Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 1
1-1-a. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a
1-1-b. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b
1-1-e. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e
1-1-f. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f
1-1-g. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Toelating
paragraaf 3. Toelating voor onbepaalde tijd
paragraaf 4. Toelating minderjarigen
paragraaf 5. Onafgebroken periode(n) van toelating/‘verblijfsgat’
paragraaf 5.1. Procedure afgifte bericht omtrent toelating
paragraaf 5.2. Regeling 2009 m.b.t. gaten in de verblijfsrechtelijke historie
1-1-h. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h
1-2. Toelichting ad artikel 1, tweede lid
Artikel 2
Artikel 2
2-1. Toelichting ad artikel 2, eerste lid
2-2. Toelichting ad artikel 2, tweede lid
2-3. Toelichting ad artikel 2, derde lid
paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Rechtshandelingen minderjarigen door tussenkomst van wettelijk vertegenwoordiger
paragraaf 3. Wettelijk vertegenwoordiger
2-4. Toelichting ad artikel 2, vierde lid
2-5. Toelichting ad artikel 2, vijfde lid
Artikel 3
Artikel 3
3-alg. Toelichting algemeen
3-1. Toelichting ad artikel 3, eerste lid
3-2. Toelichting ad artikel 3, tweede lid
3-3. Toelichting ad artikel 3, derde lid
Artikel 4
Artikel 4
4-alg. Toelichting algemeen
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Kind geboren vóór 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
Paragraaf 3. Kind geboren op of na 1 januari 1985; Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
Paragraaf 4. Kind, verblijvend in Aruba, geboren op of na 1 januari 1985, buitenlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
Paragraaf 5. Uitzondering: de vader is geen Nederlander (kind geboren op of na 1 januari 1985, vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003)
4-1. Toelichting ad artikel 4, eerste lid
4-2. Toelichting ad artikel 4, tweede lid
4-3. Toelichting ad artikel 4, derde lid
4-4. Toelichting ad artikel 4, vierde lid
4-5. Toelichting ad artikel 4, vijfde lid
4-6. Toelichting ad artikel 4, zesde lid
Artikel 5
Artikel 5
5-alg. Toelichting algemeen
Artikel 5a
Artikel 5a
5a-alg. Toelichting algemeen
5a-1. Toelichting ad artikel 5a, eerste lid (sterke adoptie)
Artikel 5b
Artikel 5b
5b-alg. Toelichting algemeen
5b-1. Toelichting ad artikel 5b, eerste lid
5b-2. Toelichting ad artikel 5b, tweede lid
Bijlage bij artikel 5b HRWN-CM
Artikel 5c
Artikel 5c
5c-alg. Toelichting algemeen
Artikel 6
Artikel 6
6-alg. Toelichting Algemeen
6-1-a. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a
6-1-b. Toelichting ad artikel 6 eerste lid, aanhef en onder b
6-1-c. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Erkenning en wettiging van minderjarigen vóór 1 april 2003
paragraaf 3. Vereiste van opvoeding en verzorging door de Nederlandse man
paragraaf 3.1. Bewijslast opvoeding en verzorging
paragraaf 3.2. Bewijsmiddelen
paragraaf 4. Erkenning en wettiging vanaf 1 maart 2009
paragraaf 5. Naamskeuze voor/door de optant
Overgangsrecht
6-1-d. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:253t BW 24
paragraaf 2.1. Gezamenlijk gezag bij geboorte op grond van artikelen 1.253aa en 1:253sa BW 24
6-1-e. Toelichting ad artikel 6 eerste lid, aanhef en onder e
6-1-f. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Oud-Nederlander of oud-Nederlands onderdaan-niet-Nederlander
Paragraaf 3. Regeling 2009 m.b.t. gaten in de verblijfsrechtelijke historie
paragraaf 4. Overgangsregeling
6-1-g. Toelichting ad artikel 6 eerste lid, aanhef en onder g
6-1-h. Toelichting ad artikel 6 eerste lid, aanhef en onder h
6-1-i. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Geboorte vóór 1 januari 1985
paragraaf 1.2. Bezit Nederlandse nationaliteit moeder ten tijde van geboorte van kind
paragraaf 1.2.1. Gevolgen van het huwelijk voor de nationaliteit van de vrouw
paragraaf 1.2.1.1. Gehuwde vrouw: huwelijk in periode tot 1 maart 1964
paragraaf 1.2.1.2. Gehuwde vrouw: huwelijk in periode na 1 maart 1964
paragraaf 1.2.2. Geboorte uit een ongehuwde vrouw met de Nederlandse nationaliteit
paragraaf 1.3. De vader is niet-Nederlander ten tijde van geboorte van kind
paragraaf 1.4. Voorbeelden: welke situaties vallen onder de optiemogelijkheid
paragraaf 1.5. Niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie
paragraaf 1.6. Vereiste documenten
paragraaf 2. De Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 12 december 1892
paragraaf 2.1. Verkrijging van de Nederlandse nationaliteit onder de WNI 1892
paragraaf 2.2. Andere verliesgronden dan verbonden aan het sluiten van een huwelijk met een niet-Nederlander onder de WNI 1892
6-1-j. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder j
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Verkrijging Nederlanderschap door adoptie onder de WNI
paragraaf 1.2. Verkrijging Nederlanderschap door adoptie onder de WNI
paragraaf 1.3. Bezit Nederlandse nationaliteit adopiefmoeder ten tijde van onherroepelijk uitspraak
paragraaf 1.4. Niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie
paragraaf 1.5. Vereiste documenten
6-1-k. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Afstamming door geboorte
paragraaf 1.2. Afstamming door geboorte
paragraaf 1.3. Vereiste documenten
6-1-l. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder l
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Afstamming door erkenning als minderjarige van zes jaar of ouder
paragraaf 1.2. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.3. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
6-1-m. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder m
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Afstamming door erkenning als minderjarige van zeven jaar of ouder
paragraaf 1.2. Bewijs biologisch vaderschap erkenner
paragraaf 1.3. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.4. Vereiste documenten
6-1-n. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder n
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Afstamming door gerechtelijke vaststelling vaderschap
paragraaf 1.2. Eerste verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.3. Vereiste documenten
6-1-o. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder o
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Afstamming door adoptie binnen het Koninkrijk van een minderjarige
paragraaf 1.2. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
paragraaf 1.3. Vereiste documenten
6-2. Toelichting ad artikel 6, tweede lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Optanten die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen
paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring ( model 1.36 )
paragraaf 4. Afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens paragraaf 2.12.3 Afleggen verklaring van verbondenheid in de toelichting bij artikel 6, derde lid, RWN )
paragraaf 5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid ( artikel 60a, derde lid, BVVN en paragraaf 2.12.3 Afleggen verklaring van verbondenheid)
6-3. Toelichting ad artikel 6, derde lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Procedure
paragraaf 2.1. Informatieverstrekking
paragraaf 2.2. Afleggen van de optieverklaring
paragraaf 2.2.1. Vormvereisten: afleggen in persoon
paragraaf 2.2.1.1. Meerderjarige optant
paragraaf 2.2.1.2. Minderjarige optant
paragraaf 2.2.1.3. Kinderen van de optant
paragraaf 2.2.1.4. Wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder
paragraaf 2.2.1.5. Gemachtigde
paragraaf 2.2.2. Uitsluitend schriftelijk optieverklaring afleggen
paragraaf 2.2.3. Te verstrekken gegevens
paragraaf 2.2.4. Af te leggen verklaringen
paragraaf 2.2.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid ( model 1.36 )
paragraaf 2.2.4.2. Waarheidsverklaring
Paragraaf 2.2.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
paragraaf 2.2.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
paragraaf 2.2.5. (Overige) over te leggen documenten
paragraaf 2.2.5.1. Buitenlands reisdocument
paragraaf 2.2.5.2. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
paragraaf 2.2.5.3. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
paragraaf 2.2.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
paragraaf 2.2.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
paragraaf 2.2.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
paragraaf 2.3. Inontvangstneming optieverklaring
paragraaf 2.3.1. Bevoegdheid gezaghebber
paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging
paragraaf 2.3.3. Beoordeling verschuldigdheid optiegelden
paragraaf 2.3.4. Beoordeling volledigheid optieverklaring/inverzuimstelling
paragraaf 2.4. Voorbereiding van de beslissing
paragraaf 2.4.1. Toetsing juistheid verstrekte gegevens
paragraaf 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan
paragraaf 2.4.2.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij optieverklaringen afgelegd op of ná 1 maart 2009)
paragraaf 2.4.2.2. Verblijfsrechtelijke status optant
Paragraaf 2.4.2.3. Geen gevaar voor de openbare orde, etc.
paragraaf 2.4.2.4. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
paragraaf 2.4.2.5. Onderzoek naar zienswijze kind/wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
paragraaf 2.5. Bevestiging
Paragraaf 2.6. Administratieve verwerking van de bevestiging
paragraaf 2.6.1. Administratieve handeling na de afstandsprocedure (zie artikel 30c BVVN)
paragraaf 2.7. Archivering
paragraaf 2.8. Weigering bevestiging
paragraaf 2.8.1. Weigering bevestiging verklaring van de optant
paragraaf 2.8.2. Bevestiging ten aanzien van de ouder/weigering bevestiging medeverkrijging
paragraaf 2.9. Bezwaar
paragraaf 2.9.1. de Gouverneur beslist
paragraaf 2.9.2. Afhandeling van de beslissing
paragraaf 2.9.2.1. Bezwaarschrift gegrond
paragraaf 2.9.2.2. Bezwaarschrift tegen weigering medeverkrijging Nederlanderschap door kind gegrond
paragraaf 2.9.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond
paragraaf 2.10. (hoger) beroep
paragraaf 2.11. Verhuizing van de optant tijdens de procedure
paragraaf 2.12. Naturalisatieceremonie
paragraaf 2.12.1. De oproeping
paragraaf 2.12.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
paragraaf 2.12.3. Afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 2.12.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 2.12.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
paragraaf 2.12.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
paragraaf 2.12.5. Procedurele aspecten na uitreiking
6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid
Bijlage Landen waar polygamie en/of verstoting mogelijk is (geactualiseerd per 1 juni 2009)
6-5. Toelichting ad artikel 6, vijfde lid
6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid
6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid
6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid
6-9. Toelichting ad artikel 6, negende lid
Artikel 6a
Artikel 6a
6a-1. Toelichting ad artikel 6a, eerste lid
6a-2-a. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a
6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b
6a-2-c. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c
6a-2-d. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder d
6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid
6a-4. Toelichting ad artikel 6a, vierde lid
6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid
6a-6. Toelichting ad artikel 6a, zesde lid
Artikel 7
Artikel 7
7-alg. Toelichting algemeen
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Nadere regelgeving in het BVVN
paragraaf 3. Procedure naturalisatie
paragraaf 3.1. Voorlichtingsfase
paragraaf 3.2. Indiening verzoek om naturalisatie
paragraaf 3.2.1. Meerderjarige verzoeker
paragraaf 3.2.2. Zelfstandig verzoek van minderjarigen (artikelen 10 en 11, vierde lid, RWN)
paragraaf 3.2.3. Medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)
paragraaf 3.2.4. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
paragraaf 3.2.5. Gemachtigde
paragraaf 3.2.6. Uitsluitend schriftelijk verzoek
paragraaf 3.3. Te verstrekken gegevens
paragraaf 3.4. Af te leggen verklaringen
paragraaf 3.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30)
paragraaf 3.4.2. Waarheidsverklaring
Paragraaf 3.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
paragraaf 3.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
paragraaf 3.5. Over te leggen documenten
paragraaf 3.5.1. Buitenlands Reisdocument
paragraaf 3.5.2. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
paragraaf 3.5.3. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
paragraaf 3.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
paragraaf 3.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
paragraaf 3.5.6. Bewijsnood gelegaliseerde buitenlandse documenten
paragraaf 3.6. Inontvangstneming verzoek
paragraaf 3.6.1. Bevoegdheid gezaghebber
paragraaf 3.7. Beoordeling volledigheid van het verzoek
paragraaf 3.7.1. Beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)
paragraaf 3.7.2. Beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden
paragraaf 3.7.3. Beoordeling verplichting afleggen naturalisatietoets
paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling
paragraaf 3.8. Voorbereiding advies
paragraaf 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens
paragraaf 3.8.2. Toetsing voorwaarden (mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging
paragraaf 3.8.3. Verhuizing tijdens de adviesfase
paragraaf 3.9. Uitbrengen advies
paragraaf 3.10. Beslissing op het verzoek
paragraaf 3.11. Bezwaar
paragraaf 3.12. (hoger) beroep
paragraaf 3.13. Naturalisatieceremonie
paragraaf 3.13.1. De oproeping
paragraaf 3.13.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
paragraaf 3.13.3. Afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 3.13.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 3.13.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
paragraaf 3.13.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
paragraaf 3.13.5. Procedurele aspecten na uitreiking
Bijlage
Artikel 8
Artikel 8
8-alg. Toelichting algemeen
8-1-a. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a
8-1-b. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Verblijfsvergunningen en andere verblijfsdocumenten op grond van de LTU
paragraaf 2.1. Verblijfsvergunningen
paragraaf 2.2. Verblijfsdocumenten
paragraaf 3. (geen) bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd
paragraaf 3.1. Beoordelingsmoment
paragraaf 3.2. Reden tot intrekking/niet-verlenging/einde van de verblijfsvergunning
paragraaf 3.3. Minderjarigen
paragraaf 3.4. Buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken
8-1-c. Toelichting ad artikel 8 eerste lid, aanhef en onder c
8-1-d. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Procedure
paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase
paragraaf 2.1.2. Aanvraagfase
Paragraaf 2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets
Paragraaf 2.2.1. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets
Paragraaf 2.2.2. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets als gevolg van de invoering van de tweetalige naturalisatietoets per 1 januari 2011
paragraaf 2.2.3. Het certificaat bij gedeeltelijke vrijstelling
paragraaf 2.3. Ontheffing van de naturalisatietoets
paragraaf 2.3.1. Procedure bij beroep op ontheffing van de naturalisatietoets wegens een belemmering
Paragraaf 2.3.2. Beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het examen te behalen
paragraaf 3. Opneming in de samenleving van Curaçao of Sint Maarten
Paragraaf 3.1. Polygamie
Paragraaf 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten
paragraaf 3.3. Weigering tot opneming in de Nederlands-Antilliaanse samenleving
8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Verzoekers die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)
paragraaf 3. Ondertekenen bereidverklaring ( model 2.30 ) (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)
paragraaf 4. Afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens artikel 60b, derde lid, BVVN en de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.13.3 Afleggen verklaring van verbondenheid)
8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Oud-Nederlanders en voormalig Nederlands onderdanen-niet-Nederlander
paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander
8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid
8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid
8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid
8-6. Toelichting ad artikel 8, zesde lid
Artikel 9
Artikel 9
9-alg. Toelichting algemeen
9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a
Paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid
paragraaf 2. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de LTU kan worden ingetrokken
paragraaf 3. Afwijzing als er serieuze verdenkingen bestaan dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen
Paragraaf 4. Afwijzing als in de periode van vier jaar direct voorafgaande aan het verzoek om naturalisatie of optieverklaring (of de beslissing daarop) een sanctie ter zake van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer gelegd
paragraaf 4.1. Misdrijven
Paragraaf 4.2. Transacties
Paragraaf 4.3. Cumulatie van sancties
paragraaf 4.4. Voeging
paragraaf 4.5. Taakstraffen
paragraaf 4.6. Buitenlandse feiten
paragraaf 4.7. Jeugdigen
paragraaf 4.8. Vierjaartermijn
paragraaf 4.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen
paragraaf 4.10. Sepots en voorwaardelijke sepots
Paragraaf 4.11. Schadevergoeding
Paragraaf 4.12. Gratie
Paragraaf 5. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden
paragraaf 6. Afwijzing als ernstige vermoedens bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk
paragraaf 7. Procedure bij naturalisatie
Paragraaf 7.1. Verklaring verblijf en gedrag
Paragraaf 7.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst bij naturalisatie
Paragraaf 7.3. Verzoek aan de IND
9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3. Uitzonderingscategorieën
paragraaf 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)
paragraaf 3.4. Verzoeker zal – naar hij aantoont – voor het doen van afstand een bedrag aan leges moeten betalen van zodanige hoogte dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden
paragraaf 3.4.1. Minimum en maximum financieel nadeel
paragraaf 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen
paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)
paragraaf 3.4.4. Zelfstandigen
paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden
paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel
paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen
paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)
paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet
paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend
paragraaf 4. Bewijsstukken
paragraaf 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN
paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1 , 3.2 of 3.9
paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1 , 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8
paragraaf 5.3. De verzoeker is wél bereid afstand te doen
Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties
9-1-c. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c
9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid
9-3. Toelichting ad artikel 9, derde lid
paragraaf 1. Algemeen
9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a
9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b
9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c
9-3-d. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d
9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid
9-5. Toelichting ad artikel 9, vijfde lid
Artikel 10
Artikel 10
10-alg. Toelichting algemeen
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen
paragraaf 2.1. Koninkrijks c.q. Nederlands-Antilliaans belang (staatsbelang, economisch en cultureel)
Paragraaf 2.2. Humanitaire redenen
Paragraaf 2.3. Ambtelijk verzuim
paragraaf 2.4. Niet bijzondere gevallen
paragraaf 3. Topsporters
paragraaf 3.1. Advisering
paragraaf 3.2. Niveau van sportbeoefening
paragraaf 3.3. Blokkeringstermijnen
paragraaf 3.4. Advies Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (na overleg met de Minister van Onderwijs, Sport en Cultuur van de Nederlandse Antillen)
paragraaf 3.5. Beslissing
Artikel 11
Artikel 11
11-alg. Toelichting Algemeen
11-1. Toelichting ad artikel 11, eerste lid
11-2. Toelichting ad artikel 11, tweede lid
11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid
paragraaf 1. Toelating en hoofdverblijf
paragraaf 2. Verklaring van verbondenheid
paragraaf 3. Openbare orde
paragraaf 4. Instemmingsvereiste
paragraaf 5. Samenvatting
paragraaf 6. Regeling 2009 m.b.t. gaten in de verblijfsrechtelijke historie
11-4. Toelichting ad artikel 11, vierde lid
paragraaf 1. Wettelijke vertegenwoordiging
paragraaf 2. Toelating en hoofdverblijf
paragraaf 3. Kind geboren tijdens optie- of naturalisatieprocedure ouder(s)
paragraaf 4. Instemmingsvereiste
paragraaf 5. Verklaring van verbondenheid
paragraaf 6. Openbare orde
paragraaf 7. Samenvatting
paragraaf 8. Regeling 2009 m.b.t. gaten in de verblijfsrechtelijke historie
11-5. Toelichting ad artikel 11, vijfde lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Toelating en hoofdverblijf
paragraaf 3. Samernvatting
paragraaf 4. Regeling 2009 m.b.t. gaten in de verblijfsrechtelijke historie
11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid
11-7. Toelichting ad artikel 11, zevende lid
11-8. Toelichting ad artikel 11, achtste lid
Artikel 12
Artikel 12
12-alg. Toelichting algemeen
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Geslachtsnaam gehuwde vrouwen
paragraaf 1.2. Geslachtsnaam minderjarige kinderen
paragraaf 1.3. Nederlandse kinderen delen niet in naamsvaststelling of naamswijziging
paragraaf 1.4. Correctie van kennelijke misslagen in het koninklijk besluit
paragraaf 1.5. Weigering de geslachtsnaam te laten vaststellen
12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid
paragraaf 1. Namenreeks of naamsketen
paragraaf 2. De naam slechts bestaat uit één bestanddeel (zogenaamde roepnaam)
paragraaf 3. De namen worden op uiteenlopende wijze gespeld in documenten van gelijke rangorde
12-2. Toelichting ad artikel 12, tweede lid
Artikel 13
Artikel 13
13-1. Toelichting ad artikel 13, eerste lid
paragraaf 1. Optiegelden
paragraaf 1.1. Tarieven
paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling optiegelden
paragraaf 1.3. Ontheffing van optiegelden
paragraaf 1.4. In een enkel geval geen optiegelden verschuldigd
paragraaf 2. Naturalisatiegelden
paragraaf 2.1. Tarieven naturalisatiegelden
paragraaf 2.2. Tarieven D en E
paragraaf 2.3. Tarieven F en G
paragraaf 2.4. Tarief H
paragraaf 2.5. Categoriale vrijstelling van leges
paragraaf 2.6. Ontheffing van naturalisatiegelden
paragraaf 3. Betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden
Paragraaf 4. Afdracht naturalisatiegelden
13-2. Toelichting ad artikel 13, tweede lid
Artikel 14
Artikel 14
14-1. Toelichting ad artikel 14, eerste lid
paragraaf 1. Intrekkingsmogelijkheid beperkt tot datum herziening RWN (1 april 2003)
paragraaf 2. Algemeen
paragraaf 2.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
paragraaf 2.1.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
paragraaf 2.1.2. Bijzondere omstandigheden
paragraaf 2.1.3. Naturalisatiebesluit van op of na 1 april 2003
paragraaf 2.2. Intrekking Nederlanderschap wegens valse verklaringen, bedrog of verzwijging van relevante feiten
paragraaf 2.3. Belangenafweging
paragraaf 2.4. Gevolgen voor kinderen
paragraaf 3. Administratieve handelingen voorafgaand aan het intrekkingsbesluit
paragraaf 4. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap
paragraaf 4.1. Voornemenprocedure
paragraaf 4.2. Besluit tot intrekking van het Nederlanderschap
paragraaf 5. Administratieve handelingen na intrekking Nederlanderschap
paragraaf 5.1. Verzending, uitreiking en publicatie van het intrekkingsbesluit
paragraaf 5.2. Administratieve verwerking van het besluit tot intrekking door de ontvangende autoriteit
paragraaf 5.3. Gevolgen van de intrekking voor de namen van betrokkene
14-2. Toelichting ad artikel 14, tweede lid
paragraaf 1. Algemene wettelijke uitgangspunten
paragraaf 1.1. Overgangsrecht
paragraaf 1.2. Intrekking geen terugwerkende kracht
paragraaf 2. Algemeen
paragraaf 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid
Paragraaf 2.1.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a
Paragraaf 2.1.2. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b
Paragraaf 2.1.2.1. Artikel 83 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
Paragraaf 2.1.2.2. Artikel 205 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
Paragraaf 2.1.3. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c
Paragraaf 2.1.4. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder d
paragraaf 2.2. In mindere mate een belangenafweging in het kader van artikel 14, tweede lid RWN
paragraaf 2.3. Het Nederlanderschap van het minderjarige kind van degene wiens Nederlanderschap wordt ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid RWN
paragraaf 3. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap en de afwikkeling
14-3. Toelichting ad artikel 14, derde lid
14-4. Toelichting ad artikel 14, vierde lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 14, vierde lid
14-5. Toelichting ad artikel 14, vijfde lid
14-6. Toelichting ad artikel 14, zesde lid
Artikel 15
Artikel 15
15-alg. Toelichting Algemeen
15-1-a. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a
paragraaf 1. Vrijwillige verkrijging
paragraaf 1.1. Ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap
paragraaf 1.2. Een andere nationaliteit/statenopvolging
15-1-b. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Tot inontvangstneming bevoegde autoriteit
paragraaf 3. Wijze van afleggen van de verklaring van afstand
paragraaf 4. Delen van kinderen in de afstand
paragraaf 5. Opmaken verklaring en ontvangstbevestiging
paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten
paragraaf 7. Verdere administratieve afhandeling
15-1-c. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1.1. Stuiting van de verliestermijn
paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap
paragraaf 1.3. Onderbreking van het hoofdverblijf langer dan een jaar
paragraaf 1.4. Situatie tot 1 april 2003
paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c
15-1-d. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d
15-1-e. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e
15-1-f. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder f
15-2. Toelichting ad artikel 15, tweede lid
15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid
15-4. Toelichting ad artikel 15, vierde lid
Artikel 15a
Artikel 15a
15a-alg. Toelichting algemeen
15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)
15a-b. Toelichting ad artikel 15A, aanhef en onder b (Toescheidingsovereenkomst Nederland/Suriname)
Artikel 16
Artikel 16
16-alg. Toelichting algemeen
16-1-a. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a
16-1-b. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Afleggen verklaring van afstand
paragraaf 2.1. Afstand Nederlanderschap door minderjarigen tot 12 jaar
paragraaf 2.2. Afstand Nederlanderschap door minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar
paragraaf 2.2.1. Horen minderjarige 12 tot 16 jaar over bedenkingen tegen het verlies van het Nederlanderschap
paragraaf 2.2.2. Horen ouder die geen wettelijk vertegenwoordiger is over bedenkingen tegen het verlies van het Nederlanderschap van de minderjarige tussen de 12 en 16 jaar
paragraaf 2.2.3. Mogelijke situaties ná het horen
paragraaf 2.3. Minderjarigen van 16 jaar en ouder
paragraaf 3. Geen verlies Nederlanderschap
paragraaf 4. Geen verlies Nederlanderschap omdat de procedure inzake bedenkingen tegen afstand nog niet is afgerond
16-1-c. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c
16-1-d. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d
16-1-e. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e
16-2. Toelichting ad artikel 16, tweede lid
16-2-alg. Toelichting algemeen
16-2-a. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a
16-2-b. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder b
16-2-c. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder c
16-2-d. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder d
16-2-e. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder e
16-2-f. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder f
16-2-g. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder g
Artikel 16a
Artikel 16a
16a-alg. Toelichting algemeen
Artikel 17
Artikel 17
17-alg. Toelichting algemeen
Artikel 18
Artikel 18
18-alg. Toelichting algemeen
Artikel 19
Artikel 19
19-alg. Toelichting algemeen
Artikel 20
Artikel 20
20-alg. Toelichting algemeen
Artikel 21
Artikel 21
21-alg. Toelichting algemeen
Artikel 22
Artikel 22
22-1. Toelichting ad artikel 22, eerste lid
22-2. Toelichting ad artikel 22, tweede lid
Artikel 23
Artikel 23
23-1. Toelichting ad artikel 23, eerste lid
23-2. Toelichting ad artikel 23, tweede lid
23-3. Toelichting ad artikel 23, derde lid
Artikel 24
Artikel 24
24-alg. Toelichting algemeen
Artikel 25
Artikel 25
25-alg. Toelichting algemeen
Artikel 26
Artikel 26
26-alg. Toelichting algemeen
26-1. Toelichting ad artikel 26, eerste lid
26-2. Toelichting ad artikel 26, tweede lid
26-3. Toelichting ad artikel 26, derde lid
Artikel 27
Artikel 27
27-alg. Toelichting algemeen
27-1. Toelichting ad artikel 27, eerste lid
27-2. Toelichting ad artikel 27, tweede lid
Artikel 28
Artikel 28
28-1. Toelichting ad artikel 28, eerste lid
28-2. Toelichting ad artikel 28, tweede lid
28-3. Toelichting ad artikel 28, derde lid
Artikel 29
Artikel 29
29-alg. Toelichting algemeen
Artikel II
Artikel II
II RRWN-alg. Toelichting algemeen
Artikel III
Artikel III
14-2. Toelichting ad artikel 14, tweede lid, RWN
16-2. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, onder a, b, c en d, RWN
Artikel IV
Artikel IV
IV RRWN-alg. Toelichting algemeen
Artikel V
Artikel V
V RRWN-alg. Toelichting algemeen
V RRWN-1. Toelichting ad artikel V, eerste lid, RRWN
V RRWN-2. Toelichting ad artikel V, tweede lid, RRWN
Artikel VI
Artikel VI
VI RRWN-alg. Toelichting algemeen
Artikel VII
Artikel VII
VII RRWN-1. Toelichting ad artikel VII, eerste lid, RRWN
VII RRWN-2. Toelichting ad artikel VII, tweede lid, RRWN
paragraaf 1. Verzoeken ingediend vóór inwerkingtreding van de RRWN (1 april 2003)
paragraaf 2. Overgangsregeling voor verzoeken ingediend ná inwerkingtreding van de RRWN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 6-4 Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Curaçao en Sint Maarten

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
artikel 6, vierde lid van Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Curaçao en Sint Maarten">
6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid
Zij weigert de bevestiging indien op grond van het gedrag van de persoon, die de verklaring betreft, ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk, tenzij volkenrechtelijke verplichtingen zich daartegen verzetten.
De optieverklaring wordt niet bevestigd als op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Dit is een imperatieve weigeringsgrond. De Gouverneur heeft geen beleidsvrijheid. Dit volgt uit de tekst van de wet .
Bij de beoordeling of ernstige vermoedens bestaan, hanteert de Gouverneur, om redenen van rechtszekerheid en gelijke behandeling, dezelfde normen als bij naturalisatie (zie de Nota van toelichting bij artikel 16 van het Besluit van 15 april 2002 (Stb. 231) tot uitvoering van de artikelen 21 en 23 van de Rijkswet op het Nederlanderschap ( Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap ). Deze normen (het beleidskader) staan beschreven in de toelichting op artikel 9, eerste lid onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap in deze Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Curaçao en Sint Maarten.
De Gouverneur is verplicht de normen die in de Handleiding bij artikel 9, eerste lid, onder a RWN worden beschreven, toe te passen. Dit volgt uit de RWN en de daarop gebaseerde regelgeving. Op grond van artikel 21 RWN kunnen bij algemene maatregel van rijksbestuur onder meer nadere voorschriften worden gesteld betreffende de administratieve behandeling van verkrijging en verlening van het Nederlanderschap. Deze algemene maatregel van rijksbestuur is het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap (BvvN). In artikel 16, tweede lid van het BvvN is opgenomen dat de Gouverneur onderzoekt of er ernstige vermoedens bestaan als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de RWN, ten opzichte van de optant of de personen die tot medeverkrijging in de optieverklaring zijn genoemd, als zij zestien jaar of ouder zijn. In het BvvN is vervolgens bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld in de uitvoering van dit besluit. Deze ministeriële regeling is de Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (RvvN). In artikel 2 van de RvvN is onder meer opgenomen dat, tenzij in de regeling anders is bepaald, de uitvoeringsautoriteit de hem in het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap opgedragen werkzaamheden uitvoert in overeenstemming met de Handleiding, alsmede met de nadere instructies terzake die in het betreffende Rijksdeel gelden. In de regeling is op dit punt niets anders bepaald. Dit betekent dat de Gouverneur de richtlijnen zoals deze beschreven staan bij artikel 9, eerste lid, onder a RWN moet volgen. Om ongelijkheid tussen de verschillende landen van het Koninkrijk te voorkomen is het van belang dat de normen ook strikt worden toegepast.
Iedere optant moet door middel van een verklaring verblijf en gedrag ( model 1.14 HRWN-CM) schriftelijk verklaren dat hij, of één van de in de verklaring genoemde personen van zestien jaar of ouder, al dan niet in aanraking is geweest met politie en justitie én niet polygaam gehuwd zijn.Weigering van de optiebevestiging wegens meervoudige huwelijken
Optanten worden door de RWN impliciet geacht ingeburgerd te zijn; daarom stelt de wet niet expliciet aan hen een aanvullend inburgeringsvereiste. Wel mag van een optant des te meer worden verwacht dat zijn persoonlijke situatie in overeenstemming is met de openbare orde van Curaçao en Sint Maarten. Op het moment dat hij het Nederlanderschap verkrijgt, is de rechtssfeer van Curaçao en Sint Maarten volledig op hem van toepassing. Daarmee komt een einde aan de noodzaak van erkenning van een huwelijk dat naar het recht van Curaçao en Sint Maarten niet zou bestaan. Het is in strijd met de openbare orde om met meer dan één persoon door het huwelijk verbonden te zijn. Iemand die met meer dan één persoon door het huwelijk verbonden is, kan derhalve het Nederlanderschap niet verkrijgen. Er is dan sprake van gevaar voor de civielrechtelijke openbare orde.
De openbare orde van Curaçao en Sint Maarten verzet zich tegen het polygaam gehuwd zijn van Nederlanders. Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:33 en artikel 1:69 van het Burgerlijk Wetboek van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man kan zijn getrouwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard.
Erkenning van buiten het Koninkrijk gesloten huwelijken geschiedt in Europees Nederland met ingang van 1 januari 2012 op grond van artikel 10:27 BW-NL tot en met artikel 10:53 BW-NL. Het beginsel van monogamie komt ook tot uitdrukking in artikel 10:29 BW-NL. Dit artikel verbiedt het voltrekken van een polygaam huwelijk in Europees Nederland voor zowel Nederlanders als vreemdelingen.
In geval van het bestaan van meervoudige huwelijken (polygaam gehuwd) is de persoonlijke situatie van de optant niet in overeenstemming met de civielrechtelijke openbare orde van Curaçao en Sint Maarten en wordt op die grond de optiebevestiging geweigerd.
De vraag of een optant mogelijk polygaam gehuwd is, doet zich het meest voor bij personen afkomstig uit islamitische landen die polygamie kennen, alsmede huwelijksontbinding door verstoting. Zie voor een overzicht van deze landen de bijlage bij dit artikellid.Erkenning van echtscheiding
De vraag of een in het buitenland uitgesproken verstoting in Curaçao en Sint Maarten als rechtsgeldige ontbinding van het huwelijk kan worden aangemerkt, zal de autoriteit of ambtenaar van Curaçao en Sint Maarten in beginsel moeten beantwoorden aan de hand van het eigen internationaal en interregionaal privaatrecht.
Dit recht wordt gevonden in de verdragen waarbij Curaçao en Sint Maarten partij zijn. Daarnaast moet naar het nationaal internationaal privaatrecht worden gekeken. De Algemene Bepalingen der Wetgeving van Curaçao, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en eventuele landsverordeningen die het conflictenrecht op een specifiek terrein regelen zijn in dit kader van belang. De Wet AB bepaalt dat het burgerlijk recht hetzelfde is voor hen die geen ingezetenen zijn als hen die ingezetenen zijn van Curaçao (lees: Curaçao en Sint Maarten) en dat de algemene verordeningen, betreffende de staat en de bevoegdheid der personen de ingezetenen van Curaçao (lees Curaçao en Sint Maarten) verbinden, ook wanneer zij zich buiten Curaçao (lees: Curaçao en Sint Maarten) bevinden (het domiciliebeginsel – artikel 5 en 7 Wet AB). Het internationaal privaatrecht kan ten slotte worden gevonden in rechterlijke uitspraken over specifieke onderwerpen (bijvoorbeeld van de Hoge Raad).
Als er geen aanknopingspunten in deze rechtsbronnen te vinden zijn, kan gezocht worden naar aanknopingspunten in het internationaal privaatrecht van landen met een rechtsstelsel vergelijkbaar met dat van Curaçao en Sint Maarten – bijvoorbeeld het Nederlandse internationaal privaatrecht.Verstoting
Als de optant de nationaliteit bezit van een land waar polygamie mogelijk is, zal de Gouverneur aan de hand van de gegevens in de PIVA nagaan of sprake is (geweest) van eerdere huwelijken. Als uit de PIVA blijkt dat sprake is (geweest) van eerdere huwelijken zal moeten worden onderzocht of de ontbinding van het huwelijk naar Nederlands-Antilliaans recht kan worden erkend. Het ligt op de weg van optant om aan de hand van documenten aan te tonen dat een eerder huwelijk naar Nederlands-Antilliaans internationaal c.q. interregionaal privaatrecht rechtsgeldig is ontbonden. De Gouverneur zal bij het afleggen van een optieverklaring aan een optant als hier bedoeld vragen of er nog sprake is van eerdere huwelijken die niet in de PIVA zijn opgenomen. Als dat het geval is, zal aan de hand van de door optant overgelegde documenten moeten worden onderzocht of dat huwelijk is ontbonden op een naar het recht van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten erkende wijze.Beoordeling buitenlandse verstotingsakten
Bij de behandeling van een optieverklaring kunnen moeilijkheden worden ondervonden die vaak verband houden met de beoordeling door ambtenaren van de PIVA van buitenlandse verstotingsakten. Het kan daarbij voorkomen dat de ongeldigheid van een verstoting jaren na inschrijving in de PIVA alsnog aan de betrokken persoon moet worden tegengeworpen. Het kan dan voor hem moeilijk zijn na zo’n lange tijd nog een bewijs van de rechtsgeldige verstoting van de vrouw te verkrijgen. De Gouverneur moet echter steeds de geldigheid van een eenzijdige verstoting aan de hand van het IPR van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten toetsen. Daartoe worden hier enige richtlijnen gegeven.Richtlijnen voor de beoordeling van de geldigheid van een eenzijdige verstoting
Een ontbinding van het huwelijk die uitsluitend door een eenzijdige verklaring van één van de echtgenoten tot stand is gekomen wordt in Curaçao en Sint Maarten erkend als:
1. er, conform het nationale recht van één van de echtgenoten, een verstotingsakte is opgemaakt en gehomologeerd in het land van herkomst of een ander land dat de verstoting kent. De verstotingsakte mag niet zijn opgemaakt door een consulaat van het land van herkomst. Is dit het geval, dan is geen geldige verstoting tot stand gekomen. Verklaart het consulaat dat een akte in het land van herkomst is opgemaakt, dan is dit onvoldoende bewijs; én
2. de ontbinding ter plaatse waar zij geschiedde rechtsgevolgen heeft; met andere woorden de verstoting moet onherroepelijk zijn, hetgeen moet zijn aangetoond met stukken van – bijvoorbeeld – een rechtbank; én
3. de andere echtgenoot heeft uitdrukkelijk of stilzwijgend ingestemd met de verstoting of zich erbij neergelegd. Dit blijkt slechts in incidentele gevallen uit de verstotingsakte.
De instemming of berusting van de vrouw kan wel worden afgeleid uit onder meer de volgende omstandigheden:
de vrouw heeft zelf om inschrijving van de verstotingsakte in de GBA of PIVA gevraagd, of zij heeft verzocht om op haar Nederlandse huwelijksakte een latere vermelding betreffende de huwelijksontbinding te plaatsen;
de vrouw is blijkens een huwelijksakte – of een ander officieel document – hertrouwd. N.B. Een islamitische vrouw mag zelf geen polygaam huwelijk aangaan;
na de verstoting zijn uit de vrouw natuurlijke kinderen geboren, hetgeen blijkt uit het feit dat deze kinderen in de buitenlandse geboorteakte onder haar naam, althans niet onder de naam van de gewezen echtgenoot, staan vermeld;
de man heeft een document overgelegd, waaruit blijkt dat de vrouw instemt met de verstoting. Het enkele feit dat de vrouw aanwezig was bij de verstoting of homologatie dan wel daarbij was opgeroepen, is onvoldoende reden om haar instemming aan te nemen. De handtekening van de vrouw dient te zijn gelegaliseerd door een autoriteit van het land waar de vrouw de verklaring heeft afgelegd (eventueel kan – ter vergelijking met de handtekening op de verklaring van instemming – een kopie van de handtekening van de vrouw in haar paspoort worden meegestuurd). Een verklaring van de vrouw dat zij op de hoogte is van de verstoting is in dit verband overigens onvoldoende;
de man is hertrouwd ten overstaan van een Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand. In dit geval wordt ervan uitgegaan dat die ambtenaar de verstoting op geldige grond heeft erkend;
de verstotingsakte vermeldt dat de vrouw om verstoting heeft verzocht én voor die verstoting is een vergoeding (‘khul’) aan de man toegezegd. Die vergoeding kan bijvoorbeeld blijken uit de omstandigheid dat zij afstand heeft gedaan van bepaalde rechten die zij gewoonlijk na de verstoting heeft, zoals het recht op betaling van het restant van de bruidsgift (‘mahr’ of ‘sadaq’ geheten), het recht op alimentatie, zij kan de feitelijke zorg voor de kinderen aan de man hebben overgedragen, zij kan ook verplichtingen op zich hebben genomen, zoals de betaling van het onderhoud van de kinderen. In geval van een ‘khul’ is de verstoting steeds onherroepelijk. In vertalingen van verstotingsakten wordt de verstoting (‘talaq’) soms ten onrechte vertaald met ‘echtscheiding’ of ‘divorce’. Of er sprake is van een rechterlijke ontbinding van het huwelijk zal uit de inhoud van de akte, maar niet uit het enkele woord ‘echtscheiding’ of ‘divorce’ moeten blijken;
de verstotingsakte vermeldt dat de vrouw, optredend als vertegenwoordiger van de man, zichzelf verstoot.
De hierboven gegeven criteria zijn uiteraard vatbaar voor rechterlijke toetsing. De hierboven genoemde lijst van omstandigheden, waaruit de instemming of de berusting blijkt, is niet limitatief. Er kunnen andere feitelijke omstandigheden zijn die er mede op wijzen dat de vrouw zich bij de verstoting heeft neergelegd.
Met betrekking tot de in deze paragraaf genoemde documenten afkomstig van buiten het Koninkrijk geldt ook hier dat deze pas na legalisatie of voorzien van een apostille in het rechtsverkeer van Curaçao en Sint Maarten kunnen worden gebruikt en geaccepteerd (zie toelichting op artikel 6, derde lid RWN, paragraaf 2.2.5.4).Weigering optiebevestiging wegens strafrechtelijk(e) delict(en)
Naast polygamie zijn er ook andere gronden op grond waarvan ernstige vermoedens bestaan dat de optant een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. De richtlijnen om vast te stellen of op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan zijn dezelfde als in artikel 9, eerste lid aanhef en onder a, RWN bij naturalisatie. De bevestiging van de optieverklaring van de optant die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (als de optant minderjarig is) of c, RWN kan niet worden geweigerd als op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Verdragsverplichtingen verzetten zich in die gevallen tegen een weigering. Bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN gaat het daarbij om artikel 6, tweede lid, aanhef en onder b van het Europees Verdrag inzake nationaliteit (Trb. 1998, 149). Bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN is de weigering niet toegestaan op grond van artikel 6, eerste lid 1, aanhef en onder a van het Europees Verdrag inzake nationaliteit.
Als vóór het afleggen van de optieverklaring al duidelijk is dat de optant (bijvoorbeeld wegens een openstaande strafzaak of recente sanctie) niet voor optie in aanmerking komt, moet hij er op worden gewezen dat de optie waarschijnlijk zal worden geweigerd en dat hij beter kan wachten met het afleggen van de optieverklaring totdat hij wel voor optie in aanmerking komt. Als hij er desalniettemin op staat de optieverklaring af te leggen, moet de optie wel in behandeling worden genomen. De Gouverneur onderzoekt vervolgens de strafrechtelijke gegevens van de optant. Het is raadzaam om de optant een eigen risico verklaring te laten ondertekenen.