Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
1. Inleiding
1.1 . Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Heffing van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen
2.1. Algemeen
2.2. Hoedanigheden waarin een publiekrechtelijk lichaam kan optreden
2.2.1. Het publiekrechtelijke lichaam als overheid
2.2.2. Het publiekrechtelijke lichaam als ondernemer
2.2.3. Het publiekrechtelijke lichaam als niet-ondernemer, anders dan als overheid
2.3. Gelijkgestelde handelingen, intracommunautaire verwervingen, invoer en verlegging van de heffing van omzetbelasting
2.3.1. Algemeen
2.3.2.1. Gelijkgestelde leveringen
2.3.2.2. Gelijkgestelde diensten
2.3.3. Intracommunautaire verwervingen
2.3.4. Invoer
2.3.5. Verlegging van de heffing van omzetbelasting
2.3.6. Verleggingsregeling bouw
2.4. Aftrek van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen
2.4.1. Het publiekrechtelijke lichaam als ondernemer
2.4.2. Geen direct gebruik van goederen
2.4.3. Het publiekrechtelijke lichaam als overheid of als niet-ondernemer, anders dan als overheid
2.5. Bijzondere regelingen
2.5.1. Overgangsregeling voor geheel of gedeeltelijk bouwrijp gemaakte grond bij de overgang van de Wet op de Omzetbelasting 1954 naar de Wet op de omzetbelasting 1968
2.5.1.1. Algemeen
2.5.1.2. Teruggaaf omzetbelasting geheel of gedeeltelijk bouwrijpe grond
2.5.1.3. Afzien van teruggaaf omzetbelasting bouwrijpe grond
2.5.1.4. Afzien van teruggaaf omzetbelasting gedeeltelijk bouwrijp gemaakte grond
2.5.1.5. Aanvullende aftrek omzetbelasting bij levering geheel of gedeeltelijk bouwrijpe grond aan ondernemer
2.5.1.6. Volgende leveringen geheel of gedeeltelijk bouwrijpe grond
2.5.2. Heffing van omzetbelasting ten aanzien van de uitvoering van bestemmingsplannen
2.5.2.1. Inleiding
2.5.2.2. Uitvoering van bestemmingsplannen door de gemeente
2.5.2.3. Uitvoering van bestemmingsplannen door een derde
2.5.3. Uitvoeren van straatwerken ten behoeve van nutsbedrijven
2.5.4. Herziening aftrek omzetbelasting bij bepaalde lichamen en samenwerkingsverbanden die vóór 1 januari 2003 op grond van goedkeuringen buiten de heffing van omzetbelasting konden blijven
2.5.5. Verkoop van vuilniszakken
3. Wet op het BTW-compensatiefonds
3.1. Algemeen
3.2. Transparantiemethode
3.2.1. Wie kunnen de transparantiemethode toepassen?
3.2.1.1. Algemeen
3.2.1.2. Gedeeltelijke toepassing
3.2.1.3. Deelname door niet-compensatiegerechtigde publiekrechtelijke lichamen
3.2.1.4. Deelname door niet-publiekrechtelijke lichamen
3.2.1.5. Regionale brandweer
3.2.2. De omzetbelasting die doorgeschoven kan worden
3.2.3. Uitvoering
3.2.3.1. Verdeling over de deelnemers
3.2.3.2. Wanneer en op welke wijze vindt doorschuiven plaats?
3.2.3.3. Gemengd gebruik door het samenwerkingsverband
3.2.3.4. Afrekenen in geval van statuswijziging
3.2.3.5. Overdracht roerende of onroerende zaak
3.2.4. Administratieve en formeelrechtelijke verplichtingen
3.2.4.1. Verplichtingen samenwerkingsverbanden
3.2.4.2. Verplichtingen deelnemers
4. Ingetrokken regelingen
5. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 3.1 Heffing en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 8 februari 2012. U leest nu de tekst die gold op 7 februari 2012.
3.1. Algemeen
In paragraaf 2.2 is ingegaan op de hoedanigheden waarin publiekrechtelijke lichamen kunnen optreden. Treden publiekrechtelijke lichamen op als ondernemer dan is in zoverre de Wet OB op hen van toepassing. In die hoedanigheid komt de aan een publiekrechtelijk lichaam in rekening gebrachte omzetbelasting in beginsel voor aftrek in aanmerking, tenzij sprake is van vrijgestelde handelingen. Voor een publiekrechtelijk lichaam dat optreedt als belaste ondernemer, vormt de omzetbelasting geen kostenpost door de werking van het aftrekrecht. Treedt een publiekrechtelijk lichaam niet op in de hoedanigheid van ondernemer, dan is de in die hoedanigheid door het publiekrechtelijke lichaam betaalde omzetbelasting niet aftrekbaar en dus wel een kostenpost. Het niet in aftrek kunnen brengen van omzetbelasting kan een verstorende werking hebben op afwegingen die door publiekrechtelijke lichamen worden gemaakt. Het gaat dan vooral om:
de afweging tussen het zelf uitvoeren van taken en het uitbesteden daarvan aan private partijen;
de problematiek rond het onderling uitwisselen van personeel tussen publiekrechtelijke lichamen;
het aangaan van constructies om de lasten van de omzetbelasting te beperken.
Om die verstorende invloed van de omzetbelastingheffing zoveel mogelijk weg te nemen is op 1 januari 2003 de Wet BCF ingevoerd. Deze wet is van toepassing op provincies, gemeenten en regionale openbare lichamen, hierna gezamenlijk aangeduid als compensatiegerechtigde lichamen. Op grond van de Wet BCF komt voor compensatie in aanmerking de omzetbelasting die aan compensatiegerechtigde lichamen in rekening wordt gebracht. Het moet dan gaan om handelingen die door deze lichamen worden afgenomen in de hoedanigheid van niet-ondernemer. Hetzelfde geldt voor de omzetbelasting die in de hoedanigheid van niet-ondernemer van deze publiekrechtelijke lichamen wordt geheven, bijvoorbeeld in verband met invoer of de intracommunautaire verwerving van goederen (zie artikel 3 Wet BCF en de paragrafen 2.3.2 tot en met 2.3.5 van dit besluit).
Op de hoofdregel dat de als niet-ondernemer betaalde omzetbelasting voor compensatie in aanmerking komt, kent de Wet BCF enkele uitzonderingen. Niet voor compensatie komt in aanmerking de omzetbelasting die verband houdt met goederen en diensten die het compensatiegerechtigde lichaam:
1. verstrekt, verleent of ter beschikking stelt aan een of meer individuele derden ( artikel 4, eerste lid, onderdeel a, Wet BCF);
2. aanwendt voor handelingen, die zijn vrijgesteld van de heffing van omzetbelasting als zij worden verricht door een ondernemer in de zin van de Wet OB ( artikel 4, eerste lid, onderdeel b, Wet BCF, tot 1 januari 2007 onderdeel c (Stb 2008, 258)).
Tot 1 januari 2007 kende artikel 4 ook een uitzondering voor goederen en diensten die werden gebruikt voor personeelsvoorzieningen ( artikel 4, eerste lid, onderdeel b, Wet BCF). Dit onderdeel is in het kader van het terugdringen van de administratieve lasten vervallen met ingang van 1 januari 2007.Ad 1
Deze uitsluiting voorkomt dat op goederen en diensten die een compensatiegerechtigd lichaam aanschaft maar die feitelijk door anderen dan dat lichaam worden gebruikt, geen omzetbelasting drukt. Een paar voorbeelden zijn:
de inkoop van een rolstoel door een gemeente die in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo) aan een individuele derde ter beschikking wordt gesteld.
het treffen van geluidisolerende maatregelen aan woningen.
De aanleg van een geluidwal (bijvoorbeeld langs een spoorlijn) valt niet onder deze uitzondering. De ter beschikking stelling vindt in dit laatste geval immers niet plaats aan een individuele derde. Uiteraard is hiervoor noodzakelijk dat het compensatiegerechtigde lichaam als afnemer kwalificeert van de desbetreffende prestatie.
het in het kader van de Wmo of reïntegratietraject aanbieden van cursussen aan een geïndiceerde. Het indiceren als zodanig is echter niet uitgezonderd. De hier bedoelde indicatiestellingen worden door de gemeente gebruikt om vast te stellen welke hulp iemand behoeft.
herstelwerkzaamheden aan woningen (al dan niet na gebruikmaking van bestuursdwang).
het om niet of tegen een symbolische vergoeding ter beschikking stellen van een onroerende zaak aan een derde. In dit geval is sprake van een bijzondere situatie omdat deze activiteit zowel is te rangschikken onder letter a als onder onderdeel b (tot 1 januari 2007 onderdeel c). De omzetbelasting op de aankoop of de voortbrenging van de onroerende zaak is dus niet compensabel. Ook de omzetbelasting die drukt op de onderhoudskosten van die onroerende zaak zijn ingevolge onderdeel a niet compensabel als die kosten voor rekening van het compensatiegerechtigde lichaam komen.
Gaat het echter om goederen of diensten die naar hun aard alleen door een compensatiegerechtigd lichaam kunnen worden verstrekt, verleend of ter beschikking gesteld, dan is compensatie niet uitgesloten (zie artikel 1, onderdeel a, Uitvoeringsbesluit BTW-compensatiefonds). Dat is bijvoorbeeld het geval bij de afgifte van paspoorten en uittreksels uit het bevolkingsregister. Dat is ook zo als de gemeente een invalidenparkeerplaats creëert op de openbare weg. Evenmin wordt compensatie uitgesloten indien een gemeente ten behoeve van de eigenaar van een perceel grond een aftakking van het hoofdriool tot aan de perceelgrens aanlegt of laat aanleggen. Weliswaar heeft de eigenaar als individu baat bij de aangelegde voorziening maar de aftakking vormt een onlosmakelijk deel van het aan de gemeente toebehorende openbare rioleringsstelsel. Dat stelsel als geheel wordt niet ter beschikking gesteld aan één of meer individuele derden, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet BCF.Ad 2
De uitsluiting van compensatie voor handelingen die zijn vrijgesteld van de heffing van omzetbelasting als zij worden verricht door een ondernemer, heeft als reden het voorkomen van concurrentieverstoring. De ondernemer die vrijgestelde handelingen verricht, kan de aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting immers niet in aftrek brengen. Die omzetbelasting vormt voor de vrijgestelde ondernemer een kostenpost. Zou een compensatiegerechtigd lichaam dezelfde prestatie als niet-ondernemer verrichten en de daarmee verband houdende omzetbelasting kunnen compenseren, dan leidt dat tot concurrentieverstoring. Voorbeelden zijn het verzorgen van openbaar onderwijs (tegenover het van omzetbelasting vrijgestelde bijzonder onderwijs) en het om niet ter beschikking stellen van onroerende zaken aan (rechts)personen (zie ook Ad a hiervoor).