Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Projectsubsidies
+ Hoofdstuk III. Instellingssubsidies
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Subsidieregeling VWS-subsidies

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2011. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2011.
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juni 2006, nr. DWJZ-2688921, houdende vaststelling van algemene subsidieregels (de Subsidieregeling VWS-subsidies)
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 10 van de Welzijnswet 1994 en artikel 3 van de Kaderwet Volksgezondheidssubsidies;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld;
c. instellingssubsidie: een per boekjaar verstrekte subsidie in de kosten van structurele activiteiten van een instelling;
d. projectsubsidie: subsidie met een incidenteel karakter in de kosten van de activiteiten opgenomen in het projectplan, bedoeld in artikel 14, derde lid.
Artikel 2
Deze regeling is van toepassing op alle subsidieverstrekkingen door de minister op het terrein van de gezondheidsbevordering, de gezondheidsbescherming, de gezondheidszorg, de maatschappelijke zorg en de sport, tenzij daarvoor in een ministeriële regeling andere regels zijn gesteld.
Artikel 3
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
1.
Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. naar het oordeel van de minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt;
b. de aanvrager naar het oordeel van de minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond;
c. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
2.
Het eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing op rechtspersonen krachtens publiekrecht ingesteld.
1.
De minister maakt de hoofdlijnen van zijn subsidiebeleid bekend aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2.
Bij tussentijdse wijziging van de hoofdlijnen van het subsidiebeleid doet de minister daarvan mededeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Artikel 6
Subsidies worden slechts verstrekt voor zover de minister van oordeel is dat de verstrekking past in het bekend gemaakte beleid.
1.
De minister kan subsidieplafonds vaststellen voor het verstrekken van instellings- en projectsubsidies.
2.
Ten aanzien van instellingssubsidies geeft de minister bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de subsidie.
3.
Ten aanzien van projectsubsidies wordt het beschikbare bedrag verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als de datum van ontvangst geldt.
4.
Indien met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen overeenkomstig artikel 13, tweede lid, is bepaald dat op aanvragen wordt beslist na een of meer bepaalde data in een kalenderjaar, geeft de minister bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de subsidie.
5.
De minister kan tegelijk met het vaststellen van het subsidieplafond bepalen dat het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op een wijze wordt verdeeld die afwijkt van het tweede, derde of vierde lid.
Artikel 8
Een besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekendgemaaktt.
1.
Projectsubsidies van € 20.000 of meer worden verstrekt met toepassing van de artikelen 10 tot en met 28.
2.
Projectsubsidies van minder dan € 20.000 kunnen zonder voorafgaande subsidieverlening worden vastgesteld. De artikelen 11, eerste lid, 16 , 18, 19, 20, eerste lid, en 25 tot en met 28 zijn niet van toepassing.
Artikel 10
De minister kan projectsubsidies verlenen die zich uitstrekken over meer dan een kalenderjaar.
1.
Een projectsubsidie bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke baten. De subsidie bedraagt niet meer dan het bij de subsidieverlening bepaalde maximum.
2.
Een projectsubsidie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, bestaat uit een bij de subsidievaststelling te bepalen bedrag.
Artikel 12
Een projectsubsidie kan worden aangevraagd door een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, een publiekrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijke persoon.
1.
Een aanvraag voor een projectsubsidie wordt ingediend voor de aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd.
2.
De minister kan bepalen dat aanvragen voor een projectsubsidie op bepaalde terreinen vóór een of meer bepaalde door hem vastgestelde data worden ingediend.
1.
De aanvraag van een projectsubsidie wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting. Voor het projectplan en de begroting wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
2.
Indien de aanvrager van een projectsubsidie een privaatrechtelijke rechtspersoon is, kan de minister hem verplichten een volledig en recent overzicht van zijn financiële toestand over te leggen.
3.
In het projectplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de aanvrager met de activiteiten nastreeft en op welke wijze die zullen worden uitgevoerd.
4.
De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Baten en lasten die door middel van interne doorberekingen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.
5.
Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote lasten tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
6.
Indien de aanvraag wordt ingediend door een privaatrechtelijke rechtspersoon wordt de aanvraag ondertekend door degene die op grond van de statuten bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.
Artikel 15
De minister geeft een beschikking op een aanvraag van een projectsubsidie binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
1.
De minister kan op een verleende projectsubsidie voorschotten verlenen.
2.
Voorschotten worden gelijkmatig over het aantal maanden verstrekt, waarvoor de subsidie is aangevraagd. Gedurende het project bedragen de voorschotten in totaal niet meer dan 90% van het bedrag van de verleende projectsubsidie.
3.
Uiterlijk vier maanden na ontvangst van de volledige aanvraag voor de subsidievaststelling worden de voorschotten verhoogd tot het bedrag van de subsidiedeclaratie voor zover het bedrag van de subsidiedeclaratie niet hoger is dan het bedrag van de verleende projectsubsidie.
4.
De minister kan, indien hierom in de aanvraag wordt verzocht, afwijken van het bepaalde in het tweede lid.
Artikel 17
De ontvanger van een projectsubsidie zorgt ervoor dat:
a. de doeleinden, gesteld in het projectplan op doelmatige wijze worden nagestreefd en
b. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.
Artikel 18
De ontvanger van een projectsubsidie zorgt er voor dat:
a. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd en
b. dat te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde baten en lasten kunnen worden nagegaan.
Artikel 19
De ontvanger van een projectsubsidie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
1.
De ontvanger van een projectsubsidie stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een projectverslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. In het projectverslag worden de verrichte activiteiten met de in projectplan voorgenomen activiteiten vergeleken.
2.
Bij projectsubsidies als bedoeld in artikel 9, tweede lid, legt de subsidieontvanger na afloop van de periode waarvoor subsidie was verstrekt, een verklaring over waaruit kan worden afgeleid dat de activiteiten waarvoor subsidie was verstrekt, zijn uitgevoerd.
1.
Indien een gesubsidieerde activiteit leidt tot een publicatie, kan de minister bepalen dat de ontvanger van een projectsubsidie er zorg voor draagt dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest.
2.
Indien een projectsubsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in artikel 10, onder 1°, van de Auteurswet, draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk.
3.
De ontvanger van een projectsubsidie vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties.
Artikel 22
De ontvanger van een projectsubsidie die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.
Artikel 23
De ontvanger van een projectsubsidie werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
Artikel 24
De minister kan bij de verlening van een projectsubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
1.
Binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.
2.
De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. het projectverslag, bedoeld in artikel 20, eerste lid, en
b. een subsidiedeclaratie.
3.
Voor het projectverslag en de subsidiedeclaratie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
4.
Indien de aanvraag wordt ingediend door een privaatrechtelijke rechtspersoon, wordt de aanvraag ondertekend door degene die op grond van de statuten bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.
5.
De minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.
Artikel 26
De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht.
1.
De subsidiedeclaratie is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een door de Minister vastgestelde modelaccountantsverklaring.
2.
De subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld controleprotocol.
3.
De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden.
4.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de verleende projectsubsidie minder dan € 125.000 bedraagt.
Artikel 28
Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 25, geeft de minister een beschikking tot vaststelling.
Artikel 29
Instellingssubsidies worden verleend voor de periode van één boekjaar.
1.
Afdeling 4.2.8. van de Algemene wet bestuursrecht is, met uitzondering van artikel 4:64, eerste lid, onder a, van toepassing op instellingssubsidies.
2.
De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in artikel 4:60 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn voor indiening van de subsidieaanvraag.
3.
De ontvanger van een instellingssubsidie vormt een egalisatiereserve, tenzij sprake is van een subsidie als bedoel in artikel 32, tweede lid. Bij de subsidieverlening kan de omvang van de egalisatiereserve in aanmerking worden genomen. In afwijking van artikel 4:72, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht wordt het aan de egalisatiereserve toe te voegen dan wel te onttrekken bedrag berekend door het totaal van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten, waaronder de vastgestelde instellingssubsidie en de gerealiseerde overige baten, te verminderen met de lasten van de gesubsidieerde activiteiten. Deze uitkomst wordt vervolgens toegerekend naar rato van de vastgestelde instellingssubsidie en de in de ingediende begroting vermelde, met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende overige baten.
4.
Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de instellingssubsidie, is artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel 31
Voor het activiteitenplan en de begroting, bedoeld in artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
1.
Een instellingssubsidie bestaat uit een door de minister te bepalen bedrag voor overeenkomstig een door de minister goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.
2.
Indien de activiteiten bestaan uit meetbare prestatie-eenheden kan de minister normbedragen vaststellen voor deze eenheden.
Artikel 33
De minister geeft een beschikking op een aanvraag van een instellingssubsidie binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
1.
De minister verstrekt de volgende voorschotten op een verleende instellingssubsidie: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende jaar verleende subsidiebedrag.
2.
De minister kan van het gestelde in het eerste lid op verzoek van de subsidieontvanger afwijken en in het geval dat een aanvraag om instellingssubsidie later wordt ingediend dan in artikel 4:60 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald.
Artikel 35
De ontvanger van een instellingssubsidie zorgt ervoor dat:
a. de doeleinden gesteld in het activiteitenplan op doelmatige wijze worden nagestreefd;
b. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.
Artikel 36
De ontvanger van een instellingssubsidie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
1.
De privaatrechtelijke rechtspersoon die een instellingssubsidie ontvangt, verzekert haar roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van diefstal en brand alsmede tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.
2.
De ontvanger van een instellingssubsidie verzekert voor vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid.
3.
De minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid.
1.
Indien een gesubsidieerde activiteit leidt tot een publicatie, kan de minister bepalen dat de ontvanger van een instellingssubsidie er zorg voor draagt dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest.
2.
Indien een instellingssubsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in artikel 10, onder 1°, van de Auteurswet, draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk.
3.
De ontvanger van een instellingssubsidie vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties.
Artikel 39
De minister kan bij de verlening van een instellingssubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Artikel 40
De ontvanger van een instellingssubsidie die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.
Artikel 41
De ontvanger van een instellingssubsidie werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
1.
In afwijking van artikel 4:74, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dient de ontvanger van een instellingssubsidie binnen vier maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2.
Voor het financieel verslag en het activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
1.
Het financieel verslag of, indien de ontvanger van een instellingssubsidie verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig een door de Minister vastgestelde modelaccountantsverklaring.
2.
Het financieel verslag of de jaarrekening gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld controleprotocol.
3.
De ontvanger van een instellingssubsidie draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.
4.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de verleende instellingssubsidie minder dan € 125.000 bedraagt.
Artikel 44
Binnen vijf maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 43, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.
1.
In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan de minister een door hem te bepalen vergoeding opleggen.
2.
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen, waaronder de egalisatiereserve, op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de instelling wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de subsidieontvanger door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van de minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.
Artikel 46
De minister kan indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken.
Artikel 47
De door subsidieontvangers op grond van artikel 7 van de Subsidieregeling welzijnsbeleid en artikel 9 van de Subsidieregeling volksgezondheid opgebouwde reservering, wordt na inwerkingtreding van deze regeling toegevoegd aan de egalisatiereserve.
1.
De Subsidieregeling volksgezondheid en de Subsidieregeling welzijnsbeleid worden ingetrokken.
2.
Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld en op aanvragen voor een instellingssubsidie voor 2006 waarop voor 1 juli 2006 nog geen besluit is genomen, blijven de Subsidieregeling volksgezondheid en de Subsidieregeling welzijnsbeleid van toepassing.
Artikel 49
Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2006.
Artikel 50
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling VWS-subsidies.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister