Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 1a–1d. Groot schoolbestuur (eigen risicodrager)
Artikel 2. Afwezigheidsgronden
Artikel 3–4. Premiebetaling
Artikel 4a–4j. Premiedifferentiatie
Artikel 5–13. Bekostiging van de vervanging ten laste van het Vervangingsfonds
Artikel 14–17. Bekostiging van de vervanging van onderwijspersoneel dat niet onder de verplichte aansluiting van het Vervangingsfonds valt
Artikel 18. Vervangingspools
Artikel 19–20b. Vervanging van leraren
Artikel 21–22b. Bepalingen met betrekking tot de vervanging van de directie
Artikel 23. Vervanging onderwijsondersteunend personeel, waaronder ook worden begrepen bovenschools management en leden van een college van bestuur
Artikel 23a–23b. Vervanging van personeel in dienst bij een Centrale Dienst
Artikel 23c. Vervanging van combinatiefuncties
Artikel 24. Subsidies
Artikel 25–28. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 2 Reglement Vervangingsfonds Primair Onderwijs voor het schooljaar 2012-2013

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2016. U leest nu de tekst die gold op -.
Artikel 2. Afwezigheidsgronden
Toelichting op artikel 2 lid 1
Dit artikel somt de vormen van afwezigheid op die voor vervanging, bekostigd ten laste van het Vervangingsfonds, in aanmerking komen.Grote schoolbesturen (eigen risicodragers)
Met uitzondering van ziekteverlof, komen alle in artikel 2 genoemde vormen van verlof vanaf de eerste dag van afwezigheid voor bekostigde vervanging in aanmerking. Bij de vervanging van onderwijsondersteunend personeel, bovenschools management en leden van een college van bestuur, dient echter wel rekening te worden gehouden met de in de artikel 23 genoemde wachttijd.Ziekteverlof
Bij ziekteverlof als afwezigheidsgrond wordt bepaald dat het bevoegd gezag de in artikel 2, tweede en derde lid, artikel 4, vierde lid, en artikel 5, gestelde voorschriften uit de ‘Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar’ (25 maart 2002, Stcrt. 2002, 60 ) in acht neemt. Dit houdt ondermeer in dat, als er naar het oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim, het bevoegd gezag binnen 6 weken na de eerste ziektedag van betrokkene een oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst moet hebben gevraagd. Als pas na 6 weken blijkt dat het verzuim langdurig dreigt te worden, moet er op dat moment ogenblikkelijk advies gevraagd worden. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het bedoelde oordeel in het dossier aanwezig is. Alleen bij kortdurend verzuim is een oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst niet voorgeschreven.
Uit de ‘Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar’:
2 De werkgever verlangt indien er naar de verwachting van de bedrijfsarts of de arbodienst sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim, binnen zes weken na de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid een oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst over het desbetreffende ziektegeval.
3 De werkgever verlangt onverwijld een oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst als bedoeld in het tweede lid indien eerst na zes weken blijkt dat het ziekteverzuim naar de verwachting van de bedrijfsarts of de arbodienst langdurig dreigt te zijn.
4 De werkgever draagt er zorg voor dat de bedrijfsarts of de arbodienst de werknemer regelmatig hoort over het verloop van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid en verlangt indien het verloop van de ongeschiktheid naar het oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst bijstelling van het plan van aanpak noodzakelijk maakt, hieromtrent onverwijld advies van de bedrijfsarts of de arbodienst aan zichzelf en de werknemer.
Uit de toelichting op de ‘Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar’:
(...) Hoewel ook voor dit contact geldt dat niet voorzien is in een minimumfrequentie, geldt hier eveneens dat bij een contact van eens in de zes weken in zijn algemeenheid aan de vereiste regelmaat zal zijn voldaan.Artikel 5. Afwijken van termijnen
Van de termijnen, bedoeld in artikel 2 en 4, kan door de werkgever en de werknemer gemotiveerd worden afgeweken.
Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat in het dossier aanwezig zijn:
1 het oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst, zoals bedoeld in artikel 2;
2 documenten waarmee wordt aangetoond dat de bedrijfsarts of arbodienst de werknemer regelmatig hoort, zoals bedoeld in artikel 4;
3 documenten waarmee wordt aangetoond dat gemotiveerd van de in artikel 2 en 4 genoemde termijnen wordt afgeweken.Vakbondsfaciliteiten
Vakbondsfaciliteiten waarvoor de Minister rechtstreeks de kosten van vervanging vergoedt, ook bekend als het structureel verlof voor overleg- en advies­werkzaamheden, kunnen niet ten laste van het Vervangingsfonds worden vervangen. De Minister verleent faciliteiten voor verlof in verband met SLO, LPC, CITO en andere overleg- en advieswerkzaamheden; daar kan dus evenmin ­sprake zijn van bekostiging ten laste van het Vervangingsfonds.
De te volgen procedure in deze gevallen is de volgende: leraar A heeft buiten­gewoon verlof in verband met een regeling waarvoor de Minister faciliteiten verstrekt; die faciliteiten houden bijvoorbeeld toekenning van extra budget in. Voor de vervanging van leraar A wordt gebruik gemaakt van dit extra budget en wordt geen beroep op het Vervangingsfonds gedaan. Met dit extra budget wordt op de school leraar B aangesteld. Indien leraar B uitvalt, dan kan zijn vervanging wel ten laste van het Vervangingsfonds bekostigd worden.artikel 8.6 CAO-PO
Afwezigheid van onderwijsondersteunend personeel wegens vakantieverlof dat – met toepassing van artikel 8.6 CAO-PO – na intrekking door het bevoegd gezag opnieuw verleend wordt, komt eveneens in aanmerking voor vervanging bekostigd ten laste van het Vervangingsfonds; het spreekt vanzelf dat de be­palingen omtrent wachtdagen daarbij wel van toepassing blijven.artikel 8.7 CAO-PO
Uitgangspunt van het Reglement is dat uitsluitend verlof voor zover ver­leend met behoud van loon voor bekostigde vervanging in aanmerking komt.
Onder buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 8.7 CAO-PO valt o.a. het zogenaamde ‘calamiteitenverlof’.Vervroegd re-integratietraject
Voor werknemers uit de marktsector die na ontslag onder de re-integratie­verantwoordelijkheid van UWV vallen, biedt de WW de mogelijkheid om vanaf 4 maanden voor hun ontslag CWI te verzoeken te bepalen of een vroegtijdig re-integratietraject noodzakelijk is, en zo ja, dit in te zetten. Ook voor werk­nemers in het primair onderwijs bestaat de mogelijkheid van een vroegtijdig re-integratietraject. Wanneer werkgever, werknemer en CWI een vervroegd traject­ zinvol achten, en er is voldaan aan de voorwaarden die het Participatiefonds stelt, kan de werknemer die een dergelijk traject volgt ten laste van het Vervangingsfonds worden vervangen.Voorwaarde van extra kosten
Het Reglement biedt aan de bevoegde gezagsorganen een aanspraak op bekostiging indien daadwerkelijk vervangen wordt volgens het bepaalde in dit Reglement en voor zover er aan die vervanging voor het bevoegd gezag extra kosten zijn verbonden. Kernpunt in de systematiek is dat er sprake moet zijn van afwezigheid in de zin van artikel 2 en dat er materieel sprake is van vervanging en van vervangingskosten.
Een personeelslid dat verplicht verzekerd is kan in principe niet met vervanging voor rekening van het Vervangingsfonds worden belast.
Een personeelslid dat verplicht verzekerd is kan uitsluitend tijdelijk voor vervanging worden ingezet, als hiermee kan worden voorkomen dat het bevoegd gezag als gevolg van een daling van de formatie tot ontslag moet overgaan. Dit personeelslid dient na afloop van de vervanging weer als verplicht ver­zekerd te worden aangemerkt.
Inzet van een verplicht verzekerd personeelslid in een door het Vervangingsfonds bekostigde vervangingspool is toegestaan.
1 Personeel dat afwezig is omdat gebruik wordt gemaakt van de levensloopregeling komt niet voor bekostigde vervanging in aanmerking.
2 Personeel dat gebruik maakt van betaald danwel onbetaald ouderschaps­verlof komt niet voor bekostigde vervanging in aanmerking (artikelen 8.19, 8.20 en 8.21 CAO-PO).
3 Personeel dat gebruik maakt van vormen van overig onbetaald verlof komt niet voor bekostigde vervanging in aanmerking (artikelen 8.11, 8.12, 8.13 en 8.15 CAO-PO). Verlof dat in beginsel wordt verleend zonder behoud van loon wordt aangemerkt als overig onbetaald verlof.lid 2
Voorbeelden van vermindering van de periode van eigen risico voor grote schoolbesturen (eigen risicodragers):
Indien de eerste dag van afwezigheid betreft 29 november 2010 bedraagt de periode voor 1 augustus 2011 35 weken. Dit betekent dat de periode van het eigen risico van 52 weken wordt verminderd met 35 weken en dus is de eerste dag waarop aanspraak bestaat op bekostigde vervanging 28 november 2011.
Eerste dag van afwezigheid betreft 1 februari 2011, dan is de eerste dag, waarop aanspraak bestaat op bekostigde vervanging 31 januari 2012.Lid 3 en lid 4
Vanaf 1 augustus 2012 wordt de Regeling in mindering brengen uitkeringen (IMBU) niet langer door de Minister uitgevoerd. Schoolbesturen zijn vanaf dat moment niet langer verplicht bepaalde bedragen die zij op grond van de Ziektewet en de Wet arbeid en zorg ontvangen aan de Minister af te dragen. De ontvangen bedragen kunnen voor de bekostiging van vervanging worden aangewend. Dit betekent dat een aantal met name genoemde verlofsituaties niet meer door het Vervangingsfonds wordt bekostigd.artikel 2
lid 1 Met inachtneming van de in dit reglement opgenomen bepalingen komt vervanging bij de volgende vormen van afwezigheid van onderwijspersoneel in aanmerking voor bekostiging ten laste van het Vervangingsfonds:
1 ziekteverlof – voor grote schoolbesturen (eigen risicodragers): na de eerste 52 weken – als bedoeld in het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs (BZA), mits artikel 2, tweede en derde lid, artikel 4, vierde lid, en artikel 5, van de ‘Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar’ in acht zijn genomen;
2 buitengewoon verlof als bedoeld in de artikelen 8.7, 8.8 en 8.18 CAO-PO, voorzover verleend met behoud van loon, indien en voor zover daarbij geen sprake is van door de Minister extra toegekende budgetten, dan wel van door de Minister rechtstreeks vergoede vervangingskosten. Vervanging bij buitengewoon verlof komt niet in aanmerking voor bekostiging ten laste van het Vervangingsfonds indien het bevoegd gezag voor de verlofganger een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg ontvangt;
3 verlof wegens militaire dienst;
4 schorsing als bedoeld in de artikelen 3.13 tot en met 3.17 en 4.11 tot en met 4.16 CAO-PO;
5 verlof wegens het volgen van een door het Participatiefonds in gang gezet vervroegd re-integratietraject, in geval van dreigend ontslag;
6 verlof dat door het bevoegd gezag met toepassing van artikel 8.6 CAO-PO opnieuw wordt verleend.
lid 2 Vervanging van personeel, werkzaam bij een groot schoolbestuur (eigen risicodrager), dat reeds afwezig is wegens ziekte vóór 1 augustus 2011 (respectievelijk vóór 1 januari 2012) komt in aanmerking voor bekostiging, met dien verstande dat de periode van het eigen risico wordt verminderd met de periode van afwezigheid voor 1 augustus 2011 (respectievelijk vóór 1 januari 2012).
lid 3 Vervanging bij ziekteverlof komt niet in aanmerking voor bekostiging ten laste van het Vervangingsfonds indien het bevoegd gezag ten behoeve van de verlofganger een uitkering op grond van de Ziektewet ontvangt.
Lopende verlofsituaties worden vanaf 1 augustus 2012 niet meer door het Vervangingsfonds bekostigd.
lid 4 Vervanging bij ziekteverlof komt niet in aanmerking voor bekostiging ten laste van het Vervangingsfonds indien er ten behoeve van de verlofganger recht op een uitkering op grond van de Ziektewet bestaat in de volgende verlofsituaties:
ziekteverlof wanneer de ziekte naar het oordeel van de bedrijfsarts gerelateerd is aan zwangerschaps- en bevallingsverlof. Wanneer het ziekteverlof direct voorafgaand aan, of aansluitend op het zwangerschaps- en bevallingsverlof plaatsvindt en minder dan zes weken geduurd heeft, waardoor er geen oordeel van de bedrijfsarts aanwezig is, komt de vervanging wél voor bekostiging door het Vervangingsfonds in aanmerking. Dit tenzij een uitkering op grond van de Ziektewet is aangevraagd en toegekend.
ziekteverlof van (heringetreden) arbeidsgehandicapten, langer dan vier weken, waarbij recht bestaat op een uitkering op grond van de Ziektewet (de zogenaamde no-riskpolis Ziektewet).
Lopende verlofsituaties worden vanaf 1 augustus 2012 niet meer door het Vervangingsfonds bekostigd.
lid 5 Vervanging bij zwangerschaps- en bevallingsverlof komt niet in aanmerking voor bekostiging ten laste van het Vervangingsfonds.
Lopende verlofsituaties worden vanaf 1 augustus 2012 niet meer door het Vervangingsfonds bekostigd.