Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 1
1-1-a. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a
1-1-b. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b
1-1-c. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c
1-1-e. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e
1-1-f. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f
1-1-g. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Toelating
Paragraaf 3. Toelating voor onbepaalde tijd
Paragraaf 4. Toelating minderjarigen
Paragraaf 5. Onafgebroken periode(n) van toelating/‘verblijfsgat’
Paragraaf 6.1. Procedure afgifte bericht omtrent toelating
Paragraaf 6.2. Gemeenschapsonderdanen en afgifte bericht omtrent toelating
Paragraaf 7. Voordeel van de twijfel
1-1-h. Toelichting ad artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h
1-2. Toelichting ad artikel 1, tweede lid
Artikel 2
2-1. Toelichting ad artikel 2, eerste lid
2-2. Toelichting ad artikel 2, tweede lid
2-3. Toelichting ad artikel 2, derde lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Rechtshandelingen minderjarigen door tussenkomst van wettelijke vertegenwoordiger
paragraaf 3. Wettelijk vertegenwoordiger
2-4. Toelichting ad artikel 2, vierde lid
2-5. Toelichting ad artikel 2, vijfde lid
Artikel 3
Artikel 3
3-alg. Toelichting algemeen
3-1. Toelichting ad artikel 3, eerste lid
3-2. Toelichting ad artikel 3, tweede lid
3-3. Toelichting ad artikel 3, derde lid
Artikel 4
Artikel 4
4-alg. Toelichting algemeen
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Kind geboren vóór 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
paragraaf 3. Kind geboren op of ná 1 januari 1985; Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
paragraaf 4. Kind geboren op of na 1 januari 1985, buitenlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
paragraaf 5. Uitzondering: de vader is geen Nederlander (kind geboren op of na 1 januari 1985; vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003)
4-1. Toelichting ad artikel 4, eerste lid
4-2. Toelichting ad artikel 4, tweede lid
4-3. Ad artikel 4, derde lid
4-4. Toelichting ad artikel 4, vierde lid
4-5. Ad artikel 4, vijfde lid
4-6. Ad artikel 4 zesde lid
Artikel 5
Artikel 5
5-alg. Toelichting algemeen
Artikel 5a
Artikel 5a
5a-alg. Toelichting algemeen
5a-1. Toelichting ad artikel 5a, eerste lid (sterke adoptie)
5a-2. Toelichting ad artikel 5a, tweede lid (zwakke adoptie)
Bijlage bij artikel 5a RWN
Artikel 5b
Artikel 5b
5b-alg. Toelichting algemeen
5b-1. Toelichting ad artikel 5b, eerste lid
5b-2. Toelichting ad artikel 5b, tweede lid
Bijlage bij artikel 5b RWN
AFDELING 3 ARTIKEL 10:107 BW TOT EN MET ARTIKEL 10:111 BW
Artikel 5c
Artikel 5c
5c-alg. Toelichting algemeen
Artikel 6
Artikel 6
6-alg. Toelichting algemeen
6-1-a. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a
6-1-b. Toelichting ad artikel 6 eerste lid, aanhef en onder b
6-1-c. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Erkenning en wettiging van minderjarigen vóór 1 april 2003
paragraaf 3. Vereiste van opvoeding en verzorging door de Nederlandse man
paragraaf 3.1. Bewijslast opvoeding en verzorging
Paragraaf 3.2. Bewijsmiddelen
paragraaf 4. Erkenning en wettiging vanaf 1 maart 2009
paragraaf 5. Naamskeuze voor/door de optant
paragraaf 6. Overgangsrecht
6-1-d. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d
paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:253t BW
paragraaf 2.1. Gezamenlijk gezag bij geboorte op grond van artikelen 1.253aa en 1:253sa BW
6-1-e. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e
6-1-f. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Oud-Nederlander of oud-Nederlands onderdaan-niet-Nederlander
paragraaf 3. Overgangsregeling
6-1-g. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g
6-1-h. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder h
6-1-i. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1.1. Geboorte vóór 1 januari 1985
Paragraaf 1.2. Bezit Nederlandse nationaliteit moeder ten tijde van geboorte van kind
Paragraaf 1.2.1. Gevolgen van het huwelijk voor de nationaliteit van de vrouw
Paragraaf 1.2.1.1. Gehuwde vrouw: huwelijk in periode tot 1 maart 1964
Paragraaf 1.2.1.2. Getrouwde vrouw: huwelijk in periode na 1 maart 1964
Paragraaf 1.2.2. Geboorte uit een ongehuwde vrouw met een Nederlandse nationaliteit
Paragraaf 1.3. De vader is niet-Nederlander ten tijde van geboorte van kind
Paragraaf 1.4. Voorbeelden: welke situaties vallen onder de optiemogelijkheid
Paragraaf 1.5. Niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie
Paragraaf 1.6. Vereiste documenten
Paragraaf 2. De Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 12 december 1892
Paragraaf 2.1. Verkrijging van de Nederlandse nationaliteit onder de WNI 1892
Paragraaf 2.2. Andere verliesgronden dan verbonden aan het sluiten van een huwelijk met een niet-Nederlander onder de WNI 1892
6-1-j. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder j
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1.1. Verkrijging Nederlanderschap door adoptie onder de WNI
Paragraaf 1.2. Adoptie vóór 1 januari 1985 binnen het Koninkrijk van een minderjarige
Paragraaf 1.3. Bezit Nederlandse nationaliteit adoptiefmoeder ten tijde van onherroepelijk uitspraak
Paragraaf 1.4. Niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie
Paragraaf 1.5. Vereiste documenten
6-1-k. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1.1. Afstamming door geboorte
Paragraaf 1.2. Afstamming door geboorte
Paragraaf 1.3. Vereiste documenten
6-1-l. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder l
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1.1. Erkenning kind jonger dan zeven jaar
Paragraaf 1.2. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
Paragraaf 1.3. Vereiste documenten
6-1-m. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder m
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1.1. Afstamming door erkenning als minderjarige van zeven jaar of ouder
Paragraaf 1.2. Bewijs biologisch vaderschap erkenner
Paragraaf 1.3. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
Paragraaf 1.4. Vereiste documenten
6-1-n. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder n
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1.1. Afstamming door gerechtelijke vaststelling ouderschap
Paragraaf 1.2. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
Paragraaf 1.3. Vereiste documenten
6-1-o. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder o
Paragraaf 1
Paragraaf 1.1. Afstamming door adoptie binnen het Koninkrijk van een minderjarige
Paragraaf 1.2. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder
Paragraaf 1.3. Vereiste documenten
6-2. Toelichting ad artikel 6, tweede lid
1. Algemeen
2. Optanten die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen
3. Ondertekenen bereidverklaring (model 1.36)
4. Afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens paragraaf 2.12.3 Afleggen verklaring van verbondenheid in de toelichting bij artikel 6, derde lid, RWN)
5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (artikel 60a, derde lid, BVVN en paragraaf 2.12.3 Afleggen verklaring van verbondenheid)
6-3. Toelichting ad artikel 6, derde lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Procedure
paragraaf 2.1. Informatieverstrekking
paragraaf 2.2. Afleggen van de optieverklaring
paragraaf 2.2.1. Vormvereisten: afleggen in persoon
paragraaf 2.2.1.1. Meerderjarige optant
paragraaf 2.2.1.2. Minderjarige optant
paragraaf 2.2.1.3. Kinderen van de optant
paragraaf 2.2.1.4. Wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder
paragraaf 2.2.1.5. Gemachtigde
paragraaf 2.2.2. Uitsluitend schriftelijk optieverklaring afleggen
Paragraaf 2.2.3. Te verstrekken gegevens
paragraaf 2.2.4. Af te leggen verklaringen
paragraaf 2.2.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 1.36)
paragraaf 2.2.4.2. Waarheidsverklaring
Paragraaf 2.2.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
Paragraaf 2.2.4.3.1. Bereidheidsverklaring afstand
Paragraaf 2.2.5. (Overige) over te leggen documenten
Paragraaf 2.2.5.1. Buitenlands reisdocument
paragraaf 2.2.5.2. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
Paragraaf 2.2.5.3. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
Paragraaf 2.2.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
paragraaf 2.2.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
Paragraaf 2.2.5.6. Bewijsnood (gelegaliseerde/van apostille voorziene) buitenlandse documenten
paragraaf 2.3. Inontvangstneming optieverklaring
Paragraaf 2.3.1. Bevoegdheid burgemeester
paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging
paragraaf 2.3.3. Beoordeling verschuldigdheid optiegelden
paragraaf 2.3.4. Beoordeling volledigheid optieverklaring/inverzuimstelling
paragraaf 2.4. Voorbereiding van de beslissing
Paragraaf 2.4.1. Toetsing juistheid verstrekte gegevens
paragraaf 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan
paragraaf 2.4.2.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij optieverklaringen afgelegd op of ná 1 maart 2009)
Paragraaf 2.4.2.2. Verblijfsrechtelijke status optant
paragraaf 2.4.2.3. Geen gevaar voor de openbare orde, etc.
paragraaf 2.4.2.4. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
paragraaf 2.4.2.5. Onderzoek naar zienswijze kind/wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
paragraaf 2.5. Bevestiging
Paragraaf 2.6. Administratieve verwerking van de bevestiging
Paragraaf 2.6.1. Administratieve handeling na de afstandsprocedure (zie artikel 30c BVVN)
paragraaf 2.7. Archivering
paragraaf 2.8. Weigering bevestiging
paragraaf 2.8.1. Weigering bevestiging verklaring van de optant
paragraaf 2.8.2. Bevestiging ten aanzien van de ouder/weigering bevestiging medeverkrijging
paragraaf 2.9. Bezwaar
paragraaf 2.9.1. De burgemeester beslist
paragraaf 2.9.2. Afhandeling van de beslissing
paragraaf 2.9.2.1. Bezwaarschrift gegrond
paragraaf 2.9.2.2. Bezwaarschrift tegen weigering medeverkrijging Nederlanderschap door kind gegrond
paragraaf 2.9.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond
paragraaf 2.10. (Hoger) beroep
paragraaf 2.11. Verhuizing van de optant tijdens de procedure
paragraaf 2.12. Naturalisatieceremonie
paragraaf 2.12.1. De oproeping
paragraaf 2.12.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
paragraaf 2.12.3. Afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 2.12.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 2.12.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
paragraaf 2.12.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
paragraaf 2.12.5. Procedurele aspecten na uitreiking
6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid
6-5. Toelichting ad artikel 6, vijfde lid
6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid
6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid
6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid
6-9. Toelichting ad artikel 6, negende lid
Artikel 6a
Artikel 6a
6a-1. Toelichting ad artikel 6a, eerste lid
6a-2-a. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a
6a-2-b. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b
6a-2-c. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c
6a-2-d. Toelichting ad artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder d
6a-3. Toelichting ad artikel 6a, derde lid
6a-4. Toelichting ad artikel 6a, vierde lid
6a-5. Toelichting ad artikel 6a, vijfde lid
6a-6. Toelichting ad artikel 6a, zesde lid
Artikel 7
Artikel 7
7-alg. Toelichting algemeen
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Nadere regelgeving in het BVVN
paragraaf 3. Procedure naturalisatie
Paragraaf 3.1. Voorlichtingsfase
paragraaf 3.2. Indiening verzoek om naturalisatie
paragraaf 3.2.1. Meerderjarige verzoeker
paragraaf 3.2.2. Zelfstandig verzoek van minderjarigen (artikelen 10 en 11, vierde lid, RWN)
paragraaf 3.2.3. Medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)
paragraaf 3.2.4. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
paragraaf 3.2.5. Gemachtigde
paragraaf 3.2.6. Uitsluitend schriftelijk verzoek
Paragraaf 3.3. Te verstrekken gegevens
paragraaf 3.4. Af te leggen verklaringen
paragraaf 3.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30)
Paragraaf 3.4.2. Waarheidsverklaring
paragraaf 3.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
paragraaf 3.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
Paragraaf 3.5. Over te leggen documenten
Paragraaf 3.5.1. Buitenlands reisdocument
paragraaf 3.5.2. Bewijsnood geldig buitenlands reisdocument (paspoort)
Paragraaf 3.5.3. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
Paragraaf 3.5.4. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
paragraaf 3.5.5. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
Paragraaf 3.5.6. Bewijsnood gelegaliseerde buitenlandse documenten
paragraaf 3.6. Inontvangstneming verzoek
Paragraaf 3.6.1. Bevoegdheid burgemeester
paragraaf 3.7. Beoordeling volledigheid van het verzoek
paragraaf 3.7.1. Beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)
paragraaf 3.7.2. Beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden
paragraaf 3.7.3. Beoordeling verplichting afleggen naturalisatietoets
paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling
paragraaf 3.8. Voorbereiding advies
Paragraaf 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens
paragraaf 3.8.2. Toetsing voorwaarden (mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging
paragraaf 3.8.3. Verhuizing tijdens de adviesfase
Paragraaf 3.9. Uitbrengen advies
Paragraaf 3.10. Beslissing op het verzoek
paragraaf 3.11. Bezwaar
paragraaf 3.12. (Hoger) beroep
paragraaf 3.13. Naturalisatieceremonie
paragraaf 3.13.1. De oproeping
paragraaf 3.13.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
paragraaf 3.13.3. Afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 3.13.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
paragraaf 3.13.4.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
paragraaf 3.13.4.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
paragraaf 3.13.5. Procedurele aspecten na uitreiking
Bijlage 1: tabel oproepen en uitreiken
Artikel 8
Artikel 8
8-alg. Toelichting algemeen
8-1-a. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a
8-1-b. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten op grond van Vw 2000
paragraaf 2.1. Verblijfsvergunningen
paragraaf 2.2. Verblijfsdocumenten
Paragraaf 3. (Geen) bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd
Paragraaf 3.1. Beoordelingsmoment
Paragraaf 3.2. Reden tot intrekking/niet-verlenging van de verblijfsvergunning
Paragraaf 3.3. Aanspraken op een ander (sterker) verblijfsrecht
paragraaf 3.4. EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen
paragraaf 3.5. Diplomaten en andere geprivilegieerden
Paragraaf 3.5.1. Niet duurzaam verblijvend personeel
Paragraaf 3.5.2. Duurzaam verblijvend personeel
Paragraaf 3.6. Molukkers
paragraaf 3.7. Minderjarigen
Paragraaf 3.8. Buiten een land van het Koninkrijk ingediende verzoeken
Paragraaf 3.9. Medeverlening aan minderjarigen met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (vva-bep)
Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage 3
Bijlage 7. EU/EER- of Zwitserse onderdaan
8-1-c. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c
Paragraaf 1. Geprivilegieerden
8-1-d. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Procedure
Paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase
Paragraaf 2.1.2. Aanvraagfase
Paragraaf 2.2. Vrijstelling van de naturalisatietoets (het inburgeringsexamen)
Paragraaf 2.2.1. Gedeeltelijke vrijstelling
Paragraaf 2.2.2. Procedure (gedeeltelijke) vrijstelling
paragraaf 2.3. Ontheffing van het inburgeringsexamen
Paragraaf 2.3.1. Inleiding
Paragraaf 2.3.2. Psychische of lichamelijke belemmering
Paragraaf 2.3.3. Beroep ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen
Paragraaf 2.3.4. Toetscriteria aantoonbare inspanning
paragraaf 2.3.5. Aanmelding bij DUO
paragraaf 3. Opneming in de Nederlandse samenleving
Paragraaf 3.1. Polygamie
Paragraaf 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten
paragraaf 3.3. Weigering tot opneming in de Nederlandse samenleving
Bijlage 8
8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e
1. Algemeen
2. Verzoekers die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)
3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30) (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)
4. Afleggen verklaring van verbondenheid
Uitzonderingen (zie tevens paragraaf 3.13.4.2 Uitzondering (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens artikel 60b, derde lid, BVVN en de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.13.3 Afleggen verklaring van verbondenheid)
8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Oud-Nederlanders en voormalig Nederlands onderdanen-niet-Nederlander
Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander
8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid
8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid
8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid
8-6. Toelichting ad artikel 8, zesde lid
Artikel 9
Artikel 9
9-alg. Toelichting algemeen
9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a
Paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid
Paragraaf 2. Afwijzing indien ten aanzien van de verzoeker is geconcludeerd dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is
Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet 2000 kan worden ingetrokken
Paragraaf 4. Afwijzing als er serieuze verdenkingen bestaan dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen
Paragraaf 5. Afwijzing als in de periode van vier jaar direct voorafgaande aan het verzoek om naturalisatie of optieverklaring (of de beslissing daarop) een sanctie ter zake van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer gelegd
Paragraaf 5.1. Misdrijven
Paragraaf 5.2. Transacties en strafbeschikkingen
Paragraaf 5.3. Cumulatie van sancties
Paragraaf 5.4. Voeging
Paragraaf 5.5. Taakstraffen
Paragraaf 5.6. Buitenlandse feiten
Paragraaf 5.7. Jeugdigen
Paragraaf 5.8. Vierjaartermijn
Paragraaf 5.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen
Paragraaf 5.10. Sepots en voorwaardelijke sepots
Paragraaf 5.11. Schadevergoeding
Paragraaf 5.12. Gratie
Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden
Paragraaf 7. Afwijzing als ernstige vermoedens bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk
Paragraaf 8. Procedure bij naturalisatie
Paragraaf 8.1. Verklaring verblijf en gedrag
Paragraaf 8.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst
Paragraaf 8.3. Bericht van de Korpschef
9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3. Uitzonderingscategorieën
paragraaf 3.2. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat wier wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen
paragraaf 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)
paragraaf 3.4. Verzoeker zal – naar hij aantoont – voor het doen van afstand een bedrag aan leges moeten betalen van zodanige hoogte dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden
paragraaf 3.4.1. Minimum en maximum financieel nadeel
paragraaf 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen
paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)
paragraaf 3.4.4. Zelfstandigen
paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden
paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel
paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen
paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)
paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet
paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit
paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend
paragraaf 4. Bewijsstukken
paragraaf 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN
paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9
paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8
Paragraaf 5.3. De betrokkene is wél bereid afstand te doen
Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties
9-1-c. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c
9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid
9-3. Toelichting ad artikel 9, derde lid
Paragraaf 1. Algemeen
9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a
9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b
9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c
9-3-d. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d
9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid
9-5. Toelichting ad artikel 9, vijfde lid
Artikel 10
Artikel 10
10-alg. Toelichting algemeen
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen
paragraaf 2.1. Nederlands belang (staatsbelang, economisch en cultureel)
Paragraaf 2.2. Humanitaire redenen
paragraaf 2.3. Ambtelijk verzuim
paragraaf 2.4. Na-naturalisatie
paragraaf 2.5. Niet bijzondere gevallen
paragraaf 3. Topsporters
paragraaf 3.1. Advisering
paragraaf 3.2. Niveau van sportbeoefening
paragraaf 3.3. Blokkeringstermijnen
paragraaf 3.4. Advies VWS
paragraaf 3.5. Beslissing
Artikel 11
Artikel 11
11-alg. Toelichting algemeen
11-1. Toelichting ad artikel 11, eerste lid
11-2. Toelichting ad artikel 11, tweede lid
11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid
11-4. Toelichting ad artikel 11, vierde lid
11-5. Toelichting ad artikel 11, vijfde lid
11-6. Toelichting ad artikel 11, zesde lid
11-7. Toelichting ad artikel 11, zevende lid
11-8. Toelichting ad artikel 11, achtste lid
Artikel 12
Artikel 12
12-alg. Toelichting algemeen
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 1.1. Geslachtsnaam gehuwde vrouwen
Paragraaf 1.2. Geslachtsnaam minderjarige kinderen
paragraaf 1.3. Nederlandse kinderen
paragraaf 1.4. Correctie van kennelijke misslagen in het koninklijk besluit
paragraaf 1.5. Weigering de geslachtsnaam te laten vaststellen
12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid
Paragraaf 1. Namenreeks of naamsketen
paragraaf 2. De naam slechts bestaat uit één bestanddeel (zogenaamde roepnaam)
paragraaf 3. De namen worden op uiteenlopende wijze gespeld in documenten van gelijke rangorde
Paragraaf 4. Naamsvaststelling bij kinderen
12-2. Toelichting ad artikel 12, tweede lid
Paragraaf 1. Overbrenging naar in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens
Paragraaf 2. Naamswijziging
Paragraaf 3. Wijziging van uitsluitend voornamen
Paragraaf 4. Naamswijziging bij kinderen
Artikel 13
Artikel 13
13-1. Toelichting ad artikel 13, eerste lid
paragraaf 1. Optiegelden
Paragraaf 1.1. Tarieven
paragraaf 1.2. Categoriale vrijstelling van optiegelden
paragraaf 1.3. Ontheffing van optiegelden
paragraaf 1.4. In een enkel geval geen optiegelden verschuldigd
paragraaf 2. Naturalisatiegelden
Paragraaf 2.1. Tarieven naturalisatiegelden
Paragraaf 2.2. Tarieven D en E
Paragraaf 2.3. Tarieven F en G
Paragraaf 2.4. Tarief H
Paragraaf 2.5. Categoriale vrijstelling van leges
Paragraaf 2.6. Ontheffing van naturalisatiegelden
Paragraaf 3. Betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden
Paragraaf 4. Afdracht naturalisatiegelden
13-2. Toelichting ad artikel 13, tweede lid
Artikel 14
Artikel 14
14-1. Toelichting ad artikel 14, eerste lid
paragraaf 1. Intrekkingsmogelijkheid beperkt tot datum herziening RWN (1 april 2003)
paragraaf 2. Algemeen
paragraaf 2.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
paragraaf 2.1.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
paragraaf 2.1.2. Bijzondere omstandigheden
paragraaf 2.1.3. Naturalisatiebesluit van op of na 1 april 2003
paragraaf 2.2. Intrekking Nederlanderschap wegens valse verklaringen, bedrog of verzwijging van relevante feiten
paragraaf 2.3. Belangenafweging
paragraaf 2.4. Gevolgen voor kinderen
Paragraaf 3. Administratieve handelingen voorafgaand aan het intrekkingsbesluit
paragraaf 4. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap
paragraaf 4.1. Voornemenprocedure
paragraaf 4.2. Besluit tot intrekking van het Nederlanderschap
paragraaf 5. Administratieve handelingen na intrekking Nederlanderschap
Paragraaf 5.1. Verzending, uitreiking en publicatie van het intrekkingsbesluit
Paragraaf 5.2. Administratieve verwerking van het besluit tot intrekking door de ontvangende autoriteit
paragraaf 5.3. Gevolgen van de intrekking voor de namen van betrokkene
14-2. Toelichting ad artikel 14, tweede lid
paragraaf 1. Algemene wettelijke uitgangspunten
paragraaf 1.1. Overgangsrecht
paragraaf 1.2. Intrekking geen terugwerkende kracht
paragraaf 2. Algemeen
paragraaf 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid
Paragraaf 2.1.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a
Paragraaf 2.1.2. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b
Paragraaf 2.1.2.1. Artikel 83 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
Paragraaf 2.1.2.2. Artikel 205 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
Paragraaf 2.1.3. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c
Paragraaf 2.1.4. Misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder d
paragraaf 2.2. In mindere mate een belangenafweging in het kader van artikel 14, tweede lid RWN
paragraaf 2.3. Het Nederlanderschap van het minderjarige kind van degene wiens Nederlanderschap wordt ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid RWN
paragraaf 3. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap en de afwikkeling
14-3. Toelichting ad artikel 14, derde lid
14-4. Toelichting ad artikel 14, vierde lid
paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 14, vierde lid
14-5. Toelichting ad artikel 14, vijfde lid
14-6. Toelichting ad artikel 14, zesde lid
Artikel 15
Artikel 15
15-alg. Toelichting algemeen
15-1-a. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a
paragraaf 1. Vrijwillige verkrijging
paragraaf 1.1. Verlies Nederlanderschap wegens niet (tijdig) verwerpen van een (te) ontvangen vreemde nationaliteit
paragraaf 1.2. Ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap
paragraaf 1.3. Een andere nationaliteit/statenopvolging
15-1-b. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Tot inontvangstneming bevoegde autoriteit
paragraaf 3. Wijze van afleggen van de verklaring van afstand
paragraaf 4. Delen van kinderen in de afstand
paragraaf 5. Opmaken verklaring en ontvangstbevestiging
Paragraaf 6. Berichtgeving aan andere autoriteiten
Paragraaf 7. Verdere administratieve afhandeling
15-1-c. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 1.1. Stuiting van de verliestermijn
Paragraaf 1.2. Verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap
paragraaf 1.3. Onderbreking van het hoofdverblijf langer dan een jaar
paragraaf 1.4. Situatie tot 1 april 2003
paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c
15-1-d. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d
15-1-e. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e
15-1-f. Toelichting ad artikel 15, eerste lid, aanhef en onder f
15-2. Toelichting ad artikel 15, tweede lid
15-3. Toelichting ad artikel 15, derde lid
15-4. Toelichting ad artikel 15, vierde lid
Artikel 15a
Artikel 15a
15a-alg. Toelichting algemeen
15a-a. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)
15a-b. Toelichting ad artikel 15a, aanhef en onder b (Toescheidingsovereenkomst Nederland/Suriname)
Artikel 16
Artikel 16
16-alg. Toelichting algemeen
16-1-a. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a
16-1-b. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b
Paragraaf 1. Algemeen
paragraaf 2. Afleggen verklaring van afstand
paragraaf 2.1. Minderjarigen tot 12 jaar
paragraaf 2.2. Minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar
paragraaf 2.2.1. Horen minderjarige over bedenkingen tegen het verlies van het Nederlanderschap
paragraaf 2.2.2. Horen ouder die geen wettelijk vertegenwoordiger is over bedenkingen tegen het verlies van het Nederlanderschap van de minderjarige tussen de 12 en 16 jaar
paragraaf 2.2.3. Mogelijke situaties ná het horen
paragraaf 2.3. Minderjarigen van 16 jaar en ouder
paragraaf 3. Geen verlies Nederlanderschap
paragraaf 4. Geen verlies Nederlanderschap omdat de procedure inzake bedenkingen tegen afstand nog niet is afgerond
16-1-c. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c
16-1-d. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d
16-1-e. Toelichting ad artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e
16-2. Toelichting ad artikel 16, tweede lid
16-2-alg. Toelichting algemeen
16-2-a. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a
16-2-b. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder b
16-2-c. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder c
16-2-d. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder d
16-2-e. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder e
16-2-f. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder f
16-2-g. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, aanhef en onder g
Artikel 16a
Artikel 16a
16a-alg. Toelichting algemeen
Artikel 17
Artikel 17
17-alg. Toelichting algemeen
Artikel 18
Artikel 18
18-alg. Toelichting algemeen
Artikel 19
Artikel 19
19-alg. Toelichting algemeen
Artikel 20
Artikel 20
20-alg. Toelichting algemeen
Artikel 21
Artikel 21
21-alg. Toelichting algemeen
Artikel 22
Artikel 22
22-1. Toelichting ad artikel 22, eerste lid
22-2. Toelichting ad artikel 22, tweede lid
Artikel 23
Artikel 23
23-1. Toelichting ad artikel 23, eerste lid
23-2. Toelichting ad artikel 23, tweede lid
23-3. Toelichting ad artikel 23, derde lid
Artikel 24
Artikel 24
24-alg. Toelichting algemeen
Artikel 25
Artikel 25
25-alg. Toelichting algemeen
Artikel 26
Artikel 26
26-alg. Toelichting algemeen
26-1. Toelichting ad artikel 26, eerste lid
26-2. Toelichting ad artikel 26, tweede lid
26-3. Toelichting ad artikel 26, derde lid
Artikel 27
Artikel 27
27-alg. Toelichting algemeen
27-1. Toelichting ad artikel 27, eerste lid
27-2. Toelichting ad artikel 27, tweede lid
Artikel 28
Artikel 28
28-1. Toelichting ad artikel 28, eerste lid
28-2. Toelichting ad artikel 28, tweede lid
28-3. Toelichting ad artikel 28, derde lid
Artikel 29
Artikel 29
29-alg. Toelichting algemeen
Artikel II RRWN
Artikel II. RRWN
II RRWN-alg. Toelichting algemeen
Artikel III RRWN
Artikel III. RRWN
14-2. Toelichting ad artikel 14, tweede lid, RWN
16-2. Toelichting ad artikel 16, tweede lid, onder a, b, c en d, RWN
Artikel IV RRWN
Artikel IV. RRWN
IV RRWN-alg. Toelichting algemeen
Artikel V RRWN
Artikel V . RRWN
V RRWN-alg. Toelichting Algemeen
V RRWN-1. Toelichting ad artikel V, eerste lid, RRWN
V RRWN-2. Toelichting ad artikel V, tweede lid, RRWN
Artikel VI RRWN
Artikel VI. RRWN
VI RRWN-alg. Toelichting algemeen
Artikel VII RRWN
Artikel VII. RRWN
VII RRWN-1. Toelichting ad artikel VII, eerste lid, RRWN
VII RRWN-2. Toelichting ad artikel VII, tweede lid, RRWN
Paragraaf 1. Verzoeken ingediend vóór inwerkingtreding van de RRWN (1 april 2003)
paragraaf 2. Overgangsregeling voor verzoeken ingediend ná inwerkingtreding van de RRWN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 11-3 Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
artikel 11, derde lid van Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003">
11-3. Toelichting ad artikel 11, derde lid
Een verzoek van de vader of moeder tot medeverlening van het Nederlanderschap aan een kind dat ten tijde van het verzoek de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt wordt ingewilligd indien het kind in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een onafgebroken periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek toelating en hoofdverblijf en, sedert het tijdstip van het verzoek, toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf heeft. Het Nederlanderschap wordt slechts verleend, indien het kind daarmee uitdrukkelijk instemt, hij bereid is bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen en op hem geen van de afwijzingsgronden van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, met inbegrip van het tweede lid van dat artikel, van toepassing is. Het besluit tot verlening wordt niet bekend gemaakt dan nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd.
In deze bepaling is tot uitdrukking gebracht dat oudere minderjarigen in het Nederlands recht in toenemende mate een bijzondere rechtspositie verkrijgen. Deze positie rechtvaardigt een eigen naturalisatieregeling.
Anders dan bij een kind jonger dan zestien jaar (dat nog leerplichtig is en om die reden sneller ingeburgerd zal geraken), is in dit artikellid bepaald dat het kind dat ten tijde van het verzoek zestien jaar of ouder is in aanmerking kan komen voor medeverlening als hij “een onafgebroken periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek toelating en hoofdverblijf” in het Koninkrijk heeft. Ook bij medeverlening is hierbij de achterliggende gedachte dat in het kader van het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit een persoon pas rechten behoort op te kunnen bouwen, nadat de overheid heeft ingestemd met zijn bestendig verblijf in het Koninkrijk. Op grond van dit artikellid moet het kind derhalve gedurende een ononderbroken periode van drie jaren vóór de indiening van het verzoek zijn toegelaten zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, RWN én moet hij drie jaren voor de indiening van het verzoek hoofdverblijf in het Koninkrijk hebben, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, RWN. Deze periode van toelating kan blijken uit het verblijfsdocument van het kind met bijgevoegd een afschrift uit de BRP dan wel een bericht omtrent toelating (zie artikel 3 BOT en de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, RWN ).
Verblijf in het verleden in Nederland als afhankelijk gezinslid van een geprivilegieerde vreemdeling, werkzaam bij een internationale organisatie, geldt onder specifieke voorwaarden als toelating in hierboven bedoelde zin.
De periode dat het afhankelijk gezinslid op basis van een geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon in Nederland heeft verbleven, en daardoor ingeschreven heeft gestaan in het daarvoor bestemde register bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, geldt in het kader van een verzoek om medeverlening als toelating in de zin van de RWN , mits deze periode onmiddellijk voorafging aan de toelating in het kader van de Vreemdelingenwet. Deze (onafgebroken) periode mag daarom worden meegeteld voor de vereiste termijn van drie jaren toelating in het kader van een verzoek om medeverlening.
Het verblijf als geprivilegieerde moet worden aangetoond door middel van het overleggen van een originele verklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ingeval van contra-indicatie dat het verblijf als geprivilegieerde, ondanks de verklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, niet onafgebroken is geweest, kan contact worden opgenomen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Ook voor de minderjarige van zestien jaar en ouder geldt dat hij “sedert het tijdstip van het verzoek, toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf” in het Koninkrijk moet hebben (zie de toelichting bij het tweede lid van onderhavig artikel).
Volgens onderhavig artikellid moet het kind dat ten tijde van de indiening van het verzoek zestien jaar of ouder is, zich bij de indiening bereid verklaren de verklaring van verbondenheid af te leggen ( model 2.30 HRWN ). Vervolgens zal het kind dat de bereidverklaring afgegeven heeft, tijdens de naturalisatieceremonie, de verklaring van verbondenheid moeten afleggen voordat hem het uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap kan worden uitgereikt. Het vereiste tot bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid geldt niet voor een kind dat bij het indienen van het verzoek om naturalisatie jonger dan zestien jaar is, maar gedurende de behandeling van het verzoek zestien jaar wordt (zie de toelichting bij artikel 6 , 7 en 8 RWN .)
Deze verplichting geldt voor alle verzoeken die op of na 1 oktober 2010 worden ingediend.
Verzoeken om medeverlening voor kinderen die bij het indienen van het verzoek van de ouder zestien jaar of ouder zijn, worden afgewezen als er op grond van hun gedrag ernstige vermoedens bestaan dat zij een gevaar opleveren voor de openbare orde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN en artikel 9, tweede lid, RWN. Bij deze groep kinderen wordt op dezelfde wijze als bij meerderjarige verzoekers beoordeeld of er openbare orde aspecten zijn op grond waarvan het verzoek moet worden afgewezen. In het kader van het onderzoek worden voor deze kinderen door de IND de vereiste justitiële documentatiegegevens opgevraagd (zie de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN ).
Minderjarigen van zestien jaar en ouder worden geacht voldoende inzicht te hebben om zelf te kunnen beslissen over de vraag of ze de Nederlandse nationaliteit willen verkrijgen. Om die reden is in dit artikellid opgenomen dat een kind, dat ten tijde van het verzoek om medeverlening van het Nederlanderschap zestien jaar of ouder is, het Nederlanderschap alleen zal verkrijgen als het kind daar uitdrukkelijk mee instemt. Op grond van artikel 31, derde lid, BVVN moet deze verklaring voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 3 BVVN. Dit betekent dat het kind in beginsel in persoon bij de burgemeester moet verschijnen om de instemmingsverklaring af te leggen (zie verder de toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN )60[119].
De verklaring moet op schrift worden gesteld en door het kind worden ondertekend.
Uit de tekst artikel 11, derde lid, RWN vloeit voort dat de vereisten van het in persoon een instemmingsverklaring afleggen niet geldt voor een kind dat bij het indienen van het verzoek om medeverlening jonger dan zestien jaar is, maar gedurende de behandeling van het verzoek zestien jaar wordt. Als dit kind echter al vóór het bereiken van de zestienjarige leeftijd een zienswijze omtrent de medeverlening van het Nederlanderschap naar voren heeft gebracht en het kind heeft daarbij te kennen gegeven geen prijs te stellen op medever lening, dan zal het kind niet worden meegenaturaliseerd (tenzij het zestienjarige kind op eigen initiatief alsnog een andere zienswijze geeft).
Op grond van artikel 2, derde lid, RWN moeten verklaringen van minderjarigen betreffende de nationaliteit worden afgelegd door hun wettelijk vertegenwoordiger. Deze vertegenwoordigingsplicht geldt echter niet voor minderjarigen vanaf twaalf jaar bij het naar voren brengen van een zienswijze omtrent de verlening of medeverlening van het Nederlanderschap op grond van artikel 2, vierde lid, RWN. Die vertegenwoordigingsplicht geldt evenmin voor minderjarigen vanaf zestien jaar die op grond van het onderhavige derde lid uitdrukkelijk moeten verklaren in te stemmen met de medeverlening. Het gaat er bij het geven van bedoelde zienswijze of instemmingsverklaring immers om dat de minderjarige zijn eigen mening kenbaar maakt (zie ook de toelichting bij artikel 2, derde lid, RWN).
Voor de duidelijkheid worden hieronder de vereisten genoemd, waaraan moet zijn voldaan als het een verzoek om medeverlening betreft voor een kind dat ten tijde van indiening van dat verzoek zestien jaar of ouder is:
het kind heeft een onafgebroken periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het indienen van het verzoek toelating als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, RWN;
het kind heeft een onafgebroken periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het indienen van het verzoek hoofdverblijf in het Koninkrijk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, RWN;
het kind heeft in de periode van indiening van het verzoek tot en met het moment van beslissen op het verzoek toelating voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, RWN;
het kind heeft in de periode van indiening van het verzoek tot en met het moment van beslissen op het verzoek hoofdverblijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, RWN;
er zijn op grond van het gedrag van het kind geen ernstige vermoedens dat het kind een gevaar oplevert voor de openbare orde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN en artikel 9, tweede lid, RWN;
het kind heeft zich bereid verklaard bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen.
Let op: dit is alleen van toepassing als het verzoek is ingediend op of na 1 oktober 2010;
het kind heeft in een op schrift gestelde en ondertekende verklaring ingestemd met de medeverlening;
deze instemmingsverklaring moet in beginsel in persoon door het kind worden afgelegd.61[120]