Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. De pachtovereenkomst
+ Hoofdstuk II. Bepalingen van bijzondere aard
+ Hoofdstuk III. Verbodsbepalingen
+ Hoofdstuk IV. Samenstelling en werkwijze van de grondkamers en van de Centrale Grondkamer
+ Hoofdstuk V. Samenstelling en bevoegdheden van de pachtkamers en behandeling van pachtzaken
+ Hoofdstuk VI
- Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Pachtwet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 september 2007. U leest nu de tekst die gold op 31 augustus 2007.
Artikel 157
De rechten en verplichtingen, voortspruitende uit pachtovereenkomsten, welke van kracht zijn op het tijdstip van het in werking treden van deze wet, worden, te rekenen van dat tijdstip, doch alleen voor het vervolg, beheerst door de bepalingen van deze wet.
Artikel 158
Na 1 januari 1936 aangegane pachtovereenkomsten, welke bij het in werking treden van deze wet nog van kracht zijn en nog niet op grond van de Pachtwet 1937 of het Pachtbesluit zijn goedgekeurd, moeten binnen een jaar na het in werking treden van deze wet aan de grondkamer ter goedkeuring worden ingezonden.
Artikel 159
Het bepaalde in artikel 9, eerste lid, wordt op de in het vorige artikel bedoelde overeenkomsten eerst van toepassing een jaar na het in werking treden van deze wet.
Artikel 160
Pachtovereenkomsten, vóór het in werking treden van deze wet aangegaan, waarbij niet een bepaalde datum van beëindiging is vastgesteld, gelden voor de duur van twaalf jaren voor een hoeve en van zes jaren voor los land, met dien verstande, dat de jaren, gedurende welke de pachtovereenkomst vóór het in werking treden van deze wet bestaan heeft, voor de berekening van die duur medetellen tot een maximum van tien, onderscheidenlijk vier jaren.
Artikel 161
Een vóór 23 mei 1941 rechtsgeldig gemaakt beding, waarbij de geldelijke lasten, welke de verpachter door publiekrechtelijke lichamen zijn of zullen worden opgelegd, geheel of ten dele ten laste van de pachter gebracht worden, blijft van kracht ten belope van ten hoogste het bedrag der geldelijke lasten, welke gedurende het jaar 1940 op het verpachte drukten.
Artikel 162
Met betrekking tot pachtovereenkomsten welke van kracht zijn op het tijdstip van het in werking treden van deze wet, kan de ontheffing, bedoeld in artikel 29, tweede lid, gedurende een jaar na het in werking treden der wet gevraagd worden.
Artikel 163
Op verzoeken tot verlenging van een pachtovereenkomst, overeenkomstig artikel 30, eerste lid, van het Pachtbesluit ingediend, welke bij het in werking treden van deze wet aanhangig zijn, wordt beschikt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 38-48.
1.
Indien vóór het in werking treden van deze wet niet een verzoek tot verlenging overeenkomstig artikel 30, eerste lid, van het Pachtbesluit is ingediend, kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 36 van deze wet, een pachtovereenkomst, welke door het verstrijken van de termijn binnen twee jaren na het in werking treden van deze wet eindigt, slechts worden verlengd op verzoek van de pachter, gedaan ten minste één jaar voor het einde van de lopende pachtovereenkomst. In bijzondere gevallen kan ook een verzoek, dat na dit tijdstip is gedaan, in behandeling worden genomen.
2.
Op een verzoek, als bedoeld in het vorige lid, wordt beschikt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 38-48.
Artikel 165
Het bepaalde in artikel 37 vindt geen toepassing, indien vóór het in werking treden van deze wet een pachtovereenkomst voor een kortere duur dan de in artikel 12, eerste lid, tweede zin, vermelde duur is aangegaan en de goedkeuring van de Grondkamer ten aanzien van deze duur is verkregen.
Artikel 166
De gevolgen, welke het overlijden van de pachter ten aanzien van de pachtovereenkomst heeft, worden geregeld door het recht, geldende ten tijde van het overlijden.
Artikel 167
De leden en plaatsvervangende leden van de pachtkamers van de kantongerechten, alsmede de raden en plaatsvervangende raden van de pachtkamer in het gerechtshof te Arnhem blijven in functie voor de tijd, voor welke zij zijn benoemd.
1.
De secretarissen van de in het Pachtbesluit bedoelde Grondkamers, die niet voldoen aan de in artikel 75 vermelde eisen, kunnen bij de in deze wet bedoelde grondkamers tot secretaris of plaatsvervangend secretaris worden benoemd.
2.
De tijd, doorgebracht in dienst van de Grondkamers, bedoeld in het Pachtbesluit, kan op de voet van artikel 40 der Pensioenwet 1922 ( Stb. 240) voor pensioen worden ingekocht, mits die tijd al dan niet in vereniging met andere tijd, genoemd in artikel 56 van die wet, ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking, als bedoeld in eerstgenoemd artikel, heeft geduurd, of onmiddellijk, althans zonder wezenlijke onderbreking als vorenbedoeld, door dienst als ambtenaar in de zin van genoemde wet is gevolgd. Het verzoek tot inkoop dient door hem, die op de datum van het in werking treden van deze wet reeds ambtenaar is in de zin der Pensioenwet 1922 ( Stb. 240) binnen zes maanden na dat tijdstip bij de Pensioenraad te worden ingediend en door hem, die na dat tijdstip de hoedanigheid van ambtenaar in die zin verkrijgt, binnen zes maanden na de datum van ingang van zijn ambtenaarschap.
Artikel 169
De rechten en verplichtingen van de in het Pachtbesluit bedoelde Grondkamers gaan over op het Rijk.
Artikel 170
Op de bij het in werking treden van deze wet bij de pachtkamers van de rechtbank en bij de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem aanhangige zaken blijven, ten aanzien van de bevoegdheid en van de rechtsvordering, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, de regelen van toepassing, geldende ten tijde van de indiening van het inleidende verzoekschrift.
1.
De bij het in werking treden van deze wet bij de in het Pachtbesluit bedoelde Grondkamers en bij de Centrale Grondkamer aanhangige zaken zijn met ingang van dit tijdstip van rechtswege aanhangig bij de volgens deze wet bevoegde grondkamers en bij de Centrale Grondkamer in de staat, waarin zij zich alsdan bevinden.
2.
Op deze zaken blijven, ten aanzien van de bevoegdheid en van de behandeling, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, de regelen van toepassing, geldende ten tijde van het inleidende verzoekschrift.
Artikel 172
Op rechtsgedingen, welke bij het in werking treden van deze wet bij een andere rechter dan de in pachtzaken bevoegde rechter aanhangig zijn en welke na dit in werking treden tot de kennisneming van de pachtkamer zouden staan, blijven, ten aanzien van de rechterlijke bevoegdheid en van de rechtsvordering zowel in eerste aanleg als in verdere instantie de regelen van toepassing, geldende ten tijde der inleidende dagvaarding.
Artikel 173
Indien in een onteigeningsprocedure de dagvaarding is uitgebracht vóór het in werking treden van deze wet, beslist de rechter ten aanzien van de schadeloosstelling van de pachter volgens het recht zoals dit luidt op het tijdstip van het vonnis, bedoeld in artikel 37, tweede lid van de Onteigeningswet.