Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Inhaal van in het verleden niet opgebouwd pensioen
2.1. Grondslagen voor de berekening van de beschikbare premie
2.2. Berekening premieruimte
3. Inhaal van in het verleden niet opgebouwd pensioen over diensttijd gelegen in jaren vóór 2001 (overgangsregeling)
3.1. Probleem bij uitvoering grondslagen uit onderdeel 2.1
3.2. Fictief salaris als uitgangspunt
3.3. Uitwerking tabel voor fictieve salarissen
3.4. Peildatum
3.5. Oprenting bij betaling na 2001
3.6. Inhaal over 2001 en volgende jaren
4. Inkoop van in het verleden niet opgebouwd pensioen over diensttijd als bedoeld in artikel 10a, tweede lid, van het UBLB
4.1. Wanneer is sprake van een pensioentekort?
4.2. Grondslagen voor de berekening van de beschikbare premie
4.3. Tijdstip berekenen van pensioentekort
4.4. Oprenting bij betaling na het moment van indiensttreding
4.5. Stappenplan berekening beschikbare premie
5. Inkoop van pensioen over een tekort aan diensttijd na overdracht van pensioenkapitaal als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel f, van het UBLB
5.1. Berekening van de beschikbare premie (koopsom) na overdracht van pensioenkapitaal vanuit een eindloon- of middelloonstelsel
5.2. Berekening van de beschikbare premie (koopsom) na overdracht van pensioenkapitaal vanuit een beschikbare-premiestelsel
5.3. Oprenting bij betaling na het moment van indiensttreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 1 Inhaal en inkoop van pensioen door middel van beschikbare premies

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 4 april 2007. U leest nu de tekst die gold op 3 april 2007.
1. Inleiding
In het Besluit van 4 november 2000, nr. RTB 2000/969M, onderdeel 3.8, is aangegeven op welke manier de in een bepaald jaar niet gebruikte ruimte in een beschikbare-premieregeling in een later jaar mag worden ingehaald. In verband met signalen uit de praktijk geef ik in aanvulling daarop in de volgende onderdelen van dit besluit een nadere toelichting op deze inhaal ook voor de gevallen waarin de inhaal (via beschikbare premies) plaatsvindt in aanvulling op een eindloon- of middelloonregeling. Voorts bied ik een praktische handreiking voor andere knelpunten die bij inhaal en inkoop van pensioen kunnen ontstaan.
In dit besluit is sprake van inhaal van pensioen indien de bij de huidige werkgever opgebouwde pensioenrechten onder het fiscale maximum liggen. De werkgever kan dan de bestaande pensioenregeling uitbreiden met een aanvullende module die aanvulling van de pensioenrechten tot het fiscale maximum mogelijk maakt. Inhaal ziet op de diensttijd die bij de huidige werkgever is doorgebracht inclusief de eventuele fictieve diensttijd die de huidige werkgever heeft toegekend op basis van wegens waardeoverdracht ontvangen pensioenkapitaal.
Dit besluit spreekt van inkoop van pensioen als het totaal van de bij vorige werkgevers opgebouwde pensioenrechten onder het fiscale maximum ligt dat had kunnen worden opgebouwd als alle verstreken werkelijke dienstjaren bij de huidige werkgever zouden zijn doorgebracht. Deze werkgever kan dan de bestaande pensioenregeling uitbreiden met een inkoopmogelijkheid als is voldaan aan de voorwaarden van artikel 10a, eerste lid, onderdeel f, of artikel 10a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB). Inkoop betreft derhalve de werkelijke diensttijd die bij (een) vorige werkgever(s) is doorgebracht, verminderd met de fictieve diensttijd die door middel van waardeoverdracht is ingebracht in de regeling van de huidige werkgever.
Onderdeel 2 van dit besluit bevat een uitwerking van de inhaal van in het verleden bij de huidige werkgever niet opgebouwd pensioen voor situaties waarin de historische salarisgegevens – nodig voor de berekening van de premiegrondslag – bekend zijn. In onderdeel 3 wordt een handreiking gegeven voor inhaal van pensioen in een later jaar over reeds verstreken diensttijd indien de historische salarisgegevens – nodig voor de berekening van de premiegrondslag – uit bepaalde jaren niet meer bekend zijn. Voor hetzelfde geval biedt onderdeel 4 een oplossing bij de inkoop van pensioen over diensttijd van vóór 8 juli 1994 als bedoeld in artikel 10a, tweede lid, van het UBLB. Onderdeel 5 ten slotte behandelt de inkoop van pensioen over ontbrekende dienstjaren indien overdracht van pensioenkapitaal als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel f, van het UBLB heeft geleid tot een lager aantal fictieve dienstjaren in de huidige pensioenregeling dan het aantal feitelijke dienstjaren bij (een) vorige werkgever(s).
Voor alle onderdelen van dit besluit gelden de volgende uitgangspunten, tenzij anders is aangegeven dan wel logischerwijze anders voortvloeit uit de aard van het onderdeel. Er is een verplichte pensioenregeling (hierna te noemen: de basisregeling) gebaseerd op een eindloon-, middelloon-, of beschikbare-premiestelsel. Deze basisregeling blijft wat betreft opbouwpercentage, premie of pensioengrondslag (pensioengevend loon minus de AOW-franchise) onder de grenzen die hoofdstuk IIB en artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) als maxima stellen. Naast de basisregeling is sprake van een aanvullende module die is gebaseerd op een beschikbare-premiestelsel en waaraan op vrijwillige basis kan worden deelgenomen. De aanvullende beschikbare premies komen veelal geheel voor rekening van de werknemer. Voor zover dat het geval is, worden zij ingehouden op het loon. De aanvullende module maakt deel uit van de pensioenregeling.
Met de aanduiding ‘werkgever’ wordt in dit besluit bedoeld: een inhoudingsplichtige in de zin van de Wet LB.
Terzijde merk ik op dat deelname aan een aanvullende module in een pensioenregeling een individuele verbetering van de pensioenaanspraak vormt in de zin van artikel 3.133, tweede lid, onderdeel k, van de Wet IB 2001. Er is derhalve geen sprake van een collectieve verbetering als bedoeld in onderdeel B.3.8.a van het Besluit van 25 augustus 2000, nr. CPP2000/1313M.
De Voorzitter Raad van Bestuur Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft mij meegedeeld dat de inhoud van dit besluit ook van toepassing is voor de premieheffing werknemersverzekeringen.