Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Overlevering door Nederland
+ Hoofdstuk III. Overlevering aan Nederland
+ Hoofdstuk IV. Andere vormen van rechtshulp
- Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Overleveringswet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 59
Krachtens deze wet gegeven bevelen tot inverzekeringstelling of bewaring, dan wel tot verlenging van een termijn van vrijheidsbeneming, worden gedagtekend en ondertekend. De grond voor uitvaardiging wordt in het bevel vermeld. Aan degene op wie het bevel betrekking heeft, wordt onverwijld een afschrift daarvan uitgereikt.
1.
De bevelen tot vrijheidsbeneming, gegeven krachtens deze wet, zijn dadelijk uitvoerbaar.
2.
Bevoegd tot het ten uitvoer leggen van Europese aanhoudingsbevelen, Nederlandse bevelen tot aanhouding, voorlopige aanhouding of gevangenneming zijn de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren.
3.
Op de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, de in het eerste lid bedoelde bevelen tot vrijheidsbeneming en de last daartoe zijn de artikelen 564 tot en met 568 van het Wetboek van Strafvordering van toepassing.
Artikel 61
Personen die krachtens deze wet in verzekering of in bewaring zijn gesteld, of wier gevangenneming of gevangenhouding is bevolen, worden behandeld als verdachten die krachtens het Wetboek van Strafvordering aan een overeenkomstige maatregel zijn onderworpen.
1.
Het bij en krachtens artikel 40 van het Wetboek van Strafvordering bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een krachtens deze wet in verzekering gestelde opgeëiste persoon.
2.
Indien een persoon overeenkomstig deze wet zijn vrijheid wordt ontnomen – anders dan uit kracht van een Europees aanhoudingsbevel of een Nederlands bevel tot aanhouding of voorlopige aanhouding, dan wel tot inverzekeringstelling of tot verlenging van de termijn daarvan – geeft de voorzitter van de rechtbank in het arrondissement waarin hij zich bevindt een last tot toevoeging aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand. De officier van justitie geeft de voorzitter onverwijld schriftelijk kennis, dat toevoeging moet plaatshebben.
Artikel 63
Op de bevelen tot bewaring en gevangenhouding, krachtens deze wet gegeven, is artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
1.
In gevallen waarin krachtens deze wet een beslissing omtrent de vrijheidsbeneming kan of moet worden genomen, kan worden bevolen dat die vrijheidsbeneming voorwaardelijk wordt opgeschort of geschorst tot het moment van de uitspraak van de rechtbank waarbij de overlevering wordt toegestaan. De te stellen voorwaarden mogen alleen strekken ter voorkoming van vlucht.
2.
Op bevelen krachtens het eerste lid gegeven door de rechtbank, dan wel door de rechter-commissaris, zijn de artikelen 80, met uitzondering van het tweede lid, en 81 tot en met 88 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Artikel 65
Op bevelen tot beëindiging van vrijheidsbeneming, krachtens deze wet gegeven, en op de tenuitvoerlegging van zodanige bevelen zijn de artikelen 73, 79, 569 en 570 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Artikel 66
De termijnen, genoemd in de artikelen 19, onder b, 22, en 37, eerste en tweede lid, lopen niet gedurende de tijd dat de betrokkene zich aan de verdere tenuitvoerlegging van de in die artikelen bedoelde bevelen heeft onttrokken.
Artikel 66a
Waar in deze wet de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen van personen, is artikel 131a van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
1.
In gevallen waarin de overlevering is geweigerd, kan de rechtbank, op verzoek van de opgeëiste persoon, hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming, bevolen krachtens deze wet. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 89, derde, vierde en zesde lid, en 90, 91 en 93 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
2.
In gevallen als bedoeld in het eerste lid vinden de artikelen 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing op vergoeding van kosten en schaden voor de opgeëiste persoon of diens erfgenamen. In de plaats van het in die artikelen bedoelde gerecht treedt de rechtbank.
Artikel 68
Op betekeningen, kennisgevingen en oproepingen, gedaan krachtens deze wet, zijn de artikelen 585 tot en met 590 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Artikel 69
De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing op:
a. overlevering van gedeserteerde schepelingen aan autoriteiten van de staat waartoe zij behoren;
b. overlevering van leden van een vreemde krijgsmacht en van personen die met hen zijn gelijkgesteld, aan de bevoegde militaire autoriteiten, voor zover die overlevering geschiedt krachtens een overeenkomst met een of meer staten waarmee Nederland bondgenootschappelijke betrekkingen onderhoudt.
Artikel 70
De officier van justitie draagt zorg voor een halfjaarlijkse rapportage aan Onze Minister over:
a. het aantal Europese aanhoudingsbevelen dat is ontvangen en in behandeling is genomen;
b. het aantal malen dat de verkorte procedure is toegepast;
c. het aantal malen dat verhoor door de rechtbank heeft plaatsgevonden;
d. het aantal malen dat de rechtbank de overlevering heeft toegestaan en geweigerd;
e. de gemiddelde duur van de procedures, bedoeld onder b en c.
Artikel 71
[Wijzigt de Uitleveringswet.]
Artikel 72
[Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.]
Artikel 73
Onze Minister zendt binnen drie jaren na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de toepassing van deze wet op de overlevering door Nederland, in het bijzonder over de effecten van de behandeling van overleveringsverzoeken in één instantie.
1.
Deze wet treedt in de relatie met de lidstaten van de Europese Unie in de plaats van de Uitleveringswet , met uitzondering van de artikelen 50a en 51 van die wet, en van de in de relatie tussen Nederland en de lidstaten van de Europese Unie geldende verdragen inzake de uitlevering, te weten:
a. het op 13 december 1957 te Parijs tot stand gekomen Europees Verdrag betreffende uitlevering (Trb. 1965, 9), het op 15 oktober 1975 te Straatsburg tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij dit Verdrag (Trb. 1979, 119), het op 17 maart 1978 te Straatsburg tot stand gekomen Tweede Aanvullend Protocol bij dit Verdrag (Trb. 1979, 120) en, voor zover het op uitlevering betrekking heeft, het op 27 januari 1977 te Straatsburg tot stand gekomen Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (Trb. 1985, 66);
b. de op 30 augustus 1979 te Wittem tot stand gekomen Overeenkomst tussen het koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag betreffende de uitlevering van 13 december 1957 (Trb. 1979, nr. 142);
c. afdeling I en voor zover van toepassing afdeling III van het op 27 juni 1962 te Brussel tot stand gekomen Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, zoals gewijzigd bij het op 11 mei 1974 te Brussel tot stand gekomen protocol (Trb. 1962, 97, en 1974, 11);
d. hoofdstuk III, afdeling 4, van de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen;
e. de Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschappen betreffende de vereenvoudiging en de modernisering van de wijze van toezending van uitleveringsverzoeken van 26 mei 1989 (Trb. 1990, 97);
f. de op 10 maart 1995 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie aangaande de verkorte procedure tot uitlevering tussen de Lid-Staten van de Europese Unie (Trb. 1995, 10);
g. de op 27 september 1996 te Dublin tot stand gekomen Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie betreffende uitlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 1996, 304).
2.
Het eerste lid blijft buiten toepassing in relatie tot een andere lidstaat van de Europese Unie voorzover en voorzolang die lidstaat niet de maatregelen heeft getroffen die noodzakelijk zijn om aan het op 13 juni 2003 te Brussel totstandgekomen kaderbesluit van de Raad betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (PbEG L 190) te voldoen.
3.
Voor zover de Raad van de Europese Unie een besluit neemt dat afwijkt van het eerste of tweede lid, kan daaraan bij algemene maatregel van bestuur uitvoering worden gegeven.
4.
De Uitleveringswet blijft van toepassing op de behandeling van een verzoek tot uitlevering en op de in verband daarmede te nemen beslissingen, in gevallen waarin de stukken betreffende dat verzoek vóór het tijdstip van het in werking treden van deze wet zijn ontvangen door Onze Minister.
5.
Een opgeëiste persoon die op het tijdstip van het in werking treden van deze wet is gedetineerd ingevolge een bevel gegeven krachtens artikel 14, 13a of  15 van de Uitleveringswet, wordt, zo het Europees aanhoudingsbevel nog niet is ontvangen, beschouwd en behandeld als een persoon die krachtens artikel 16, 17 of  18 van deze wet in bewaring wordt gehouden of in verzekering is gesteld.
Artikel 75
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2003, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 76
Deze wet wordt aangehaald als: Overleveringswet.