Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk II. Vergunningen
+ Hoofdstuk III. Gedoogplichten
+ Hoofdstuk IV. Schadevergoeding
+ Hoofdstuk V. Beroep
+ Hoofdstuk VI. Heffingen
+ Hoofdstuk VIA. Verdere bepalingen
+ Hoofdstuk VII. Handhaving
+ Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Grondwaterwet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 22 december 2009. U leest nu de tekst die gold op 21 december 2009.
1.
De aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning wordt ingediend bij gedeputeerde staten van de provincie waarin de aanvrager de onttrekking of de infiltratie wil verrichten, dan wel waarin hij deze verricht.
2.
Provinciale staten bepalen bij verordening welke gegevens en bescheiden de aanvrager moet overleggen; daarbij kunnen tevens nadere regelen worden gegeven betreffende de wijze waarop de nodige onderzoekingen moeten worden verricht ter beoordeling van de vergunningaanvraag. Artikel 11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17
Op de voorbereiding van een vergunning en de wijziging daarvan zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing.
1.
Gedeputeerde staten stellen de provinciale grondwatercommissie in de gelegenheid hun advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning.
2.
Provinciale staten bepalen bij verordening voor welke onttrekkingen van grondwater de provinciale grondwatercommissie - in afwijking van het eerste lid - niet in de gelegenheid wordt gesteld van advies te dienen. Artikel 11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
Indien ten tijde van de behandeling van de aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning de gevolgen van het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water onvoldoende kunnen worden beoordeeld, kan de vergunning voor een proefperiode worden verleend. Na afloop van die periode kan de vergunning een of meerdere malen opnieuw voor een proefperiode worden verleend. De proefperiode wordt in de vergunning ten hoogste op vijf jaren gesteld, met dien verstande, dat de gezamenlijke proefperioden een periode van tien jaren niet mogen overtreffen.
1.
Op aanvraag van de vergunninghouder kunnen gedeputeerde staten voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog voorschriften aan de vergunning verbinden.
2.
Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing.
1.
Uit eigen beweging of op verzoek van een belanghebbende, niet zijnde de vergunninghouder, kunnen gedeputeerde staten de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog voorschriften aan de vergunning verbinden, indien de bescherming van de bij het grondwater betrokken belangen dat vordert.
2.
Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing.
1.
Gedeputeerde staten kunnen hetzij uit eigen beweging hetzij op verzoek van belanghebbenden de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, indien blijkt van omstandigheden of feiten, waardoor in verband met de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen de onttrekking of infiltratie in haar geheel dan wel gedeeltelijk niet langer toelaatbaar wordt geacht.
2.
Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing.
1.
Gedeputeerde staten trekken de vergunning in, indien de vergunninghouder schriftelijk verklaart daarvan geen gebruik te maken.
2.
Gedeputeerde staten kunnen de vergunning intrekken indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. daarvan gedurende vier achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt;
c. aan het onttrokken water een andere bestemming wordt gegeven dan in de vergunning staat vermeld;
d. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet in acht worden genomen.
Artikel 28
Indien een inrichting is gelegen in meer dan één provincie, kunnen de colleges van gedeputeerde staten van deze provincies bij gemeenschappelijke beschikking bepalen dat de gegevens bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder c, voor deze inrichting slechts behoeven te worden verstrekt aan één van deze colleges.
Artikel 29
Indien de inrichting door middel waarvan wordt of zal worden onttrokken, zich bevindt in een gebied dat in meer dan één provincie is gelegen, of indien het infiltreren in een zodanig gebied plaats vindt of zal vinden, worden de beschikkingen krachtens de artikelen 14, 22-25, 31 en 40-42, door de betrokken colleges van gedeputeerde staten gemeenschappelijk gegeven. Indien deze colleges niet tot overeenstemming kunnen komen, doen zij hiervan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk één jaar na de indiening van de aanvraag of het verzoek mededeling aan Onze Minister, die alsdan de beschikking geeft. Deze beschikking wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een beschikking van gedeputeerde staten.
Artikel 30
De artikelen 8.27 en 21.1 en hoofdstuk 19 van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen en wijzigen van vergunningen, het wijzigen van vergunningvoorschriften en het intrekken van vergunningen, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 8.27 onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en dat laatstgenoemde minister bij de toepassing van dat artikel rekening houdt met de nota, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de waterhuishouding.