Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Wijzigingen in wetten van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer en daarmee verband houdende overgangs- en invoeringsbepalingen
+ Hoofdstuk 3. Wijzigingen in wetten van andere ministeries dan het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer
+ Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Invoeringswet Wet stedelijke vernieuwing

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 10 maart 2012. U leest nu de tekst die gold op 9 maart 2012.
Artikel 7
[Wijzigt de Woningwet.]
Artikel 8
Ten aanzien van op 31 december 1999 reeds verleende of vastgestelde financiële middelen of subsidies voor activiteiten in het kader van stedelijke vernieuwing uit 's Rijks kas op voet van of krachtens de artikelen 81, eerste lid, of  82, eerste lid, van de Woningwet, zoals die artikelleden op die dag luidden, blijft het bij of krachtens afdeling 5 van hoofdstuk V van de Woningwet bepaalde, zoals dat op die dag luidde, van toepassing. De eerste volzin is niet van toepassing, voorzover bij of krachtens artikel 9 andere regels worden gegeven.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de uitbetaling en de besteding van de financiële middelen en de subsidies, bedoeld in artikel 8, alsmede over de verslaglegging met betrekking tot die besteding. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorts regels gegeven met betrekking tot de gevallen waarin Onze Minister zodanige financiële middelen die zijn verleend in verband met de ontwikkeling van bouwlocaties, kan verhogen.
2.
Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden gegeven omtrent het door provincies overdragen van krachtens artikel 81, derde lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde op 31 december 1999, aan hen toegekende bevoegdheden en verplichtingen aan een gemeente of een samenwerkingsverband van gemeenten. De voorschriften betreffen in elk geval:
a. het geval waarin een provincie bevoegdheden en verplichtingen al dan niet dient over te dragen;
b. de gehoudenheid van een provincie uitvoering te geven aan een door Onze Minister gegeven aanwijzing ter zake van een overdracht als bedoeld in onderdeel a, binnen een in die aanwijzing bepaalde termijn, en
c. de wijze waarop in geval van overdracht verantwoording aan Onze Minister wordt afgelegd.
3.
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat de gemeenteraad onderscheidenlijk provinciale staten dan wel het samenwerkingsverband van gemeenten waaraan bevoegdheden of verplichtingen zijn overgedragen, voorschriften geven omtrent het door hen verstrekken van subsidie ten laste van de uit 's Rijks kas aan hen verstrekte financiële middelen, bedoeld in artikel 8.
4.
Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen ter bevordering van eenheid in de voorschriften, bedoeld in het derde lid, regels worden gegeven omtrent de inhoud van die voorschriften.
5.
De gemeenteraad of provinciale staten dan wel het samenwerkingsverband van gemeenten waaraan bevoegdheden en verplichtingen zijn overgedragen, brengen de door hen gegeven voorschriften, bedoeld in het derde lid, binnen zes maanden na het van kracht worden van de regels, bedoeld in het vierde lid, in overeenstemming met die regels.
6.
Na de inwerkingtreding van deze wet berusten het Besluit woninggebonden subsidies 1995 en het Besluit locatiegebonden subsidies uitsluitend op het eerste lid van dit artikel.
Artikel 10
[Wijzigt de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing.]
Artikel 11
Ten aanzien van op 31 december 1999 reeds verleende of vastgestelde financiële middelen of subsidies voor activiteiten in het kader van stedelijke vernieuwing uit 's Rijks kas op voet van of krachtens de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing blijft het bij of krachtens die wet bepaalde, zoals dat op die dag luidde, van toepassing. De eerste volzin is niet van toepassing, voorzover bij of krachtens artikel 14 andere regels worden gegeven.
Artikel 12
Verordeningen die onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet berustten op artikel 41 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, blijven behoudens eerdere intrekking van kracht tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 13
Voorzover door Onze Minister toezeggingen zijn gedaan of afspraken zijn gemaakt, als bedoeld in artikel 19, eerste lid, met betrekking tot het verstrekken van financiële middelen of subsidie ingevolge de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing aan een gemeente aan welke ingevolge die wet rechtstreeks door Onze Minister financiële middelen werden verleend en aan welke ingevolge de Wet stedelijke vernieuwing door de provincie investeringsbudget wordt verleend, gaan de uit die toezeggingen of afspraken voortvloeiende verplichtingen tot het verstrekken van financiële middelen aan die gemeente van Onze Minister over op de provincie. Onze Minister stelt de provincie daartoe op voet van artikel 5, derde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing financiële middelen beschikbaar.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de uitbetaling en de besteding van de financiële middelen en de subsidies, bedoeld in artikel 11, alsmede over de verslaglegging met betrekking tot die besteding.
2.
Na de inwerkingtreding van deze wet berust het Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing uitsluitend op het eerste lid van dit artikel.
Artikel 15
In afwijking van artikel 11 kan Onze Minister de op 1 januari 2005 nog in een stadsvernieuwingsfonds aanwezige gelden als bedoeld in artikel 41a, tweede lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, zoals dat artikel luidde op 31 december 1999, terugvorderen, voorzover op eerstgenoemd tijdstip voor die gelden geen verplichtingen als bedoeld in dat artikel zijn aangegaan. Na 1 januari 2005 vrijvallende gelden worden niet teruggevorderd.
Artikel 16
[Wijzigt de Wet bodembescherming.]
Artikel 17
[Wijzigt de Wet geluidhinder.]
Artikel 18
Ten aanzien van op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet verleende subsidies uit 's Rijks kas ingevolge de Wet geluidhinder voor maatregelen die met ingang van dat tijdstip genoemd zijn in artikel 126, tweede lid, van de Wet geluidhinder, blijft het bij of krachtens die wet bepaalde, zoals dat laatstelijk voor bedoeld tijdstip luidde, van toepassing.
1.
Voorzover vóór de inwerkingtreding van deze wet door Onze Minister aan provincies of gemeenten onderscheidenlijk door een provincie aan gemeenten bestuurlijke toezeggingen zijn gedaan dan wel door Onze Minister met provincies of gemeenten onderscheidenlijk door een provincie met gemeenten bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, die geen betrekking hebben op financiële middelen of subsidies in de zin van de artikelen 8, 11 of  18 en inhouden dat na 31 december 1999 subsidie voor activiteiten in het kader van stedelijke vernieuwing zal worden verstrekt, worden deze bij de inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als te zijn begrepen in de aanspraken die de desbetreffende provincies en gemeenten ingevolge de Wet stedelijke vernieuwing over het desbetreffende investeringstijdvak hebben.
2.
Indien het bedrag van het investeringsbudget van een provincie of een gemeente op voet van de Wet stedelijke vernieuwing over het eerste of tweede investeringstijdvak lager is dan het totaalbedrag van de financiële middelen en de subsidie die ingevolge de in het eerste lid bedoelde toezeggingen en afspraken over het desbetreffende tijdvak zou zijn verleend, de afspraken gemaakt bij zogenoemd stadsconvenant als bedoeld in artikel 2 daaronder niet begrepen, wordt het bedrag van het investeringsbudget op voet van de Wet stedelijke vernieuwing voor de desbetreffende provincie of gemeente voor dat tijdvak verhoogd tot het totaalbedrag van de financiële middelen en de subsidie die ingevolge de in het eerste lid bedoelde toezeggingen en afspraken over dat tijdvak zou zijn verleend. Voor de toepassing van dit lid wordt onder bestuurlijke toezeggingen of afspraken slechts verstaan toezeggingen of afspraken waaromtrent het desbetreffende bestuursorgaan aan de hand van uiterlijk 31 december 1999 gedane schriftelijke mededelingen van Onze Minister of van de provincie, uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet heeft aangetoond dat die mededelingen redelijkerwijs moeten worden beschouwd als bestuurlijke toezeggingen of afspraken over het verstrekken van subsidie na de inwerkingtreding van deze wet voor activiteiten in het kader van stedelijke vernieuwing. Onze Minister kan categorieën van schriftelijk vastgelegde bestuurlijke toezeggingen of afspraken aanwijzen waarvoor de in de tweede volzin voorgeschreven procedure niet geldt.
3.
Indien een provincie als gevolg van het tweede lid investeringsbudget op voet van de Wet stedelijke vernieuwing dient te verhogen, komt die verhoging, voorzover die het gevolg is van toezeggingen door of afspraken met Onze Minister en die redelijkerwijs niet door die provincie binnen het ingevolge de Wet stedelijke vernieuwing beschikbaar gestelde budget kan worden betaald, ten laste van Onze Minister.