronder wordt verstaan in het eerste lid.
5.
Indien er geen rechthebbenden als bedoeld in het eerste en derde lid zijn, is de Sociale verzekeringsbank, na ter zake de Stichting 1940-1945 te hebben gehoord, bevoegd de in die leden bedoelde uitkering geheel of gedeeltelijk uit te betalen aan de persoon of de personen, die daarvoor naar zijn oordeel op billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt respectievelijk komen, mits deze daartoe binnen zes maanden na het overlijden een verzoek bij genoemde Sociale verzekeringsbank heeft onderscheidenlijk hebben ingediend.
6.
Op een krachtens dit artikel verleende uitkering worden op grond van hetzelfde overlijden krachtens andere wettelijke voorschriften verstrekte uitkeringen van overeenkomstige aard in mindering gebracht, indien die andere uitkeringen voortvloeien uit door de overledene genoten inkomsten als bedoeld in artikel 12, derde lid.
7.
De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing ingeval van vermissing van een buitengewoon pensioengerechtigde deelnemer aan het verzet en van een buitengewoon pensioengerechtigde weduwe (weduwnaar) of gewezen echtgenote (echtgenoot) van een deelnemer (deelneemster) aan het verzet.
8.
Indien meer pensioen is uitbetaald dan overeenstemt met artikel 27, wordt het teveel betaalde teruggevorderd, voor zover verrekening daarvan kan plaatsvinden met een overlijdensuitkering krachtens dit artikel.
9.
Indien een vermiste in leven blijkt te zijn, kan hetgeen aan tijdelijk pensioen, als bedoeld in artikel 16, en aan een krachtens dit artikel verleende overlijdensuitkering is uitbetaald, worden teruggevorderd.