Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
A. Algemeen deel
1. Hoofdlijnen van de wapenwetgeving
1.1. Inleiding
1.2. Categorieën wapens en munitie
1.2.1. Wapens
1.2.2. Munitie
1.2.3. Onderdelen en hulpstukken van wapens
1.2.4. Onderdelen van munitie
1.3. Verboden, vrijstellingen en uitzonderingen
1.3.1. Verboden
1.3.2. Vrijstellingen
1.3.3. Uitzonderingen
1.3.4. Overheidsfunctionarissen
1.3.4.1. Krijgsmacht
1.3.4.2. Politie
1.3.4.3. Buitengewoon opsporingsambtenaren
1.3.4.4. Overige overheidsfunctionarissen
1.4. Vergunningen
1.4.1. Algemeen
1.4.2. Ontheffingen
1.4.2.1. Verlening en verlenging
1.4.2.2. Weigering en intrekking
1.4.3. Erkenningen
1.4.3.1. Verlening en verlenging
1.4.3.2. Weigering en intrekking
1.4.3.3. Register
1.4.3.4. Vervoer door of namens de erkenninghouder
1.4.4. Verloven
1.4.4.1. Verlening en verlenging
1.4.4.2. Verlof tot voorhanden hebben van wapens en munitie
1.4.4.3. Verlof tot dragen van wapens en munitie
1.4.4.4. Verlof tot vervoer van wapens en munitie
1.4.4.5. Verlof tot verkrijging van wapens en munitie
1.4.4.6. Weigering en intrekking
1.4.4.7. Melding aan verenigingsbestuur bij intrekking of weigering
1.4.5. In- en uitvoer van wapens en munitie
1.4.5.1. In- en uitvoer op grond van de Wet wapens en munitie
1.4.5.2. In- en uitvoer op grond van de Algemene D0uanewet
1.4.5.3. Europese vuurwapenpas
2. Uitvoering en Toezicht
2.1. Uitvoering van de WWM
2.1.1. Algemeen
2.1.2. Administratieve voorschriften
2.2. Toezicht op de WWM
B. Bijzonder deel
1. Geen vrees voor misbruik
1.1. Algemeen
1.2. Invulling van het ‘vrees voor misbruik’ criterium
1.3. overgangsmaatregel
2. Schietsport
2.1. Algemeen
2.2. Schietverenigingen
2.2.1. Verenigingsverlof
2.2.2. Gebruik van verenigingswapens binnen de schietvereniging
2.2.3. Gebruik van verenigingswapens buiten de schietvereniging
2.2.4. Door de krijgsmacht ter beschikking gestelde wapens aan studentenweerbaarheidsverenigingen
2.2.5. Promotieactiviteiten en introducés
2.3. Schietcentra
2.4. Privé-wapens
2.4.1. Voorwaarden privéverlof schietsport
2.4.1.2. Eerste verlofaanvraag en eerste verlenging verlof sportschutter
2.4.2. Schietbeurten
2.4.3. Buitenlandse schietverenigingen
2.4.4. Maximum aantal wapens
2.4.5. Schieten met vrijgestelde wapens
2.4.6. Tijdelijk en incidenteel in gebruik afstaan van een privé-wapen
2.4.7. Schieten op overheidsbanen
2.4.8. Voorschriften en beperkingen
2.5. Onderdelen, hulpstukken en munitie
2.5.1. Wissellopen en andere essentiële onderdelen
2.5.2. Munitie
2.6. Schietsportdisciplines
2.7. Verboden en ongewenste wapens
2.7.1. Verboden wapens
2.7.2. Ongewenste wapens
2.8. Overgangsmaatregelen
2.8.1. Ongewenste wapens
2.8.2. Vrijgestelde wapens
2.8.3. Knsa-certificering
2.8.4. Bestaande verlofhouders
3. Verzamelaars
3.1. Verzamelaars van vuurwapens
3.1.1. Categorie III vuurwapens
3.1.2. Categorie II vuurwapens
3.1.3. Verzamelplan
3.1.4. Verlenging van verloven en ontheffingen
3.1.5. Voorschriften en beperkingen
3.2. Verzamelaars van munitie
3.2.1. Categorie III munitie
3.2.2. Categorie II munitie
3.2.3. Explosieven en nabootsingen van explosieven
3.2.4. Voorschriften en beperkingen
3.3. Verzamelaars van patroonmagazijnen
3.4. Retentie
3.5. Musea
3.6. Overgangsmaatregel
4. Re-enactment en historisch militair materieel
4.1. Re-enactment
4.1.1. Categorie III vuurwapens
4.1.2. Categorie II vuurwapens
4.1.3. Het dragen van wapens tijdens re-enactment uitvoeringen
4.1.4. Buitenlandse deelnemers aan re-enactment uitvoeringen
4.1.5. Voorwaarden voor de verlening van een verlof/ontheffing
4.1.6. Voorschriften en beperkingen
4.1.7. Verenigingsverloven en het gebruik van verenigingswapens
4.2. Historisch militair materieel
4.2.1. Categorie III vuurwapens
4.2.2. Categorie II vuurwapens
4.2.3. Voorwaarden voor de verlening van een verlof / ontheffing
4.2.4. Voorschriften en beperkingen
4.2.5. Tijdelijk en incidenteel in gebruik afstaan van historisch militair materieel
5. Alarmwapens, noodsignaalmiddelen en toestellen voor beroepsdoeleinden
5.1. Startschoten bij sportwedstrijden
5.2. Trainen van honden op schotvastheid
5.3. Noodsignaalmiddelen
5.4. Dummy launchers en lijnwerptoestellen
5.5. Schiethamers en Schietmaskers
5.6. Verdovingsgeweren
5.7. Doden van losgebroken en/of gewond vee/wild
5.8. Doden van gekweekt grofwild
5.9. Jagen / beheer en bestrijding van schade
6. Zelfverdediging
6.1. Algemeen
6.2. Wapens aan boord van schepen
6.2.1. Piraterij
6.2.2. Voorschriften en beperkingen
7. Tijdelijk verhuur van wapens
8. Opbergen en het gemeenschappelijk gebruik van wapens
8.1. Deugdelijke bergplaats
8.2. Opslag van wapens en munitie bij schietverenigingen
8.3. Vuurwapens op een tijdelijk adres
8.4. Gemeenschappelijk gebruik van wapens
9. Toezicht op de naleving
9.1. Toezicht op verlofhouders en jachtaktehouders
9.2. Toezicht op schietverenigingen
9.3. Toezicht op ontheffinghouders
9.4. Toezicht op erkenninghouders
9.5. Toezicht op consenten
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 4.1.7 Circulaire Wapens en Munitie 2012 II

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 16 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op 15 januari 2013.
4.1.7. Verenigingsverloven en het gebruik van verenigingswapens
Aan re-enactment-verenigingen kan een verlof worden verleend tot het voorhanden hebben van vuurwapens, die aan die vereniging toebehoren en die bestemd zijn voor gebruik door de leden van die vereniging. In het aanvraagformulier voor het verenigingsverlof (zie hieronder) – dat wordt ingediend door het bestuur van de vereniging bij de korpschef in de politieregio waar de vereniging, blijkens de statuten, haar zetel heeft – moet de naam worden vermeld van het (bestuurs)lid dat namens de vereniging de vuurwapens gaat beheren. In het verenigingsverlof wordt deze persoon dan genoemd als vertegenwoordiger van het bestuur, voor zover het betreft het beheren van de vuurwapens, terwijl het verlof tevens zijn pasfoto bevat. Om als beheerder te kunnen fungeren moet het (bestuurs)lid tenminste één jaar lid zijn van de vereniging en mag ten aanzien van hem geen vrees voor misbruik bestaan. Indien meer (bestuurs)leden als beheerder optreden, verkrijgt ieder van die (bestuurs)leden een verenigingsverlof.
Van het verlenen van het verenigingsverlof geeft de korpschef kennis aan de korpschef in de politieregio van elk van de beheerders, indien deze in een andere regio wonen. Deze kennisgeving geschiedt door het toezenden van een kopie van het verleende verlof.
Het verenigingsverlof kan slechts worden verleend voor wapens, die passen binnen het met de historische eenheid, slag of gebeurtenis verband houdende specifieke tijdsbeeld, waarop de betrokken vereniging zich richt. Deze verenigingswapens moeten op het verenigingsverlof worden vermeld. Het aantal vuurwapens, waarvoor het verenigingsverlof geldt, dient voorts in een redelijke verhouding te staan tot het aantal leden dat regelmatig van die wapens gebruik maakt.
Verenigingswapens zijn ervoor bestemd om de leden van de vereniging, die niet over een (geschikt) eigen vuurwapen beschikken, in staat te stellen deel te nemen aan re-enactment-uitvoeringen. De op het verenigingsverlof vermelde beheerders mogen daartoe de verenigingswapens ter hand stellen aan andere leden, die onder toezicht van die beheerders deelnemen aan de re-enactment-uitvoering 39[42] .Gebruik van verenigingswapens
Het deelnemen aan re-enactment-uitvoeringen met verenigingswapens, door leden van die vereniging, mag slechts plaatsvinden indien de beheerder van de verenigingswapens het desbetreffende lid begeleidt naar de plaats van de uitvoering, alwaar hij hem het wapen ter hand stelt. Na afloop van de uitvoering neemt de beheerder het wapen weer in ontvangst.