Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. De pachtovereenkomst
- Hoofdstuk II. Bepalingen van bijzondere aard
+ Hoofdstuk III. Verbodsbepalingen
+ Hoofdstuk IV. Samenstelling en werkwijze van de grondkamers en van de Centrale Grondkamer
+ Hoofdstuk V. Samenstelling en bevoegdheden van de pachtkamers en behandeling van pachtzaken
+ Hoofdstuk VI
+ Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Pachtwet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 september 2007. U leest nu de tekst die gold op 31 augustus 2007.
1.
Het aanstellen of het aangesteld houden van een zetboer behoeft de voorafgaande goedkeuring van de grondkamer.
2.
Onder zetboer wordt verstaan degene, aan wie de exploitatie van een hoeve of los land door de eigenaar of rechthebbende is overgedragen en die daarbij een belangrijke invloed op de leiding van het bedrijf heeft verkregen en als tegenprestatie een vergoeding ontvangt.
3.
De grondkamer keurt de aanstelling van de zetboer slechts goed, indien daarvoor bijzondere redenen aanwezig zijn. Zij treedt niet in een beoordeling van de voorwaarden der aanstelling.
1.
Een pachtovereenkomst betreffende de naweide van een perceel geldt voor de nog lopende duur van het weideseizoen of voor een zoveel kortere duur, als door partijen is overeengekomen.
2.
De grondkamer kan met betrekking tot de naweide bij besluit algemene voorschriften vaststellen.
Artikel 70
Het besluit, bedoeld in artikel 69, behoeft de goedkeuring van Onze Minister en wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.
Artikel 70a
In deze paragraaf wordt verstaan onder "reservaat" een gebied waar de eigendom dan wel de erfpacht van landbouwgronden door de Staat of bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties is verworven en waar een beheer gevoerd kan worden gericht op doeleinden van natuur- en landschapsbehoud anders dan door middel van een daartoe te sluiten overeenkomst betreffende het richten van de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven op doeleinden van natuur- en landschapsbehoud.
1.
In een pachtovereenkomst met betrekking tot een hoeve of los land gelegen in een reservaat, kunnen een of meer verplichtingen worden opgenomen welke ten doel hebben de opzet en de bedrijfsvoering te richten op het behoud van natuur en landschap.
2.
Niet als buitensporige verplichtingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b , worden die verplichtingen aangemerkt:
a. die deel uitmaken van een pachtovereenkomst gesloten met betrekking tot door de Staat of een bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie in eigendom dan wel erfpacht verworven percelen, gelegen in een reservaat,
b. die gewenst zijn in verband met de instandhouding of ontwikkeling van de op het land aanwezige waarden van natuur en landschap en
c. waarvoor bij de overeenkomst een vergoeding wordt bedongen.
Artikel 70c
Indien toepassing is gegeven aan artikel 70 b geldt, in afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 12, de pachtovereenkomst voor zowel een hoeve als los land voor de duur van zes jaren.
1.
Indien toepassing is gegeven aan artikel 70 b zijn, onverminderd het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid, de artikelen 36 tot en met 49 a en 54 niet van toepassing en wordt de pachtovereenkomst telkens van rechtswege met zes jaren verlengd.
2.
Verlenging vindt niet plaats wanneer een van de partijen uiterlijk zes maanden voor het einde van de lopende pachtovereenkomst aan de wederpartij bij deurwaardersexploot of bij aangetekende brief heeft kennis gegeven dat zij verlenging niet of niet onder dezelfde voorwaarden wenst.
3.
De pachter kan binnen een maand na ontvangst van een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, aan de pachtkamer verzoeken de pachtovereenkomst te verlengen.
4.
De pachtkamer beslist op een verzoek om verlenging naar billijkheid, met inachtneming evenwel van een overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de artikelen 37, 38 a , eerste lid, 39 en 40, 42, 45 en 47. Voorts wijst de pachtkamer het verzoek af indien de verpachter met betrekking tot de instandhouding of ontwikkeling van de op het land aanwezige waarden van natuur en landschap een zodanig beheer wil voeren, dat verdere verpachting hiermee niet in overeenstemming te brengen is.
5.
Indien de pachtovereenkomst op grond van een verzoek als bedoeld in het derde lid met zes jaren is verlengd, is voor verdere verlenging het bepaalde in het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 70e
In afwijking in zoverre van artikel 33, tweede lid, herziet de grondkamer de in het eerste lid van dat artikel bedoelde bepalingen, indien dit gewenst is met het oog op de instandhouding of ontwikkeling van de op het land aanwezige waarden van natuur en landschap.
1.
De bepalingen van de artikelen 2, tweede lid, 3-8, 12-15, 18, 19, 36-49 a , 54, en 56 a -56 i zijn niet van toepassing op pachtovereenkomsten betreffende los land:
a. waarvan partijen dat in de pachtovereenkomst hebben bepaald;
b. die zijn aangegaan voor één- of tweejarige teelten voor de duur van ten hoogste één onderscheidenlijk twee jaar;
c. die zijn aangegaan voor teelten waarvoor vruchtwisseling noodzakelijk is, en
d. waarbij overigens is voldaan aan het bepaalde in het tweede en derde lid.
2.
De pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt door een der partijen ter registratie aan de grondkamer gezonden.
3.
De inzending ter registratie dient binnen twee maanden nadat de pachtovereenkomst is aangegaan te hebben plaatsgevonden. Op de inzending is het bepaalde in artikel 88, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij een kadastrale kaart dient te zijn gevoegd waarop het gepachte is aangegeven, zulks met vermelding van de oppervlakte per kadastrale aanduiding; voorts zijn de artikelen 92 en 103 van overeenkomstige toepassing.
4.
Indien de verpachter ten behoeve van een onderverpachting overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid de in artikel 32 bedoelde toestemming niet verleend, kan de pachter de grondkamer machtiging vragen tot de gewenste onderverpachting over te gaan. De grondkamer verleent deze machtiging, wanneer door de onderverpachting het algemeen landbouwbelang gediend wordt en geen redelijk belang van de verpachter zich daartegen verzet. De grondkamer kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen en kan daarbij op verzoek van de verpachter de tegenprestatie in afwijking van de regelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, herzien, indien de bij de onderverpachting overeengekomen tegenprestatie daartoe aanleiding geeft.
5.
De bepalingen van de artikelen 3, 4, 5, eerste lid, onderdelen a , c en d , 12-15, 18 , 19, eerste tot en met vierde lid, 36-49 a , 54, 56 a -56 i en 71, eerste lid, zijn evenmin dan wel niet van toepassing op pachtovereenkomsten betreffende los land:
a. waarvan partijen dat in de pachtovereenkomst hebben bepaald;
b. die zijn aangegaan voor een langere duur dan één jaar, doch voor ten hoogste een duur van twaalf jaren, en
c. waarbij overigens wordt voldaan aan het bepaalde in het zesde en zevende lid.
6.
Pachtovereenkomsten als bedoeld in het vijfde lid kunnen door eenzelfde verpachter terzake van hetzelfde los land slechts worden aangegaan voor een aaneengesloten periode die ten hoogste twaalf jaren mag bedragen.
7.
Bij een pachtovereenkomst als bedoeld in het vijfde lid dient een kadastrale kaart te zijn gevoegd waarop het gepachte is aangegeven, zulks met vermelding van de oppervlakte per kadastrale aanduiding.
8.
Van hetzelfde los land is sprake voor zover de kadastrale aanduidingen van dat los land overeenstemmen met, dan wel betrekking hebben op die van los land dat voorwerp was van een eerder afgesloten pachtovereenkomst vallend onder het vijfde lid.
9.
De grondkamer maakt van haar in artikel 6 bedoelde bevoegdheid tot wijziging van de pachtovereenkomst slechts gebruik indien daardoor sprake blijft van een pachtovereenkomst als bedoeld in het vijfde lid.
10.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat op pachtovereenkomsten als bedoeld in het vijfde lid tevens de artikelen 3, 4, 5, eerste lid, onderdeel a , 13 tot en met 15, 18, 19, eerste tot en met vierde lid, en 71, eerste lid, van toepassing zijn. De algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
1.
Een overeenkomst als bedoeld in artikel 70 f gaat niet van rechtswege teniet door de dood van de verpachter of van de pachter.
2.
Na de dood van de pachter zet onderscheidenlijk zetten diens echtgenoot of geregistreerde partner, een of meer van diens bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, een of meer van diens pleegkinderen of iedere medepachter of onderpachter een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 70 f voort, tenzij de verpachter na het overlijden van de pachter schriftelijk wordt medegedeeld dat daarvan wordt afgezien.
3.
Een mededeling als bedoeld in het tweede lid geschiedt:
a. binnen één maand na het overlijden van de pachter voor zover het een overeenkomst als bedoeld in artikel 70 f , eerste lid, betreft en
b. binnen 3 maanden na het overlijden van de pachter voor zover het een overeenkomst als bedoeld in artikel 70 f , vijfde lid, betreft.