Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemeen
- Hoofdstuk II. De organisatie van de openbare drinkwatervoorziening
+ Hoofdstuk III. De zorg voor de kwaliteit van drinkwater
+ Hoofdstuk IV. Leveringszekerheid en continuïteit
+ Hoofdstuk V. De doelmatigheid van de openbare drinkwatervoorziening
+ Hoofdstuk VI. Verslag met betrekking tot de kwaliteit van het drinkwater
+ Hoofdstuk VII. Handhaving
+ Hoofdstuk VIII. Maatregelen in het belang van de volksgezondheid
+ Hoofdstuk IX. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk X. Evaluatie
+ Hoofdstuk XI. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Drinkwaterwet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Bestuursorganen dragen zorg voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.
2.
Bij de uitoefening van bevoegdheden en toepassing van wettelijke voorschriften door bestuursorganen geldt de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening als een dwingende reden van groot openbaar belang.
Artikel 3
De zorg, overeenkomstig deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor een voldoende en duurzame uitvoering van de openbare drinkwatervoorziening binnen een distributiegebied berust bij de eigenaar van het drinkwaterbedrijf die bevoegd en, overeenkomstig artikel 8, verplicht is tot levering van drinkwater in dat gebied.
1.
Het is aan andere personen dan de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verboden om:
a. drinkwater te produceren voor consumenten of andere afnemers,
b. drinkwater te distribueren aan consumenten of andere afnemers.
2.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, gelden niet voor degene die een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer drijft, voor zover drinkwater wordt geproduceerd voor, of wordt geleverd aan:
a. consumenten of andere afnemers binnen die inrichting, dan wel
b. consumenten of andere afnemers binnen een andere inrichting, voor zover die andere inrichting:
1°. voorheen deel uitmaakte van de in de aanhef bedoelde inrichting, of
2°. voor 25 februari 2005 was aangesloten op de collectieve watervoorziening van de in de aanhef bedoelde inrichting.
3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, gelden voorts niet voor de eigenaar van een voorziening voor de productie of distributie van water op een binnen het Nederlandse territoir of het Nederlandse deel van het continentale plat gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, welk water als drinkwater aan consumenten binnen die mijnbouwinstallatie ter beschikking wordt gesteld.
4.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voorts niet voor de eigenaar van een collectief leidingnet,
a. voor zover dat leidingnet deel uitmaakt van:
1°. een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
2°. een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop ten behoeve van recreatief nachtverblijf gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van tenten, tentwagens, kampeerauto’s of voertuigen of gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
3°. een bungalowpark;
4°. een volkstuincomplex;
5°. een bedrijfsterrein;
b. voor zover op dat leidingnet, al dan niet tijdelijk, een of meer tappunten zijn aangesloten in openbare of voor het publiek of andere personen toegankelijke terreinen of ruimten.
5.
Op een daartoe strekkende aanvraag kan Onze Minister aan de eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet ontheffing verlenen van een verbod als bedoeld in het eerste lid, voor zover het betreft het produceren voor, of het distribueren aan, consumenten of andere afnemers binnen een of meer inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer , indien:
a. de aansluiting van die inrichting of inrichtingen op het leidingnet van een drinkwaterbedrijf naar het oordeel van Onze Minister in strijd is, of zou komen, met het belang van een doelmatige openbare drinkwatervoorziening, en
b. het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet.
6.
Onze Minister kan aan een ontheffing, bedoeld in het vijfde lid, voorschriften en beperkingen verbinden en deze wijzigen of intrekken.
7.
Onze Minister kan een ontheffing intrekken, indien:
a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
b. de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nageleefd;
c. geen grond voor verlening van de ontheffing meer aanwezig is.
8.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de totstandkoming van de beschikking op aanvraag, bedoeld in het vijfde lid, en de beschikking inzake het intrekken van de ontheffing, bedoeld in het zevende lid.
1.
Onze Minister stelt voor elk drinkwaterbedrijf een distributiegebied vast, waarbinnen de eigenaar van het betreffende drinkwaterbedrijf de exclusieve bevoegdheid en plicht, overeenkomstig artikel 8, tot het leveren van drinkwater heeft.
2.
Het is de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verboden om door middel van een watervoorzieningswerk water, niet zijnde drinkwater, te leveren buiten het voor dat drinkwaterbedrijf vastgestelde distributiegebied.
3.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor de levering van water aan een ander drinkwaterbedrijf en voor de levering van nooddrinkwater aan consumenten of andere afnemers.
4.
Bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister distributiegebieden wijzigen ter vergroting van de doelmatigheid van de openbare drinkwatervoorziening.
5.
Alvorens tot een wijziging als bedoeld in het vierde lid over te gaan, legt Onze Minister zijn voornemen aan de betrokken eigenaars voor, onder opgave van redenen. Binnen zes weken kunnen belanghebbenden hun zienswijze schriftelijk of mondeling bij Onze Minister kenbaar maken.
6.
De eigenaren van drinkwaterbedrijven die het aangaat kunnen gezamenlijk, onverminderd de artikelen 14 tot en met 16, Onze Minister verzoeken om wijziging van het voor hun bedrijf vastgestelde distributiegebied.
7.
Onze Minister kan besluiten geen gevolg te geven aan een verzoek als bedoeld in het zesde lid, indien de gevraagde wijziging naar zijn oordeel in strijd is met het belang van de openbare drinkwatervoorziening. Binnen zes weken kunnen belanghebbenden hun zienswijze schriftelijk of mondeling bij Onze Minister kenbaar maken.
8.
In geval van een wijziging van het voor hun drinkwaterbedrijf vastgestelde distributiegebied als bedoeld in het vierde lid, is de eigenaar van het betrokken drinkwaterbedrijf gehouden binnen een bij die wijziging aangegeven periode medewerking te geven aan de uitvoering van die wijziging, met inbegrip van een eventuele overdracht van de eigendom of het beheer van de betreffende watervoorzieningswerken, voor zover deze ten gevolge van de wijziging komen te liggen in een voor een ander drinkwaterbedrijf vastgesteld distributiegebied.
1.
Onze Minister stelt ten minste eenmaal in de zes jaar een beleidsnota inzake de openbare drinkwatervoorziening vast.
2.
De beleidsnota bevat in elk geval:
a. de hoofdlijnen en beginselen van het beleid, ter uitvoering van deze wet, met betrekking tot de productie en distributie van deugdelijk drinkwater en de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening;
b. de hoofdlijnen van het beleid ter uitvoering van voor Nederland bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie met betrekking tot de productie en het ter beschikking stellen van drinkwater, en
c. de hoofdlijnen van het beleid met betrekking tot de bescherming van bij de bereiding van drinkwater te gebruiken grondstoffen.
3.
Onze Minister betrekt bij het opstellen van de beleidsnota de zienswijzen van belanghebbenden.
4.
Zodra de beleidsnota is vastgesteld, zendt Onze Minister deze aan beide Kamers der Staten-Generaal en doet hij mededeling van de vaststelling in de Staatscourant, onder vermelding van de plaats of plaatsen waar de beleidsnota voor eenieder ter inzage ligt. Tevens zendt hij de beleidsnota aan de bestuursorganen, instellingen en overige organisaties die betrokken waren bij de voorbereiding ervan.
5.
De beleidsnota kan tussentijds worden gewijzigd. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf heeft tot taak:
a. het tot stand brengen en in stand houden van een duurzame en doelmatige openbare drinkwatervoorziening in het voor zijn bedrijf vastgestelde distributiegebied;
b. het tot stand brengen en in stand houden van de infrastructuur die noodzakelijk is voor de productie en distributie van drinkwater in dat distributiegebied;
c. het overeenkomstig artikel 8 leveren van drinkwater binnen het voor zijn bedrijf vastgestelde distributiegebied, en
d. het borgen van de kwaliteit en duurzaamheid van het productie- en distributieproces en het geleverde drinkwater.
2.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf heeft voorts tot taak:
a. het bijdragen aan de bescherming van de bronnen voor de drinkwatervoorziening in zijn distributiegebied tegen verontreiniging, waaronder in elk geval wordt begrepen:
1°. het verrichten van onderzoek naar de kwaliteit van deze bronnen;
2°. het beheren of medebeheren van terreinen rondom deze bronnen gericht op het voorkomen of beperken van verontreiniging van deze bronnen;
b. het bijdragen aan het uit een oogpunt van volksgezondheid verantwoord omgaan met drinkwater door eigenaars, consumenten en andere afnemers tussen het punt van levering en het punt waar het drinkwater voor consumptie ter beschikking komt, waaronder in elk geval wordt begrepen:
1°. het geven van voorlichting aan consumenten;
2°. het opstellen van technische eisen ten aanzien van de op zijn distributienet aan te sluiten en aangesloten installaties;
3°. het overeenkomstig artikel 24 uitvoeren van controles ten aanzien van bedoelde installaties.
3.
De infrastructuur die door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, is of wordt aangelegd, hersteld, vernieuwd of uitgebreid wordt voor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht aangemerkt als openbaar werk of openbare werken van algemeen nut.
4.
Indien de eigenaar van een drinkwaterbedrijf baten die zijn verkregen ter uitvoering van een taak of taken als bedoeld in het eerste of tweede lid aanwendt voor het verrichten van economische activiteiten, geschiedt de aanwending van die baten tegen condities die in het normale handelsverkeer gebruikelijk zijn voor de financiering van de desbetreffende economische activiteiten. De artikelen 25a, aanhef en onderdeel d, en 25b van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing op de eigenaren van drinkwaterbedrijven.
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf is verplicht, binnen het voor zijn bedrijf vastgestelde distributiegebied, aan degene, die daarom verzoekt, een aanbod te doen om die persoon te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde leidingnet.
2.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf is voorts verplicht, binnen het voor zijn bedrijf vastgestelde distributiegebied, aan degene, die daarom verzoekt, een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde leidingnet aan die persoon drinkwater te leveren.
3.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf hanteert voorwaarden die redelijk, transparant en niet discriminerend zijn.
4.
In het belang van de openbare drinkwatervoorziening kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste tot en met derde lid.
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf voert een beleid, gericht op het voorkomen van het afsluiten van een kleinverbruiker.
2.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het beëindigen van de levering van drinkwater aan een kleinverbruiker, alsmede over preventieve maatregelen om de afsluiting van kleinverbruikers zoveel mogelijk te voorkomen.
3.
De in het tweede lid bedoelde preventieve maatregelen kunnen tevens inhouden dat in bij de regeling, bedoeld in dat lid, omschreven gevallen met daarbij aangeduide instanties overleg wordt gepleegd alsmede dat in die gevallen aan de desbetreffende instantie de in die regeling omschreven gegevens omtrent een kleinverbruiker worden verstrekt.
4.
De ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de gezamenlijke drinkwaterbedrijven, de consumentenorganisaties en de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven over de inhoud van de regeling.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt een algemeen aanvaarde bedrijfseconomische methode vastgesteld volgens welke de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet en het aandeel eigen vermogen in het totale vermogen worden bepaald.
2.
Onze Minister stelt tweejaarlijks voor 1 november, ten behoeve van de bepaling van de tarieven voor de daarop volgende twee kalenderjaren, het maximaal toegestane aandeel vast van het eigen vermogen in het totale vermogen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld volgens welke criteria en tot welk niveau Onze Minister op een daartoe strekkend verzoek van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf van dit in de vorige volzin bedoelde maximale aandeel kan afwijken.
3.
Onze Minister stelt tweejaarlijks voor 1 november, ten behoeve van de bepaling van de tarieven voor de daarop volgende twee kalenderjaren, de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet vast volgens de methode, bedoeld in het eerste lid. Tegen de vaststelling is geen bezwaar of beroep mogelijk.
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf hanteert tarieven die kostendekkend, transparant en niet discriminerend zijn.
2.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf hanteert bij de bepaling van de vermogenskosten die in het tarief mogen worden doorberekend ten hoogste de geldende gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet, vastgesteld krachtens artikel 10, derde lid.
3.
De toerekening van de kosten van materiële vaste activa vindt plaats op basis van afschrijvingsmethoden en afschrijvingstermijnen die volgens algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes zijn bepaald.
4.
Als grondslag voor het bepalen van de vermogenskosten, die in het tarief mogen worden doorberekend, geldt de activawaarde, waarbij de materiële vaste activa gewaardeerd worden tegen historische kostprijs.
1.
Uit de begroting van het drinkwaterbedrijf blijkt op welke wijze de kosten, waaronder de vermogenskosten die ten hoogste mogen worden gehanteerd, in het tarief zijn verwerkt.
2.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf brengt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een verslag uit dat inzicht verschaft in de kosten, waaronder de vermogenskosten, die in het voorafgaande kalenderjaar zijn gehanteerd bij het vaststellen van de tarieven voor de levering van drinkwater en het gerealiseerde bedrijfsresultaat over dat jaar. Het verslag dient voorzien te zijn van een goedkeurende verklaring van een registeraccountant. Onze Minister zendt dit verslag voor het einde van het kalenderjaar aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
3.
Indien uit het verslag, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat het gerealiseerde bedrijfsresultaat de voor dat jaar op basis van artikel 11, tweede lid, bepaalde vermogenskosten overschrijdt, draagt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf er zorg voor dat die overschrijding wordt gecompenseerd in de tariefstelling voor het daaropvolgende kalenderjaar.
1.
In het belang van de openbare drinkwatervoorziening worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de kosten die ten grondslag liggen aan het tarief, bedoeld in artikel 11;
b. de elementen en wijze van berekening van de tarieven, bedoeld in artikel 12.
2.
Indien niet wordt voldaan aan artikel 11 of  12 of nadere regels als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister een aanwijzing geven aan de eigenaar van een drinkwaterbedrijf. Bij de aanwijzing wordt aangegeven op welke gronden niet wordt voldaan aan artikel 11 of  12 of de bedoelde regels en welke wijzigingen met het oog daarop in het tarief vereist zijn. Bij de aanwijzing wordt een termijn gesteld waarbinnen aan de aanwijzing voldaan moet worden.
1.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf meldt de volgende rechtshandelingen, voordat deze rechtsgevolg krijgen, aan Onze Minister:
a. het wijzigen van de statuten;
b. het uitgeven van aandelen in het kapitaal van het drinkwaterbedrijf;
c. het overdragen van de eigendom van een of meer watervoorzieningswerken of werken ten behoeve van de productie van drinkwater;
d. het belasten van een of meer watervoorzieningswerken of werken ten behoeve van de productie van drinkwater met enig zakelijk of persoonlijk recht;
e. het belasten van de winst met enig zakelijk of persoonlijk recht;
f. het sluiten van een overeenkomst waardoor de zeggenschap over het drinkwaterbedrijf geheel of gedeeltelijk door of tezamen met derden wordt uitgeoefend, dan wel waardoor deze daartoe feitelijk in de gelegenheid worden gesteld.
2.
Bij de melding geeft de eigenaar van het betreffende drinkwaterbedrijf aan of sprake is van een overdracht als bedoeld in artikel 5, achtste lid.
Artikel 15
Het is verboden een rechtshandeling te verrichten, die tot gevolg heeft dat middellijk of onmiddellijk, alleen of tezamen met derden, door anderen dan een gekwalificeerde rechtspersoon geheel of gedeeltelijk zeggenschap wordt verkregen over een drinkwaterbedrijf of een deel daarvan, dan wel over de bedrijfsvoering van een drinkwaterbedrijf of een deel van die bedrijfsvoering.
Artikel 16
Tot de rechtshandelingen, bedoeld in artikel 15, behoren in elk geval:
a. het wijzigen van de bepalingen in de statuten van een drinkwaterbedrijf, zodanig dat daardoor de mogelijkheid wordt geboden dat een derde, niet zijnde een gekwalificeerde rechtspersoon, houder wordt van aandelen in het kapitaal van dat drinkwaterbedrijf;
b. het overdragen van aandelen in het kapitaal van een drinkwaterbedrijf aan een derde als bedoeld in onderdeel a;
c. het overdragen aan een derde als bedoeld in onderdeel a van de eigendom van een of meer watervoorzieningswerken;
d. het belasten of bezwaren van een of meer watervoorzieningswerken ten behoeve van een derde als bedoeld in onderdeel a met enig zakelijk of persoonlijk recht, indien als gevolg daarvan de gehele of gedeeltelijke zeggenschap over het drinkwaterbedrijf feitelijk niet meer zelfstandig wordt uitgeoefend door een gekwalificeerde rechtspersoon;
e. het belasten of bezwaren van de winst van een drinkwaterbedrijf ten behoeve van een derde als bedoeld in onderdeel a met enig zakelijk of persoonlijk recht;
f. het aangaan van een overeenkomst waardoor de zeggenschap over een drinkwaterbedrijf geheel of gedeeltelijk door, of tezamen met, een derde als bedoeld in onderdeel a wordt uitgeoefend, dan wel waardoor deze daartoe feitelijk in de gelegenheid wordt gesteld.
1.
Indien er naar het oordeel van Onze Minister sprake is van een rechtshandeling als bedoeld in artikel 15, geeft hij een aanwijzing aan de daarbij betrokken personen tot het binnen een daarbij te stellen termijn beëindigen van die handeling, dan wel, voor zover die handeling reeds is voltooid, tot het binnen die termijn ongedaan maken van de gevolgen van die handeling.
2.
Degene tot wie een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt gericht, is verplicht daaraan gevolg te geven.
3.
Van een aanwijzing doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.
1.
Een drinkwaterbedrijf fuseert niet met een ander drinkwaterbedrijf zonder voorafgaande toestemming van Onze Minister.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden criteria vastgelegd waaraan door Onze Minister een verzoek tot fusie wordt getoetst.
1.
Indien een drinkwaterbedrijf de rechtsvorm van een naamloze vennootschap heeft, zijn de artikelen 158 tot en met 164, met uitzondering van artikel 162, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
2.
Uiterlijk twaalf maanden nadat deze wet in werking is getreden, legt het bestuur aan de algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten voor. Artikel 154, vijfde lid, tweede en derde volzin, en zesde en zevende lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20
De bevoegdheid tot goedkeuring van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8 en 11, berust uitsluitend bij de algemene vergadering van een drinkwaterbedrijf.