Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemeen
- Hoofdstuk II. De huisvestingsvergunning
+ Hoofdstuk III. Wijzigingen van de woonruimtevoorraad
+ Hoofdstuk IV. Vordering en toewijzing van woonruimte
+ Hoofdstuk V. Bovengemeentelijke voorschriften
+ Hoofdstuk VI. Beroep
+ Hoofdstuk VII. Toezicht
+ Hoofdstuk VIII. Verdere bepalingen
+ Hoofdstuk IX. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk X. Wijziging van het Wetboek van Strafrecht
+ Hoofdstuk XI. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek
+ Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Huisvestingswet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.
1.
De gemeenteraad stelt in de huisvestingsverordening regels met betrekking tot:
a. de wijze waarop een huisvestingsvergunning kan worden aangevraagd;
b. de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beoordeling van de aanvraag;
c. de termijn waarbinnen door burgemeester en wethouders op de aanvraag moet worden beslist;
d. de gegevens die ten minste in de beschikking op de aanvraag moeten worden vermeld.
2.
De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat een aanvraag slechts in behandeling wordt genomen, indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning voor de in de aanvraag aangegeven woonruimte krijgt, die woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen.
3.
Een bepaling als bedoeld in het tweede lid, blijft buiten toepassing, indien de aanvraag is gedaan met het oog op het bepaalde in de artikelen 267 lid 6, 268 lid 3 of  270 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 24
Indien de vergunning wordt verleend, vermelden burgemeester en wethouders in hun beschikking ten minste de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik kan worden gemaakt.
1.
Een huisvestingsvergunning wordt verleend, indien de aanvrager behoort tot een van de ingevolge artikel 9, eerste lid, aangewezen categorieën van woningzoekenden, voor zover wordt voldaan aan artikel 9, tweede lid.
2.
Ingeval voor de betrokken woonruimte toepassing is gegeven aan artikel 10, dient de woonruimte voor de aanvrager tevens passend te zijn, gelet op de ingevolge dat artikel gestelde regels.
3.
Ingeval voor de betrokken woonruimte toepassing is gegeven aan artikel 11, kan de vergunning worden geweigerd, indien er in het register van woningzoekenden voldoende voor de betrokken woonruimte in aanmerking komende woningzoekenden zijn ingeschreven, die behoren tot een hogere urgentiecategorie dan de aanvrager.
4.
Ingeval voor de betrokken woonruimte een voordracht is gedaan krachtens artikel 19, eerste lid, of artikel 21, tweede lid, en die voordracht niet is ingetrokken overeenkomstig artikel 21, eerste lid, dient de aanvrager voorts te zijn vermeld op die voordracht. Ingeval een voordracht ingevolge artikel 20 achterwege is gebleven, wordt de vergunning verleend aan de door de eigenaar voorgedragen woningzoekende.
5.
Het bepaalde in het derde en vierde lid is niet van toepassing, indien de woonruimte zal worden bewoond door de eigenaar ervan in de zin van het Burgerlijk Wetboek en de woonruimte gedurende ten minste de zes maanden waarin deze laatstelijk bewoond is geweest, bewoond werd door de eigenaar ervan in de zin van het Burgerlijk Wetboek.
1.
Onverminderd artikel 9, tweede lid, wordt een huisvestingsvergunning voorts aan iedere aanvrager verleend, indien de woonruimte door de eigenaar gedurende een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening te bepalen termijn van ten hoogste dertien weken vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge het bepaalde krachtens de artikelen 9, 10, 11 en 12 voor die woonruimte in aanmerking komen.
2.
Het eerste lid is slechts van toepassing:
a. ingeval de woonruimte te huur wordt aangeboden en onderafdeling 2 van afdeling 5 van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op die woonruimte van toepassing is: indien de gevraagde huurprijs niet hoger is dan de voor de betrokken woonruimte ingevolge die onderafdeling geldende maximale huurprijsgrens;
b. ingeval de woonruimte te huur wordt aangeboden en onderafdeling 2 van afdeling 5 van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet op die woonruimte van toepassing is: indien de gevraagde huurprijs niet hoger is dan redelijk is, gelet op de huurprijs die in het economisch verkeer voor vergelijkbare woonruimten wordt overeengekomen;
c. ingeval de woonruimte te koop wordt aangeboden: indien de koopprijs niet hoger is dan redelijk is gelet op de waarde van de woonruimte in het economisch verkeer.
3.
De gemeenteraad stelt in de huisvestingsverordening regels met betrekking tot de wijze waarop de aanbieding dient plaats te vinden. De raad kan daarbij tevens regels stellen omtrent de wijze waarop aan burgemeester en wethouders moet worden aangetoond dat de aanbieding in overeenstemming met het bij en krachtens de wet bepaalde heeft plaatsgevonden, alsmede met betrekking tot de wijze waarop aan burgemeester en wethouders verslag moet worden uitgebracht over het verloop van de aanbiedingsprocedure.
4.
Het eerste lid is tot 1 januari 2003 niet van toepassing ten aanzien van een standplaats die is bestemd voor een woningzoekende die met een woonwagen op een standplaats staat die is gelegen op een van de in de bijlage genoemde regionale woonwagencentra.
Artikel 27
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verlenen aan andere woningzoekenden dan bedoeld in artikel 9, eerste lid, voor zover wordt voldaan aan artikel 9, tweede lid, zonder dat de betrokken woonruimte overeenkomstig het bij en krachtens artikel 26, eerste en derde lid, bepaalde vruchteloos is aangeboden.
1.
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van de artikelen 25, eerste lid, en 26, eerste lid, de huisvestingsvergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
2.
Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
1.
Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
a. de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
2.
Burgemeesters en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning voorts intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
3.
Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Artikel 29
Van de bevoegdheden krachtens deze paragraaf kunnen burgemeester en wethouders mandaat verlenen aan eigenaren van woonruimte, voor zover het die woonruimte betreft.