Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen
- Hoofdstuk II. Toekenning van de bijdrage 2007
+ Hoofdstuk III. De voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
+ Hoofdstuk IIIA. De tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
+ Hoofdstuk IV. De vaststelling van de bijdrage 2007 aan een zorgverzekeraar
+ Hoofdstuk V. De uitkering voor de kosten van prestaties die door het college naar het werkelijk bedrag worden vergoed
+ Hoofdstuk VI. De betalingen aan de zorgverzekeraars
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2007

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2007, naar regioklasse 2007 en van de verzekerden aantallen van 18 jaar en ouder 2007, op de opgaven van de zorgverzekeraars van de verzekerdenaantallen op 1 juni 2006 naar geslacht, leeftijd en viercijferige postcode.
2.
Het college raamt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt, waarbij het college per zorgverzekeraar een afzonderlijke berekening uitvoert voor voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden:
a. Uitgangspunt is het aantal verzekerden 2005 met een FKG per FKG 2007 naar morbiditeitsrisicoklasse.
b. De verzekerdenaantallen in onderdeel a worden per FKG 2007 gedeeld door het overeenkomstige totaal aantal verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse 2005. Dit resulteert in de zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2005 per morbiditeitsrisicoklasse.
c. Het college vermenigvuldigt voor alle morbiditeitsrisicoklassen de zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2005 per morbiditeitsrisicoklasse met de overeenkomstige prevalentieontwikkeling 2005–2006. Dit resulteert in de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse.
d. Het college bepaalt de geraamde landelijke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse door de stappen in de onderdelen a, b en c uit te voeren met de overeenkomstige landelijke verzekerdenaantallen, waarbij op landelijk niveau onderscheid wordt gemaakt in voormalig particulier verzekerden en voormalig ziekenfondsverzekerden.
e. Het college vormt per FKG 2007 en per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het aantal verzekerden dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken en met het aantal verzekerden met een specifieke FKG dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken. De poolberekening die in de onderdelen f tot en met i staat beschreven wordt afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar.
f. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 kleiner dan of gelijk is aan het totaal aantal verzekerden 2005 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 als volgt berekend:
1°. Per zorgverzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse wordt het aantal verzekerden per FKG 2007 berekend door de geraamde verzekerdenaantallen 2007 te vermenigvuldigen met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het geraamde aantal verzekerden met een FKG per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse.
2°. Per zorgverzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse berekent het college per saldo de daling van het aantal verzekerden en brengt deze in in een pool per morbiditeitsrisicoklasse. Deze daling in het aantal verzekerden wordt per morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 en ingebracht in de eerdergenoemde pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het door een zorgverzekeraar ingebrachte aantal verzekerden met een FKG per FKG 2007 in de pool.
g. Het college sommeert het resultaat van onderdeel f, sub 2 voor alle zorgverzekeraars zodat per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het totaal aantal ingebrachte verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse en het totaal aantal ingebrachte verzekerden met een FKG per FKG 2007 onstaat.
h. De landelijke pool met het totaal aantal ingebrachte verzekerden, bedoeld in onderdeel g, wordt daarna als volgt opnieuw berekend:
1°. Het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2005 toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse.
2°. Het aantal verzekerden in de pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2005 te vermenigvuldigen met de landelijke relatieve FKG 2007-prevalentie 2006 en toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse.
3°. Na de herberekening van het aantal verzekerden in de pool per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse wordt per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse de geraamde relatieve prevalentie FKG 2007-prevalentie 2006 van de pool bepaald door de som van aantal verzekerden met die FKG in de pool te delen door de som van het totaal aantal verzekerden in de pool per bijbehorende morbiditeitsrisicoklasse.
i. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde aantal verzekerden 2007 groter is dan het aantal verzekerden 2005 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend:
1°. Het college vermenigvuldigt het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse.
2°. Het college voegt per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse aan het resultaat van onderdeel i, sub 1 toe de geraamde groei van het aantal verzekerden van 2007 op 2005, vermenigvuldigd met de geraamde relatieve prevalentie van de betreffende pool, zoals bepaald in onderdeel h, sub 3.
j. Vervolgens worden per verzekeraar de verzekerdenaantallen 2007 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2007 over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op nul decimalen.
k. Tot slot worden per zorgverzekeraar per FKG 2007 de verzekerdenaantallen voormalig particulier verzekerden gesommeerd met de verzekerdenaantallen voormalig ziekenfondsverzekerden.
3.
Het college raamt het aantal verzekerden per DKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt:
a. Uitgangspunt is het totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 1 tot en met 13 2007 per zorgverzekeraar, zoals de Stichting Prismant, gevestigd te Utrecht, deze aan het CVZ heeft aangeleverd, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar voormalig ziekenfondsen en niet ziekenfondsen. De hierna volgende berekeningen worden afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar.
b. Het college bepaalt landelijke DKG 2007-prevalenties 2004 per morbiditeitsrisicoklasse per DKG 2007 door het totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse te delen door de som van de aantallen verzekerden 2004 per morbiditeitsrisicoklasse over alle zorgverzekeraars.
c. Het college berekent het verwachte totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 2007 per zorgverzekeraar door de verzekerdenaantallen per morbiditeitsrisicoklasse per zorgverzekeraar 2004 te vermenigvuldigen met de overeenkomstige landelijke DKG 2007-prevalenties 2004 per DKG 2007 morbiditeitsrisicoklasse, bedoeld in onderdeel b, en deze vervolgens over de morbiditeitsrisicoklassen te sommeren.
d. Het college bepaalt een zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007 door de verzekerdenaantallen bedoeld in onderdeel a, te delen door de verwachte aantallen verzekerden 2004 per DKG 2007, bedoeld in onderdeel c.
e. Het college vormt per DKG 2007 en per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het aantal verzekerden dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken en met het aantal verzekerden met een specifieke DKG dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken. De poolberekening die hierna in de onderdelen f, g, h en i staat beschreven wordt afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar.
f. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 kleiner dan of gelijk is aan het totaal aantal verzekerden 2004 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per morbiditeitsrisicoklasse per DKG 2007 berekend door de aantallen verzekerden 2007 per morbiditeitsrisicoklasse te vermenigvuldigen met de in onderdeel b berekende landelijke DKG 2007-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en dat resultaat weer te vermenigvuldigen met de onder d berekende zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007.
g. Per verzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse berekent het college per saldo de daling van het aantal verzekerden en brengt deze in in een pool per morbiditeitsrisicoklasse. Deze daling in het aantal verzekerden wordt per morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de landelijke relatieve DKG 2007-prevalentie 2004 en de zorgverzekeraarspecifieke DKG factor en ingebracht in de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het door een zorgverzekeraar ingebrachte aantal verzekerden met een DKG per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse in de pool.
h. Het college voert de berekening onder g uit voor alle zorgverzekeraars en de sommeert de resultaten, waardoor per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool ontstaat met het totaal aantal ingebrachte verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse en het totaal aantal ingebrachte verzekerden met een DKG per DKG 2007.
i. Het aantal verzekerden in de pool, bedoeld in onderdeel g, wordt als volgt opnieuw berekend:
1°. Het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2004 toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsklasse.
2°. Het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2004 te vermenigvuldigen met de landelijke relatieve DKG 2007-prevalentie 2004 en toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsklasse.
3°. Na de herberekening van het aantal verzekerden in de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse bepaalt het college per morbiditeitsrisicoklasse de geraamde relatieve prevalentie 2007 van de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse door de som van het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse te delen door de som van het totaal aantal verzekerden in de betreffende morbiditeitsrisicoklasse.
j. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde aantal verzekerden 2007 groter is dan het gemiddeld aantal verzekerden 2004, wordt het aantal verzekerden 2007 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend:
1°. Het college vermenigvuldigt het aantal verzekerden 2004 per morbiditeitsrisicoklasse met de in onderdeel b berekende landelijke DKG 2007-prevalentie 2004 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse en vermenigvuldigt dat resultaat weer met de onder d berekende zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007
2°. Het college voegt per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse aan het resultaat van onderdeel a toe de geraamde groei van het aantal verzekerden van 2007 op 2004, vermenigvuldigd met de geraamde relatieve prevalentie 2007 van de betreffende pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse, zoals bepaald in onderdeel i, sub 3.
k. Vervolgens worden per zorgverzekeraar per DKG 2007 de aantallen verzekerden per DKG 1 tot met 13 2007 per morbiditeitsrisicoklasse over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op vier decimalen.
l. Het aantal verzekerden 2007 in DKG 0 bepaalt het college door het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 per zorgverzekeraar te verminderen met het over DKG 1 tot en met 13 gesommeerde resultaat van onderdeel k.
m. Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen voormalig particulier verzekerden en de verzekerdenaantallen voormalig ziekenfondsverzekerden opgeteld.
1.
a. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht, genoemd in bijlage 3 bij deze regeling beleidsregels;
b. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG 0 t/m 20 2007, genoemd in bijlage 4 bij deze regeling beleidsregels;
c. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG 0 t/m 13 2007, genoemd in bijlage 5 bij deze regeling beleidsregels;
d. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, genoemd in bijlage 6 bij deze regeling beleidsregels;
e. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2007, genoemd in bijlage 7 bij deze regeling beleidsregels, waarbij onderscheid wordt gemaakt in voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden. Het college bepaalt de gewichten voor de categorie ‘0–1’ jarigen door per regioklasse het gewogen gemiddelde te nemen van de gewichten voor voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden, waarbij het gewicht voor voormalig ziekenfondsverzekerden voor 51,4% meeweegt in het gemiddelde en het gewicht voor voormalig particulier verzekerden voor 48,6%.
2.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse 2007 worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
3.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG 2007 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.
4.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG 2007 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.
5.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.
6.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.
7.
Het resultaat van het zesde lid wordt aangeduid als het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007.
1.
Het college bepaalt het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 als volgt:
a. Voor de zorgverzekeraars die in 2005 als ziekenfonds werkzaam waren, berekent het college de gemiddelde totale kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde per zorgverzekeraar in 2005 op basis van gegevens uit het financieel verslag 2005 en de jaarstaat 2005.
b. Voor de overige zorgverzekeraars berekent het college de gemiddelde totale kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde per zorgverzekeraar in 2005 met als basis de gegevensaanlevering van voormalig privaatrechtelijke en publiekrechtelijke ziektekostenverzekeraars over het jaar 2005, zoals gespecificeerd door het college in zijn brief met toelichting van 4 april 2006 (kenmerk VZU/26023117 en VZU/26049102) aan de zorgverzekeraars.
c. Per zorgverzekeraar vermenigvuldigt het college de geraamde aantallen verzekerden 2007, voor zover het voormalig ziekenfondsverzekerden betreft, met het berekende bedrag in onderdeel a.
d. Per zorgverzekeraar vermenigvuldigt het college de geraamde aantallen verzekerden 2007, voor zover het voormalig particulier verzekerden betreft, met het berekende bedrag in onderdeel b.
e. Vervolgens berekent het college de landelijke vaste kostenfactor 2007 door het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging te delen door de som van het resultaat van onderdeel c en het resultaat van onderdeel d en dit resultaat af te ronden op 7 decimalen.
f. Het in onderdeel a berekende bedrag per zorgverzekeraar wordt met de landelijke vaste kostenfactor 2007 vermenigvuldigd en afgerond op 2 decimalen. Het resultaat hiervan wordt aangeduid als het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde voormalig ziekenfondsverzekerde 2007.
g. Het in onderdeel b berekende bedrag per zorgverzekeraar wordt met de landelijke vaste kostenfactor 2007 vermenigvuldigd en afgerond op 2 decimalen. Het resultaat hiervan wordt aangeduid als het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde voormalig particulier verzekerde 2007.
2.
Indien het gemiddelde aantal verzekerden van een zorgverzekeraar in 2005 minder dan 10.000 bedraagt, wordt voor de zorgverzekeraars bij de berekening bedoeld in het eerste lid, voor de onderdelen a en b voor voormalige ziekenfondsverzekerden uitgegaan van de kosten van ziekenhuisverpleging 2005 van alle ziekenfondsen en voor voormalig particulier verzekerden uitgegaan van de kosten van alle privaatrechtelijke en publiekrechtelijke ziektekostenverzekeraars. In de berekening wordt voor voormalig ziekenfondsverzekerden verder uitgegaan van de aantallen voormalig ziekenfondsverzekerden 2005 van alle ziekenfondsen en voor voormalig particulier verzekerden van het totaal aantal verzekerden 2005 van alle privaatrechtelijke en publiekrechtelijke ziektekostenverzekeraars. Deze werkwijze wordt ook gevolgd wanneer de zorgverzekeraar geen juiste of geen volledige opgave over 2005 aan het college heeft gedaan of wanneer een opgave niet mogelijk is.
3.
a. Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 voor voormalig ziekenfondsverzekerden door het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde voormalig ziekenfondsverzekerde 2007 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde voormalig ziekenfondsverzekerden 2007.
b. Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 voor voormalig particulier verzekerden door het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde voormalig particulier verzekerde 2007 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde voormalig particulier verzekerden 2007 van de betreffende zorgverzekeraar.
c. Vervolgens berekent het college per zorgverzekeraar het deelbedrag overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 door de resultaten van de onderdelen a en b te sommeren.
4.
Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag samenhangend met de academische component 2007 door het bedrag academische component per verzekerde uit artikel 3.4, eerste lid, van de Regeling zorgverzekering met betrekking tot 2007 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde verzekerden 2007.
5.
De som van het resultaat van het derde lid en het resultaat van het vierde lid wordt aangeduid als deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007.
1.
Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties hanteert het college als uitgangspunten:
a. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht, genoemd in bijlage 8 bij deze regeling beleidsregels;
b. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per FKG 2007, genoemd in bijlage 9 bij deze regeling beleidsregels;
c. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per DKG 2007, genoemd in bijlage 10 bij deze regeling beleidsregels;
d. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, genoemd in bijlage 11 bij deze regeling beleidsregels;
e. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2007, genoemd in bijlage 12 bij deze regeling beleidsregels, waarbij onderscheid wordt gemaakt in voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden;
Het college bepaalt afzonderlijk gewichten voor de categorie ‘0–1’ jarigen door per regioklasse het gewogen gemiddelde te nemen van de gewichten voor voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden, waarbij het gewicht voor voormalig ziekenfondsverzekerden voor 51,4% meeweegt in het gemiddelde en het gewicht voor voormalig particulier verzekerden voor 48,6%.
2.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per risicoklasse 2007 worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
3.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per FKG 2007 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.
4.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per DKG 2007 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.
5.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.
6.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.
7.
Het resultaat van het zesde lid wordt aangeduid als deelbedrag kosten van overige prestaties 2007.
8.
Ter voorlichting aan de zorgverzekeraars kunnen ook deelbedragen per afzonderlijke overige prestaties worden berekend overeenkomstig de leden 2 tot 7.
1.
Voor de raming van de normatieve no-claimteruggaven hanteert het college als uitgangspunten:
a. de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2007, genoemd in bijlage 13 bij deze regeling beleidsregels;
b. de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, genoemd in bijlage 14 bij deze regeling;
c. de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007, genoemd in bijlage 15 bij deze regeling.
2.
De gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007 worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
3.
De gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.
4.
De gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.
5.
Het resultaat van het vierde lid wordt aangeduid als de geraamde normatieve no-claimteruggave 2007.
1.
Het college stelt het normatieve bedrag 2007 van een zorgverzekeraar vast als de som van het volgens dit hoofdstuk berekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007, het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 en het deelbedrag kosten van overige prestaties 2007.
2.
Het college raamt de opbrengst 2007 van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2007.
3.
Het college vermindert het resultaat van het tweede lid met een percentage van 0,15782% vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.
4.
Het college berekent de bijdrage 2007 aan een zorgverzekeraar als het normatieve bedrag 2007 plus de geraamde normatieve no-claimteruggave 2007 minus de volgens het tweede lid en derde lid geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie 2007.
5.
Het college berekent de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar 2007. Deze uitkering bedraagt het aantal geraamde verzekerden jonger dan 18 jaar, vermenigvuldigd met 50 euro.
6.
Het college kent de bijdrage 2007 ter hoogte van de bijdrage berekend in het vierde lid, aangevuld met het bedrag berekend in het vijfde lid, aan de zorgverzekeraar toe.
Artikel 13. Herberekeningen als gevolg van splitsingen
Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de bijdrage 2007 besluit zich te splitsen, dient de zorgverzekeraar aan het college mee te delen hoe naar zijn verwachting de geraamde verzekerdenaantallen 2007 verdeeld zullen worden, over nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars. Het college kan de toegekende bijdrage herzien en de bijdragen aan nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars toekennen, een en ander rekening houdend met de meegedeelde geraamde verzekerdenaantallen en het tijdstip waarop de splitsing wordt gerealiseerd.
1.
Het college herberekent in maart 2008 de geraamde gewichten no-claimteruggave op basis van de verzekerdenaantallen 2007, voor zover die op 1 maart 2008 bij het college beschikbaar zijn, en de door de zorgverzekeraars verwachte no-claimteruggave 2007 op de volgende wijze:
a. Het college berekent de normatieve no-claimteruggave voor alle verzekerden 2007 overeenkomstig artikel 11 op basis van de bij het college bekende totale verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder naar risicoklassen 2007, naar aard van het inkomenklassen 2007 en naar regioklassen 2007.
b. Het college berekent de landelijke gemiddelde verwachte no-claimteruggave per verzekerde van 18 jaar en ouder 2007 door de som van de verwachte no-claimteruggaven over alle zorgverzekeraars te delen door de som van de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 van alle zorgverzekeraars.
c. Het college berekent de no-claimschalingsfactor 2007 door de landelijke gemiddelde verwachte no-claimteruggave per verzekerde 2007, berekend in onderdeel b, te vermenigvuldigen met het totaal aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007, en dat vervolgens weer te delen door de normatieve no-claimteruggave voor alle verzekerden 2007, berekend in onderdeel a, en deze no-claimschalingsfactor 2007 vervolgens af te ronden op zeven decimalen.
d. Het college herberekent voor de eerste maal de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007, per aard van het inkomenklasse 2007 en per regioklasse 2007, door de overeenkomstige gewichten uit artikel 12 te vermenigvuldigen met de no-claimschalingsfactor 2007, berekend in onderdeel c, en het resultaat vervolgens op twee decimalen af te ronden.
2.
Het college berekent de normatieve no-claimteruggave als volgt:
a. Per zorgverzekeraar worden de herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007 per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
b. Per zorgverzekeraar worden de herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel a.
c. Per zorgverzekeraar worden de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007 per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel b.
d. Het resultaat van onderdeel c wordt aangeduid als de normatieve no-claimteruggave 2007.
e. Het college herziet de toekenning van de geraamde normatieve no-claimteruggave 2007 overeenkomstig artikel 12 voor 1 april 2008 aan de zorgverzekeraar.
1.
Indien naar het oordeel van het college op grond van de opgave van de verzekerdenaantallen gedurende het jaar 2007 blijkt dat de verdeling van de verzekerden over de zorgverzekeraars sterk afwijkt van de verzekerdenraming van het college en daardoor ernstige liquiditeitsproblemen bij meerdere zorgverzekeraars dreigen te ontstaan, kan het college een nieuwe verzekerdenraming opstellen, mede op basis van de opgave van de verzekerdenaantallen 2007 per een nader te bepalen datum. Daarbij zal het college zoveel mogelijk de in artikel 7 bepaalde berekeningswijze volgen.
2.
Met behulp van de nieuwe verzekerdenraming zal het college de macro-deelbedragen 2007 opnieuw verdelen en eveneens de normatieve bedragen 2007 ten behoeve van, en de bijdragen 2007 aan de zorgverzekeraars opnieuw berekenen en aan de zorgverzekeraars toekennen. Het college stelt de zorgverzekeraars zo spoedig mogelijk op de hoogte of en wanneer het tot een nieuwe berekening en herziening van de toekenning van de bijdragen voor alle zorgverzekeraars overgaat.