Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Wijzigingen in wetten van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer en daarmee verband houdende overgangs- en invoeringsbepalingen
+ Hoofdstuk 3. Wijzigingen in wetten van andere ministeries dan het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer
+ Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Invoeringswet Wet stedelijke vernieuwing

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 10 maart 2012. U leest nu de tekst die gold op 9 maart 2012.
1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder stedelijke vernieuwing, ontwikkelingsprogramma, investeringsbudget, investeringstijdvak onderscheidenlijk Onze Minister, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet stedelijke vernieuwing.
2.
Waar bij of krachtens deze wet bevoegdheden zijn toegekend aan Onze Minister, oefent hij deze uit in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat.
Artikel 2
De programma's inzake stedelijke vernieuwing voor de jaren 2000 tot en met 2004, op basis waarvan Onze Minister met gemeenten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet stedelijke vernieuwing bij zogenoemd stadsconvenant is overeengekomen dat investeringsbudget zal worden verleend, worden aangemerkt als ontwikkelingsprogramma's behoudens noodzakelijke wijzigingen daarin als gevolg van het bij of krachtens deze wet en de Wet stedelijke vernieuwing bepaalde.
1.
In afwijking van artikel 6, eerste lid onderscheidenlijk derde lid, eerste volzin, van de Wet stedelijke vernieuwing geldt voor het investeringstijdvak 2000 tot en met 2004 dat Onze Minister, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, uiterlijk vier weken na de inwerkingtreding van deze wet inzicht geeft, onderscheidenlijk geven, in de hoogte van het investeringsbudget, onderscheidenlijk de verdeling van de middelen voor investeringsbudget. Indien vóór de dag waarop deze wet in werking treedt, het in de eerste volzin bedoelde inzicht is gegeven, wordt dat inzicht aangemerkt als te zijn gegeven ingevolge artikel 6 van de Wet stedelijke vernieuwing, uitgezonderd de gevallen waarin ingevolge die wet een ander inzicht dient te worden gegeven.
2.
In afwijking van artikel 6, derde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing geldt voor het investeringstijdvak 2000 tot en met 2004, dat gedeputeerde staten uiterlijk vier weken na de inwerkingtreding van deze wet gemeenten aanwijzen waarvan naar hun oordeel een ontwikkelingsprogramma wordt verlangd. Indien vóór de inwerkingtreding van deze wet de in de eerste volzin bedoelde aanwijzing is gegeven, wordt die aanwijzing aangemerkt als te zijn gegeven ingevolge artikel 6, derde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing, uitgezonderd de gevallen waarin ingevolge die wet een andere aanwijzing dient te worden gegeven.
Artikel 4
Indien vóór de inwerkingtreding van deze wet bij provinciale verordening ingevolge artikel 145 van de Provinciewet regels zijn gegeven omtrent de wijze waarop de verdeling tussen de gemeenten van de middelen voor investeringsbudget wordt vastgesteld, berust die verordening na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 6, vierde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing.
1.
In afwijking van artikel 11, tweede lid, van de Wet stedelijke vernieuwing, wordt een aanvraag tot verlening van investeringsbudget voor het investeringstijdvak 2000 tot en met 2004 ingediend uiterlijk vier weken na de dag waarop deze wet in werking treedt. Indien vóór de dag waarop deze wet in werking treedt, een aanvraag als bedoeld in de eerste volzin is ingediend, wordt die aanvraag aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in artikel 11 van de Wet stedelijke vernieuwing, met dien verstande dat voor de toepassing van de termijnen, genoemd in het derde lid van dat artikel, het tijdstip van ontvangst van de aanvraag wordt gesteld op de dag van inwerkingtreding van deze wet.
2.
Indien vóór de dag waarop deze wet in werking treedt, het in artikel 11, vierde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing bedoelde advies van gedeputeerde staten aan Onze Minister is uitgebracht, wordt dat advies aangemerkt als een advies als bedoeld in dat artikellid. Indien Onze Minister vóór die dag gedeputeerde staten gedurende ten minste vier weken in de gelegenheid heeft gesteld hem te adviseren in de zin als bedoeld in de eerste volzin en gedeputeerde staten van die gelegenheid geen gebruik hebben gemaakt, wordt dit aangemerkt als het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing.
3.
Zo nodig in afwijking van artikel 11, vierde en vijfde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing, kan Onze Minister op een aanvraag tot verlening van investeringsbudget voor het investeringstijdvak 2000 tot en met 2004 nog in het kalenderjaar 2000 beslissen.
4.
Op de aanvraag wordt eerst beslist na de inwerkingtreding van de Wet stedelijke vernieuwing .
Artikel 6
Artikel 26 van de Wet stedelijke vernieuwing is, behoudens de tweede volzin van het eerste lid, niet van toepassing op het voor de eerste maal vaststellen van de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 13, tweede lid, en 19, eerste lid, van die wet.