Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Voorschriften betreffende de vaart
+ Hoofdstuk 3. Lichten en dagmerken
+ Hoofdstuk 4. Geluids- en lichtseinen
- Hoofdstuk 5. Diverse bepalingen
+ Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Het is verboden te varen met een schip of samenstel dat de hieronder vermelde grootst toegelaten afmetingen en diepgang, uitgaande van een waterstand in het kanaal van Normaal Amsterdams Peil + 2,13 meter in zoet water, overschrijdt:
a. voor zeeschepen:
lengte: 265 meter
breedte: 34 meter
diepgang:
12,50 meter in opvaart
2°. 12,30 meter in afvaart;
b. voor binnenschepen en gekoppelde samenstellen:
lengte: 140,00 meter
breedte: 23,00 meter
diepgang: 4,30 meter wat de Oostsluis betreft;
c. voor duwstellen:
lengte: 200 meter
breedte: 23 meter
diepgang: 4,30 meter wat de Oostsluis betreft;
d. diepgang op de toeleidings- en zijkanalen:
1. toeleidingskanaal naar de Middensluis: 7,25 meter
2. toeleidingskanaal naar de Oostsluis: 4,30 meter
3. Axelse Vlakte te Sluiskil: 9,00 meter
4. Zijkanaal F (naar Passluis): 2,60 meter
5. Zijkanaal G (naar Sas van Gent): 5,00 meter.
2.
De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het eerste lid vermelde grootst toegelaten afmetingen en diepgang.
1.
Een schip moet tijdig voor het invaren van een sluis zijn gemeld bij de bevoegde autoriteit volgens de door deze gestelde regels.
2.
Behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit mag een schip geen ligplaats nemen op de wachtplaats van een sluis anders dan om te worden geschut.
3.
Op een wachtplaats van een sluis en in een sluis moet een schip, dat met een marifooninstallatie is uitgerust, uitluisteren op het daartoe aangewezen kanaal.
4.
Tenzij de bevoegde autoriteit anders bepaalt, geschiedt het invaren in een sluis in volgorde van aankomst op een door de bevoegde autoriteit aangewezen plaats. Een klein schip dat samen met andere schepen wordt geschut mag de sluis slechts invaren na deze andere schepen.
5.
Recht van voorrang bij schutting hebben, in de hierna genoemde volgorde:
a. schepen van toezichthoudende ambtenaren en brandweerboten die in verband met spoedeisende redenen van dienstvervulling onderweg zijn;
b. schepen waaraan de bevoegde autoriteit het recht van voorrang bij schutting heeft toegekend.
Schepen die het recht van voorrang bij schutting hebben dienen dit tijdig per marifoon kenbaar te maken.
6.
De kapitein of schipper is verplicht te zorgen dat bij het invaren van een sluis de nodige meertrossen gereed worden gehouden. De kapitein van een zeeschip is bovendien verplicht te zorgen dat aan boord en op de wal het nodige daartoe bekwame personeel aanwezig is om die trossen aan te nemen en vast te maken.
7.
Het is verboden zeilen te voeren bij het naderen van de wachtplaatsen, bij het in- of uitvaren van een sluis en tijdens het schutten.
8.
In een sluis:
a. moet een schip ligplaats nemen binnen de door stopstrepen of op andere wijze aangegeven grenzen;
b. moet tijdens het vullen en het ledigen van de sluiskolk en totdat het uitvaren van de sluis wordt toegestaan een schip zodanig zijn gemeerd en moet het zijn meerdraden zodanig vieren of doorhalen, dat het niet de sluismuren, de sluisdeuren, de beschermingsinrichtingen of andere schepen kan beschadigen;
c. mag een schip slechts voorwerpen die niet kunnen zinken als wrijfhout gebruiken;
d. mag een schip geen water op het sluisterrein of op andere schepen storten of laten vloeien;
e. mag een schip, zodra het is gemeerd en totdat het uitvaren van de sluis wordt toegestaan, geen gebruik maken van de voortstuwingsmiddelen.
9.
Op een wachtplaats van een sluis en in een sluis moet een schip een zijwaartse afstand van ten minste 10 meter in acht nemen ten opzichte van een schip dat een blauw licht of een blauwe kegel, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a,hetzij een rood licht of de seinvlag "B", bedoeld in artikel 25, eerste lid, voert. Deze verplichting geldt niet voor schepen die hetzelfde licht of dagmerk voeren.
10.
Een schip dat twee of drie blauwe lichten dan wel twee of drie blauwe kegels, bedoeld in artikel 25, tweede lid onder b en c,voert, mag een sluis niet invaren indien het niet afzonderlijk zou worden geschut. Een ander schip mag een sluis niet invaren indien het samen met een schip dat deze lichten of dagmerken voert, zou worden geschut. Het voorgaande is niet van toepassing op schepen die onderling hetzelfde sein voeren.
11.
Een schip dat een blauw licht of een blauwe kegel, bedoeld in artikel 25, tweede lid onder a,hetzij een rood licht of de seinvlag "B", bedoeld in artikel 25, eerste lid, voert, mag een sluis niet invaren indien het samen met een passagiersschip zou worden geschut. Een passagiersschip mag een sluis niet invaren indien het samen met een schip dat deze lichten of dagmerken voert, zou worden geschut.
12.
De bevoegde autoriteit kan in afwijking van het negende, tiende en elfde lid anders bepalen.
Artikel 40. Bijzondere transporten
Een bijzonder transport mag slechts varen met de toestemming van de bevoegde autoriteit.
1.
Werktuiglijk voortbewogen schepen die zorgen voor de voortbeweging van een samenstel moeten daartoe geschikt en uitgerust zijn en voldoende vermogen hebben om de goede bestuurbaarheid en manoeuvreerbaarheid van het geheel te verzekeren.
2.
De koppelingen van een duwstel moeten de hechtheid daarvan verzekeren. Ze moeten gelijkmatig gespannen worden gehouden door geschikte inrichtingen. Het koppelen en ontkoppelen moet op veilige, eenvoudige en gemakkelijke wijze kunnen geschieden.
3.
Een duwstel mag alleen van een sleepboot gebruik maken in uitzonderlijke en plaatselijke omstandigheden en wanneer de scheepvaart daarvan geen hinder ondervindt.
4.
Het is verboden met een duwstel of een gekoppeld samenstel sleepdienst te verrichten.
5.
Indien aan de kop van een duwstel uitsluitend een zeeschipbak is geplaatst, dan moet deze van een kopbak zijn voorzien.
6.
Het is verboden te varen met een gekoppeld samenstel dat uit meer dan twee schepen bestaat.
7.
Het is verboden:
a. meer dan één schip te slepen;
b. een binnenschip te slepen waarvan de lengte meer dan 110 meter bedraagt;
c. te slepen indien de afstand tussen het hek van het slepende schip en de boeg van het gesleepte binnenschip meer dan 40 meter bedraagt.
8.
Op een sleep dienen zodanige maatregelen getroffen te zijn dat een goede communicatie tussen het slepende schip en het gesleepte schip of drijvend voorwerp is gewaarborgd.
9.
De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van dit artikel.
1.
Een schip dat niet varende is en dat is geladen met gevaarlijke stoffen, bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlagen 1 , 2 , 3 of 4 , moet onder toezicht staan van een zich voortdurend aan boord bevindende ter zake kundige wachtsman.
2.
Een ander schip dat niet varende is, moet, wanneer het geen kapitein of schipper aan boord heeft, onder toezicht staan van een persoon die zonodig snel kan ingrijpen.
3.
Aan boord van een schip dat niet varende is en dat is uitgerust met een marifooninstallatie, moet een persoon luisterwacht houden op een door de bevoegde autoriteit aangewezen marifoonkanaal en bij het oproepen door de bevoegde autoriteit daarop antwoord geven.
4.
De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van dit artikel.
1.
De kapitein of schipper moet onverwijld de bevoegde autoriteit melden indien een schip
a. aan de grond is geraakt of gezonken, of
b. in aanraking is gekomen met een ander schip en daarbij schade van betekenis is ontstaan of zich persoonlijke ongevallen hebben voorgedaan, of
c. een boei, baken of kunstwerk heeft aangevaren, verplaatst of beschadigd, of
d. lading, brandstof of voorwerpen heeft verloren of dreigt te verliezen, of
e. brand aan boord heeft, of
f. zodanige schade heeft opgelopen dat de manoeuvreerbaarheid van het schip of de veiligheid door die schade wordt beïnvloed, of
g. een hindernis in de vaarweg aantreft.
2.
Wanneer er tevens gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart kan ontstaan, moet de kapitein of schipper bovendien de naderende vaart waarschuwen.
3.
De kapitein of schipper van een schip dat behoort tot een door de bevoegde autoriteit aangewezen categorie van schepen, moet zich in de door die bevoegde autoriteit aangegeven gevallen melden. De bevoegde autoriteit kan nadere voorschriften stellen met betrekking tot de inhoud van de melding en de wijze waarop de melding plaatsvindt.
1.
Een schip mag geen voorwerpen hebben uitsteken, tenzij daarmee geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan andere schepen en aan kunstwerken kan worden veroorzaakt.
2.
Een schip moet een anker waarvan geen gebruik wordt gemaakt geheel inhieuwen.
1.
De kapitein of schipper moet de nodige maatregelen nemen om het vaarwater zo spoedig mogelijk vrij te maken, indien een schip is vastgevaren of gezonken, of indien een door een schip verloren voorwerp het vaarwater geheel of gedeeltelijk verspert of dreigt te versperren.
2.
Het eerste lid geldt ook voor de kapitein of schipper wiens schip dreigt te zinken of onmanoeuvreerbaar wordt.
3.
Indien vanaf een schip stoffen of voorwerpen te water raken, moet de kapitein of schipper er voor zorgen dat deze zo spoedig mogelijk worden opgeruimd.
4.
Bij de in het eerste, tweede en derde lid gestelde verplichtingen moeten de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit worden opgevolgd.
Artikel 46. Laden en lossen
Schepen mogen alleen geladen of gelost worden op de daartoe bestemde of door de bevoegde autoriteit aangewezen plaatsen.
Artikel 47. Werkzaamheden op of aan schepen
Het is verboden herstellings-, schoonmaak-, ontgassings-, ontsmettings-of andere werkzaamheden op of aan schepen te verrichten wanneer deze gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart kunnen opleveren, tenzij die werkzaamheden plaatsvinden:
a. met toestemming van de bevoegde autoriteit, of
b. op een scheepswerf dan wel op of aan het terrein van een herstellingsinrichting.
Artikel 48. Diverse aktiviteiten
Behoudens vergunning van de bevoegde autoriteit is het verboden:
a. een schip op een ligplaats te gebruiken als opslagplaats of voor het uitoefenen van een bedrijf;
b. met een schip, al dan niet varend, goederen of diensten aan te bieden;
c. schepen te slopen;
d. zich met een schip te vestigen tot het houden van vast verblijf of het verlenen van huisvesting;
e. een schip vanaf de wal te water te laten of met een schip proef te draaien.
Artikel 49. Bijzondere gebeurtenissen
Zonder vergunning van de bevoegde autoriteit is het verboden een sportevenement, een waterfeest of een vergelijkbare gebeurtenis te houden.
1.
Schepen van handhavingsdiensten en brandweer, en reddingsvaartuigen betrokken bij reddingsoperaties mogen, behoudens het bepaalde in artikel 3, afwijken van de voorschriften van dit besluit voor zover dat voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk is.
2.
Artikel 31, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op schepen van de brandweer die hulp bieden of daartoe op weg zijn en op reddingsvaartuigen die betrokken zijn bij een reddingsoperatie met toestemming van de Rijkshavenmeester Westerschelde.
1.
Zwemmen, onderwatersport, watersport zonder gebruik te maken van een schip, waterskiën of doen waterskiën of op soortgelijke wijze van het vaarwater gebruik maken of gebruik doen maken, varen met een waterscooter, varen met een zeilplank of varen met een door een vlieger voortbewogen plank, vinden niet plaats in het toepassingsgebied als omschreven in artikel 1, eerste lid.
2.
De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het eerste lid.
Artikel 50. Toestemmingen, ontheffingen, vrijstellingen en vergunningen
Aan toestemmingen, ontheffingen, vrijstellingen en vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 51. Verkeerstekens
De verkeerstekens die kunnen worden aangebracht en hun betekenis zijn vermeld in de bij dit besluit behorende bijlagen 5 en 6 .
Artikel 51a. Bescherming van verkeerstekens
Een schip gebruikt geen verkeerstekens om daaraan te meren of daaraan te verhalen, beschadigt ze niet en maakt ze niet ongeschikt voor hun bestemming.
1.
Een schip neemt niet deel aan de scheepvaart indien het zodanig is beladen dat het inzinkt tot over het vlak door de onderkant van de inzinkingsmerken, dan wel indien het zodanig is beladen dat het een geringer vrijboord heeft dan blijkens de afgegeven certificaten is toegestaan.
2.
Een schip neemt niet deel aan de scheepvaart indien door de wijze van belading de stabiliteit in gevaar wordt gebracht.
3.
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, neemt een binnenschip niet deel aan de scheepvaart indien aan boord niet aanwezig zijn:
a. het certificaat van onderzoek overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Binnenvaartwet;
b. het stuwplan of de ladinglijst voor de actuele beladingstoestand;
c. de stabiliteitsberekening, met inbegrip van de daarbij gebruikte berekeningsmethode en het resultaat daarvan, voor de actuele, of een vergelijkbare vorige, dan wel een standaard beladingstoestand.
1.
Toepassing van de artikelen 47, 48 en 51 kan, behalve in het belang van de veiligheid of het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer, geschieden in het belang van:
a. het in stand houden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bereikbaarheid daarvan;
b. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen.
2.
Toepassing van de artikelen 47, 48 en 51 ten behoeve van een in het eerste lid genoemd belang kan mede geschieden in het belang van het voorkomen of beperken van:
a. hinder of gevaar door het scheepvaartverkeer voor personen die zich anders dan op een schip te water bevinden;
b. schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van een gebied waarin scheepvaartwegen zijn gelegen.
1.
In het belang van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer alsmede in het belang van de instandhouding van de werken kunnen door of namens de bevoegde autoriteit verkeersaanwijzingen worden gegeven.
2.
Onder de in het eerste lid genoemde verkeersaanwijzingen worden mede verstaan de bekendmakingen aan de scheepvaart die door de bevoegde autoriteit worden uitgevaardigd.
3.
De bekendmakingen, bedoeld in het tweede lid, worden gepubliceerd in de Staatscourant.
4.
Kapiteins en schippers moeten aan de verkeersaanwijzingen gevolg geven en de bekendmakingen aan de scheepvaart naleven.