Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Titel I. Inleidende bepalingen
+ Titel II. Overdracht van land en vestiging of overdracht van een beperkt recht op land
+ Titel III. Vervreemding aan rechtspersonen; de ontbinding van rechtspersonen
+ Titel IV. Ontbinding van gemeenschappen
+ Titel V. Het verzoek om goedkeuring of toestemming: de ontwerp-overeenkomst
+ Titel VI. De behandeling door de grondkamer en het administratief beroep
- Titel VII. Bureau beheer landbouwgronden
+ Titel VIII. Voorkeursrecht van het bureau beheer landbouwgronden
+ Titel IX. Koopplicht in het kader van de toetsing
+ Titel X. Grondbankstelsel
+ Titel XI. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Wet agrarisch grondverkeer

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Er is een bureau beheer landbouwgronden.
2.
Het bureau heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
3.
Het bureau is rechtspersoon.
1.
Onverminderd het bepaalde in deze wet is het bureau belast met de uitvoering van de door Onze Minister of door Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers opgedragen, op het verkrijgen, tijdelijk beheren of vervreemden van onroerende zaken betrekking hebbende op daarmede verwante werkzaamheden.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende het tijdelijk beheer van landbouwgrond, verworven ingevolge artikel 53 en betreffende de wijze waarop zodanige landbouwgrond door het bureau wederom vervreemd dient te worden.
3.
Voor zover het betreft land, verworven in het kader van het voorkeursrecht dan wel land verworven uit anderen hoofde stelt Onze Minister in overeenstemming met Onze medebetrokken Ministers regelen betreffende het tijdelijk beheer en de wijze waarop zodanig land door het bureau wederom vervreemd dient te worden.
1.
Er is een commissie beheer landbouwgronden. De commissie heeft tot taak:
a. het geven van de algemene leiding aan het bureau en het houden van toezicht op de werkzaamheden van het bureau;
b. te beslissen omtrent aanvragen als bedoeld in artikel 59;
c. het verrichten van andere door Onze Minister of door Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers opgedragen werkzaamheden.
2.
De commissie brengt jaarlijks verslag uit aan Onze Minister en Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers over de werkzaamheden van het bureau. Onze Minister regelt de wijze en het tijdstip, waarop het verslag wordt uitgebracht. Het verslag wordt door Onze Minister aan de Staten-Generaal medegedeeld.
1.
Wij benoemen en ontslaan de voorzitter van de commissie.
2.
De benoeming en het ontslag van de overige leden geschiedt door Onze Minister, of Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers, ieder tot een bij zodanige maatregel te bepalen aantal.
3.
De commissie bestaat uit ten hoogste 16 leden en is zodanig samengesteld, dat ten minste de helft van het aantal leden benoemd is op voordracht van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen organisaties van belanghebbenden.
4.
De directeur van het bureau is secretaris van de commissie.
5.
Onze Minister kan adviserende leden benoemen.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de samenstelling, de taak en de werkwijze van de commissie, alsmede omtrent het tijdvak waarvoor de leden worden benoemd.
1.
De dagelijkse leiding van het bureau berust bij een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar van het Ministerie van Economische Zaken, die de functie van directeur vervult.
2.
Het bureau wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de directeur. Onze Minister stelt daaromtrent nadere regelen vast bij in de Staatscourant bekend te maken besluit. Onze Minister kan andere personen machtigen het bureau in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
3.
De directeur van het bureau is verantwoording schuldig aan Onze Minister en is gehouden de opdrachten uit te voeren en aanwijzingen op te volgen, welke door Onze Minister of door Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers worden gegeven.
4.
Het bureau heeft geen eigen personeel. Zijn werkzaamheden worden verricht door personen die door Onze Minister zijn aangesteld of op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst zijn genomen en die deswege rechtstreeks ten laste van het Ministerie van Economische Zaken worden bezoldigd of beloond.
1.
Het boekjaar van het bureau is gelijk aan het kalenderjaar.
2.
Jaarlijks, vóór 15 oktober stelt de directeur een begroting van inkomsten en uitgaven vast voor het volgende kalenderjaar, welke na goedkeuring door de commissie aan Onze Minister ter goedkeuring wordt toegezonden.
3.
Jaarlijks, vóór 1 juli stelt de directeur de rekening en verantwoording, welke in ieder geval bevat een balans en een staat van inkomsten en uitgaven over het afgelopen kalenderjaar vast, welke na goedkeuring door de commissie aan Onze Minister ter goedkeuring wordt toegezonden. De goedkeuring van de rekening strekt tot décharge van de directeur en de commissie.
4.
Het saldo van inkomsten en uitgaven komt ten gunste dan wel ten laste van de rijksbegroting.
Artikel 34
Maatregelen, welke financiële lasten ten gevolge hebben, en welke niet als verplichting uit deze wet voortvloeien, worden door de directeur slechts genomen, voor zover door Onze Minister of Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers daartoe kredieten beschikbaar zijn gesteld.
1.
Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën regelen omtrent de begroting, het beheer der geldmiddelen en de rekening en verantwoording van het bureau. De regelen worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant.
2.
Aan de door Onze Minister aan te wijzen ambtenaren wordt desverlangd inzage gegeven van de boeken en bescheiden van het bureau en aan hen worden alle inlichtingen verstrekt, welke zij voor een juist inzicht in het financieel beheer van het bureau nodig achten.
Artikel 36
De Staat waarborgt de financiële verplichtingen, welke voor het bureau uit de uitoefening van zijn taak voortvloeien.