Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
B1. Regulier algemeen
1. Inleiding
2. Erkenning als referent
2.1. De erkenning als referent
2.2. Schorsen en intrekken van de erkenning als referent
3. Aanvraagprocedures
3.1. Biometrische gegevens
3.2. Aanvraag tot erkenning als referent
3.3. TEV-procedure
3.3.1. Begin van de TEV-procedure
3.3.2. Aanvraagprocedure mvv door de vreemdeling
3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
3.3.5. Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3.3.5.1. Uitzondering in geval van nareis
3.3.5.2. Geen ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3.3.5.3. Ingangsdatum ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3.4. Overige aanvraagprocedures voor een verblijfsvergunning regulier
3.4.1. Algemene bepalingen
3.4.1.1. De aanvraag
3.4.1.2. Vereisten voor de indiening van de aanvraag
3.4.1.3. Herstel verzuim
3.4.1.4. Beslistermijn
3.4.1.5. Bekendmaking van de beschikking
3.4.1.6. Intrekking van de aanvraag
3.4.2. Specifieke bepalingen over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
4. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
4.1. Mvv-vereiste
4.2. Geldig document voor grensoverschrijding
4.3. Middelen van bestaan
4.3.1. Inleiding
4.3.2. Algemene beleidsregels
4.3.3. Inkomen per inkomstenbron
4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst
4.3.3.2. Inkomen uit arbeid als zelfstandige
4.3.3.3. Inkomsten uit eigen vermogen
4.3.3.4. Inkomsten uit overige bron
4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
4.5. Medisch onderzoek
4.6. Niet voldoen aan de beperking
4.7. Inburgeringsvereiste
4.8. Onjuiste gegevens
4.9. Illegaal verblijf
5. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
5.1. Algemeen
5.2. Aantekening beroep algemene middelen
5.3. Wijziging van de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking
5.4. Voorschriften
5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
6. Het verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
6.1. Toetsing aanvraag van het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
6.2. Gronden voor het niet-verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
6.2.1. Hoofdverblijf
6.2.2. Openbare orde en nationale veiligheid
6.2.3. Middelen van bestaan
6.3. Gronden voor intrekking verblijfsvergunning bepaalde tijd
7. Rechtsmiddelen
7.1. Het indienen van rechtsmiddelen
7.2. Het opschorten van de werking van het (afwijzende) besluit
7.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
8. Bewijsmiddelen
8.1. Algemeen
8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden
8.1.2. Gebruik van gegevens uit aangewezen administraties als bedoeld in artikel 2d Vw
8.2. Bewijsmiddelen aanvraag tot erkenning
8.2.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties
8.2.2. Bewijsmiddelen erkenning als referent
8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier
8.3.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties
8.3.2. Bewijsmiddelen vrijstelling leges op grond van artikel 8 EVRM
8.3.3. Bewijsmiddelen TEV-procedure
8.3.4. Bewijsmiddelen afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning
8.3.6. Bewijsmiddelen aanvraag vervanging of vernieuwing document
8.4. Bewijsmiddelen
9. Handhaving
9.1. Bestuurlijke boete
9.1.1. Inleiding
9.1.2. Waarschuwing
9.1.3. Opleggen van een bestuurlijke boete
9.1.3.1. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete
9.1.3.2. Ernst van de overtreding
9.1.3.3. Verwijtbaarheid van de overtreding
9.2. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent
9.2.1. Kosten van uitzetting
B2. Uitwisseling
1. Inleiding
2. Beleidsregels
2.1. Algemeen
2.2. WHS/WHP
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Beperking
Arbeidsmarktaantekening
Voorschift
Geldigheidsduur
4. Bewijsmiddelen
4.1. Algemeen
4.2. Au pair
4.3. Whs/whp
B3. Studie
1. Inleiding
2. Beleidsregels
2.1. Hoger onderwijs
2.2. Middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs
2.3. Middelen van bestaan
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
4. Verlenging en intrekking
5. Bewijsmiddelen
B4. Arbeid tijdelijk
1. Inleiding
2. Lerend werken
2.1. Beleidsregels
2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
2.3. Bewijsmiddelen
3. Seizoenarbeid
3.1. Beleidsregels
3.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
3.3. Bewijsmiddelen
B5. Arbeid regulier
1. Inleiding
2. Arbeid in loondienst
2.1. Beleidsregels
2.1.1. Arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip
2.1.2. Arbeid op grond van een zetelovereenkomst
2.1.3. Intra-concern uitzendingen
2.1.4. Arbeid in loondienst na verblijf als familie- of gezinslid
2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
2.3. Bewijsmiddelen
3. Grensoverschrijdende dienstverlening
3.1. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
3.2. Bewijsmiddelen
4. Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel
4.1. Beleidsregels
4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
4.3. Bewijsmiddelen
5. Zoekperiode
B6. Kennis en talent
1. Inleiding
2. Beleidsregels
2.1. Algemeen
2.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
2.3. Arbeid als kennismigrant
2.4. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG
2.5. Arbeid als zelfstandige
2.6. Houder van een Europese blauwe kaart
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
3.1. Beperking
3.1.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
3.1.2. Arbeid als kennismigrant
3.1.3. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG
3.1.4. Arbeid als zelfstandige
3.1.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart
3.2. Arbeidsmarktaantekening
3.2.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
3.2.2. Arbeid als kennismigrant
3.2.3. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG
3.2.4. Arbeid als zelfstandige
3.2.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart
3.3. Geldigheidsduur
3.3.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
3.3.2. Arbeid als kennismigrant
3.3.3. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG
3.3.4. Arbeid als zelfstandige
3.3.5. Houder van een Europese Blauwe Kaart
4. Bewijsmiddelen
4.1. Algemeen
4.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst
4.3. Arbeid als kennismigrant
4.4. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG
4.5. Arbeid als zelfstandige
4.6. Houder van een Europese blauwe kaart in de zin van richtlijn 2009/50/EG
5. Verlenging
5.1. Arbeid als kennismigrant
5.2. Houder van een Europese blauwe kaart in de zin van richtlijn 2009/50/EG
B7. Gezinsmigratie
1. Inleiding
2. Algemene beleidsregels
2.1. Middelen van bestaan
2.1.1. Vrijstellingsgronden middelen van bestaan
2.1.2. Gezinsvorming en alimentatie
2.1.3. Referent met verblijfsrecht als bedoeld in B3 of B6
2.2. Referent met tijdelijk verblijfsrecht
3. Specifieke beleidsregels
3.1. Huwelijk en (geregistreerd) partnerschap
3.1.1. Duurzame en exclusieve relatie
3.1.2. Leeftijd echtgenoten of geregistreerd partners
3.1.3. Samenwoning
3.1.4. Polygamie
3.1.5. Verbreking huwelijk
3.2. Minderjarige kinderen
3.2.1. Gezinsband
3.2.2. Zorgrecht en gezag
3.2.3. Toestemming voor vertrek naar het buitenland van de andere met het gezag belaste ouder
3.2.4. Bereiken meerderjarigheid
3.2.5. Meetellen gezinsinkomen
3.2.6. Polygamie
3.3. In Nederland geboren kinderen
3.4. Gezinshereniging bij minderjarige houder verblijfsvergunning asiel
3.4.1. Leeftijd van de referent
3.4.2. Alleenstaand
3.5. Gezinsleden van een verblijfsvergunninghouder medische behandeling
3.6. Buitenlandse adoptiekinderen en adoptiefkinderen
3.6.1. Buitenlandse adoptiekinderen
3.6.2. Wobka
3.6.3. Afwachten van het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders
3.6.4. Buitenlandse adoptiefkinderen
3.7. Buitenlandse pleegkinderen
3.7.1. Voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning
3.7.2. Onaanvaardbare toekomst
3.7.3. Medische verklaring
3.7.4. Meetellen gezinsinkomen
3.8. Familie of gezinsleven als bedoeld in Artikel 8 EVRM
3.8.1. Familie- of gezinsleven
3.8.2. Inmenging
3.8.3. Belangenafweging
4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
5. Bewijsmiddelen
B8. Humanitair tijdelijk
1. Inleiding
2. Eergerelateerd en huiselijk geweld
2.1. Beleidsregels
2.2. Verlenging en intrekking
2.3. Bewijsmiddelen
3. Slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel
3.1. Beleidsregels
3.2. Verlenging en intrekking
3.3. Bewijsmiddelen
3.4. Afspraken ketenpartners
4. Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken
4.1. Beleidsregels
4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
4.3. Bewijsmiddelen
4.4. Verlenging en intrekking
5. Verblijfsvergunning in het kader van remigratie op grond van de Remigratiewet
5.1. Beleidsregels
5.2. Verlenging
5.3. Bewijsmiddelen
5.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
6. Amv die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken
6.1. Beleidsregels
6.2. Vertrek kan buiten de schuld van de amv niet worden gerealiseerd binnen de maximale termijn van drie jaar na laatste verblijfsaanvraag
6.2.1. Vertrek kan buiten de schuld van de minderjarige vreemdeling niet worden gerealiseerd binnen drie jaar na laatste verblijfsaanvraag (ambtshalve verlening zonder nader onderzoek)
6.2.2. Vertrek kan buiten de schuld van de amv niet worden gerealiseerd binnen drie jaar na laatste verblijfsaanvraag (verlening na nader onderzoek)
6.3. Verlening en intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor amv’s
6.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
7. Overgangsrecht
7.1. Overgangsrecht naar aanleiding van wijziging beleid voor amv’s per 1 juni 2013
7.1.1. Algemeen
7.1.2. Lopende procedures
7.1.3. Vreemdelingen in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als beperking ‘als alleenstaande minderjarige vreemdeling’ of ‘voortgezet verblijf’
8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex artikel 17 RWN
8.1. Beleidsregels
8.2. Verlenging
8.3. Bewijsmiddelen
8.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
9. Medische behandeling
9.1. Beleidsregels
9.1.1. Algemene voorwaarden
9.1.2. Meest aangewezen land
9.1.3. Medische noodsituatie
9.1.4. Noodzakelijke medische behandeling
9.1.5. Deugdelijke financiering van de medische behandeling
9.1.6. Medisch advies
9.1.7. Feitelijke toegankelijkheid
9.1.8. Artikel 64 Vw
9.1.9. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verband houdend met medische behandeling
9.2. Overgangsrecht
9.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening, en geldigheidsduur
9.4. Bewijsmiddelen
10. Verwesterde schoolgaande minderjarige vrouwen
10.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon
10.2. Beleidsregels voor de gezinsleden van de hoofdpersoon
10.3. Verlenging en intrekking
10.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
11. Plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland
11.1. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)
11.2. Beperking, arbeidsmarktbeperking en geldigheidsduur
11.3. Verlenging en intrekking
11.4. Bewijsmiddelen
B9. Humanitair niet-tijdelijk
1. Inleiding
2. Oud-Nederlanders
2.1. In Nederland geboren en getogen oud-Nederlanders
2.2. Buiten Nederland geboren oud-Nederlanders
2.3. Oud-Nederlanders ( artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, d en f, RWN)
2.3.1. Algemene verblijfsvoorwaarden
3. Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken
4. Terugkeeroptie op grond van artikel 8 Remigratiewet
5. Terugkeeroptie (minderjarige vreemdelingen)
6. Langdurig verblijvende kinderen
6.1. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning
6.2. Contra-indicaties
6.3. Overige vereisten
7. Verblijfsvergunning na eerder verblijf als minderjarige vreemdeling in het kader van verblijf als familie- of gezinslid
8. Verblijfsvergunning na verblijf als familie- of gezinslid
8.1. Algemene verblijfsvoorwaarden
8.2. Bijzondere voorwaarden na een (huwelijks)relatie
8.3. Bijzondere voorwaarden na verruimde gezinshereniging
8.4. Verblijfsvergunning na overlijden van de referent
8.5. Gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ verleend na verblijf in het kader van medische behandeling
8.6. Verblijf wegens bijzondere individuele omstandigheden na verblijf als familie- of gezinslid
9. Na verblijf in het kader van medische behandeling
10. Na verblijf als slachtoffer van mensenhandel die hiervan geen aangifte kan of wil doen
11. Na verblijf als slachtoffer van (dreigend) eergerelateerd geweld of van (dreigend) huiselijk geweld
12. Na verblijf als slachtoffer of slachtoffer-aangever van mensenhandel
13. Na verblijf als getuige-aangever van mensenhandel
14. Privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM
14.1. Privéleven
14.2. Inmenging
14.3. Belangenafweging
15. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)
16. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
17. Verlenging en intrekking
18. Bewijsmiddelen
18.1. Algemeen
18.2. Verblijfsspecifiek
B10. EU-recht en Internationale Verdragen
1. Inleiding
2. Het recht van de Europese Unie
2.1. Inleiding
2.2. Beleidsregels
2.3. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf
2.4. Bewijsmiddelen
3. Internationale Verdragen
3.1. Inleiding
3.2. Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand
3.3. Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers
4. Associatieovereenkomst EG – Turkije, aanvullend protocol EG – Turkije en Besluit 1/80
4.1. Inleiding
4.2. Beleidsregels
4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening, voorschrift en geldigheidsduur
4.4. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf
4.5. Bewijsmiddelen
B11. Bijzonder verblijf
1. Inleiding
2. Beleidsregels
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
4. Bewijsmiddelen
5. Verlenging
5.1. Vermogende vreemdeling
5.2. Bewijsmiddelen
B12. De verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd
1. Inleiding
2. Beleidsregels
2.1. De duur van het verblijf in Nederland
2.2. De aard van het verblijfsrecht
2.3. Middelen van bestaan
2.4. Openbare orde of nationale veiligheid
2.5. Hoofdverblijf
2.6. Inburgeringsvereiste
2.6.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
2.6.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
2.7. Bijzondere categorieën verblijfsvergunning onbepaalde tijd
2.7.1. Oud-Nederlanders ( artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, d en f, RWN)
2.7.1.1. Algemene beleidsregels
2.7.2. Terugkeeroptie
2.7.3. (Ex) geprivilegieerde en diens afhankelijke gezinsleden
2.8. Intrekking verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd
3. Bewijsmiddelen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in:
paragraaf 2, die gelden voor de aanvrager die verzoekt om erkenning als referent of de al erkende referent. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 2e en 2f Vw, de artikelen 1.18, 1.19 en 1.22 Vb en de artikelen 1.12, 1.15 VV;
paragraaf 3 ten aanzien van de algemene voorschriften over de aanvraag tot erkenning als referent, de TEV-procedure en de overige verblijfsaanvragen. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 1, eerste lid, onder h, 1a, 14 en 23 Vw en de artikelen 1.24, 1.25. 1.26, 1.27, 1.29, 1.30, 1.31, 1.32, 3.57, 3.99 en 3.101 Vb;
paragraaf 4 over de afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van artikel 16 Vw en de artikelen 3.71, 3.73, 3.74, 3.75, 3.99 en 3.101 Vb;
paragraaf 5 over de specifieke kenmerken van de verblijfsvergunning. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.4, 3.7, 3.58 en 3.59 Vb;
paragraaf 6 over de gronden van niet verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 18 en 19 Vw en de artikelen 3.80 en 3.82 Vb;
paragraaf 7 over de rechtsmiddelen. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 69 tot en met 79 Vw, 84 tot en met 92 Vw en de Awb ;
paragraaf 8 over de bewijsmiddelen. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 2d en 24a Vw en de artikelen 1.15 en 3.34i VV; en
paragraaf 9 over de handhavingsinstrumenten boete en verhalen van kosten op de referent. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van artikel 55a Vw en artikel 6.4 Vb.
2.1. De erkenning als referent
De VOG
Op grond van artikel 2e, derde lid, Vw junctis artikelen 1.22, aanhef en onder b, Vb en 1.15 VV vraagt de IND een VOG aan degene die om erkenning als referent verzoekt (de aanvrager) als sprake is van één of meer strafrechtelijke antecedenten als genoemd in artikel 1.19 Vb ten aanzien van:
de aanvrager die verzoekt om erkenning als referent; en
de bij de aanvrager om erkenning als referent betrokken (rechts)personen.
Op grond van artikel 2e Vw junctis artikelen 1.18, 1.19, 1.22 Vb en de artikelen 1.12 t/m 1.15 VV wijst de IND de aanvraag tot erkenning als referent af als:
de aanvrager – als dit is vereist op grond van de Handelsregisterwet 2007 - niet is ingeschreven in het handelsregister;
de aanvrager, die niet inschrijfplichtig is in het handelsregister, niet de in artikel 1.12 VV gevraagde persoonsgegevens van de bij de onderneming of rechtspersoon betrokken bestuurders aan de IND verstrekt;
de aanvrager failliet is, of in surseance van betaling verkeert;
de aanvrager, of de bij de aanvrager betrokken (rechts)personen, in het jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning drie keer failliet is verklaard;
de aanvrager in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning fiscale vergrijpboetes op grond van de artikelen 67d, 67e en 67f Algemene wet inzake Rijksbelastingen zijn opgelegd;
de aanvrager in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning drie of meer boetes zijn opgelegd door de IND op grond van artikel 55a Vw;
de aanvrager in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning drie of meer boetes zijn opgelegd door de Inspectie SZW op grond van artikel 18 juncto 19a van de Wav;
de aanvrager in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning drie of meer boetes zijn opgelegd door de Inspectie SZW op grond van artikel 18b juncto 18c van de WML;
de aanvrager in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning drie of meer boetes zijn opgelegd op grond van een combinatie van artikel 55a Vw en/of artikel 18 Wav en/of artikel 18b juncto 18c WML;
de aanvrager in de tien jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning is veroordeeld ter zake van mensenhandel/mensensmokkel, strafbaar gesteld in artikel 197a WvSr;
de aanvrager in het kader van uitwisseling in de tien jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning is veroordeeld ter zake van zedendelicten, strafbaar gesteld in artikel 250a WvSr;
de aanvrager feitelijk wordt bestuurd door anderen dan op grond van de gegevens uit het handelsregister mag worden verondersteld; of
de aanvrager desgevraagd geen VOG, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens , verstrekt.
Op grond van artikel 2e Vw juncto artikel 1.19 en 1.22 Vb kan de IND de aanvraag tot erkenning als referent afwijzen als:
a. de aanvrager om erkenning in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning boetes zijn opgelegd op grond van de Vw , Wav en/of WML door de IND of de Inspectie SZW. Hierbij wegen de volgende elementen mee:
de grondslag van de boete;
de hoogte van de opgelegde boete; en
de vraag of sprake is van meerdere opgelegde boetes.
b. een erkenning van de referent in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning is ingetrokken.Ad b.
Van deze bevoegdheid maakt de IND in ieder geval geen gebruik als de intrekking op verzoek van de erkende referent heeft plaatsgevonden, zonder dat zich daarbij een van de gronden als neergelegd in artikel 2g, aanhef en onder a, b, of c, Vw heeft voorgedaan.
2.2. Schorsen en intrekken van de erkenning als referent
Schorsen van de erkenning als referent
Op grond van artikel 2f, eerste lid, Vw juncto artikel 1.22 Vb kan de IND de erkenning als referent schorsen als sprake is van in ieder geval één van de volgende omstandigheden:
de IND heeft een ernstig vermoeden dat de referent niet meer voldoet aan de voorwaarden voor erkenning, als bedoeld in artikel 2e Vw;
de IND doet aangifte bij de officier van justitie of bij een van zijn hulpofficieren tegen de referent of raakt bekend met de omstandigheid dat een ander overheidsorgaan aangifte heeft gedaan tegen de referent, dat er een opsporingsonderzoek is opgestart of vervolging is ingesteld tegen de referent die de voorwaarden voor erkenning raakt;
de IND heeft een klacht ingediend tegen een referent bij de Landelijke Commissie Gedragscode internationale student in het Nederlands hoger onderwijs, die de voorwaarden voor erkenning raakt;
de Inspectie van het Onderwijs heeft een onderzoek ingesteld naar een referent, dat de voorwaarden voor erkenning raakt; of
de Inspectie SZW heeft een onderzoek naar fraude door de referent ingesteld in verband met het niet naleven van bepalingen uit de Wav of de Wml .
Een schorsing van de erkenning duurt drie maanden. De IND verlengt de schorsing steeds met drie maanden als advies van derden of de uitkomst van onderzoek door derden of het OM moet worden afgewacht om een besluit omtrent de erkenning als referent te kunnen nemen.Intrekken van de erkenning als referent
Op grond van artikel 2g Vw trekt de IND de erkenning als referent in als de in dit artikel genoemde feiten zich voordoen. Op grond van artikel 2g, aanhef en onder c, Vw geldt dat de IND de erkenning als referent ook intrekt als zich één van de volgende gevallen voordoet:
de referent is voor de derde keer beboet wegens het niet naleven van de zorg- of informatieplicht waarbij de overtreding door de IND als ernstig is gekwalificeerd. Hierbij wordt verwezen naar paragraaf 9.1.3.2. van dit hoofdstuk;
de referent weigert om zijn medewerking te verlenen aan nalevingstoezicht door de IND;
de referent niet zorgvuldig toetst of de vreemdeling wiens overkomst hij wenst aan de verblijfsvoorwaarden voldoet; of
de referent heeft bij kennis of vermoedens van misstanden met betrekking tot het verblijf van de vreemdeling in Nederland niet adequaat opgetreden.
3.1. Biometrische gegevens
Op grond van artikel 106a, eerste lid, Vw neemt de IND tien digitale vingerafdrukken af en maakt een gezichtopname van de vreemdeling van zes jaar en ouder voor het vaststellen of verifiëren van de identiteit bij:
een aanvraag tot het verlenen, verlengen van de geldigheidsduur of het wijzigen van de beperking van een verblijfvergunning regulier voor bepaalde tijd;
een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd; en
een aanvraag tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of bestendig verblijf neemt tien digitale vingerafdrukken af en scant de door de vreemdeling ingeleverde pasfoto als de vreemdeling een mvv aanvraag indient of de referent in Nederland ten behoeve van de vreemdeling een mvv aanvraag indient.
De bevoegdheid in artikel 106a, eerste lid, Vw geldt niet voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 106a, vierde lid, Vw juncto artikel 8.27Vb.
3.2. Aanvraag tot erkenning als referent
De aanvrager dient de aanvraag tot erkenning als referent in bij een door de IND opgegeven postadres met een door de IND vastgesteld formulier dat bij de IND te verkrijgen is.
De aanvrager moet binnen een termijn van acht weken nadat de IND daarom verzoekt een VOG overleggen. De IND verlengt deze termijn als sprake is van bijzondere omstandigheden. Zie verder B1/3.3.1.2 Vc.
3.3.1. Begin van de TEV-procedure
De TEV-procedure vangt aan door:
indiening van een mvv-aanvraag door de vreemdeling bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf; of
indiening van een mvv-aanvraag door de in Nederland verblijvende referent bij de IND in Nederland.
In aanvulling op artikel 2s, eerste lid, Vw geldt dat als de vreemdeling en de referent beiden in het buitenland verblijven, de vreemdeling de mvv-aanvraag indient. De referent toont dan aan dat hij ná binnenkomst in Nederland zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.

De vreemdeling dient de mvv-aanvraag in met het daarvoor vereiste aanvraagformulier, dat bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of bestendig verblijf is te verkrijgen.
De IND maakt op haar website kenbaar waar de referent de mvv-aanvraag moet indienen. De referent dient de mvv-aanvraag in met het bij de IND te verkrijgen daarvoor vereiste aanvraagformulier.Bestendig verblijf

De IND neemt aan dat sprake is van bestendig verblijf als de vreemdeling op het moment van indienen van de mvv-aanvraag of het toetsmoment:
verblijft in een land op basis van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van drie maanden of meer;
in het land waar hij verblijft, gerechtigd is de uitkomst van een aanvraag voor verblijf (aldaar) af te wachten; of
verblijft in een land waar hij een verblijfsprocedure heeft doorlopen, waarvan de uitkomst in rechte onaantastbaar is geworden en er een juridisch beletsel bestaat tegen uitzetting.
De IND neemt uitsluitend genoegen met een termijn korter dan drie maanden als er geen sprake is van het omzeilen van de mvv-procedure of oneigenlijk gebruik daarvan.
De IND neemt in ieder geval geen bestendig verblijf aan als de vreemdeling in een land verblijft op grond van een visum voor kort verblijf.Afwachten van de mvv-aanvraag in het buitenland

De IND wijst de aanvraag voor een mvv af als de vreemdeling:
in Nederland verblijft zonder rechtmatig verblijf; of
op grond van artikel 8, aanhef en onder f, dan wel h, Vw rechtmatig in Nederland verblijft.
De IND wijst de aanvraag voor een mvv niet af omdat de vreemdeling op grond van artikel 8, aanhef en onder i, Vw rechtmatig in Nederland verblijft, als uit de duur en het doel van dit verblijf blijkt dat de vreemdeling niet in Nederland verblijft met het oogmerk de TEV-procedure te omzeilen.
3.3.2. Aanvraagprocedure mvv door de vreemdeling
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging vraagt de vreemdeling:
bij de indiening van de mvv-aanvraag de voor de mvv-aanvraag gevraagde gegevens en bescheiden te verstrekken;
bij de indiening van de mvv-aanvraag zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen; en
binnen drie weken na ontvangst van een daartoe strekkende kennisgeving van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging de voor de mvv-aanvraag verschuldigde leges te betalen, in die gevallen dat de referent de leges niet betaalt.
De vreemdeling van zes jaar en ouder moet tien digitale vingerafdrukken af laten nemen en een pasfoto inleveren bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging voor het vaststellen van zijn identiteit ( artikel 106a, eerste lid, Vw junctis artikel 54 Vw en artikel 1.31 Vb).
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geeft de vreemdeling die in gebreke blijft nog één keer een termijn van vier weken na kennisgeving om de mvv-aanvraag aan te vullen met de in de kennisgeving genoemde ontbrekende gegevens en bescheiden.
De IND stelt de referent van de vreemdeling (als deze bekend is) schriftelijk in de gelegenheid:
a. binnen twee weken na kennisgeving de mvv-aanvraag aan te vullen met de in de kennisgeving genoemde gegevens en bescheiden; en
b. binnen twee weken de leges te betalen, in het geval de vreemdeling heeft aangegeven dat de referent de leges betaalt.
In geval van een inwilliging machtigt de IND de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om een mvv af te geven en stelt de IND de referent hiervan in kennis. De vreemdeling moet zijn document voor grensoverschrijding naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging meebrengen, zodat de mvv-sticker in dat document kan worden aangebracht.
3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
De referent moet bij de indiening van de aanvraag alle daarvoor benodigde gegevens verstrekken en op grond van artikel 2 l Vw de verschuldigde leges betalen. Wanneer de referent in gebreke is, stelt de IND hem één keer in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving alsnog de gevraagde gegevens over te leggen en de leges te betalen.

Als wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het betreffende verblijfsdoel, machtigt de IND onder voorbehoud de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om de mvv af te geven en stelt de IND de referent hiervan in kennis. Dit voorbehoud houdt in:
dat nader onderzoek de authenticiteit van de originele buitenlandse bewijsmiddelen betreffende de staat van personen en van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling bevestigt;
dat de vreemdeling voor het vaststellen van zijn identiteit tien digitale vingerafdrukken heeft laten afnemen en een pasfoto heeft ingeleverd ( artikel 106a, eerste lid, Vw junctis artikel 54 Vw en artikel 1.31 Vb); en
dat zich geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten.
Uitsluitend als is voldaan aan deze voorwaarden gaat de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging over tot afgifte van de mvv.
3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
De vreemdeling moet binnen:
a. drie maanden na de kennisgeving op de mvv-aanvraag in persoon verschijnen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf voor de vaststelling van zijn identiteit en afgifte van de mvv; en
b. 90 dagen na de datum van de afgifte van de mvv Nederland inreizen.
De vreemdeling of diens referent moet een nieuwe mvv-aanvraag indienen als:
de vreemdeling later dan drie maanden na de dagtekening van de kennisgeving aan de referent in persoon verschijnt bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om zijn mvv af te halen;
de vreemdeling later dan 90 dagen na datum van afgifte van de mvv Nederland inreist (niet binnen de geldigheidsduur van de afgegeven mvv); of
de vreemdeling na indiening van de mvv-aanvraag maar voor afgifte van de verblijfsvergunning zijn verblijfsdoel wil wijzigen.
3.3.5. Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De IND verleent de verblijfsvergunning ambtshalve door uitreiking van het verblijfsdocument aan de vreemdeling in persoon.
Ook als niet meer aan de vereiste voorwaarden wordt voldaan als gevolg van een verandering van het beleid in de periode tussen de aanvraag van de mvv en de afgifte van de verblijfsvergunning verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ambtshalve aan de vreemdeling.
3.3.5.1. Uitzondering in geval van nareis
De IND merkt de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel aan de in Nederland verblijvende referent van de vreemdeling aan als de startdatum van de nareistermijn van drie maanden. De IND beschouwt de aanvraag tot het verlenen van een (onverplichte) mvv die het familie- of gezinslid binnen drie maanden na het verlenen van de verblijfsvergunning asiel van de in Nederland verblijvende vreemdeling indient als een tijdig verzoek om nareis.
3.3.5.2. Geen ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De IND verleent in ieder geval geen ambtshalve verblijfsvergunning in de volgende situaties:
de vreemdeling reist in met een mvv waarvan de geldigheidsduur is verstreken (geen geldige mvv);
de geldigheidsduur van de mvv is verlopen op het moment waarop de vreemdeling zich bij de IND meldt;
de mvv is ingetrokken;
de mvv is door de Kmar aan de grens geannuleerd; of
de vreemdeling wil verblijf in Nederland voor een ander doel dan het doel waarvoor de mvv is afgegeven.
Bij intrekking van de mvv terwijl de vreemdeling nog in het buitenland verblijft, machtigt de IND de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging de mvv in te trekken, nadat de vreemdeling conform artikel 4:7 Awb in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze uit te brengen.
3.3.5.3. Ingangsdatum ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
In aanvulling op artikel 3.57, eerste lid, Vb en op grond van artikel 3.57, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag, die in het mvv-aanvraagformulier is opgegeven als de dag waarop de vreemdeling Nederland zal inreizen, als deze datum binnen de geldigheidsduur van de afgegeven mvv valt.
3.4.1.1. De aanvraag
De herhaalde aanvraag
De IND merkt in het kader van artikel 4:6 Awb enkel feiten en omstandigheden als nieuw aan die:
op het moment waarop de eerste aanvraag werd afgewezen niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn; en
aanleiding geven tot heroverweging van de eerste aanvraag.Verzoek om heroverweging
De IND beschouwt een verzoek om heroverweging van een in rechte onaantastbaar geworden beschikking als een aanvraag die niet is ingediend overeenkomstig de formele vereisten voor de indiening van een aanvraag.
De IND stelt de vreemdeling in de gelegenheid om aan de formele vereisten te voldoen.Meer verblijfdoelen
De IND beoordeelt slechts één verblijfsbeperking per aanvraag, met uitzondering van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb.Ambtshalve toets
Bij afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb, beoordeelt de IND ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb.
De IND doet dit volgens een vaste volgorde.
De IND beoordeelt ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb als de IND:
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb afwijst;
de aanvraag tot het verlengen van een geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb afwijst;
de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb intrekt.
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder e, Vb juncto artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb ambtshalve als de Minister hier op grond van zijn discretionaire bevoegdheid toe heeft besloten. Als de bijzondere individuele omstandigheden zich niet lenen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden kan op grond van artikel 3.6b Vb ambtshalve een verblijfsvergunning worden verleend onder de beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden.
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 3.6, eerste lid, Vb, beoordeelt de IND op grond van artikel 6.1d Vb ambtshalve of er reden is voor toepassing van artikel 64 Vw.
De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in artikel 3.6 Vb en 6.1d Vb achterwege, als de IND aan de vreemdeling met de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een zwaar inreisverbod of een ongewenstverklaring oplegt.
3.4.1.2. Vereisten voor de indiening van de aanvraag
Plaats van indiening aanvraag
Op grond van artikel 3.101 Vb worden de volgende aanvragen ingediend bij de IND:
de aanvraag tot het verlenen, verlengen van de geldigheidsduur of het wijzigen van de beperking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd; en
de aanvraag tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb.
De aanvrager dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres of IND-loket dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de aanvrager de leges moet betalen. De aanvrager dient de aanvraag in met het vereiste formulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.Uitzondering voor het indienen van de aanvraag bij de IND
De vreemdeling moet de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel indienen bij de politie van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.Beschikbaar tijdens de ééndagstoets
De IND kan de vreemdeling met het oog op zijn beschikbaarheid tijdens de ééndagstoets regulier een aanwijzing geven door middel van model M117D , op de dag dat de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een IND-loket indient. De IND licht de aanwijzing mondeling toe.Schriftelijke kennisgeving
Op grond van artikel 3.99a Vb moet een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in hetzelfde artikel voorafgegaan worden door een schriftelijke kennisgeving.
De vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 3.99a Vb wil indienen, stelt de IND daarvan eerst in kennis met de daarvoor bestemde schriftelijke kennisgeving. De vreemdeling geeft op de schriftelijke kennisgeving aan op grond van welke (nieuwe) feiten en omstandigheden de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wil indienen en voegt alle relevante bewijsmiddelen, als aangegeven op het formulier, bij.
De IND stelt de schriftelijke kennisgeving beschikbaar:
via de website www.ind.nl; en
bij de IND-loketten.
In artikel 3.102b Vb is aangegeven in welke gevallen de vreemdeling bij de schriftelijke kennisgeving in ieder geval de voor de beslissing relevante medische gegevens (zie paragraaf A3/7.1 Vc) en overige bewijsmiddelen moet overleggen.
Na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving, de verstrekte informatie en bewijsmiddelen:
1. start de IND de voorbereiding van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de nog in te dienen aanvraag; en
2. stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om ongeveer twee weken later de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 3.99a Vb, in persoon in te dienen bij de IND.
Ad 1.
Gedurende dit onderzoek vraagt de IND de vreemdeling of zijn gemachtigde om aanvullende informatie of bewijsmiddelen en biedt de IND de vreemdeling de mogelijkheid om de aanvraag als bedoeld onder 2 op een later moment in dienen, als blijkt dat:
de schriftelijke kennisgeving niet volledig is ingevuld;
de door de vreemdeling verstrekte informatie niet duidelijk is;
de bewijsmiddelen niet volledig zijn of in het geheel ontbreken.Leges
De IND eist dat de vreemdeling bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 3.99, tweede lid, aanhef en onder a, Vb de verschuldigde leges per kas of per elektronische betaling ter plekke aan het IND-loket voldoet.Indiening door een wettelijk vertegenwoordiger
De IND merkt als wettelijke vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 23 Vw juncto artikel 3.99 Vb aan:
de ouder die het gezag heeft;
de voogd; of
de curator.
Als degene die een aanvraag indient namens een minderjarig kind niet aantoont diens wettelijke vertegenwoordiger te zijn, geeft de IND een termijn van drie maanden na kennisgeving om dat gebrek te herstellen. Het herstellen van het gebrek geschiedt door:
een voogdijvoorziening in Nederland; of
door de ondertekening van de aanvraag namens het kind door de wettelijke vertegenwoordiger van het kind die zich in het land van herkomst bevindt.
De IND stelt de aanvraag buiten behandeling als:
het kind voor wie de aanvraag is ingediend jonger is dan 12 jaar; en
de wettelijke vertegenwoordiging na afloop van genoemde termijn van drie maanden niet is aangetoond.
De IND stelt de aanvraag niet buiten behandeling als de aanvraag is ondertekend door een vreemdeling van 12 jaar of ouder.
3.4.1.3. Herstel verzuim
Als de aanvraag niet voldoet aan de vereisten om deze in behandeling te kunnen nemen, dan geeft de IND de aanvrager op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb een termijn van twee weken na kennisgeving om dit verzuim te herstellen. De IND schort in dit geval de beslistermijn op met ingang van de dag waarop de IND de aanvrager in de gelegenheid heeft gesteld de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
In afwijking hiervan geeft de IND de aanvrager:
een termijn van drie maanden na kennisgeving als de wettelijke vertegenwoordiging van een minderjarig kind niet is aangetoond (zie ook 3.3.1.2 bij indiening door een wettelijk vertegenwoordiger);
een termijn van vier weken na kennisgeving als de vreemdeling niet meteen een geldig document van grensoverschrijding over kan leggen;
een termijn van het tijdsverloop dat gemoeid is met de handeling van kas- of elektronische betaling, als sprake is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 3.99, tweede lid, aanhef en onder a, Vb en de vreemdeling het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke per kas of per elektronische betaling heeft voldaan.
De IND geeft geen herstel verzuim als de IND van tevoren vaststelt dat de vreemdeling ook overigens niet voldoet aan één of meer voorwaarden van het beoogde verblijfsdoel.
De IND verlengt de in de kennisgeving genoemde termijn om de aanvraag aan te vullen als sprake is van bijzondere omstandigheden.
De IND kan een (aanzienlijk) kortere termijn geven als:
sprake is van een ééndagstoets, waarbij de IND de vreemdeling al voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gewezen op het ontbreken van informatie en/of bewijsmiddelen; en
de vreemdeling deze bewijsmiddelen desondanks niet heeft overgelegd op het moment dat de aanvraag wordt ingediend.
3.4.1.4. Beslistermijn
Aanvragen van een erkende referent
De IND streeft ernaar om binnen een termijn van twee weken na ontvangst te beslissen op een door een erkende referent ingediende aanvraag met het oog op afgifte van een mvv of op een aanvraag tot het verlenen, verlengen van de geldigheidsduur of wijziging van de beperking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
De IND beslist niet binnen twee weken op voornoemde aanvragen als sprake is van één van de volgende gevallen:
de aanvraag is niet op de voorgeschreven wijze en voorzien van de benodigde gegevens ingediend;
een nader onderzoek is vereist;
het betreft een aanvraag voor een vergunning voor verblijf en arbeid;
het betreft een aanvraag voor een verblijfsvergunning waarvoor een TWV is vereist; of
de aanvraag wordt niet aan de hand van de eigen verklaringen van de erkende referent beoordeeld, maar aan de hand van de onderliggende gegevens.De ééndagstoets
Artikel 3.99, vierde lid, Vb regelt het verloop van de procedure van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikelen 3.99a en 3.99b Vb. De procedure als beschreven in 3.99, vierde lid, Vb wordt aangeduid als de ééndagstoets regulier.
3.4.1.5. Bekendmaking van de beschikking
De IND verzendt geen beschikking in de volgende gevallen:
de vreemdeling zit in vreemdelingenbewaring. De grondslag van de inbewaringstelling moet worden gewijzigd en beide beschikkingen worden tegelijkertijd aan de vreemdeling uitgereikt;
de vreemdeling wordt ongewenst verklaard. Zie A4/3.4;
tegen de vreemdeling wordt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw uitgevaardigd. Zie A4/2.4.2;
de aanvraag wordt in eerste aanleg afgewezen en de vreemdeling mag de beslissing op het bezwaarschrift niet in Nederland afwachten en er wordt een vrijheidsbeperkende of vrijheidontnemende maatregel opgelegd;
het is een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.99a en artikel 3.99b Vb, tenzij de vreemdeling aantoont dat het in persoon ophalen van de beslissing niet mogelijk is.
3.4.1.6. Intrekking van de aanvraag
De vreemdeling kan alleen met een model M53 zijn aanvraag om een verblijfsvergunning intrekken als hij in bewaring is gesteld.
3.4.2. Specifieke bepalingen over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Identificatie vreemdeling
De vreemdeling moet een gezichtopname laten maken en tien digitale vingerafdrukken laten afnemen door de IND voor het vaststellen van zijn identiteit ( artikel 3.102a Vb).
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling niet vaststaan.Verblijfssticker

De IND verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ ( bijlage 7g VV ):
aan de vreemdeling als bewijs van het feit dat hij een aanvraag tot verlenen, verlenging of wijziging van de verblijfsvergunning heeft ingediend; en
voor één maand korter dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling met een maximum van zes maanden.
De IND verstrekt de verblijfsaantekening ‘Gemeenschapsonderdaan’ aan het familielid van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland die zelf niet de nationaliteit heeft van deze lidstaten.Uitreiking verblijfsdocument

De IND reikt het verblijfsdocument uit:
aan de vreemdeling in persoon;
bij minderjarigheid in het bijzijn van de wettelijk vertegenwoordiger; en
bij wijziging van de beperking of vernieuwing van het verblijfsdocument tegen inlevering van het oude verblijfsdocument, tenzij sprake is van verlies of diefstal van het oude verblijfsdocument.
De korpschef reikt het verblijfsdocument uit als de vreemdeling slachtoffer is van dreigend eergerelateerd geweld.Afgifte documenten en schriftelijke verklaringen bedoeld in artikel 9 Vw
De IND verstrekt een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 Vw.

Op de regel zijn de volgende uitzonderingen van toepassing:
de vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld aangifte te doen van een overtreding van artikel 273 f WvSr (mensenhandel). De korpschef verstrekt een document of schriftelijke verklaring.
uitzetting van de vreemdeling moet achterwege blijven op grond van artikel 64 Vw vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van zijn gezinsleden. Het gestelde in A4/7.3 is van toepassing.
4.1. Mvv-vereiste
Hardheidsclausule
Op grond van artikel 3.71, derde lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet af wegens het ontbreken van een geldige mvv als dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (de hardheidsclausule).Bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in ieder geval toe bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning van een vreemdeling van wie de terugkeer in verband met een medische noodsituatie leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in ieder geval niet toe als de vreemdeling:
het beroep op de hardheidsclausule niet heeft gemotiveerd of met relevante gegevens en bescheiden heeft onderbouwd binnen een door de IND gestelde termijn;
stelt dat aan een of meer voorwaarden voor vrijstelling slechts op een onderdeel niet is voldaan;
stelt dat aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning voor het gestelde verblijfsdoel is voldaan, afgezien van het mvv-vereiste;
asielgerelateerde gronden aanvoert;
als asielzoeker is uitgeprocedeerd;
aangeeft dat de noodzakelijke medische behandeling aan terugkeer – teneinde een mvv te verkrijgen – naar het land van herkomst in de weg staat, maar niet heeft aangetoond dat sprake is van een medische noodsituatie; of
meer dan twee jaar na afloop van een eerder verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om verlenging of wijziging hiervan heeft gevraagd tenzij het overschrijden van deze termijn niet aan de vreemdeling is toe te rekenen.
4.2. Geldig document voor grensoverschrijding
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, Vw wijst de IND de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding.
De IND merkt een geldig paspoort dat door de Nederlandse autoriteiten wordt erkend, aan als geldig document voor grensoverschrijding. De IND merkt een blanco paspoort niet aan als een geldig document voor grensoverschrijding, omdat in dit geval voor afgifte geen deugdelijke toetsing heeft plaatsgevonden van de identiteit van de houder van het paspoort.Uitzonderingen
De IND wijst de aanvraag niet af wegens het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding als de vreemdeling behoort tot een van de volgende categorieën:
onderdanen van Somalië, zolang er geen internationaal erkend centraal gezag is in Somalië en Nederland de Somalische autoriteiten en door hen uitgegeven documenten niet erkent; of
hier te lande geboren kinderen die een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor verblijf bij ouder (familie- en gezinslid) aanvragen, mits zij voldoen aan alle volgende voorwaarden:
De IND wijst de aanvraag af op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, Vw als de vreemdeling niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en als enkele reden daarvoor aanvoert dat hij:
beide ouders zijn in het bezit van een geldige verblijfsvergunning; en
beide ouders zijn vrijgesteld van het vereiste over een geldig document voor grensoverschrijding te beschikken.
terug moet naar het land van herkomst om daar de afgifte van een geldig document voor grensoverschrijding te bewerkstelligen;
zijn militaire plicht moet vervullen in het land van herkomst voor het verkrijgen van een geldig document van grensoverschrijding; of
een medische behandeling in Nederland ondergaat.
De IND wijst de aanvraag niet af wegens het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding als ambtshalve een verblijfsvergunning wordt verleend voor het volgende verblijfsdoel:
verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling (zie B8);
verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten (zie B8).
4.3.1. Inleiding
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, Vw is de IND bevoegd de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af te wijzen als de vreemdeling of de persoon bij wie deze wil verblijven niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen voor de beoordeling van de middelen van bestaan van een vreemdeling. Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, Vw worden bij de beoordeling of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan in sommige gevallen ook de middelen van bestaan van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven betrokken. Wanneer de middelen van bestaan van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven – al dan niet samen met die van de vreemdeling – worden beoordeeld, is dit in het betreffende materiehoofdstuk aangegeven.
4.3.2. Algemene beleidsregels
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, Vw juncto artikel 26, eerste lid, Vw moet de vreemdeling op enig moment tussen de datum van indiening van de aanvraag en het moment waarop de IND op die aanvraag beslist, gelijktijdig voldoen aan alle drie de elementen van de middelen van bestaan:
de middelen van bestaan moeten zelfstandig zijn;
de middelen van bestaan moeten duurzaam zijn; en
de middelen van bestaan moeten voldoende hoog zijn.
De IND past de eisen met betrekking tot de middelen van bestaan toe op alle aanvragen tot het verlenen, verlengen en wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, tenzij in het Vb , het VV of de Vc voor specifieke groepen andersluidende bepalingen over de middelen van bestaan zijn opgenomen.
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, Vw wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Op grond van artikel 3.103 Vb junctis artikelen 3.74 Vb en 3.19 VV past de IND het normbedrag toe dat van toepassing is op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen tenzij het normbedrag ten tijde van het beoordelen van deze aanvraag gunstiger is voor de vreemdeling.
Bij de berekening van de hoogte van het totale inkomen telt de IND alle bestanddelen van het inkomen mee, voor zover die zelfstandig én duurzaam zijn.
Een vreemdeling beschikt in ieder geval niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan als sprake is van een faillissement of surseance van betaling van de vreemdeling of diens referent.Overgangsrecht verhoging normbedrag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders
Het normbedrag voor alleenstaanden zoals opgenomen in artikel 3.19, eerste lid, VV geldt niet bij aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier als de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft verkregen voor 31 juli 2010 op basis van het normbedrag voor alleenstaanden. In dit geval geldt in plaats van 70% van het wettelijk minimumloon de norm van 50% van het wettelijk minimumloon.
Het normbedrag voor alleenstaande ouders zoals opgenomen in artikel 3.19, tweede lid, VV geldt niet bij aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier als de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft verkregen voor 31 juli 2010 op basis van het normbedrag voor alleenstaande ouders. In dit geval geldt in plaats van 90% van het wettelijk minimumloon de norm van 70% van het wettelijk minimumloon.
De afwijkende normbedragen gelden ook voor degenen die het verblijf financieren van vreemdelingen die voor 31 juli 2010 verblijf hebben gekregen. Deze overgangsregeling geldt tot 31 juli 2013.
4.3.3. Inkomen per inkomstenbron
In de navolgende paragrafen worden, in aanvulling op de artikelen 3.73, 3.74 en 3.75 Vb en 3.19 VV, per bron de beleidsregels genoemd die bij de beoordeling van de zelfstandigheid, duurzaamheid en voldoende hoogte van de middelen van bestaan van toepassing zijn.
4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst
De IND merkt toeslagen en vergoedingen verworven uit arbeid in loondienst als zelfstandige middelen van bestaan in de zin van artikel 3.73, eerste lid, Vb aan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de toeslagen en vergoedingen zijn contractueel vastgelegd; en
over de toeslagen en de vergoedingen worden de vereiste belastingen en premies afgedragen.
De IND stelt gesubsidieerde arbeid in loondienst gelijk aan andere vormen van arbeid in loondienst.
Op grond van artikel 3.75, eerste lid, Vb beoordeelt de IND de middelen van bestaan uit arbeid in loondienst als duurzaam, wanneer de vreemdeling voor een periode van minder dan één jaar in Nederland wil verblijven en de middelen van bestaan gedurende deze periode beschikbaar zijn.Flexibele arbeid
De IND merkt inkomsten uit arbeid voor een uitzendbureau aan als flexibele arbeid als bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb, tenzij uit de overgelegde bewijsmiddelen uitdrukkelijk anders blijkt.Samenvoegen van inkomstenbronnen
De inkomsten uit arbeid in loondienst, bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb, mogen met andere zelfstandige en duurzame inkomsten worden samengevoegd (bijvoorbeeld inkomsten uit arbeid als zelfstandige) om te voldoen aan het toepasselijke normbedrag.Kortdurende werkloosheid
De IND telt tijdvakken van werkloosheid mee bij de periode van drie jaar als bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb als tijdens deze periode zelfstandige inkomsten zijn verworven. De IND merkt als zelfstandige inkomsten ook aan inkomsten uit een uitkering op grond van de Ziektewet . In deze periode van drie jaar als bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb mag het totaal van deze tijdvakken van werkloosheid niet meer dan 26 weken bedragen.
Als de vreemdeling tijdens de periode van drie jaar als bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb een bepaalde periode een (aanvullende) uitkering uit de algemene middelen heeft ontvangen waarvoor geen premie is afgedragen, dan zijn de middelen in ieder geval niet duurzaam als bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb.Proeftijd
Als in een arbeidsovereenkomst een proeftijd is overeengekomen, kan deze worden meegenomen bij de beoordeling of de middelen van bestaan duurzaam zijn.Onregelmatige inkomsten en loon in natura
De IND merkt onregelmatige inkomsten en loon in natura verworven uit arbeid in loondienst van de vreemdeling aan als duurzaam als deze inkomsten structureel zijn. Deze inkomsten zijn structureel als deze in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag of het moment van beschikken ten minste elf van de twaalf maanden zijn verworven. Het laagste verkregen maandelijkse bedrag wordt meegeteld bij de beoordeling of de vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt.
4.3.3.2. Inkomen uit arbeid als zelfstandige
De IND beoordeelt de middelen van bestaan van een vreemdeling op basis van een overeenkomst van opdracht als freelancer op dezelfde wijze als het inkomen van een vreemdeling die arbeid als zelfstandige verricht.
De IND betrekt het gemiddeld inkomen per boekjaar bij de beoordeling of de inkomsten uit arbeid als zelfstandige voldoende zijn. De IND middelt niet tussen meerdere boekjaren.
De IND beoordeelt aan de hand van de inkomsten uit het verleden van de zelfstandige of de duurzaamheid van zijn inkomen voor de toekomst gewaarborgd is. Deze beoordeling is alleen van toepassing op referenten die arbeid als zelfstandige verrichten.
4.3.3.3. Inkomsten uit eigen vermogen
De IND merkt inkomsten uit eigen vermogen van de vreemdeling op grond van artikel 3.75, tweede lid, Vb aan als duurzaam als deze op het moment van de aanvraag (of het beoordelen van de aanvraag) gedurende één jaar beschikbaar zijn geweest en nog steeds beschikbaar zijn. Het inkomen uit eigen vermogen is voldoende als 4% van het eigen vermogen zoals opgegeven aan de Belastingdienst over het fiscale jaar voorafgaand aan de aanvraag, omgerekend per maand ten minste gelijk is aan het van toepassing zijnde normbedrag.
4.3.3.4. Inkomsten uit overige bron
De IND merkt de middelen van bestaan van de vreemdeling uit overige bronnen als zelfstandig aan in de zin van artikel 3.73, eerste lid, Vb als de vereiste wettelijke premies en belastingen zijn afgedragen.
De IND merkt uitkeringen, toeslagen, bijdragen, giften en vergoedingen waarover niet de vereiste premies en belastingen worden afgedragen in ieder geval niet aan als zelfstandige middelen van bestaan in de zin van artikel 3.73 Vb.
4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning wegens gevaar voor de openbare orde af als de vreemdeling wegens een misdrijf:
een transactieaanbod heeft aanvaard;
een strafbeschikking is opgelegd; of
is veroordeeld tot:
Onder gevaar voor de openbare orde verstaat de IND ook:
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een vrijheidsontnemende maatregel, onvoorwaardelijke jeugddetentie, een onvoorwaardelijke maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige, onvoorwaardelijke TBS, onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders of een onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
een taakstraf; of
een onvoorwaardelijke geldboete.
gevaar voor de openbare rust;
gevaar voor de goede zeden;
gevaar voor de volksgezondheid;
gevaar voor de (goede) internationale betrekkingen; of
ongewenste politieke activiteiten.
De IND beoordeelt per geval of hiervan sprake is.
Als een strafzaak wegens een misdrijf openstaat en de uitkomst hiervan voor het te nemen besluit noodzakelijk is, neemt de IND contact op met het OM. De IND verlengt de termijn voor het nemen van een besluit met maximaal zes maanden als het onderzoek niet is afgerond voor het verstrijken van de beslistermijn. Als de aanvraag is ingediend door een langdurig ingezetene of diens gezinslid bedraagt de termijn waarmee de beslistermijn kan worden verlengd maximaal drie maanden.Termijnen
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet af op grond van artikel 3.77, eerste lid aanhef en onder c, Vb als op het moment van de aanvraag of het moment van beslissen wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden:
er zijn twintig jaren verstreken bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van meer dan zes jaar staat;
er zijn tien jaren verstreken bij gewelds- en drugsmisdrijven waarop een gevangenisstraf van zes jaar of minder staat; of
er zijn vijf jaren verstreken bij andere misdrijven dan hierboven genoemd.
De hierboven genoemde termijnen vangen aan op de dag waarop:
het vonnis of strafbeschikking onherroepelijk is geworden; of
het transactievoorstel is aanvaard.
Als de tenuitvoerlegging van de straf, vanwege een vonnis bij verstek, pas later heeft plaatsgevonden, vangt de termijn aan op de dag waarop de straf volledig ten uitvoer is gelegd.
In de volgende gevallen is de straf volledig ten uitvoer gelegd:
bij een vrijheidsbenemende straf of maatregel: de datum van invrijheidstelling;
bij een taakstraf: de datum waarop de taakstraf is voltooid;
bij een vermogensstraf: de datum waarop de geldboete of transactie is betaald.
De IND past deze regels ook toe als sprake is van het (gedeeltelijk) kwijtschelden van een straf, zoals bedoeld in artikel 3.77, derde lid, Vb.
De IND past de termijnen als hierboven beschreven niet toe in één van de volgende gevallen:
een veroordeling voor een misdrijf tegen het leven gericht;
het bij herhaling veroordeeld worden voor misdrijven; of
ernstige redenen om te veronderstellen dat de vreemdeling (of diens gezinslid) zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
Van het bij herhaling veroordeeld worden voor misdrijven is sprake als:
meer dan één straf is opgelegd; of
één straf is opgelegd voor een aantal bewezen verklaarde strafbare feiten (voeging).Nationale veiligheid
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
een (individueel) ambtsbericht van de AIVD; of
een (individueel) ambtsbericht van andere (buitenlandse) ministeries of inlichtingendiensten.
Toepassing van deze grond is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling.
4.5. Medisch onderzoek
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e, Vw wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af of verleent de IND niet ambtshalve een verblijfsvergunning als de vreemdeling:
niet bereid is een tbc-onderzoek te ondergaan; of
niet meewerkt aan de behandeling van de tbc.
De IND werpt het bovenstaande niet tegen bij de beoordeling van de voortzetting van het rechtmatig verblijf.
Als de vreemdeling bij de indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd geen ‘intentieverklaring tbc-onderzoek’ ondertekent, geeft de IND hem een termijn van twee weken om dat alsnog te doen. De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling de intentieverklaring niet binnen de hiervoor gegeven termijn ondertekent. Als sprake is van een erkende referent neemt de IND genoegen met een eigen verklaring van de referent waarin deze verklaard dat de vreemdeling bereid is een tbc-onderzoek te ondergaan.
Als de vreemdeling aan de overige voorwaarden voor toelating voldoet, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de voorwaarde dat de vreemdeling daadwerkelijk binnen drie maanden na afgifte van het verblijfsdocument een tbc-onderzoek bij de GG&GD ondergaat.
In de volgende gevallen trekt de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in:
de vreemdeling is niet bereid een tbc-onderzoek te ondergaan; of
de vreemdeling werkt niet mee aan de behandeling van de tbc.
4.6. Niet voldoen aan de beperking
Op grond van artikel 16, eerste lid, onder g, Vw, wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af al de vreemdeling niet voldoet aan de specifieke voorwaarden (de beperking) van het doel waarvoor hij wil verblijven.
4.7. Inburgeringsvereiste
Inburgering in het buitenland
De IND wijst de mvv-aanvraag af als de vreemdeling het basisexamen inburgering in het buitenland niet heeft behaald of niet heeft afgelegd, tenzij de vreemdeling hiervan is vrijgesteld of is ontheven.
De inspanningen (pogingen en voorbereidingen) van de vreemdeling mogen niet zo lang duren dat uitoefening van het recht op gezinshereniging onmogelijk of uiterst moeilijk wordt gemaakt.Vrijstelling
Voor vrijstelling van het basisexamen inburgering in het buitenland op grond van artikel 5, eerste lid, onder b, Wet Inburgering is het niet vereist dat, in aanvulling op artikel 2.6, eerste lid, Besluit Inburgering, sprake is van acht jaar ononderbroken inschrijving als ingezetene in de BRP of acht jaar rechtmatig verblijf.
De gezinsleden, bedoeld in B10/4.1 Vc, van een vreemdeling met de Turkse nationaliteit zijn ook vrijgesteld van het basisexamen inburgering in het buitenland.Ontheffing basisexamen inburgering vanwege een geestelijke of lichamelijke belemmering
Op basis van artikel 3.71a, tweede lid, aanhef en onder c, Vb ontheft de IND in ieder geval de vreemdeling van het behalen van het basisexamen inburgering als de vreemdeling aantoont dat sprake is van:
blindheid;
doofheid; of
doofstomheid.
In aanvulling hierop ontheft de IND de vreemdeling van het behalen van het basisexamen inburgering als de vreemdeling aantoont dat:
sprake is van slechtziendheid of hardhorendheid; en
hij niet met behulp van hulpmiddelen alsnog voldoende gezichts- of hoorvermogen krijgt om het basisexamen inburgering af te kunnen leggen.Ontheffing basisexamen inburgering vanwege bijzondere individuele omstandigheden
De IND wijst de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf niet af vanwege het inburgeringsvereiste als sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die ertoe leiden dat de vreemdeling niet in staat is om het basisexamen inburgering met goed gevolg af te leggen. Dat kan een enkele omstandigheid zijn of een combinatie van verschillende omstandigheden.
De IND betrekt – waar relevant – in de beoordeling van de bijzondere individuele omstandigheden:
? de getoonde wil van de vreemdeling om voor het examen te slagen; en
? de geleverde inspanningen van de vreemdeling om zich voor te bereiden op en te slagen voor het basisexamen inburgering. De behaalde scores voor een examenonderdeel kunnen een indicatie geven voor de geleverde inspanningen.
Als bijzondere individuele omstandigheden kunnen (een combinatie van) de volgende (niet limitatieve lijst van) aspecten gelden:
? De vreemdeling heeft een geestelijke of lichamelijke belemmering, anders dan bedoeld in artikel 3.71a, tweede lid, aanhef en onder c, Vb;
? Onveilige situatie in het land van herkomst. De vreemdeling zal zelf moeten aangeven wat dat betekent voor zijn individuele situatie;
? Het niet beschikbaar zijn van cursusmateriaal geschikt voor de vreemdeling;
? Acute omstandigheden in de situatie van gezinsleden in Nederland die aanwezigheid van vreemdeling in Nederland noodzakelijk maken;
? De gezondheidstoestand van de betrokken gezinsleden;
? De reeds gemaakte kosten ter voorbereiding en/of het afleggen van het basisexamen;
? De financiële situatie van de betrokken gezinsleden;
? Opleidingsniveau / analfabetisme; het gratis beschikbaar gestelde lespakket bevat een alfabetiseringscursus. Overigens is het niet noodzakelijk gealfabetiseerd te zijn om de toets Spreekvaardigheid en de toets Kennis Nederlandse Samenleving (KNS) te kunnen behalen;
? Leeftijd;
? Zorg voor afhankelijke gezinsleden in land van herkomst;
? Duur van het huwelijk/relatie;
? Tijdsverloop sinds start inspanningen tot gezinshereniging;
? Beschikbaarheid van faciliteiten ter ondersteuning (bijvoorbeeld mogelijkheden tot het volgen van een cursus);
? De mogelijkheden om het basisexamen af te leggen in het land van herkomst of bestendig verblijf;
? De reisafstand naar de diplomatieke post.
De mate waarin bovenstaande omstandigheden relevant zijn, is afhankelijk van de situatie van de vreemdeling. In bijzondere situaties kan ook een enkele omstandigheid leiden tot ontheffing. Het inburgeringsvereiste mag gezinshereniging niet uiterst moeilijk of onmogelijk maken.
Ook wanneer er medische omstandigheden worden aangevoerd die niet leiden tot ontheffing op grond van artikel 3.71a, tweede lid, aanhef en onder c, Vb, moet de vertrouwensarts die door de diplomatieke vertegenwoordiging in het land van herkomst of bestendig verblijf is aangesteld, worden geraadpleegd door de vreemdeling. De kosten van het consult komen voor rekening van de vreemdeling. Als het land van herkomst of bestendig verblijf geen diplomatieke post heeft, zal de vreemdeling moeten afreizen naar een buurland waar wel een diplomatieke vertegenwoordiging aanwezig is, die een vertrouwensarts heeft aangesteld.
4.8. Onjuiste gegevens
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder i, Vw en artikel 3.77, zevende lid, Vb, wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling:
onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van een eerdere aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een visum kort verblijf, machtiging tot voorlopig verblijf of verblijfsvergunning hebben geleid of zouden hebben geleid; en
sinds de laatste uitzetting of het laatste gecontroleerde vertrek geen ononderbroken periode van ten minste vijf jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder i, Vw en artikel 3.77, zevende lid, Vb, wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd tevens af als de vreemdeling:
onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de voorliggende aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zouden leiden; en
de vreemdeling de voorliggende aanvraag heeft ingediend voordat het tot zijn uitzetting of gecontroleerde vertrek is gekomen.
4.9. Illegaal verblijf
Met inachtneming van artikel 17a Vw en artikel 3.77, achtste en negende lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 16, eerste lid, onder j, Vw af als de vreemdeling sinds de laatste uitzetting of het laatste gecontroleerde vertrek geen ononderbroken periode van ten minste vijf jaren buiten Nederland heeft verbleven.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder j, Vw als door de IND is vastgesteld dat de vreemdeling voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning in aanmerking komt die verband houdt met een beperking als opgesomd in artikel 6.6 VV.
5.1. Algemeen
De IND maakt bij de verlening van de verblijfsvergunning terughoudend gebruik van:
de in artikel 3.4, tweede lid, Vb neergelegde bevoegdheid om de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking nader te omschrijven.
de in artikel 3.4, derde lid, Vb, genoemde bevoegdheid. De IND gebruikt deze bevoegdheid niet in de situatie waarin de vreemdeling:
in Nederland wil verblijven voor een doel dat in het Vb wordt genoemd; en
niet voldoet aan één of meer van de toelatingsvoorwaarden.
De IND vermeldt bij de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een andere beperking dan genoemd in artikel 3.4, eerste lid, Vb of het verblijfsrecht tijdelijk van aard is. Als de IND dit niet aangeeft, is het verblijfsrecht niet tijdelijk van aard.
De beperking en de arbeidsmarktaantekening waaronder de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, zijn in de desbetreffende materiehoofdstukken nader uitgewerkt.
5.2. Aantekening beroep algemene middelen
De IND stelt de vreemdeling vooraf schriftelijk in kennis dat een beroep op de algemene middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht. De IND doet dit door een aantekening op te nemen op:
het verblijfsdocument; of
de beschikking waarbij de IND de verblijfsvergunning toekent.
5.3. Wijziging van de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking
De aanvraag tot wijziging van de beperking is vereist in de volgende gevallen:
de vreemdeling wil zijn verblijf in Nederland voortzetten op grond van een andere beperking dan de beperking waaronder hij aanvankelijk was toegelaten; of
de vreemdeling wil gezinshereniging bij een ander familie- of gezinslid dan bij wie hij aanvankelijk was toegelaten.
Als de aanvraag tot wijziging van de beperking wordt ingediend na de redelijke termijn van twee jaar, dan is het mvv-vereiste van toepassing (zie B1/6.1 Ad b voor een toelichting op de redelijke termijn).
Een aanvraag tot wijziging van de beperking is niet vereist in die gevallen waarbij de vreemdeling zijn verblijf wil voortzetten onder dezelfde beperking, maar bij een andere referent dan bij wie hij oorspronkelijk is toegelaten.
In een dergelijk geval moet:
a) de vorige referent de vreemdeling afmelden bij de IND met een bij de IND te verkrijgen formulier; en
b) de nieuwe referent de vreemdeling met een bij de IND te verkrijgen formulier aanmelden bij de IND.Ad b)
De nieuwe referent moet zich met het formulier referent stellen van de vreemdeling en verklaren dat de vreemdeling nog steeds aan alle voorwaarden voor de verlening van de verblijfsvergunning voldoet. De melding moet binnen vier weken na de opgetreden wijziging door de IND zijn ontvangen.
De vreemdeling die een aanvraag tot wijziging van de beperking bedoeld in artikel 3.46 Vb, wil indienen stelt de IND conform artikel 3.99a, derde lid, Vb, daarvan eerst in kennis met de daarvoor bestemde schriftelijke kennisgeving (zie ook paragraaf B1/3.3.1.2 Vc).
5.4. Voorschriften
De vreemdeling voldoet aan het voorschrift van artikel 3.7, tweede lid, Vb als hij voor zijn verblijf een passagebiljet deponeert dat geldig is tot na het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning.
Als de IND het voorschrift tot het deponeren van een waarborgsom, als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, aanhef en onder a, Vb, aan de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verbindt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om binnen vier weken na dagtekening van de factuur het op de factuur vermelde bedrag te voldoen. De IND geeft bij het in gebreke blijven van de vreemdeling, de vreemdeling één keer de gelegenheid (door middel van een aanmaning) om het bedrag alsnog binnen twee weken te betalen.
De IND verbindt geen voorschrift aan het verblijfsdocument dat is verleend op grond van artikel 8, aanhef en onder e, Vw.
5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Op grond van de artikelen 3.58 en 3.59 Vb verleent en verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd tot het maximum dat op basis van deze artikelen mogelijk is, tenzij in de materiehoofdstukken is opgenomen dat de IND de betreffende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor een kortere geldigheidsduur verleent of verlengt.
6.1. Toetsing aanvraag van het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
De IND toetst aan de voorwaarden voor het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier als sprake is van:
a. een situatie van verlenging genoemd in artikel 3.80, eerste lid, Vb; of
b. een situatie van verlenging genoemd in artikel 3.82, eerste lid, Vb, tenzij zich een geval genoemd in het tweede lid van dit artikel voordoet.Ad a. Tijdige indiening
De IND bekijkt per geval of de termijnoverschrijding, zoals bedoeld in artikel 3.80, eerste lid, Vb de vreemdeling niet is toe te rekenen. De IND merkt in ieder geval de volgende omstandigheden niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening:
vakantie;
detentie;
nalatigheid van de vreemdeling; of
het niet hebben ontvangen of hebben gelezen van de rappelbrief.
De IND rekent een te late indiening van de aanvraag niet toe aan de vreemdeling als hij zich als achtergelaten vreemdeling zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid heeft gewend. De IND houdt rekening met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vreemdeling met zich mee heeft gebracht.Ad b. Binnen redelijke termijn ingediende aanvraag
De in artikel 3.82, eerste lid, Vb bedoelde redelijke termijn is twee jaar.
Als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling intrekt (al dan niet met terugwerkende kracht), vangt de redelijke termijn aan op de dag na bekendmaking van het intrekkingsbesluit.
Als de IND de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht intrekt en sprake is van omstandigheden als bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, Vb, dan geldt dat de aanvraag:
tijdig is ingediend als deze is ingediend vóór het tijdstip waarop de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is ingetrokken; of
niet tijdig is ingediend als deze is ingediend ná het tijdstip waarop de verblijfsvergunning is ingetrokken.
Als de IND het Nederlanderschap intrekt op grond van artikel 14 RWN, dan is sprake van de situatie als bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, aanhef en onder b, Vb als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
het geven van een valse verklaring of het bedrog, of het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap relevant feit, voorafgaand aan de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap heeft plaatsgevonden ten behoeve van een aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning; en
de betreffende gegevens of feiten zouden hebben geleid tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen van de geldigheidsduur.
6.2. Gronden voor het niet-verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De IND wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af wanneer één van de in artikel 18 Vw genoemde gronden zich voordoet.Ambtshalve toets
De IND beoordeelt op grond van artikel 3.6, vijfde lid, Vb ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de beleidskaders genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb als de IND:
een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb afwijst;
een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb intrekt.
Als de IND geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 3.6, eerste lid Vb, beoordeelt de IND op grond van artikel 6.1d Vb ambtshalve of er reden is voor toepassing van artikel 64 Vw.
De IND beoordeelt uitsluitend ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46 Vb of uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als:
de vreemdeling zich in het kader van de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur of de intrekking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd beroept op medische omstandigheden; en
de vreemdeling zijn relevante medische gegevens en overige bewijsmiddelen heeft overgelegd (zie paragraaf A3/7.1 vc).
Zie ook paragraaf B1/3.4.1.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets.
6.2.1. Hoofdverblijf
De IND beoordeelt of de vreemdeling het hoofdverblijf, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, heeft verplaatst aan de hand van feiten en omstandigheden van feitelijke aard.
De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland als één van de volgende gevallen zich voordoet:
a. de vreemdeling heeft bij zijn vertrek uit Nederland gebruikgemaakt van een remigratieregeling, waaronder een regeling van de Remigratiewet ;
b. de vreemdeling heeft meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van deze zes maanden te wijten is aan omstandigheden die buiten zijn schuld zijn gelegen; of
c. de vreemdeling heeft voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan vier achtereenvolgende maanden buiten Nederland verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd.Ad b.
De IND merkt verblijf buiten Nederland als gevolg van detentie aan als een omstandigheid die te wijten is aan de vreemdeling, mits de detentie het gevolg is van een daadwerkelijke rechterlijke veroordeling voor het plegen van een strafbaar feit. Bij lagere strafoplegging door een hogere rechterlijke instantie wordt het gedeelte van de straf dat ten onrechte is opgelegd, buiten beschouwing gelaten.
De IND merkt verblijf buiten Nederland als gevolg van detentie niet aan als een omstandigheid die te wijten is aan de vreemdeling als de detentie het gevolg is van een veroordeling wegens een gedraging die in Nederland niet strafbaar is gesteld.
De IND neemt aan dat geen sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland als de vreemdeling:
a. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft in het kader van studie aan het hoger onderwijs en in het kader van de voltooiing van zijn studie in Nederland tijdelijk hoger onderwijs in het buitenland gaat volgen. Tijdelijkheid wordt niet aangenomen als de periode van het volgen van hoger onderwijs in het buitenland langer is dan een jaar aaneengesloten;
b. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt;
c. de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst van het Ministerie van BUZA, die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland;
d. is achtergelaten in het land van herkomst en zich zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid (gemeente, diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren;
e. Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Nederland is teruggekeerd;
f. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ of ‘wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG’ heeft en niet langer dan acht maanden arbeid buiten Nederland verricht mits de vreemdeling aan de voorwaarden van de verblijfsvergunning blijft voldoen;
g. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘vermogende vreemdeling’ heeft en niet langer dan acht maanden buiten Nederland verblijft mits de vreemdeling aan de voorwaarden blijft voldoen.Ad d.
Wat ‘zo snel mogelijk’ is, beoordeelt de IND per geval, waarbij de IND rekening houdt met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vreemdeling met zich heeft meegebracht.
6.2.2. Openbare orde en nationale veiligheid
De IND past de regels van de artikelen 3.86 en 3.87 Vb ook toe als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
de vreemdeling heeft niet tijdig een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning;
de aanvraag (tot het verlenen, het wijzigen of het verlengen van een verblijfsvergunning) is door de IND ontvangen binnen twee jaar nadat het verblijfsrecht op grond van de eerdere verblijfsvergunning of het Nederlanderschap is geëindigd;
er zijn geen onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden, die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid; en
de vreemdeling heeft het hoofdverblijf niet buiten Nederland gevestigd.
Voor toepassing van artikel 3.86, vierde lid, Vb beoordeelt de IND of sprake is van het bij herhaling veroordeeld worden voor misdrijven. Het bepaalde in B1/4.4 is van overeenkomstige toepassing.Terbeschikkingstelling
Als een vreemdeling een terbeschikkingstelling opgelegd heeft gekregen ( artikel 37 WvSr) beziet de IND bij verlenging van de terbeschikkingstelling (artikel 37 WvSr) van een vreemdeling of het verblijfsrecht, met toepassing van de glijdende schaal als genoemd in artikel 3.86, tweede lid, Vb kan worden beëindigd.In het buitenland gepleegde en/of berechte inbreuk op de openbare orde
Voor de toepassing van artikel 3.86, achtste lid Vb verzoekt de IND het OM te beoordelen of het buiten Nederland gepleegde feit een misdrijf oplevert en welke straf in Nederland voor het betreffende strafbare feit zou zijn gevorderd. Hierbij wordt aangesloten bij de gepubliceerde richtlijnen van het OM met betrekking tot de eis van de officier van justitie ter zitting.
Aan het (gedeeltelijk) kwijtschelden van een straf komt voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toe.Nationale veiligheid
Voor de toepassing van deze grond is het bepaalde in B1/4.4 van overeenkomstige toepassing.
6.2.3. Middelen van bestaan
De IND kan de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens het niet voldoen aan artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, afwijzen, als de verblijfsvergunning is verleend in het kader van gezinsmigratie en de vreemdeling en/of de hoofdpersoon een beroep doet/doen op de algemene middelen.
6.3. Gronden voor intrekking verblijfsvergunning bepaalde tijd
Op grond van artikel 19 Vw trekt de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in op de in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a en c tot en met i, Vw genoemde gronden. Voor de beleidsregels wordt verwezen naar hetgeen onder B1/6.2.1 Vc, B1/6.2.2 Vc en B1/6.2.3 Vc is vermeld.
7.1. Het indienen van rechtsmiddelen
De in artikel 70, eerste lid, Vw genoemde personen dienen het bezwaar- of administratief beroepschrift in bij de IND. Een bezwaarschrift in visum- -zaken wordt gericht aan de Visadienst. Een bezwaar in mvv-zaken wordt gericht aan de IND.
Als het bezwaar- of administratief beroepschrift niet voldoet aan één of meerdere van de in artikel 6:5 Awb genoemde vereisten voor het in behandeling nemen ervan, stelt de IND de indiener van het bezwaar- of administratief beroepschrift in de gelegenheid om binnen een termijn van twee weken hieraan alsnog te voldoen.Uitstel van het indienen van nadere gronden
Voor het indienen van de nadere gronden als bedoeld in artikel 6:5 Awb bij het bezwaar- of administratief beroepschrift verleent de IND:
a. bij het niet tijdig beschikbaar zijn van een tolk uitstel tot vijf werkdagen na de eerstvolgende datum waarop een tolk in de gewenste taal wel beschikbaar is en de indiener van het verzoek om uitstel schriftelijk heeft aangetoond dat tijdig een tolk is aangevraagd, maar deze niet tijdig beschikbaar is;
b. bij plotselinge ziekte van de gemachtigde uitstel tot vijf werkdagen vanaf datum ziekte voor zaken waarin de termijn gedurende de eerstvolgende vijf werkdagen verloopt;
c. bij plotselinge ziekte van de vreemdeling uitstel tot vijf werkdagen na zijn herstel als de ziekte door het verstrekken van een medische verklaring is aangetoond; of
d. bij vakantie van een rechtshulpverlener uitstel tot vijf werkdagen na de vakantie van de rechtshulpverlener als de vakantie ten minste één maand tevoren schriftelijk is gemeld aan de IND.Ad a.
De IND verleent geen uitstel als de besproken tolk een al gemaakte afspraak afzegt, tenzij sprake is van overmacht van de zijde van de tolk.Ad b.
Na ommekomst van de uitsteltermijn van vijf werkdagen gaat de IND ervan uit dat de zaken van de betreffende gemachtigde door de kantoorgenoten of collega’s kunnen zijn opgevangen. Als door het uitstel aan de gemachtigde de benodigde tolk niet tijdig beschikbaar is, geldt het gestelde onder a.Ad d.
Voor eenmanskantoren bepaalt de IND op uitdrukkelijk verzoek een ruimere termijn. Als uit het dossier blijkt dat de betrokken rechtshulpverlener al in een eerdere fase van de vreemdelingrechtelijke procedure als rechtshulpverlener/gemachtigde is opgetreden, dan honoreert de IND het verzoek om uitstel. De IND verstaat onder het in een eerdere fase van de vreemdelingrechtelijke procedure optreden als rechtshulpverlener/ gemachtigde ook het inzenden van een ongemotiveerd bezwaarschrift.
De IND wijst een verzoek om uitstel af bij wijziging van rechtshulpverlener.
7.2. Het opschorten van de werking van het (afwijzende) besluit
Aantekening
De IND plaatst in het identiteitspapier en/of geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling:
1. een aantekening luidende: ’bezwaar/administratief beroep ingediend ... (datum)’, als de werking van het besluit wordt opgeschort totdat op het bezwaar of het administratief beroep is beslist;
2. een sticker ’Verblijfsaantekeningen vervolgprocedures’ ( bijlage 7i VV ), als de vreemdeling bezwaar maakt tegen een besluit waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd. Het verblijfsdocument wordt niet ingehouden als de uitzetting achterwege blijft. Op deze sticker vult de IND de datum en het nummer van het geldig document voor grensoverschrijding in achter de tekst ’bezwaar ingediend...’.Ad 1.
De IND haalt de aantekening door als het bezwaar- of administratief beroepschrift ongegrond is verklaard. De ambtenaar die de doorhaling verricht dateert deze en voorziet deze van zijn paraaf.
7.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
De IND staat de vreemdeling toe om de uitspraak op een binnen 24 uur na de bekendmaking van het besluit ingediend verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen de uitzetting, in Nederland af te wachten, tenzij:
a. het een tweede of herhaald verzoek om een voorlopige voorziening betreft;
b. de aanvraag voor een verblijfsvergunning met toepassing van artikel 4:6 Awb is afgewezen;
c. redenen van openbare orde (waaronder begrepen de openbare rust) of nationale veiligheid zich daartegen verzetten;
d. de uitzetting daardoor wordt belemmerd; of
e. sprake is van misbruik van recht.
De hierboven gegeven regel over de mogelijkheid om de uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten geldt niet wanneer het besluit betrekking heeft op een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In dat geval wordt verwezen naar paragraaf C2/11 Vc onder voorlopige voorziening.Ad a.
De IND merkt een verzoek om een voorlopige voorziening aan als een eerste verzoek als niet eerder in dezelfde zaak om een voorlopige voorziening is verzocht. Een tweede of herhaald verzoek om een voorlopige voorziening mag niet worden afgewacht. Van een tweede verzoek om een voorlopige voorziening als hiervoor bedoeld is geen sprake als in dezelfde procedure eerder een verzoek om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter is toegewezen.Ad d.
De IND merkt de volgende situaties in ieder geval aan als situaties die de uitzetting belemmeren:
het paspoort van de vreemdeling, de daarin voorkomende visa of de vervangende reisdocumenten, zijn nog slechts voor korte tijd geldig;
de vreemdeling kan worden overgedragen op grond van terug- en overnameovereenkomsten en de terugname of overname op grond van de bepalingen van de overeenkomst zou niet meer haalbaar zijn; of
de vreemdeling kan met een door de DT&V georganiseerde overheidsvlucht uitgezet worden, terwijl uitzetting door het afwachten van de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening voor langere tijd niet meer haalbaar is.Ad e.
Van misbruik van recht is uitsluitend sprake als het verzoek om een voorlopige voorziening geen enkel redelijk belang heeft en sprake is van indiening van het verzoek te kwader trouw.
8.1. Algemeen
In deze paragraaf is opgenomen welke bescheiden de IND beschouwt als bewijsmiddelen van de voorwaarden voor erkenning als referent en de algemene toelatingsvoorwaarden. In ieder materiehoofdstuk ( B2 tot en met B12) is opgenomen welke bescheiden door de IND zijn aangemerkt als bewijsmiddelen van de verblijfsdoelspecifieke toelatingsvoorwaarden. Het is niet (in alle gevallen) uitgesloten dat ook met andere bescheiden kan worden aangetoond dat aan de voorwaarden wordt voldaan, mits van deze bescheiden dezelfde bewijskracht uitgaat.
Dat de bewijsmiddelen in de beleidsregels zijn opgenomen, betekent niet in alle gevallen dat de (erkende) referent of de vreemdeling deze over moet leggen bij de aanvraag (zie paragrafen 8.2.1 en 8.3.1). De IND maakt aan de hand van de aanvraagformulieren kenbaar welke bescheiden de aanvrager over moet leggen bij de aanvraag.
Uit de genoemde bewijsmiddelen moet volgen dat aan de voorwaarden wordt voldaan.
8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden
De IND baseert zich voor de legalisatie van buitenlandse bescheiden op de Circulaire inzake de legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, mede namens de Minister van BZK, de Minister van BuZa en de Minister voor I&A van 1 januari 2011 (verder de Circulaire).
De IND accepteert buitenlandse bescheiden in de regel alleen als deze zijn gelegaliseerd. Voor uitzonderingen op deze regel baseert de IND zich op de uitzonderingen zoals deze zijn genoemd in de Circulaire. Bij twijfel aan de inhoud laat de IND de bescheiden verifiëren.
artikel 2d Vw van Vreemdelingencirculaire 2000 (B)">
8.1.2. Gebruik van gegevens uit aangewezen administraties als bedoeld in artikel 2d Vw
Als de IND het voornemen heeft de aanvraag tot erkenning als referent of de aanvraag voor een verblijfsvergunning op basis van gegevens van de in bijlage 20 en 21 VV genoemde administraties (de aangewezen administraties) af te wijzen en deze gegevens wijken af van door de referent of vreemdeling verstrekte gegevens, dan:
stelt de IND de referent of vreemdeling schriftelijk in kennis van dit voornemen onder vermelding van de gegevens en de administratie(s) waaruit deze gegevens afkomstig zijn; en
biedt de IND tegelijkertijd op grond van artikel 4:7 Awb een termijn van twee weken aan de vreemdeling of referent om zijn zienswijze op dit voornemen te geven.
De IND neemt een besluit op de aanvraag op basis van de gegevens uit een aangewezen administratie als bedoeld in artikel 2d Vw als:
de referent of vreemdeling na ommekomst van twee weken nadat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen; of
de referent of vreemdeling na ommekomst van twee weken nadat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld geen bewijsstukken over heeft gelegd op grond waarvan de IND kan aannemen dat de gegevens uit de aangewezen administratie onjuist zijn.Opvragen van gegevens en bescheiden
Op grond van artikel 24a, derde lid, Vw vraagt de IND bij de vreemdeling of de (erkende) referent gegevens en bescheiden op als:
een aangewezen administratie (tijdelijk) is vervuild of om andere redenen onbruikbaar is;
gerede twijfel bestaat over de juistheid of de volledigheid van de uit de aangewezen administratie verkregen gegevens;
aanlevering van relevante wijzigingen in de aangewezen administratie aan de IND onvoldoende snel is om inzage in de actuele situatie te hebben; of
de erkende referent de eigen verklaring niet wil of kan afleggen.
8.2.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties
Op grond van artikel 2d Vw, juncto artikel 1.16 VV vraagt de IND voor de beoordeling van de aanvraag tot erkenning als referent de volgende gegevens en bescheiden in beginsel op bij de aangewezen administraties:
een (uitgebreid) uittreksel uit het handelsregister;
bekendmakingen van rechtbanken van surseance van betaling of faillissement;
bewijs van het nastreven van een culturele doelstelling;
bewijs van inschrijving van een onderwijsinstelling in het register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend;
bewijs van inschrijving van een opleiding in het CROHO-register;
bewijs van inschrijving in het register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van BuZa;
bewijs van inschrijving in het register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
bewijs dat voortgezet onderwijs wordt aangeboden als bedoeld in artikel 2 Wet op het voortgezet onderwijs;
bewijs dat beroepsonderwijs wordt aangeboden als bedoeld in artikel 1.2.1 Wet educatie en beroepsonderwijs;
bewijs van vermelding in het NARCIS; en
bewijs van vermelding in het Register Normering Arbeid.
De IND neemt een beslissing op basis van gegevens van andere overheden.
8.2.2. Bewijsmiddelen erkenning als referent
De IND beschouwt een uittreksel uit het handelsregister als bewijsmiddel:
van inschrijving in het handelsregister van de rechtspersoon/ onderneming van de referent die om erkenning verzoekt; en
dat sprake is van een faillissement of surseance van betaling ten aanzien van de referent die om erkenning verzoekt.
Als de referent, die om erkenning verzoekt, niet inschrijvingsplichtig is in het handelsregister op grond van de Handelsregisterwet 2007 , beschouwt de IND de betreffende uitspraak van de rechtbank als bewijsmiddel dat sprake is van het in surseance van betaling of faillissement verkeren van de referent.Erkenning als referent voor uitwisselingsjongeren
De IND beschouwt een uittreksel uit het handelsregister waaruit dat blijkt als bewijsmiddel dat de referent een culturele doelstelling nastreeft.
De IND beschouwt een door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurd uitwisselingsprogramma als bewijsmiddel dat de referent een goedgekeurd uitwisselingsprogramma uitvoert.Erkenning als referent voor tijdelijke arbeid in loondienst
Als een uitzendbureau om erkenning als referent verzoekt, beschouwt de IND een bewijs van inschrijving in het Register normering arbeid als aanvullend bewijsmiddel dat de betrouwbaarheid van de referent voldoende is gewaarborgd.Erkenning als referent voor tijdelijke en reguliere arbeid en Kennis en talent
Als een startende vestiging van een bedrijf dat onderdeel uitmaakt van een buitenlands bedrijf verzoekt om erkenning als referent, beschouwt de IND een verklaring van bekendheid van (een onderdeel van) de Netherlands Foreign Investment Agency (hierna: NFIA) als bewijsmiddel dat de continuïteit en solvabiliteit van de referent voldoende is gewaarborgd.Erkenning als referent voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie
Op grond van artikel 2a Vw, juncto artikel 1.15 en 3.31, tweede lid, Vb, juncto artikel 1.10 VV beschouwt de IND een uittreksel uit het handelsregister als bewijsmiddel dat de referent rechtspersoonlijkheid heeft.
Zelfstandige onderdelen van een kerkgenootschap die deel uitmaken van een koepelorganisatie met rechtspersoonlijkheid en erkenning als referent aanvragen moeten bescheiden overleggen waaruit blijkt dat zij onderdeel vormen van een koepelorganisatie.
De IND beschouwt bescheiden als een verklaring over het betalingsgedrag afgegeven door de Belastingdienst en een door een accountant goedgekeurde jaarrekeningen of een bankverklaring als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de continuïteit en solvabiliteit van de referent voldoende zijn gewaarborgd.
8.3.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties
Op grond van artikel 24a Vw juncto artikel 3.34l VV vraagt de IND voor de beoordeling van de verblijfsaanvraag de volgende gegevens en bescheiden op bij de aangewezen administraties:
bewijs van inschrijving als ingezetene in de BRP;
bewijs van inschrijving huwelijk in de BRP;
bewijs van verbreking huwelijk;
bewijs van burgerlijke staat;
bewijs van adresgegevens;
een uittreksel uit het handelsregister;
bewijs van inschrijving in het BIG-register.
8.3.2. Bewijsmiddelen vrijstelling leges op grond van artikel 8 EVRM
De IND beschouwt als bewijsstukken dat vreemdeling bij de indiening van de aanvraag onvermogend is om leges te betalen:
een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand op grond van artikel 7, derde lid, onder e, Wet op de rechtsbijstand, ten behoeve van de referent; en
bewijsstukken die aannemelijk maken dat de vreemdeling en de referent op korte termijn niet in het bezit zullen komen van geld waarmee de leges kunnen worden betaald. Hierbij moet de vreemdeling ook aannemelijk maken dat hij en de referent geen beroep kunnen doen op familieleden of andere in aanmerking komende derden.
8.3.3. Bewijsmiddelen TEV-procedure
De IND beschouwt officiële documenten, afgegeven door de autoriteiten van het land waar de vreemdeling verblijft als bewijsmiddel van het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als bedoeld in B1/3.2.1 en de periode van rechtmatig verblijf.
8.3.4. Bewijsmiddelen afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
Middelenvereiste
Inkomsten uit arbeid in loondienst
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst:
een kopie van de arbeidsovereenkomst;
een recente werkgeversverklaring (niet ouder dan drie maanden, voorzien van datum, handtekening en firmastempel van de werkgever), in de vorm van een volledig ingevuld en ondertekend model of in de vorm van een verklaring waarin dezelfde inlichtingen als dit model zijn opgenomen; en
kopieën van loonspecificaties over de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag (tenzij de werkzaamheden op grond van de arbeidsovereenkomst minder dan drie maanden geleden zijn aangevangen).
Voor zover relevant beschouwt de IND ten aanzien van het arbeidsverleden als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst:
kopieën van arbeids- of uitzendovereenkomsten van de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag;
kopieën van jaaropgaven over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag; en
(voor zover van toepassing) uitkeringsbeschikkingen en specificaties over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag.Inkomsten uit arbeid als zelfstandige
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige:
een recent uittreksel van de inschrijving van de onderneming of vestiging in het handelsregister (tenzij inschrijving niet mogelijk is); en
een verklaring inkomen ondernemer, volledig ingevuld door:
De IND beschouwt als aanvullend bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige:
? een registeraccountant, een Accountant Administratieconsulent, een Federatie Belastingadviseur, een College Belastingadviseur of een administrateur met een beconnummer van de Belastingdienst;
? ondertekend door zowel de administrateur als door de ondernemer zelf; en
? voorzien van de bijbehorende bijlagen.
bankafschriften;
aanslagen inkomstenbelastingen;
jaarrekeningen; en
maandelijkse opgaven van de bedrijfsresultaten over de anderhalf jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag.Inkomsten uit inkomensvervangende uitkering
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan uit (een) inkomensvervangende uitkering(en):
een toekenningsbesluit van de uitvoeringsinstantie; en
de meest recente uitkeringsspecificatie.Inkomsten uit eigen vermogen
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan uit eigen vermogen de volgende bescheiden:
de meest recente definitieve aanslag inkomstenbelasting zoals verkregen van de Belastingdienst;
de meest recente voorlopige aanslag inkomstenbelasting zoals verkregen van de Belastingdienst;
de meest recente opgave van het inkomen aan de Belastingdienst; en
bescheiden waaruit het eigen vermogen blijkt op het moment van de indiening van de aanvraag.Inkomsten uit overige bronnen
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan uit overige bronnen:
bescheiden waaruit blijkt dat sprake is van inkomsten uit overige bronnen; en
bescheiden waaruit blijkt dat over deze inkomsten de wettelijke belastingen zijn afgedragen.Geldig document voor grensoverschrijding
De IND beschouwt een geldig – door Nederland erkend- paspoort als bewijsmiddel dat de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding waaruit zijn identiteit en nationaliteit blijkt.
De IND beschouwt als bewijsmiddel dat niet over een geldig document voor grensoverschrijding kan worden beschikt door de vreemdeling, een schriftelijke verklaring van de autoriteiten van het land waarvan de vreemdeling onderdaan is waarin wordt gemotiveerd waarom de vreemdeling niet (meer) in het bezit wordt gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding.
Als de vreemdeling niet in het bezit is van een geldig paspoort en heeft aangetoond dat hij niet (meer) in het bezit kan worden gesteld van een geldig paspoort, beschouwt de IND aanvullende gegevens en bescheiden als bewijsmiddel waaruit zijn identiteit en nationaliteit moet blijken.Tbc-onderzoek
De IND beschouwt een ingevulde en ondertekende ‘intentieverklaring tbc-onderzoek’ als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling zich bereid verklaart een medisch onderzoek en eventuele behandeling van tbc te ondergaan.Openbare orde
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken of de vreemdeling van 12 jaar of ouder strafbare feiten heeft begaan:
een door de vreemdeling ingevuld en ondertekend vastgesteld formulier ‘Antecedentenverklaring’; of
als de vreemdeling de ‘Antecedentenverklaring’ niet kan invullen, relevante gegevens en bescheiden.
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor het bepalen van het moment waarop een opgelegde sanctie ten uitvoer is gelegd en de aanvang van de (maximale) termijn waarbinnen antecedenten kunnen worden tegengeworpen gegevens en bescheiden die zien op:
het moment van invrijheidsstelling;
voltooiing van de taakstraf; of
betaling van het opgelegde bedrag.
De IND beschouwt een door de vreemdeling overgelegd gewaarmerkt afschrift van het buitenlandse strafvonnis als bewijsmiddel voor de toepassing van de glijdende schaal.Basisexamen inburgering buitenland
De IND beschouwt een op naam van de vreemdeling gestelde uitslagbrief van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met als resultaat ‘geslaagd’ als bewijsmiddel dat het basisexamen met goed gevolg is afgelegd; dit examen is een jaar geldig nadat het laatste examenonderdeel is behaald. Als het basisexamen vóór 1 november 2014 is afgelegd, dan ontvangt de vreemdeling de uitslagbrief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De IND beschouwt conform het Besluit inburgering en de Wet inburgering als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling is vrijgesteld van het afleggen van het basisexamen inburgering:
een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger beroepsonderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, of middelbaar beroepsonderwijs vanaf niveau 2, na onderwijs te hebben gevolgd in de Nederlandse taal;
een met een van de hierboven genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in België of Suriname, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;
een diploma, certificaat of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, ten bewijze van afronding van een bij regeling van Onze Minister aangewezen opleiding, mits een voldoende behaald is voor het vak Nederlandse taal;
een diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school bedoeld in het Statuut van de Europese school (Trb. 1957, 246), voor zover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald;
het getuigschrift International Baccalaureate Middle Years certificate, International General Certificate of Secondary Education of Internationaal Baccalaureaat, als daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor dat vak een voldoende is behaald;
het inburgeringsdiploma van de Wet inburgering ;
het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430);
een certificaat Inburgering in het kader van de en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat voor de onderdelen 'luisteren', 'spreken', ‘lezen' en ‘schrijven' ten minste NT2 niveau 2 is behaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd;
een Certificaat Inburgering Oudkomers van de Regeling certificaat inburgering oudkomers, waaruit blijkt dat voor de onderdelen 'luisteren', 'spreken', 'lezen' en 'schrijven' niveau NT2-2 is behaald;
een document ‘Korte Vrijstellingstoets’ bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013, waaruit blijkt dat aanvrager niveau B1 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen heeft gehaald.
Als vereist is dat voor het vak Nederlands een voldoende is gehaald, beschouwt de IND een door de onderwijsinstelling gewaarmerkte cijferlijst, waaruit blijkt dat voor Nederlands een voldoende is behaald als bewijsmiddel hiervan.
De IND beschouwt tevens als bewijsmiddel, dat de vreemdeling is vrijgesteld van het afleggen van het basisexamen inburgering:
een diploma Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II.
een uittreksel van de Basisregistratie personen (BRP) of een daaraan voorafgaande bevolkingsboekhouding (bijvoorbeeld het Vestigingsregister) waaruit blijkt dat de vreemdeling ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd woonachtig was in Nederland.
In aanvulling op artikel 3.10 VV beschouwt de IND als bewijsmiddel ter onderbouwing van een verzoek om medische ontheffing van het basisexamen inburgering:
het door een door het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aangewezen vertrouwensarts of deskundige ingevulde ‘Standaardvragenformulier (ten behoeve van opstellen medisch advies) aan arts’; en
een korte verklaring van een door de vertrouwensarts geraadpleegde onafhankelijke arts/specialist/deskundige op eigen brief- of receptpapier, voorzien van zijn paraaf en stempel, waaruit blijkt:
De verklaring van de vertrouwensarts mag op de datum van indiening van de mvv-aanvraag niet ouder zijn dan een half jaar.
De IND beschouwt als bewijsmiddel ter onderbouwing van het beroep op bijzondere individuele omstandigheden:
a) dat sprake is van blindheid, doofheid, doofstomheid, slechtziendheid, hardhorendheid; of
b) dat de vreemdeling niet door hulpmiddelen alsnog voldoende gezichts- of hoorvermogen krijgt om het basisexamen inburgering af te leggen; of
c) dat de vreemdeling anderszins door een geestelijke of lichamelijke belemmering niet in staat is het basisexamen inburgering af te leggen.
bescheiden waaruit blijkt dat de vreemdeling die inspanningen heeft geleverd die in redelijkheid kunnen worden gevergd om het basisexamen inburgering met goed gevolg af te leggen. Dit kan onder meer blijken uit het één of meermalen afleggen van het basisexamen inburgering, waarbij bijvoorbeeld wel een positief resultaat is behaald voor de Toets Gesproken Nederlands / onderdeel Spreekvaardigheid en de toets Kennis van de Nederlandse Samenleving, maar geen positief resultaat is behaald voor de toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen / onderdeel Leesvaardigheid. Deze resultaten afkomstig van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of DUO voegt de vreemdeling bij de mvv-aanvraag;
bescheiden waaruit blijkt dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden aan de hand waarvan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid oordeelt of de vreemdeling niet in staat is om het basisexamen inburgering (met goed gevolg) af te leggen; en
bescheiden waaruit blijkt dat de vreemdeling door een geestelijke of lichamelijke belemmering niet is staat is het basisexamen inburgering af te leggen, voor zover deze bescheiden niet reeds aanleiding geven om te ontheffen op grond van artikel 3.71a, tweede lid, aanhef en onder c, Vb. De IND sluit – behoudens het vereiste van blijvendheid – aan bij het beleid dat in aanvulling op artikel 3.10 VV geldt ten aanzien van de ontheffing wegens blijvende geestelijke en lichamelijke belemmeringen.
8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Studie
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling na toelating zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan:
een jaarlijks door de vreemdeling ingevuld en ondertekend vastgesteld formulier ‘Eigen verklaring vreemdeling middelen van bestaan in het kader van studie’.
8.3.6. Bewijsmiddelen aanvraag vervanging of vernieuwing document
Als sprake is van verlies of diefstal van het verblijfsdocument, beschouwt de IND een kopie van het proces-verbaal van de aangifte bij de politie van verlies of diefstal van het verblijfsdocument als bewijsmiddel hiervan.
8.4. Bewijsmiddelen
De IND beschouwt een verklaring van het tolkencentrum als bewijsmiddel, waaruit moet blijken:
wanneer de eerstvolgende datum is waarop een tolk in de gewenste taal beschikbaar is; of
dat tijdig een tolk is aangevraagd, maar deze niet tijdig beschikbaar is.
9.1.1. Inleiding
De IND legt bij een overtreding van een wettelijke verplichting een bestuurlijke boete op aan de referent. In afwijking hiervan legt de IND de bestuurlijke boete op aan de vreemdeling als:
de vreemdeling geen referent heeft; of
aannemelijk is dat de vreemdeling op de hoogte was van het feit dat zijn referent niet langer voldeed aan zijn wettelijke verplichtingen als referent.
Als de IND het aannemelijk acht dat de vreemdeling op de hoogte is van het feit dat zijn referent niet langer voldoet aan zijn wettelijke verplichtingen als referent, stelt de IND de vreemdeling op de hoogte van de bevindingen en geeft hem een termijn van twee weken om de gegevens te controleren en eventuele wijzigingen aan te brengen. Als de vreemdeling binnen de termijn van twee weken geen gebruik maakt van deze mogelijkheid of bewust zijn gegevens niet aanvult of wijzigt, legt de IND de bestuurlijke boete aan de vreemdeling op.
9.1.2. Waarschuwing
Als de referent of vreemdeling voor de eerste keer een wettelijke verplichting overtreedt, geeft de IND een waarschuwing. Een waarschuwing blijft gedurende 24 maanden van kracht. Wanneer door de ernst van een overtreding een waarschuwing niet op zijn plaats is, legt de IND zonder eerst te waarschuwen, een bestuurlijke boete op.
Als de referent of vreemdeling binnen 24 maanden nadat hij een waarschuwing heeft gekregen opnieuw dezelfde wettelijke verplichting overtreedt, legt de IND aan de overtreder een bestuurlijke boete op.
9.1.3. Opleggen van een bestuurlijke boete
Wanneer de IND voornemens is om een bestuurlijke boete op te leggen wegens een overtreding van een wettelijke verplichting maakt de IND van deze overtreding een rapport op, zoals bedoeld in artikel 5:48 Awb. Dit rapport vermeldt:
de dagtekening;
de naam van de overtreder;
de overtreding;
het overtreden voorschrift; en zo nodig
een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
Bij het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de referent of vreemdeling voegt de IND een afschrift van het rapport toe.
Als de IND de referent of vreemdeling in de gelegenheid stelt om mondeling zijn zienswijze te geven op het voornemen of de beschikking om hem een bestuurlijke boete op te leggen, wijst de IND de vreemdeling of referent op zijn zwijgrecht, omdat hij niet verplicht is om over de overtreding een verklaring af te leggen.
Een opgelegde bestuurlijke boete blijft gedurende 24 maanden van kracht. Op grond van artikel 55a, derde lid, Vw legt de IND een bestuurlijke boete op die 50 procent meer bedraagt dan de maximale bestuurlijke boete als opgenomen in artikel 55a, eerste lid, Vw als de referent of vreemdeling binnen 24 maanden nogmaals de wettelijke verplichting overtreedt waarvoor hij eerder is beboet.
De IND kan in geval van zeer ernstige schending of grove overtreding direct overgaan tot aangifte bij het OM. Van een zeer ernstige schending of grove overtreding is in ieder geval sprake als:
het een zeer ernstige overtreding van de zorgplicht betreft;
het een overtreding betreft die gericht is op het bewust misbruiken van (verblijfsrechtelijke) procedures; of
er sprake is van uitbuiting in het kader van mensenhandel.
De IND doet geen aangifte van een strafbaar feit bij de officier van justitie of bij een van zijn hulpofficieren als de IND of een ander bestuursorgaan de referent of vreemdeling wegens dezelfde gedraging al een boete heeft opgelegd ( artikel 5:44 Awb).
9.1.3.1. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete
Als sprake is van meerdere overtredingen van verschillende of dezelfde wettelijke verplichting(en), legt de IND een bestuurlijke boete op die bestaat uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. De hoogte van de (totale) bestuurlijke boete is niet gemaximeerd. Als de referent bijvoorbeeld de administratieplicht voor vijf vreemdelingen heeft overtreden en de informatieplicht voor één vreemdeling, kan de IND hem een bestuurlijke boete opleggen die in totaal zes maal het maximale boetebedrag als bedoeld in artikel 55a, eerste of derde lid Vw bedraagt.
De IND houdt bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete conform artikel 5:46 Awb rekening met:
de ernst van de overtreding;
de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten; en
de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
Als sprake is van meerdere overtredingen van verschillende of dezelfde wettelijke verplichting(en), legt de IND een bestuurlijke boete op die bestaat uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. De hoogte van de (totale) bestuurlijke boete is niet gemaximeerd.
9.1.3.2. Ernst van de overtreding
De IND legt een bestuurlijke boete op van maximaal 100 procent van het bedrag dat opgenomen is in artikel 55a, eerste of derde lid, Vw, als sprake is van een overtreding van een wettelijke verplichting die als ernstig wordt aangemerkt. Als sprake is van een minder ernstige overtreding matigt de IND het boetebedrag tot 50 procent van de maximale bestuurlijke boete zoals opgenomen in artikel 55a, eerste of derde lid, Vw.
De IND beschouwt de volgende overtredingen van een wettelijke verplichting door de vreemdeling of referent in ieder geval als ernstig:
een overtreding van de zorgplicht; of
een overtreding van de informatieplicht die tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling of de erkenning van de referent leidt of zou hebben geleid.
De IND beschouwt de volgende overtredingen van een wettelijke verplichting door de referent of de vreemdeling in ieder geval als minder ernstig:
een overtreding van de informatieplicht door een niet erkende referent, als de informatie die verstrekt had moeten worden, niet leidt of geleid zou hebben tot intrekking van de verblijfsvergunning; of
een overtreding van de administratieplicht door een niet erkende referent of vreemdeling.
9.1.3.3. Verwijtbaarheid van de overtreding
De IND legt geen bestuurlijke boete op als de overtreding van een wettelijke verplichting de referent of vreemdeling niet te verwijten is.
Een verminderde mate van verwijtbaarheid geeft aanleiding het boetebedrag dat overblijft nadat de IND de ernst van de overtreding heeft meegewogen, te matigen met 50 procent. Bijvoorbeeld, als een natuurlijk persoon een overtreding heeft begaan die de IND aanmerkt als een minder ernstige overtreding en hiernaast sprake is van een verminderde mate van verwijtbaarheid, kan de IND een bestuurlijke boete opleggen die € 375 bedraagt. Dit bedrag is als volgt berekend. De maximale bestuurlijke boete van € 1500, die de IND conform artikel 55a, eerste lid, Wv, kan opleggen aan een natuurlijk persoon, is eerst verminderd met 50 procent omdat het een minder ernstige overtreding betreft. Vervolgens is het boetebedrag dat hierna overblijft, € 750, verminderd met 50 procent omdat sprake is van een verminderde mate van verwijtbaarheid.
Van een verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake als:
de overtreding het gevolg is van een andere onvermijdelijke handeling; of
de referent aannemelijk maakt dat de overtreding het gevolg is van dwang door derden.
9.2. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent
In aanvulling op artikel 6.4, derde lid, Vb, verhaalt de IND de kosten van uitzetting van de vreemdeling in de volgende gevallen niet op de (gewezen) referent:
de referent toont door middel van objectief waardeerbare bescheiden aan dat de vreemdeling uit eigen beweging is teruggekeerd naar zijn land van herkomst of naar een land waar zijn toelating is gewaarborgd.
De referent toont aan dat bij rechterlijk vonnis een faillissement uitgesproken is en de rechtspersoon of onderneming ontbonden en uitgeschreven is uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
De referent toont aan dat bij rechterlijk vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken en de schuldsaneringsregeling nog van kracht is.
De referent is overleden. De mogelijkheid van het verhalen van de kosten van uitzetting vervalt als dit op het moment van overlijden nog niet onherroepelijk is. Het te claimen bedrag vervalt dan voor zover het op dat tijdstip nog niet is betaald.
9.2.1. Kosten van uitzetting
De kosten voor een vliegticket en een vervangend document voor grensoverschrijding, zoals opgenomen in bijlage 22 van het VV behorende bij artikel 6.2a VV, zijn variabel. Dit betekent dat de IND de daadwerkelijke kosten die de overheid hiervoor heeft gemaakt, in rekening brengt bij de referent.
Voor de kosten van het vervoer naar het vliegveld of naar de grens brengt de IND de vastgestelde tarieven zoals opgenomen in bijlage 22 van het VV (zie artikel 6.2a VV) in rekening.
De vreemdeling wordt tijdens de procedure tot uitzetting in de gelegenheid gesteld om zelf, of via de (gewezen) referent, op eigen kosten een vliegticket te boeken. Als de vreemdeling hier niet voor kiest, volgt hieruit dat de IND de kosten die DT&V maakt voor een vliegticket volledig op de (gewezen) referent verhaalt.
1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven om kennis te maken met de Nederlandse samenleving en cultuur.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het Vb en VV :
2.1. Algemeen
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling die in het kader van uitwisseling in Nederland wil gaan verblijven:
een borg aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie ter beschikking heeft gesteld; of
een contract met een gastgezin of (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft ondertekend waarmee de aanvrager zich verplicht tot het betalen van geld of een geldboete als sanctie wegens het niet nakomen van een of meerdere bepalingen van dit contract; of
taken verricht of gaat verrichten voor mensen die een meer bijzondere zorg nodig hebben, welke taken een specifieke vaardigheid vereisen.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling die als au pair in Nederland wil gaan verblijven:
een geldbedrag heeft betaald aan kosten die verband houden met de voorbereiding op het verblijf in Nederland dat in totaal hoger is dan 10% van het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag betalen.
De IND betrekt bij de bepaling van de hoogte van het betaalde geldbedrag in ieder geval de volgende kosten:
de kosten die de vreemdeling betaald heeft aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau voor inschrijving en bemiddeling;
de kosten voor het volgen van een (door de eigen overheid voorgeschreven) cursus ter voorbereiding op het verblijf in Nederland.
Bij de bepaling van de hoogte van het betaalde geldbedrag, laat de IND de volgende kosten buiten beschouwing:
kosten voor de reis naar Nederland en de terugreis naar het land herkomst of bestendig verblijf;
kosten voor het visum, inclusief de direct hiermee verband houdende reis- en verblijfskosten;
kosten voor het aanvragen, vertalen en legaliseren van de geboorteakte;
kosten voor het reisdocument.
Het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag betalen is opgenomen in het besluit ‘Loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen, achterwege laten inhouding loonheffing au pairs’ van 21 december 2000.Voorzien in levensonderhoud
De IND neemt aan dat de uitwisselingsjongere die niet als au pair verblijft, niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien als bedoeld in artikel 3.24a VV als hij een beroep doet op de algemene middelen.
2.2. WHS/WHP
Op grond van artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder d, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling, die in het kader van de internationale overeenkomsten WHS (Nieuw-Zeeland en Australië) of WHP (Canada en Zuid-Korea) in Nederland verblijft of wil verblijven, af als de vreemdeling:
geen retourticket heeft; of
niet de middelen van bestaan heeft voor de aanschaf van een retourticket.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van het WHP met Zuid-Korea af als op het moment van de indiening van de aanvraag het quotum voor het aantal inwilligingen in het kader van het WHP met Zuid-Korea is bereikt.
Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder n, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘Uitwisseling’.
Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan'.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de verblijfsvergunning wordt verleend op grond van de internationale overeenkomsten met Canada, Nieuw-Zeeland en Australië: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
Voorschift
Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning aan de vreemdeling die in het kader van uitwisseling (niet zijnde au pair) in Nederland wil verblijven het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.
Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van maximaal één jaar.
4.1. Algemeen
De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de leeftijdseis als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder b, Vb en artikel 3.24, eerste lid, VV.
De IND beschouwt een afschrift uit de BRP waaruit blijkt dat de vreemdeling staat ingeschreven op hetzelfde adres als het gastgezin en waaruit de gezinssamenstelling blijkt als bewijsmiddel dat de vreemdeling in een gastgezin verblijft bestaande uit ten minste twee personen.
4.2. Au pair
De IND beschouwt de tussen het gastgezin en de vreemdeling overeengekomen en ondertekende dagindeling voor de lichte huishoudelijke werkzaamheden als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde zoals bedoeld in artikel 3.24, derde lid, aanhef en onder d, VV. Voor alle zeven dagen van de week dient een dagindeling te worden opgesteld. De dagindeling moet door het gastgezin en de vreemdeling zijn ondertekend. In de dagindeling wordt minimaal opgenomen:
hoeveel uur per dag de vreemdeling lichte huishoudelijke werkzaamheden gaat verrichten;
welke werkzaamheden de vreemdeling gaat verrichten;
welke dagen de vreemdeling vrij is; en
wie er als alternatief fungeert of fungeren voor het verrichten van lichte huishoudelijke werkzaamheden.
De dagindeling is geldig gedurende het verblijf van de vreemdeling in Nederland.
4.3. Whs/whp
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat het tijdige vertrek van de vreemdeling uit Nederland als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder d, Vb is gewaarborgd:
een retourticket; of
bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling over middelen van bestaan beschikt om een retourticket aan te schaffen.
1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven voor het volgen van een opleiding aan een onderwijsinstelling voor:
hoger onderwijs;
middelbaar beroepsonderwijs; of
voortgezet onderwijs.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het Vb en VV :
2.1. Hoger onderwijs
De IND verstaat onder geaccrediteerd onderwijs in de zin van artikel 3.41 Vb onderwijs conform artikel 5.2 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs
2.2. Middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs
Nederland het meest aangewezen land
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het volgen van middelbaar beroepsonderwijs of voortgezet onderwijs in ieder geval af op grond van artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder b, Vb als de vreemdeling de opleiding of een soortgelijke opleiding in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf kan volgen.
Voor zover de vreemdeling de opleiding of een soortgelijke opleiding niet in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf kan volgen, wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af op grond van artikel 3.41, eerst lid, aanhef en onder b, Vb als niet aan ten minste twee van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de vreemdeling is afkomstig uit en heeft de nationaliteit van Suriname, Indonesië of Zuid-Afrika;
de vreemdeling heeft familiebanden met rechtmatig in Nederland verblijvende personen; of
de vreemdeling is de Nederlandse taal machtig.Positieve bijdrage aan het eigen land
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af op grond van artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder b, Vb als de opleiding niet van wezenlijke betekenis is voor de arbeidsmarkt van het herkomstland of land van bestendig verblijf.Bijzondere categorieën
De IND neemt aan dat aan artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder b, Vb in ieder geval wordt voldaan als de vreemdeling:
in het bezit is van een verblijfsdocument voor geprivilegieerden verstrekt door het Ministerie van BuZa; en
op het moment van indienen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een opleiding in Nederland volgt en deze hier te lande wil afronden.
De IND neemt aan dat aan artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder b, Vb in ieder geval wordt voldaan als de vreemdeling:
de opleiding gaat volgen aan een onderwijsinstelling die voldoet aan de in artikel 1.9 VV genoemde voorwaarden; en
het Internationaal Baccalaureaat Diploma Programma volgt.
2.3. Middelen van bestaan
In aanvulling op artikel 3.22 VV en paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb:
een inkomen uit een studiebeurs;
een inkomen uit periodieke betalingen uit sponsorgelden of anderszins; of
een bedrag dat op een ten name van de vreemdeling gestelde bankrekening in Nederland beschikbaar is.
Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb en artikel 3.22 VV beschouwt de IND middelen van bestaan als duurzaam als:
deze op het tijdstip waarop de aanvraag regulier voor bepaalde tijd is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar of zoveel korter als de voorgenomen studie in Nederland duurt, beschikbaar zijn; of
naar het oordeel van Onze Minister voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de periodieke geldstroom als het verblijf en de studie van de vreemdeling in Nederland met periodieke betalingen wordt bekostigd.
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘Studie’.Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid niet toegestaan’.Voorschift
Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, zevende lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar. Op grond van artikel 14, vierde lid, Vw wordt de verblijfsvergunning niet voor een langere geldigheidsduur dan vijf jaar verstrekt.
4. Verlenging en intrekking
Verlenging
Op grond van artikel 3.59, vijfde lid, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor de resterende duur van de opleiding vermeerderd met drie maanden voor de administratieve afronding van de opleiding.Intrekking
Op grond van artikel 3.91b, eerste lid, aanhef en onder b, Vb trekt de IND de verblijfsvergunning in als de vreemdeling na het volgen van maximaal één jaar voorbereidend onderwijs niet is ingeschreven voor de daadwerkelijke opleiding voor het hoger onderwijs.
5. Bewijsmiddelen
Algemeen
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling is ingeschreven aan de onderwijsinstelling binnen twee weken nadat hij rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8 Vw, of het voorbereidend jaar heeft afgerond, één van de volgende bescheiden:
een voorlopig bewijs van inschrijving;
een definitief bewijs van inschrijving; of
een verklaring van de onderwijsinstelling dat de vreemdeling een uitwisselingsprogramma volgt.Middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs
De IND beschouwt een verklaring van de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) of een verklaring van de bevoegde autoriteiten uit het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling de opleiding niet in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf kan volgen.
De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten uit het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de opleiding van de vreemdeling van betekenis is voor de arbeidsmarkt van zijn land van herkomst.
De IND beschouwt een verklaring van de onderwijsinstelling als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat:
de vreemdeling een Internationaal Baccalaureaat Diploma Programma (IBDP) opleiding volgt aan een door de Internationale baccalaureaatorganisatie (IBO) geaccrediteerde onderwijsinstelling; en
de onderwijsinstelling deel uitmaakt van een internationale organisatie waarbij een uitwisseling van leerlingen over de wereld plaatsvindt en het land van plaatsing wordt bepaald door landelijke comités van deze internationale organisatie of de onderwijsinstelling zijn leerlingen plaatst in een internaat.
1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven voor:
lerend werken; of
seizoenarbeid.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.30c en 3.39 Vb.
2.1. Beleidsregels
Middelen van bestaan
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV WERKbedrijf een TWV heeft verleend voor de te verrichten arbeid.Young Workers Exchange Program
De IND neemt aan dat de vreemdeling voldoet aan artikel 3.39, aanhef en onder a, Vb als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
de vreemdeling is Canadees onderdaan;
de vreemdeling is woonachtig in Canada;
de vreemdeling is ten minste achttien jaar en niet ouder dan dertig jaar; en
de vreemdeling studeert of is op het moment van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet langer dan twaalf maanden geleden afgestudeerd.
2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘lerend werken’.Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘arbeid toegestaan conform aanvullend document’.Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor de duur van maximaal één jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
2.3. Bewijsmiddelen
De IND beschouwt een advies van het UWV dat ten behoeve van de vreemdeling is afgegeven als bewijsmiddel dat:
met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend; en
dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn arbeid of studie buiten Nederland:
de bijlage Gegevens arbeidsplaats;
de bijlage Gegevens eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van studie met toegevoegd een:
stageovereenkomst;
studieverklaring en een
stageprogramma.
de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van arbeid met toegevoegd een:Young Workers Exchange Program
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn studie buiten Nederland:
leerplan;
praktikantenovereenkomst en een
terugkeerverklaring.
de bijlage Gegevens arbeidsplaats;
de bijlage Gegevens eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van studie met toegevoegd een:
De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling Canadees onderdaan is en ten minste 18 jaar en niet ouder dan 30 jaar is.
De IND beschouwt een bewijs van inschrijving uit de openbare registers in Canada als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling woonachtig is in Canada.
De IND beschouwt een bewijs van inschrijving aan een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling studeert.
De IND beschouwt een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van het diploma als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan twaalf maanden geleden is afgestudeerd.
stageovereenkomst;
studieverklaring en een
stageprogramma.
3.1. Beleidsregels
Middelen van bestaan
De IND neemt aan dat de vreemdeling die seizoenarbeid verricht zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV WERKbedrijf een TWV heeft verleend voor de te verrichten arbeid.
3.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder f, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘seizoenarbeid’.Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder d, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid toegestaan mits TWV is verleend’.Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de arbeid en met een maximum van 24 weken.
3.3. Bewijsmiddelen
De IND beschouwt een TWV die voor maximaal 24 weken ten behoeve van de vreemdeling aan de referent is verleend als bewijsmiddel dat met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend en dat de vreemdeling met de arbeid in loondienst zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
De IND beschouwt een TWV als bewijsmiddel dat de vreemdeling voorafgaand aan de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gedurende een aaneengesloten periode van ten minste veertien weken buiten Nederland heeft verbleven.
1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven voor:
arbeid in loondienst;
grensoverschrijdende dienstverlening; of
arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.31, 3.31a, 3.40, 3.89 en 3.91, eerste lid, Vb.
2.1.1. Arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip
Afwachten van herstel en hervatting van arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of mijnbouwinstallatie op het continentaal plat
Op grond van artikel 3.31, vijfde lid, Vb kan de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen aan de vreemdeling die:
een arbeidsverleden aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat heeft;
op grond van dat arbeidsverleden recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet ; en
met deze uitkering zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.Het doorbrengen van verlof in Nederland na werkzaamheden op een zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat
Op grond van artikel 3.31, vijfde lid, Vb kan de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen aan de vreemdeling die:
een arbeidsverleden heeft aan boord van een Nederlands zeeschip van ten minste zeven jaar waarbij de totale duur van de onderbrekingen van de arbeid in deze periode niet langer is dan achttien maanden;
tijdens dat arbeidsverleden zijn verlofperioden geheel in Nederland heeft doorgebracht; en
nog ten minste een jaar beschikt over een arbeidsplaats aan boord van een Nederlands zeeschip.
Op grond van artikel 3.31, vijfde lid, Vb kan de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen aan de vreemdeling die:
op moment van indiening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gedurende nog ten minste een jaar beschikt over een arbeidsplaats op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat; en
met deze werkzaamheden zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt.Het zoeken van arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat
Op grond van artikel 3.31, vijfde lid, Vb kan de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen aan de vreemdeling die:
een ononderbroken arbeidsverleden van ten minste zeven jaar aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat heeft;
op grond van dit ononderbroken arbeidsverleden recht heeft op een uitkering krachtens de WW ; en
met deze uitkering zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Het arbeidsverleden als hierboven bedoeld is niet onderbroken in geval van:
tussentijdse, in Nederland doorgebrachte perioden van werkloosheid van elk ten hoogste zes maanden; of
tussentijdse perioden van tewerkstelling buiten de desbetreffende sector van de internationale arbeidsmarkt van, bij elkaar opgeteld, ten hoogste twaalf maanden.
2.1.2. Arbeid op grond van een zetelovereenkomst
Op grond van artikel 3.31, vijfde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling die:
werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van het op 7 juni 2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland (Trb. 2007, 25); of
werkzaamheden verricht als bedoeld in de voorlaatste alinea van de brief van 21 december 2007 van de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties, behorend bij het op 21 december 2007 te New York tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciale Tribunaal voor Libanon (Trb. 2007, 228).
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, Vw, als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
2.1.3. Intra-concern uitzendingen
Algemeen
De IND verstaat onder een intra-concern uitzending een vorm van uitzending waarbij de werkgever de vreemdeling tijdelijk overplaatst van een buitenlandse vestiging naar een vestiging in Nederland.
Op grond van paragraaf 24, van Bijlage 1 Uitvoeringsregels behorende bij de RuWav 2014 , gaat het om de volgende categorieën vreemdelingen:
sleutelpersoneel;
trainees; en
specialisten.Middelen van bestaan
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV een TWV heeft verleend voor de te verrichten arbeid.
2.1.4. Arbeid in loondienst na verblijf als familie- of gezinslid
De IND verleent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ aan de vreemdeling waarvan het verblijf als familie- of gezinslid is beëindigd, als wordt voldaan aan artikel 3.31, eerste lid, Vb.
2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder g, Vb, verleent IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘Arbeid in loondienst’.Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder d, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid toegestaan mits TWV is verleend’.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid toegestaan conform aanvullend document’.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de IND de verblijfsvergunning verleent op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.Voorschrift
Op grond van artikel 10, Wav, kan aan de afgifte van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid een voorschrift worden verbonden.Geldigheidsduur
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw, verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor de duur van maximaal één jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
Indien de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wordt verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen, verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor maximaal drie jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc verleende verblijfsvergunning voor de duur maximaal één jaar.
Op grond van artikel 3.58, derde lid, Vb, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc verleende verblijfsvergunning voor de duur van de werkzaamheden.
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1 Vc verleende verblijfsvergunning voor maximaal één jaar. Indien de verblijfsvergunning wordt verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen, verleent de IND de verblijfsvergunning voor maximaal drie jaar.
Op grond van artikel 3.59, vijfde lid, Vb verlengt de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc en paragraaf B5/2.1.2 Vc de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning in ieder geval:
voor de duur van een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet;
voor de duur van de arbeidsovereenkomst; of
voor de duur van de werkzaamheden.
2.3. Bewijsmiddelen
De IND beschouwt een advies van het UWV dat ten behoeve van de vreemdeling is afgegeven als bewijsmiddel dat:
met de aanwezigheid van de vreemdeling in Nederland een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend; en
dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.Arbeid in loondienst
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV in ieder geval:
de bijlage Gegevens arbeidsplaats, inclusief een arbeidsovereenkomst;
de bijlage Gegevens eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland.
In de hieronder genoemde specifieke gevallen beschouwt de IND verder als bewijsmiddel:
Goederen leveren door en aan buitenlands bedrijf:
de bijlage Gegevens levering goederen.
Kunst en cultuur:
de bijlage Gegevens musicus/artiest in topsegment.
Geestelijke bedienaar:
de bijlage Gegevens geestelijke bedienaar.
Arbeid in loondienst overig:Afwachten van herstel en hervatting van arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of mijnbouwinstallatie op het continentaal plat
De IND beschouwt als bewijsmiddel dat de vreemdeling een arbeidsverleden aan boord van een Nederlands zeeschip of op het continentaal plat heeft:
de bijlage Gegevens vacaturevoorziening.
een arbeidsovereenkomst; en
een werkgeversverklaring.
De IND beschouwt een toekenningsbeschikking van de uitkeringsinstantie op grond van de ZW als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling:
uit hoofde van zijn dienstbetrekking op grond van een door Nederland gesloten sociaal zekerheidsverdrag verzekerd is of is geweest voor de Nederlandse sociale verzekeringen; en
recht heeft op een uitkering op grond van de ZW , die niet in het land van herkomst geldend kan worden gemaakt.Het doorbrengen van verlof als de vreemdeling werkzaam is aan boord van een Nederlands zeeschip
De IND beschouwt een kopie van het monsterboekje als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling:
een arbeidsverleden aan boord van een Nederlands zeeschip heeft van ten minste zeven jaar, waarin de totale duur van de onderbrekingen van de arbeid niet langer is dan achttien maanden;
tijdens dat arbeidsverleden de verlofperioden geheel in Nederland heeft doorgebracht.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gedurende ten minste nog één jaar beschikt over een arbeidsplaats aan boord van een Nederlands schip, waarmee hij zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt:
een arbeidsovereenkomst; en
een werkgeversverklaring.Het doorbrengen van verlof als de vreemdeling werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning gedurende ten minste nog een jaar beschikt over een arbeidsplaats op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat, waarmee hij zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt:
een arbeidsovereenkomst; en
een werkgeversverklaring.Het zoeken van arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een ononderbroken arbeidsverleden van ten minste zeven jaar aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat heeft:
een arbeidsovereenkomst; en
een werkgeversverklaring.
De IND beschouwt een toekenningsbeschikking van de uitkeringsinstantie op grond van de WW als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling:
uit hoofde van zijn dienstbetrekking op grond van een door Nederland gesloten sociaal zekerheidsverdrag verzekerd is of is geweest voor de Nederlandse sociale verzekeringen; en
recht heeft op een uitkering op grond van de WW en dat deze niet in het land van herkomst geldend kan worden gemaakt.Intra-concern uitzendingen
De IND beschouwt een TWV die ten behoeve van de vreemdeling aan de referent is verleend als bewijsmiddel dat:
met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend; en
dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.Arbeid op grond van een zetelovereenkomst
De IND beschouwt een verklaring van het Ministerie van BuZa als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling onder de werking valt van de Zetelovereenkomst tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland of onder de werking valt van de brief van 21 december 2007 van de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties behorend bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciale Tribunaal voor Libanon.
3.1. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Beperking
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘grensoverschrijdende dienstverlening’.Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ’TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, vierde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, Buwav, met een maximum van twee jaar.
3.2. Bewijsmiddelen
Grensoverschrijdende dienstverlening
Als de werkzaamheden van de vreemdeling voor aanvang daarvan bij het UWV WERKbedrijf zijn genotificeerd door de werkgever, beschouwt de IND deze notificatie als bewijsmiddel dat met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling met de arbeid in loondienst zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt:
een arbeidsovereenkomst met de dienstverlener;
loonspecificaties; en
een werkgeversverklaring van de dienstverlener.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling gerechtigd is in het land van vestiging van de dienstverlener te verblijven en gerechtigd is daar in dienst van de dienstverlener arbeid te verrichten:
een verblijfsvergunning van het land van vestiging; en
een werkvergunning van het land van vestiging.
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de terugkeer van de vreemdeling naar het land van bestendig verblijf is gewaarborgd:
een verblijfsvergunning;
een werkvergunning; en
een arbeidsovereenkomst met de dienstverlener.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning en werkvergunning van het land van bestendig verblijf mag niet zijn verstreken op de dag na het beëindigen van de genotificeerde werkzaamheden in Nederland.
4.1. Beleidsregels
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb wanneer de vreemdeling behoort tot een in Nederland gelegerde of op doortocht zijnde krijgsmacht en verbonden is aan een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier.
4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel’.Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’.Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de tewerkstelling als een TWV is verleend ten behoeve van de vreemdeling.
Op grond van artikel 3.58, derde lid aanhef en onder b, Vb verleent de IND in de overige gevallen de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de arbeidsovereenkomst.
4.3. Bewijsmiddelen
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling behoort tot een in Nederland gelegerde of op doortocht zijnde krijgsmacht en verbonden is aan een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier en niet geprivilegieerd is:
een militair identificatiebewijs dat afgegeven is door de zendende staat; en
een Travel Order of een daarmee vergelijkbaar document.
5. Zoekperiode
Op grond van artikel 3.91, eerste lid, Vb, verleent de IND de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe arbeidsplaats te vinden als de vreemdeling werkloos raakt.
In aanvulling op artikel 3.91, eerste lid, Vb verleent de IND ook een zoekperiode van drie maanden om in geval van werkloosheid een nieuwe arbeidsplaats te vinden aan de vreemdeling met een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid in loondienst’, die geen aanvullend document bevat, gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning. De IND trekt de verblijfsvergunning in nadat deze zoekperiode is verstreken.
De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden.
1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven voor de volgende verblijfsdoelen:
het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst;
arbeid als kennismigrant;
wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG;
arbeid als zelfstandige; of
houder van een Europese blauwe kaart in de zin van richtlijn 2009/50/EG.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het Vb , het Buwav en het VV :
artikel 3.20b VV.
2.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
Eenmalige verstrekking
Op grond van artikel 3.42, derde lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ af als de vreemdeling voor de inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekperiode afgestudeerde’ of ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’.Behalen van bachelor- of master-graad
De IND verleent de verblijfsvergunning op grond van artikel 3.42, eerste lid, Vb aan de vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking ‘studie’ en die de aanvraag binnen vier weken na het behalen van de bachelor- of master-graad indient.
De IND verleent de verblijfsvergunning op grond van artikel 3.42, eerste of tweede lid, Vb ook als de vreemdeling nog niet in het bezit is van het diploma van de bachelor- of master-graad als er een periode van meer dan vier weken ligt tussen de datum van het afleggen van het laatste tentamen of het behalen van het examen en het verkrijgen van het diploma.
De IND wijst de aanvraag af van een vreemdeling die afgestudeerd is aan een opleiding die valt onder de categorie zoals genoemd in artikel 3.21, onder a, VV.
2.3. Arbeid als kennismigrant
Looncriterium
Voor de hoogte van het looncriterium wordt verwezen naar artikel 1d, eerste en derde lid, Buwav.
De IND willigt de aanvraag voor wijziging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ naar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ in als de hoogopgeleide voldoet aan het looncriterium voor afgestudeerde buitenlandse studenten, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder a, sub 2, Buwav en als aan alle overige voorwaarden wordt voldaan.
De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ niet af op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb omdat niet aan het looncriterium als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, Buwav wordt voldaan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
voor de vreemdeling gold bij de eerste verlening van de verblijfsvergunning als kennismigrant het looncriterium voor afgestudeerde buitenlandse studenten, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder a, sub 2, Buwav; en
de vreemdeling voldoet nog aan dat looncriterium.
Het vereiste met betrekking tot middelen van bestaan, zoals opgenomen in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb, is van toepassing op die aanvragen om een verblijfsvergunning als de vreemdeling conform artikel 1d, eerste lid, aanhef en onder b of c, Buwav wordt aangemerkt als:
wetenschappelijk onderzoeker; of
arts in opleiding tot specialist aan een door de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie aangewezen opleidingsinstituut.Loon sterk afwijkend
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking arbeid als kennismigrant af of trekt deze achteraf in als het loon naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sterk afwijkt van het loon dat voor te verrichten werkzaamheden in overeenkomstige functies gebruikelijk is. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeelt of er sprake van is van een marktconform loon en beoordeelt tevens of er daarmee in het concrete geval sprake is van een sterk afwijkend loon.Bestanddelen bruto maandloon kennismigranten
De IND telt bij het bruto maandloon de onkostenvergoedingen en toeslagen mee, mits deze elke maand giraal worden overgemaakt op een bankrekening die op naam is gesteld van de vreemdeling en contractueel zijn vastgelegd.
De IND telt niet mee in het bruto maandloon:
(de waarde van) in natura uitgekeerd loon;
de vakantietoeslag; en
de waarde van onzekere, niet vaste, loonbestanddelen als overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen.Registratie BIG
Aan de bevoegdheidsvereisten voor de uitoefening van de arbeid als zelfstandige en aan de vereisten voor het uitoefenen van het desbetreffende bedrijf als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, onder c, is bij een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg voldaan als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden.Zoekperiode
De IND verleent de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als kennismigrant te vinden als wordt voldaan