Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
C1. Asiel algemeen
1. Inleiding
2. Aanvraagprocedures
2.1. Algemeen
2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
2.3. De algemene asielprocedure
2.4. De verlengde asielprocedure
2.5. De Grensprocedure
2.6. De Dublinprocedure
2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
2.8. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
2.9. Eerste – en nader gehoor
2.10. Voornemenprocedure
2.11. Het geven van de beschikking
3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
4. Beoordelen van de asielaanvraag
4.1. Volgorde van toetsing
4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
4.3. Documenten
4.4. De geloofwaardigheid
4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
4.4.3. De zwaarwegendheid
4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
4.4.5. Leeftijdsonderzoek
4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
4.5. Ambtshalve toets
4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
4.7. Hervestigingscriteria
C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
1. Inleiding
2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
3. Internationale bescherming
3.1. Algemeen
3.2. Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw, vluchtelingschap
3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
4. Nationale bescherming
4.1. Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw, afgeleide verblijfsvergunning
5. Niet in behandeling nemen
6. Niet-ontvankelijk
6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
6.3. Veilig derde land
6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
7.2. Veilig land van herkomst
7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
7.9. Weigeren vingerafdrukken
7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
8. Buiten behandeling stellen
9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
10.1. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid.
10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag blijkt alsnog van toepassing
10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
11. Rechtsmiddelen
C3. Moratoria
1. Inleiding
2. Besluitmoratorium
3. Vertrekmoratorium
C4. Tijdelijke bescherming
1. Inleiding
2. Tijdelijke bescherming
C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
1. Inleiding
2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
1. Inleiding
2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
C7. Landgebonden beleid
1. Landgebonden asielbeleid algemeen
2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
2.1. Besluitmoratorium
2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
2.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
2.4.4. Individuele kenmerken
2.4.5. Alleenstaande vrouwen
2.5. Bescherming
2.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
2.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
2.7. Vertrekmoratorium
2.8. Bijzonderheden
3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
3.1. Besluitmoratorium
3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
3.5. Bescherming
3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
3.7. Vertrekmoratorium
3.8. Bijzonderheden
4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
4.1. Besluitmoratorium
4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
4.5. Bescherming
4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
4.7. Vertrekmoratorium
4.8. Bijzonderheden
5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
5.1. Besluitmoratorium
5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
5.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
5.4.4. Bijzonderheden
5.5. Bescherming
5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
5.5.3. Buitenlands vestigingsalternatief in Armenië
5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
5.7. Vertrekmoratorium
5.8. Bijzonderheden
6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
6.1. Besluitmoratorium
6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
6.5. Bescherming
6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
6.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
6.7. Vertrekmoratorium
6.8. Bijzonderheden
7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
7.1. Besluitmoratorium
7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
7.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
7.5. Bescherming
7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
7.7. Vertrekmoratorium
7.8. Bijzonderheden
8. Het asielbeleid ten aanzien van China
8.1. Besluitmoratorium
8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
8.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
8.5. Bescherming
8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
8.7. Vertrekmoratorium
8.8. Bijzonderheden
9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
9.1. Besluitmoratorium
9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
9.5. Bescherming
9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
9.7. Vertrekmoratorium
9.8. Bijzonderheden
10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
10.1. Besluitmoratorium
10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
10.5. Bescherming
10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
10.7. Vertrekmoratorium
10.8. Bijzonderheden
11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
11.1. Besluitmoratorium
11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
11.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
11.4.5. Illegale en legale uitreis
11.5. Bescherming
11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
11.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
11.7. Vertrekmoratorium
11.8. Bijzonderheden
12. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
12.1. Besluitmoratorium
12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
12.5. Bescherming
12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
12.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
12.7. Vertrekmoratorium
12.8. Bijzonderheden
13. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
13.1. Besluitmoratorium
13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
13.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
13.5. Bescherming
13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
13.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
13.7. Vertrekmoratorium
13.8. Bijzonderheden
14. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
14.1. Besluitmoratorium
14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
14.3.3. LHBT’s
14.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
14.5. Bescherming
14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
14.7. Vertrekmoratorium
14.8. Bijzonderheden
15. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
15.1. Besluitmoratorium
15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
15.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
15.5. Bescherming
15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
15.7. Vertrekmoratorium
15.8. Bijzonderheden
16. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
16.1. Besluitmoratorium
16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
16.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
16.5. Bescherming
16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
16.7. Vertrekmoratorium
16.8. Bijzonderheden
17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
17.1. Besluitmoratorium
17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
17.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
17.5. Bescherming
17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
17.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
17.7. Vertrekmoratorium
17.8. Bijzonderheden
18. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
18.1. Besluitmoratorium
18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
18.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
18.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
18.5. Bescherming
18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
18.7. Vertrekmoratorium
18.8. Bijzonderheden
19. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
19.1. Besluitmoratorium
19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
19.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
19.5. Bescherming
19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
19.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
19.7. Vertrekmoratorium
19.8. Bijzonderheden
20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
20.1. Besluitmoratorium
20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
20.5. Bescherming
20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
20.7. Vertrekmoratorium
20.8. Bijzonderheden
21. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
21.1. Besluitmoratorium
21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
21.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
21.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
21.5. Bescherming
21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
21.7. Vertrekmoratorium
21.8. Bijzonderheden
22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
22.1. Besluitmoratorium
22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
22.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
22.5. Bescherming
22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
22.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
22.7. Vertrekmoratorium
22.8. Bijzonderheden
23. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
23.1. Besluitmoratorium
23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
23.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
23.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
23.5. Bescherming
23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
23.7. Vertrekmoratorium
23.8. Bijzonderheden
24. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
24.1. Besluitmoratorium
24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
24.4.3. Alleenstaande vrouwen
24.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
24.4.5. Individuele kenmerken
24.5. Bescherming
24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
24.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
24.7. Vertrekmoratorium
24.8. Bijzonderheden
25. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
25.1. Besluitmoratorium
25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
25.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
25.4.4. Tamils
25.5. Bescherming
25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
25.7. Vertrekmoratorium
25.8. Bijzonderheden
26. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
26.1. Besluitmoratorium
26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
26.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
26.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
26.5. Bescherming
26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
26.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
26.7. Vertrekmoratorium
26.8. Bijzonderheden
27. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
27.1. Besluitmoratorium
27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
27.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
27.4.4. Vreemdelingen die geen actieve aanhanger zijn van het regime
27.5. Bescherming
27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
27.7. Vertrekmoratorium
27.8. Bijzonderheden
28. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
28.1. Besluitmoratorium
28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
28.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
28.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
28.5. Bescherming
28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
28.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
28.7. Vertrekmoratorium
28.8. Bijzonderheden
29. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
29.1. Besluitmoratorium
29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
29.3.3. LHBT’s
29.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
29.5. Bescherming
29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
29.7. Vertrekmoratorium
29.8. Bijzonderheden
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 3.3 Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
Algemeen
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, en artikel 3.37b VV.
Het reëel risico op ernstige schade kan aanwezig zijn op het moment van het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst, maar kan ook ontstaan na vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, als artikel 3.105e, aanhef en onder e, Vb van toepassing is.Willekeurig geweld en mensenrechtensituatie
Bij de beoordeling van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw wordt ook de algemene gewelds- en mensenrechtensituatie in een land van herkomst betrokken. Hoe ernstiger de situatie van (willekeurig) geweld of de mensenrechtensituatie in en land van herkomst is, hoe eerder de IND kan concluderen dat de vreemdeling, gelet op zijn individuele feiten en omstandigheden bij terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico loopt op ernstige schade.
De IND beoordeelt of sprake is van een situatie als beschreven in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de hand van alle volgende elementen:
is in het land van herkomst, of in een bepaald gebied in dit land, sprake van een uitzonderlijke situatie, waarin personen louter door hun aanwezigheid in het land van herkomst, een reëel risico lopen op ernstige schade;
behoort de vreemdeling tot een groep die systematisch blootgesteld wordt aan een reëel risico op ernstige schade, indien geen sprake is van een uitzonderlijke situatie;
komt de vreemdeling op grond van het beleid inzake de ‘kwetsbare minderheidsgroep’ in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 290, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, indien geen sprake is van een uitzonderlijke situatie en systematische blootstelling;
heeft de vreemdeling op grond van zijn persoonlijke situatie/individuele asielrelaas aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt ernstige schade, indien geen van de voorgaande situaties zich voordoet.
De IND toetst of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef onder b, Vw, aan de hand van vorenstaande volgorde.Uitzonderlijke situatie
Er is sprake van een uitzonderlijke situatie >als bedoeld in artikel 3EVRM (en artikel 15c van de richtlijn 2011/95/EU indien de algehele gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst, of in een bepaald gebied in dit land zo uitzonderlijk slecht is dat voor elke vreemdeling, ongeacht de individuele omstandigheden bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade (in de woorden van het EHRM: most extreme cases of general violence). De Minister is bevoegd een situatie in een land van herkomst aan te merken als uitzonderlijke situatie.
Bij de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
de vraag of partijen bij het conflict oorlogsmethoden hanteren die de kans op burgerslachtoffers vergroten of burgers als doel nemen;
de vraag of het gebruik van die methoden wijdverbreid is bij de strijdende partijen;
de vraag of het geweld wijdverbreid is of plaatselijk;
de aantallen doden, gewonden en ontheemden onder de burgerbevolking ten gevolge van de strijd.
Het individualiseringsvereiste beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waarin sprake is van een uitzonderlijke situatie.
In het landgebonden beleid is opgenomen of er in een bepaald land sprake is van een uitzonderlijke situatie.Systematische blootstelling
Het individualiseringsvereiste beperkt zich tot het aannemelijk maken van het behoren tot de bevolkingsgroep of sociale groep, die systematisch een reëel risico loopt op ernstige schade daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
In het landgebonden beleid is opgenomen of er in een bepaald land ten aanzien van een bevolkingsgroep of sociale groep sprake is van systematische blootstelling aan ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.Kwetsbare minderheidsgroepen
De Minister is bevoegd om een bevolkingsgroep in een land van herkomst aan te merken als kwetsbare minderheidsgroep.
Bij de vraag of een bevolkingsgroep wordt aangemerkt als kwetsbare minderheid, worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
de vraag of er sprake is van willekeurig geweld of willekeurige mensenrechtenschendingen in het land of in een bepaald gebied van dit land, zoals moord, verkrachting en mishandeling;
de mate waarin de vreemdeling, die behoort tot de bevolkingsgroep, effectieve bescherming kan inroepen tegen dreigend geweld of mensenrechtenschendingen (zie artikel 3.37c VV);
de mate waarin de vreemdeling, die behoort tot de bevolkingsgroep, zich kan onttrekken aan dreigend geweld of mensenrechtenschendingen door zich elders te vestigen (zie artikel 3.37d VV).
In het landgebonden beleid is opgenomen, of een bevolkingsgroep wordt aangemerkt als kwetsbare minderheid. Een kwetsbare minderheidsgroep wordt onderscheiden van een risicogroep (zie paragraaf C2/3.2 Vc).
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid is aangewezen als een kwetsbare minderheidsgroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met beperkte indicaties aannemelijk maken dat hij vreest voor ernstige schade daden als hier bedoeld.
Het individualiseringsvereiste beperkt zich in deze gevallen niet tot wat de vreemdeling persoonlijk heeft ondervonden. De IND weegt op basis van de verklaringen van de vreemdeling mee wat personen, die behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep, in de naaste omgeving van de vreemdeling aan mensenrechtenschendingen hebben ondervonden. De vreemdeling hoeft in dit geval niet aannemelijk te maken dat de mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep. Deze mensenrechtenschendingen kunnen ook hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst, nadat de vreemdeling al uit het land was vertrokken.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de vreemdeling die behoort tot een kwetsbare minderheid, als in ieder geval:
sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop tussen de mensenrechtenschendingen en het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst;
de vreemdeling gedurende de periode van aanzienlijk tijdsverloop geen nieuwe problemen heeft ondervonden.Individuele kenmerken
Het individualiseringsvereiste is in alle overige gevallen van toepassing. De vreemdeling moet specifieke individuele kenmerken (special distinguishing features) naar voren brengen, waaruit het reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw valt af te leiden.Eerdere confrontatie met wandaden
Indien de vreemdeling in het land van herkomst is blootgesteld aan ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid onder b, Vw wordt allereerst verwezen naar artikel 31, vijfde lid, Vw.
In aanvulling op deze bepaling wordt een vreemdeling, die in het verleden is geconfronteerd met traumatische gebeurtenissen in zijn directe omgeving en zich op grond van de psychologische problematiek als gevolg van de wandaden in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst, door de IND onder de hieronder gestelde voorwaarden in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Dit is een gunstigere norm in de zin van artikel 3 van richtlijn 2011/95/EU.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd enkel op grond van de omstandigheid dat een vreemdeling een medische verklaring over zijn trauma heeft overgelegd.
De vreemdeling moet aan alle volgende voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
Het betreft uitsluitend daden die zijn veroorzaakt door:
de autoriteiten van het land van herkomst;
door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in het land van herkomst of een deel daarvan;
door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet willens is bescherming te bieden.
Uitsluitend de volgende daden kunnen voor de IND aanleiding geven een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw te verlenen:
de gewelddadige dood van naaste familieleden of huisgenoten van de vreemdeling;
de gewelddadige dood van andere verwanten of vrienden van de vreemdeling voor zover de vreemdeling aannemelijk maakt dat een hechte relatie bestond tussen de overledene en de vreemdeling;
substantiële niet-strafrechtelijke detentie van de vreemdeling;
marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van de vreemdeling;
het aanwezig zijn als getuige bij marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van naaste familieleden of huisgenoten van de vreemdeling;
het aanwezig zijn als getuige bij marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van andere verwanten of vrienden van de vreemdeling voor zover de vreemdeling aannemelijk maakt dat er een hechte relatie bestond tussen de verwant of vriend en de vreemdeling.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
de vreemdeling is geconfronteerd met een gebeurtenis in het land van herkomst, waarbij de daders van die gebeurtenissen in het land van herkomst niet bestraft worden;
de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat deze gebeurtenis aanleiding is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst;
De IND onderzoekt bij de toets aan de beleidsregel met voornoemde voorwaarden of plegers van de wandaden in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst. Voor de beoordeling van dit criterium wordt verwezen naar artikel 3.37c VV.
De vreemdeling moet zelf in zijn verklaringen aannemelijk maken dat sprake is geweest van een traumatische gebeurtenis en dat die traumatische gebeurtenis in relatie tot de feitelijke situatie in het land van herkomst reden is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst. De bewijslast hiervoor berust bij de vreemdeling.
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
Uitzondering hierop is de situatie dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat er een verband is tussen de traumatische gebeurtenis en het vertrek uit het land van herkomst en de vreemdeling buiten zijn schuld niet in staat is geweest om het land van herkomst binnen de termijn van zes maanden te verlaten.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in dit kader ook indien er vóór het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst een regimewisseling in het land van herkomst van de vreemdeling heeft plaatsgevonden.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw, als sprake is van een vestigingsalternatief voor de vreemdeling (zie paragraaf C2/3 Vc). Artikel 3.37c VV is van overeenkomstige toepassing.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw indien sprake is van:
de veiligelandenexceptie als bedoeld in paragraaf C2/6.1 tot en met 6.3 Vc;
een contra-indicatie als bedoeld in paragraaf C2/5 tot en met C2/8 Vc.Genitale verminking
De IND verleent een vrouw, die zich beroept op een vrees voor genitale verminking, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw, als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
er een reëel risico bestaat op genitale verminking bij vrouwen;
artikel 3.37c VV niet van toepassing is;
artikel 3.37d VV niet van toepassing is.
De IND beoordeelt op basis van de individuele verklaringen van de vreemdeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw vanwege een reëel risico op genitale verminking bij vrouwen.
De IND weegt daarbij mee de algemene informatie over genitale verminking bij vrouwen in het land van herkomst. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken.
De IND verleent bij een gegronde vrees voor genitale verminking de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw uitsluitend aan:
meisjes, waaronder zij die in Nederland zijn geboren, die bij terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico lopen op genitale verminking; en,
de ouder van het meisje aan wie de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw heeft verleend.
In afwijking van het voorgaande verleent de IND bij een beroep op vrees voor genitale verminking in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw, aan:
de ouder die de genitale verminking zelf uitvoert of de uitvoering ervan mogelijk maakt;
de ouder die Nederland inreist nadat de dochter al in het bezit is gesteld van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw; en,
andere familieleden.Medische omstandigheden
De IND beoordeelt of uitzetting in verband met de medische toestand van de uit te zetten vreemdeling, onder uitzonderlijke omstandigheden en wegens dwingende redenen van humanitaire aard, bij gebrek aan medische voorzieningen en sociale opvang in het land waarnaar wordt uitgezet, leidt tot ernstige schade.
De IND beoordeelt, mede op basis van een actueel BMA advies, de omstandigheden aan de hand van de drie volgende criteria.
a. het stadium waarin de ziekte zich bevindt (ziekte in vergevorderd en direct levensbedreigend stadium);
b. de aanwezigheid van medische zorg in land van herkomst; en,
c. de steun van naasten in de sociale omgeving.ad a.
Indien uit het BMA advies blijkt dat de ziekte van de vreemdeling zich op het moment van de beoordeling niet in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium bevindt concludeert de IND dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, zoals hier bedoeld.ad b. en c.
Indien er wel sprake is van een ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium toetst de IND voor de uitzonderlijke omstandigheden waar de vreemdeling in kan komen te verkeren aan de criteria onder b en c. De medische zorg en steun van naasten, waaronder de familieleden van de vreemdeling, in het land van herkomst worden door de IND beoordeeld in samenhang met het stadium waarin de ziekte zich bevindt. De mogelijkheden voor de benodigde medische behandeling in het land van herkomst volgen uit het BMA advies. De IND beoordeelt de omstandigheid of de familie aan de vreemdeling ondersteuning kan bieden aan de hand van de verklaringen van de vreemdeling en/of aanvullend onderzoek.
De situatie dat er geen sprake is van ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium, maar dat er bij uitblijven van de medische behandeling op korte termijn een medische noodsituatie zal optreden kan de IND meewegen in het kader van de beoordeling van artikel 64 Vw.