Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Vergunningen
+ Hoofdstuk III. Gedoogplichten
- Hoofdstuk IV. Schadevergoeding
+ Hoofdstuk V. Beroep
+ Hoofdstuk VI. Heffingen
+ Hoofdstuk VIA. Verdere bepalingen
+ Hoofdstuk VII. Handhaving
+ Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Grondwaterwet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 22 december 2009. U leest nu de tekst die gold op 21 december 2009.
Artikel 34
De schade tengevolge van het in de artikelen 31 en 32 bedoelde onderzoek wordt vergoed door de provincie onderscheidenlijk door degene op wiens verzoek voor het onderzoek een gedoogplicht is opgelegd. De vordering tot schadevergoeding staat ter kennisneming van de rechtbank van het arrondissement, waarin de gronden of wateren ten aanzien waarvan een gedoogplicht is opgelegd geheel of gedeeltelijk zijn gelegen. De vordering tot schadevergoeding wordt behandeld en beslist door de kantonrechter van de rechtbank.
1.
De schade aan een onroerende zaak, welke is veroorzaakt door een onttrekking of infiltratie krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, wordt door de vergunninghouder, indien en voorzover dit redelijkerwijze kan worden gevergd, ondervangen.
2.
Indien en voorzover de schade niet is ondervangen, is de vergunninghouder desgevorderd verplicht jegens ieder die enig recht op het gebruik of het genot van de onroerende zaak heeft, die schade te vergoeden.
3.
Niettemin kan een eigenaar van de onroerende zaak, indien door de aard of de omvang van de schade de eigendom van die zaak voor hem van te geringe betekenis is geworden, vorderen dat de vergunninghouder de onroerende zaak in eigendom overneemt.
4.
De in het vorige lid bedoelde vordering kan worden gedaan zowel bij niet-aanvaarding van een als schadevergoeding aangeboden som als na aanvaarding daarvan.
5.
De vorderingen, op grond van het eerste, het tweede en het derde lid, staan ter kennisneming van de rechtbank binnen wier rechtsgebied de onroerende zaak of het grootste gedeelte daarvan is gelegen.
1.
Ingeval de rechtbank de vordering, bedoeld in artikel 35, derde lid, gegrond acht, veroordeelt zij de vergunninghouder tot overneming en tot betaling van de overnemingssom. Tegen het vonnis staat geen ander rechtsmiddel open dan beroep in cassatie. Het beroep in cassatie moet op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen ervan worden ingeschreven in de registers, bedoeld in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.
Ten aanzien van de vaststelling van de overnemingssom vinden de artikelen 27, eerste en tweede lid , 28, eerste, tweede en derde lid , 29-35 en 37, eerste lid, der Onteigeningswet overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de rechtbank in plaats van een of een oneven aantal deskundigen ook twee deskundigen kan benoemen.
3.
Het vonnis waarbij de vergunninghouder tot overneming is veroordeeld, kan worden ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek , nadat het in kracht van gewijsde is gegaan. Door inschrijving van het vonnis gaat de eigendom op de vergunninghouder over.
1.
Hij, die op grond van artikel 35, eerste, tweede of derde lid, een vordering kan doen, kan eerst verzoeken een onderzoek in te stellen. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend bij gedeputeerde staten van de provincie, waarbinnen de onroerende zaak geheel of grotendeels is gelegen. Deze zenden het verzoek voorzover nodig door aan het college van gedeputeerde staten dat de vergunning heeft verleend en geven daarvan in dat geval kennis aan de verzoeker.
2.
Gedeputeerde staten stellen het verzoek in handen van een door hen in te stellen commissie van deskundigen en zenden een afschrift daarvan aan de vergunninghouder of vergunninghouders die zij daarbij betrokken achten. Zij doen hiervan mededeling aan de verzoeker.
3.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid stellen gedeputeerde staten een ieder op zijn verzoek de gegevens beschikbaar van de ingevolge de vergunningvoorschriften verrichte metingen van het grondwaterpeil.
1.
In het in artikel 37, eerste lid, bedoelde geval brengt de commissie van deskundigen zo spoedig mogelijk advies uit over de ondervanging of vergoeding van de schade dan wel over de overneming van de onroerende zaak.
2.
De commissie van deskundigen zendt haar advies bij aangetekende brief aan degene op wiens verzoek zij een onderzoek heeft ingesteld, zomede aan de betrokken vergunninghouder of vergunninghouders. Gedeputeerde staten ontvangen een afschrift van het advies.
1.
Gedurende vier weken na de verzending van het advies kunnen de in artikel 38, tweede lid, bedoelde personen schriftelijk bedenkingen inbrengen bij de commissie van deskundigen. De commissie stelt degenen, die dit bij het schriftelijk inbrengen van bedenkingen verlangen, in de gelegenheid hun bedenkingen in persoon of bij gemachtigde op een daartoe door haar te beleggen zitting voor één of meer van haar leden mondeling toe te lichten, daarbij desgewenst bijgestaan door deskundigen.
2.
Van het behandelde ter zitting, bedoeld in het eerste lid, wordt een proces-verbaal opgemaakt dat aan de betrokkenen die hun bedenkingen hebben toegelicht, in afschrift wordt toegezonden.
3.
Indien de commissie in de bedenkingen aanleiding heeft gevonden haar aanvankelijk advies te wijzigen, zendt zij haar nader advies gelijktijdig met het proces-verbaal aan de betrokkenen, overeenkomstig artikel 38, tweede lid.
Artikel 40
Indien een onroerende zaak is gelegen in een gebied waarin de grondwaterstand invloed ondergaat van meer dan één onttrekking en blijkens het onderzoek van de commissie van deskundigen niet of niet binnen redelijke termijn is vast te stellen door welke onttrekking de schade die die onroerende zaak ondervindt, wordt veroorzaakt, kennen gedeputeerde staten de rechthebbende ten aanzien van die onroerende zaak op zijn verzoek een vergoeding van de kosten van ondervanging der schade of schadevergoeding toe. De rechthebbende is in dat geval gehouden tot overdracht van de rechten welke hij tegenover derden mocht kunnen doen gelden.
1.
Indien de houder van een vergunning door gehele of gedeeltelijke intrekking van zijn vergunning of door wijziging van de daaraan verbonden voorschriften schade lijdt of zal lijden welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen gedeputeerde staten hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2.
Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde schadevergoeding toekennen indien de gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of wijziging van de daaraan verbonden voorschriften nodig is;
a. als gevolg van het rekening houden met het in artikel 7 van de Wet op de waterhuishouding bedoelde plan, voor zover dat is vastgesteld of herzien ingevolge een aanwijzing als bedoeld in artikel 10 van die wet;
b. ter voldoening aan een ingevolge artikel 30 van deze wet jo artikel 8.27 van de Wet milieubeheer gegeven aanwijzing.
1.
Indien de gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of wijziging van de daaraan verbonden voorschriften nodig is om gunstig te kunnen beschikken op de aanvraag tot verlening of uitbreiding van een andere vergunning, kunnen gedeputeerde staten indien zij op grond van artikel 41, eerste lid, schadevergoeding toekennen, deze geheel of gedeeltelijk ten laste van de aanvrager brengen. Indien schadevergoeding is toegekend door Onze in artikel 41, tweede lid, bedoelde Minister kunnen gedeputeerde staten deze op diens verzoek geheel of gedeeltelijk ten laste van de aanvrager brengen.
2.
In de in het eerste lid bedoelde gevallen worden de beschikkingen op deze aanvraag en de beschikking tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de daarbij betrokken vergunning of tot wijziging van de daaraan verbonden voorschriften, alsmede de daarmede verband houdende beschikkingen tot toekenning van de schadevergoeding en tot verhaal daarvan zoveel mogelijk gelijktijdig gegeven.
3.
Elk van de in het tweede lid bedoelde beschikkingen treedt - in afwijking van artikel 43, eerste lid, van deze wet juncto artikel 20.3 van de Wet milieubeheer - eerst in werking wanneer deze beschikkingen alle onherroepelijk zijn geworden en vervolgens de deswege verschuldigde schadevergoeding is betaald. Voor het bewijs van betaling is artikel 59, tweede lid, der Onteigeningswet van overeenkomstige toepassing.
4.
Indien door een beslissing in beroep op één der beschikkingen, bedoeld in het tweede lid, de overige beschikkingen niet meer in stand kunnen of behoeven te worden gehouden, worden deze ingetrokken.
5.
De in het tweede lid bedoelde beschikkingen worden eveneens ingetrokken, indien degene te wiens laste de schadevergoeding geheel of gedeeltelijk is gebracht, heeft verklaard het bedrag daarvan niet voor zijn rekening te willen nemen, dan wel indien hij dat bedrag niet heeft voldaan binnen acht weken na een daartoe aan hem bij aangetekende brief gedane aanmaning tot betaling.