Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemeen
+ Hoofdstuk II. De huisvestingsvergunning
+ Hoofdstuk III. Wijzigingen van de woonruimtevoorraad
+ Hoofdstuk IV. Vordering en toewijzing van woonruimte
- Hoofdstuk V. Bovengemeentelijke voorschriften
+ Hoofdstuk VI. Beroep
+ Hoofdstuk VII. Toezicht
+ Hoofdstuk VIII. Verdere bepalingen
+ Hoofdstuk IX. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk X. Wijziging van het Wetboek van Strafrecht
+ Hoofdstuk XI. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek
+ Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Huisvestingswet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.
Artikel 60a
Voor de toepassing van het in deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder:
a. verblijfsgerechtigden: vreemdelingen die in Nederland op grond van een asielverzoek rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met d, van de Vreemdelingenwet 2000 of die houder zijn van een machtiging tot voorlopig verblijf die voldoet aan de in artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 gestelde voorwaarden;
b. taakstelling: het aantal in opvangcentra of op gemeentelijke opvangplaatsen verkerende verblijfsgerechtigden in wier huisvesting per gemeente per kalenderhalfjaar dient te worden voorzien.
1.
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de voorziening in de huisvesting van verblijfsgerechtigden in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling.
2.
Behoudens toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 60c, eerste lid, geldt als taakstelling de uitkomst van de toepassing van de formule (a:b) * c, waarin wordt voorgesteld:
- met de letter a:
het aantal inwoners van een gemeente volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waartoe het kalenderhalfjaar, bedoeld bij de letter c, behoort, dan wel het in plaats daarvan op grond van het derde lid vastgestelde aantal;
- met de letter b:
het aantal inwoners van Nederland volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waartoe het kalenderhalfjaar, bedoeld bij de letter c, behoort;
- met de letter c:
het door Onze Minister voor Immigratie en Asiel in de Staatscourant bekendgemaakte totale aantal verblijfsgerechtigden in wier huisvesting in het bij die bekendmaking aan te geven kalenderhalfjaar naar verwachting zal dienen te worden voorzien.
3.
Gedeputeerde staten van de betrokken provincie of de betrokken provincies zijn bevoegd het aantal inwoners van een gemeente per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waartoe het kalenderhalfjaar, bedoeld in het tweede lid bij de letter c, behoort, vast te stellen voor de gemeenten die zijn betrokken bij een wijziging van de gemeentelijke indeling en waarvoor de datum van herindeling is gelegen op 1 januari van laatstbedoeld jaar. Bij deze vaststelling wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de inwonertallen van de samenstellende delen van de bij een wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeenten. Een vaststelling per 1 januari van het in de eerste volzin eerstbedoelde jaar wordt vóór 1 oktober van dat jaar bekendgemaakt in de Staatscourant.
4.
De bekendmaking, bedoeld in het tweede lid bij de letter c, geschiedt ten minste dertien weken voor de aanvang van het kalenderhalfjaar waarop zij betrekking heeft.
5.
De met toepassing van de formule, bedoeld in het tweede lid, verkregen uitkomst wordt naar boven afgerond op een geheel getal.
Artikel 60c
Gedeputeerde staten zijn bevoegd taakstellingen die volgen uit de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 60b, tweede lid, te wijzigen, voor zover de verwezenlijking van het bovengemeentelijke ruimtelijke beleid of volkshuisvestingsbeleid of de samenhang tussen het door gemeenten gevoerde volkshuisvestingsbeleid dat vordert, met dien verstande dat de som van de aantallen verblijfsgerechtigden in wier huisvesting na die wijziging in de betrokken gemeenten te zamen dient te worden voorzien, niet afwijkt van de som van de aantallen die worden verkregen met toepassing van de formule, bedoeld in artikel 60b, tweede lid.
1.
Het dagelijks bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat, treedt voor de toepassing van artikel 60c in de plaats van gedeputeerde staten.
Artikel 61
Provinciale staten kunnen, voor zover de verwezenlijking van het bovengemeentelijke ruimtelijke beleid of het gebrek aan samenhang tussen het door de gemeenten gevoerde huisvestingsbeleid dat vordert, beleidsregels vaststellen met betrekking tot de in de hoofdstukken I, II en III geregelde onderwerpen.
Artikel 62
Bij de voorbereiding van een beleidsregel als bedoeld in artikel 61 plegen gedeputeerde staten overleg met de besturen van de gemeenten waarop de beleidsregel betrekking heeft.
Artikel 63
Tegelijkertijd met de bekendmaking van een beleidsregel doen gedeputeerde staten daarvan mededeling aan Onze Minister.
1.
Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van woningzoekenden worden aangewezen, wier huisvesting bijzondere zorg van rijkswege behoeft.
2.
Voor zover zulks met het oog op de huisvesting van een of meer personen, behorende tot een krachtens het eerste lid aangewezen categorie, noodzakelijk is, kan Onze Minister aan burgemeester en wethouders van een gemeente een aanwijzing geven met betrekking tot de voorziening in de huisvesting van die persoon of personen.
3.
Onze Minister stelt een regeling als bedoeld in het eerste lid slechts vast, indien omstandigheden van bijzondere aard daartoe naar zijn oordeel aanleiding geven. De regeling geldt voor een daarbij aangegeven periode van ten hoogste twee jaar.
Artikel 69
Alvorens toepassing te geven aan artikel 68, tweede lid, pleegt Onze Minister overleg met het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. Indien een aanwijzing als bedoeld in artikel 67 afwijkt van een beleidsregel als bedoeld in artikel 61, pleegt hij tevens vooraf overleg met gedeputeerde staten van de betrokken provincie.