Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling vaststelling schoolvakanties 2016-2019
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 2. Regio's en perioden zomervakantie
Artikel 3. Regio-indeling
Artikel 4. Samenvoeging gemeenten
Artikel 5. De kerst- en meivakanties 2016 tot en met 2019
Artikel 6. Zomervakanties 2017, 2018 en 2019
Artikel 7. Mogelijkheden om af te wijken van regio’s en zomervakantieperioden
Artikel 8. Afwijkingen op verzoek
Artikel 9. Voor vakantie te bestemmen examendagen voortgezet onderwijs
Artikel 10. Caribisch Nederland
Artikel 11. Inwerkingtreding
Artikel 12. Citeertitel

Geschiedenis-overzicht

Regeling vaststelling schoolvakanties 2016-2019



 
Opschrift [Vervallen per 01-10-2019] Aanhef [Vervallen per 01-10-2019]  
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 oktober 2015, nr. VO/OK/587536, houdende regels voor de vaststelling van de kerstvakantie 2016, 2017, 2018, en de meivakantie 2017, 2018, 2019 en de spreiding en vaststelling van de zomervakantie 2017, 2018 en 2019 (Regeling vaststelling schoolvakanties 2016–2019)  
 
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,  
 
Gelet op artikel 15, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 20, tweede lid van de Wet primair onderwijs BES, artikel 26, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 22, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 45, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;  
 
Besluit:  
 
a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;  
 
b. een school voor basisonderwijs: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES ;  
 
c. een school voor speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra ;  
 
d. een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: een school, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra ;  
 
e. een school voor voortgezet speciaal onderwijs: een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra ;  
 
f. een school voor voortgezet onderwijs: een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES , met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs dat deel uitmaakt van een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en met uitzondering van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap met een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;  
 
g. een school: een school als bedoeld in b, c, d, e of f.  
 
Artikel 2. Regio's en perioden zomervakantie
Voor de vaststelling van de perioden van de zomervakantie, genoemd in artikel 6 behoort een school tot één van de regio's, genoemd in artikel 3 . De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Indien een school vestigingen heeft in meer dan één regio, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen.  
Artikel 3. Regio-indeling
De regio's, bedoeld in artikel 2 , zijn:  
a. regio noord, bestaande uit: de provincie Groningen, de provincie Friesland, de provincie Drenthe, de provincie Overijssel, de provincie Flevoland (met uitzondering van de gemeente Zeewolde) en de provincie Noord-Holland, alsmede wat betreft de provincie Gelderland de gemeente Hattem, en wat betreft de provincie Utrecht de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude;  
 
b. regio midden, bestaande uit: de provincie Utrecht (met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude), de provincie Zuid-Holland, alsmede wat betreft de provincie Flevoland de gemeente Zeewolde, wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland (met uitzondering van de voormalige gemeente Didam), Neder-Betuwe (met uitzondering van de voormalige gemeente Dodewaard), Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen, en wat betreft de provincie Noord-Brabant de gemeenten Werkendam (met uitzondering van de kernen Hank en Dussen) en Woudrichem;  
 
c. regio zuid, bestaande uit: de provincie Limburg, de provincie Noord-Brabant (met uitzondering van de gemeenten Werkendam (voor zover het betreft de kernen Sleeuwijk, Nieuwendijk en Werkendam) en Woudrichem), en de provincie Zeeland, alsmede wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Arnhem, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Neder-Betuwe (voor zover het betreft de voormalige gemeente Dodewaard), Lingewaard, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Montferland (voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam), Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Rijnwaarden, Ubbergen, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar.  
 
Artikel 4. Samenvoeging gemeenten
Bij samenvoeging van gemeenten na publicatie van deze regeling behoort de nieuw te vormen gemeente tot dezelfde regio als die waartoe de samengevoegde gemeenten behoorden. Als de samen te voegen gemeenten tot verschillende regio’s behoorden, beslist de minister tot welke regio de nieuwe gemeente gaat behoren. Voordat de minister definitief beslist, wordt het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe gemeente gehoord.  
Artikel 5. De kerst- en meivakanties 2016 tot en met 2019
De perioden voor de kerst- en meivakanties worden voor de jaren 2016 tot en met 2019 voor alle scholen, bedoeld in artikel 1 , en voor alle regio’s, bedoeld in artikel 3 , als volgt centraal vastgesteld: Schooljaar 2016–2017 Vakantie Data Kerst 24 december 2016 tot en met 8 januari 2017 Mei 22 april tot en met 30 april 2017 Schooljaar 2017–2018 Vakantie Data Kerst 23 december 2017 tot en met 7 januari 2018 Mei 28 april tot en met 6 mei 2018 Schooljaar 2018–2019 Vakantie Data Kerst 22 december 2018 tot en met 6 januari 2019 Mei 27 april tot en met 5 mei 2019  
Artikel 6. Zomervakanties 2017, 2018 en 2019
De perioden voor de zomervakanties worden voor de jaren 2017, 2018 en 2019 voor alle scholen, bedoeld in artikel 1 , als volgt centraal vastgesteld: Schooljaar 2016–2017 Regio Noord 22 juli tot en met 3 september 2017 Regio Midden 8 juli tot en met 20 augustus 2017 Regio Zuid 15 juli tot en met 27 augustus 2017 Schooljaar 2017–2018 Regio Noord 21 juli tot en met 2 september 2018 Regio Midden 14 juli tot en met 26 augustus 2018 Regio Zuid 7 juli tot en met 19 augustus 2018 Schooljaar 2018–2019 Regio Noord 13 juli tot en met 25 augustus 2019 Regio Midden 20 juli tot en met 1 september 2019 Regio Zuid 6 juli tot en met 18 augustus 2019  
1.
Het bevoegd gezag van een school voor primair onderwijs kan de periode, vastgesteld in artikel 6, verlengen met ten hoogste twee dagen voorafgaand aan die periode en met ten hoogste twee dagen na die periode.  
 
2.
In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school, indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan de regio waar de school gevestigd is, die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen op grond van artikel 6. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen, bedoeld in de vorige volzin, wordt uitgegaan van het aantal leerlingen dat in het voorafgaande schooljaar op 1 oktober bij de school stond ingeschreven.  
 
3.
In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen op grond van artikel 6 .  
 
4.
In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een tijdelijke nevenvestiging of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode, bedoeld in artikel 6, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen.  
 
5.
Het bevoegd gezag van een school voor cluster 3 en 4 onderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra , kan de perioden, vastgesteld in artikel 6 bekorten.  
 
6.
In afwijking van artikel 6 hebben in de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de zomervakanties in het primair en voortgezet onderwijs een duur van vijf weken. In afwijking van artikel 6, beginnen de zomervakanties in deze gemeenten steeds tegelijk met die regio die het eerst vakantie heeft.  
 
7.
De Inspectie van het Onderwijs toetst of de afwijkingen, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, voldoen aan de in deze leden genoemde voorschriften.  
 
Artikel 8. Afwijkingen op verzoek
Het bevoegd gezag van een school kan in geval van bijzondere omstandigheden, bij de minister een verzoek indienen om te mogen afwijken van de perioden bedoeld in artikel 5 en artikel 6 .  
Artikel 9. Voor vakantie te bestemmen examendagen voortgezet onderwijs
Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs kan in bijzondere gevallen en onder voorwaarde dat de centrale examens in het voortgezet onderwijs doorgang vinden op de daarvoor voorgeschreven tijdstippen, dagen die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Staatssecretaris van Economische Zaken als examendag zijn aangewezen, voor vakantie bestemmen.  
Artikel 10. Caribisch Nederland
Voor de scholen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba wordt alleen de grote vakantie vastgesteld. De grote vakantie begint en eindigt op hetzelfde tijdstip als in de regio in Europees Nederland waar de zomervakantie op grond van artikel 6 het eerst begint en eindigt.  
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2016 en vervalt met ingang van 1 oktober 2019.  
Artikel 12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling schoolvakanties 2016–2019.