Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Voorwoord
1. Optieverklaringen in het buitenland
Artikel 6-2
6-2. Toelichting ad artikel 6, tweede lid
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 6-3
6-3. Toelichting ad artikel 6, derde lid
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Procedure
Paragraaf 2.1. Informatieverstrekking
Paragraaf 2.2. Afleggen van de optieverklaring
Paragraaf 2.2.1. Vormvereisten: afleggen in persoon
Paragraaf 2.2.1.1. Meerderjarige optant
Paragraaf 2.2.1.2. Minderjarige optant
Paragraaf 2.2.1.3. Kinderen van de optant
Paragraaf 2.2.1.4. Wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder
Paragraaf 2.2.1.5. Gemachtigde
Paragraaf 2.2.2. Uitsluitend schriftelijk optieverklaring afleggen
Paragraaf 2.2.3. Te verstrekken gegevens
Paragraaf 2.2.4. Af te leggen verklaringen
Paragraaf 2.2.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid ( model 1.36a HRWN)
Paragraaf 2.2.4.2. Waarheidsverklaring
Paragraaf 2.2.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
Paragraaf 2.2.5. (Overige) over te leggen documenten
Paragraaf 2.2.5.1. Buitenlands reisdocument
Paragraaf 2.2.5.2. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
Paragraaf 2.2.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
Paragraaf 2.2.5.4. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
Paragraaf 2.3. Paragraaf 2.3 Inontvangstneming optieverklaring
Paragraaf 2.3.1. Bevoegdheid Minister van Buitenlandse Zaken
Paragraaf 2.3.2. Ontvangstbevestiging
Paragraaf 2.3.3. Beoordeling verschuldigdheid optiegelden
Paragraaf 2.3.4. Beoordeling volledigheid optieverklaring/inverzuimstelling
Paragraaf 2.4. Voorbereiding van de beslissing
Paragraaf 2.4.1. Toetsing juistheid verstrekte gegevens
Paragraaf 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan
Paragraaf 2.4.2.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij optieverklaringen afgelegd op of ná 1 maart 2009)
Paragraaf 2.4.2.2. Geen gevaar voor de openbare orde, etc.
Paragraaf 2.4.2.3. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
Paragraaf 2.4.2.4. Onderzoek naar zienswijze kind/wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
Paragraaf 2.5. Bevestiging
Paragraaf 2.6. Administratieve verwerking van de bevestiging
Paragraaf 2.7. Archivering
Paragraaf 2.8. Weigering bevestiging
Paragraaf 2.8.1. Weigering bevestiging verklaring van de optant
Paragraaf 2.8.2. Bevestiging ten aanzien van de ouder/weigering bevestiging medeverkrijging
Paragraaf 2.9. Bezwaar
Paragraaf 2.9.1. De Minister van Buitenlandse Zaken beslist
Paragraaf 2.9.2. Afhandeling van de beslissing
Paragraaf 2.9.2.1. Bezwaarschrift gegrond
Paragraaf 2.9.2.2. Bezwaarschrift tegen weigering medeverkrijging Nederlanderschap door kind gegrond
Paragraaf 2.9.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond
Paragraaf 2.10. (hoger) beroep
Paragraaf 2.11. Verhuizing van de optant tijdens de procedure
Paragraaf 2.12. Naturalisatieceremonie
Paragraaf 2.12.1. De oproeping
Paragraaf 2.12.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
Paragraaf 2.12.3. Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ( artikel 5, vijfde lid, RVVN)
Paragraaf 2.12.4. Afleggen verklaring van verbondenheid
Paragraaf 2.12.5. Zwaarwegende redenen ( artikel 60a, zesde lid BVVN) en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
Paragraaf 2.12.5.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
Paragraaf 2.12.5.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
Paragraaf 2.12.6. Procedurele aspecten na uitreiking
2. Naturalisatie vanuit het buitenland
Artikel 7
7-1. Toelichting ad artikel 7, eerste lid
7-1-1. Toelichting algemeen
7-1-2. Toelichting nadere regelgeving in het BVVN
7-1-3. Procedure naturalisatie
Paragraaf 3.1. Voorlichtingsfase
Paragraaf 3.2. Indiening verzoek om naturalisatie
Paragraaf 3.2.1. Meerderjarige verzoeker ( artikel 8, tweede lid, artikel 10 en artikel 11, vijfde lid RWN)
Paragraaf 3.2.2. Medeverlening ( artikel 11, eerste lid, RWN)
Paragraaf 3.2.3. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
Paragraaf 3.2.4. Gemachtigde
Paragraaf 3.2.5. Uitsluitend schriftelijk verzoek
Paragraaf 3.3. Te verstrekken gegevens
Paragraaf 3.4. Af te leggen verklaringen
Paragraaf 3.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid ( model 2.30a HRWN)
Paragraaf 3.4.2. Waarheidsverklaring
Paragraaf 3.4.3. Verklaring verblijf gedrag
Paragraaf 3.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
Paragraaf 3.5. Over te leggen documenten
Paragraaf 3.5.1. Buitenlands reisdocument
Paragraaf 3.5.2. Buitenlandse akten (van de burgerlijke stand)
Paragraaf 3.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
Paragraaf 3.5.4. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
Paragraaf 3.5.5. (overige) over te leggen documenten
Paragraaf 3.5.6. Bewijsnood
Paragraaf 3.6. Inontvangstneming verzoek
Paragraaf 3.6.1. Bevoegdheid Minister van Buitenlandse Zaken
Paragraaf 3.7. Beoordeling volledigheid van het verzoek
Paragraaf 3.7.1. Beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)
Paragraaf 3.7.2. Beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden
Paragraaf 3.7.3. Beoordeling verplichting afleggen inburgeringsexamen
Paragraaf 3.7.4. Buitenbehandelingstelling
Paragraaf 3.8. Voorbereiding advies
Paragraaf 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens
Paragraaf 3.8.2. Toetsing voorwaarden (mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging
Paragraaf 3.8.3. Verhuizing tijdens de adviesfase
Paragraaf 3.9. Uitbrengen advies
Paragraaf 3.10. Beslissing op het verzoek
Paragraaf 3.11. Bezwaar
Paragraaf 3.12. (hoger) beroep
Paragraaf 3.13. Naturalisatieceremonie
Paragraaf 3.13.1. De oproeping
Paragraaf 3.13.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
Paragraaf 3.13.3. Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ( artikel 5, vijfde lid, RVVN)
Paragraaf 3.13.4. Afleggen verklaring van verbondenheid
Paragraaf 3.13.5. Zwaarwegende redenen ( artikel 60b, zesde lid BVVN) en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
Paragraaf 3.13.5.1. Zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
Paragraaf 3.13.5.2. Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
Paragraaf 3.13.6. Procedurele aspecten na uitreiking
Artikel 8.1.b. jo. c. jo. d. jo. e. jo. lid 2
8.1.b. jo. lid 2 toelichting ad artikel 8.1.b jo. lid 2
Paragraaf 1. Fictieve toets bij buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken ( artikel 8.1.b jo. lid 2, paragraaf 3.8 )
Paragraaf 2. Toelichting bij procedure inburgeringsexamen en (gedeeltelijke) vrijstellingen ( artikel 8.1.d)
Paragraaf 2.1. Voorlichtingsfase ( paragraaf 2.1.1 )
Paragraaf 2.2. Vrijstelling van het examen ( paragraaf 2.2 )
Paragraaf 2.3. Belemmering
Paragraaf 3. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander ( artikel 8.2, paragraaf 1.2 )
Artikel 11-2. jo. lid 3 jo. lid 6
Paragraaf 1.1. Toelichting Openbare orde (Toelichting ad artikel 11, derde lid)
Paragraaf 1.2. Toelichting Geen vereiste van toelating en hoofdverblijf (Toelichting ad artikel 11, zesde lid)
3. Modellen behorend bij optieverklaringen in het buitenland en naturalisatieverzoeken vanuit het buitenland
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:

Paragraaf 2.2.3. Te verstrekken gegevens

Op grond van artikel 6, eerste lid, BVVN moet de optant bij het afleggen van de optieverklaring betreffende zichzelf, voor zoveel mogelijk, gegevens te verstrekken met betrekking tot:
a. geslachtsnaam en voornaam of voornamen, onderscheidenlijk naam of namen;
b. geboortedatum, geboorteplaats en geboorteland;
c. adres, postcode en woonplaats;
d. geslacht;
e. nationaliteit(en);
f. tegenwoordige en, voor zoveel nodig, eerdere verblijfsrechtelijke status;
g. als van toepassing: duur van huidige toegelaten verblijf in het Koninkrijk en duur van eerder toegelaten verblijf in het Koninkrijk;
h. als van toepassing: bestaan en duur van het huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan wel de ontbinding daarvan, alsmede ten aanzien van de echtgenoot of partner de gegevens hierboven bedoeld onder a tot en met e;
i. als van toepassing: betreffende de minderjarige kinderen van de optant, de gegevens hierboven bedoeld onder a tot en met e, en onder g;
j. als van toepassing: betreffende de ouders of grootouders van de optant, de gegevens bedoeld in de onderdelen a tot en met g. Voor de toepassing van de optiemogelijkheid in artikel 6, eerste lid, onder i t/m o van de Rijkswet 17 juni 2010 (Stb. 2010, 242) kunnen onder gegevens bedoeld in onderdeel e mede worden verstaan de historische gegevens betreffende de nationaliteit van de ouders of grootouders van de optant;
k. als het een minderjarige betreft over wie gezag wordt uitgeoefend, de gegevens bedoeld in de onderdelen a tot en met e van degene of degenen die dit gezag uitoefenen;
l. de overige gegevens die naar het oordeel van de tot het in ontvangst nemen van de verklaring bevoegde autoriteit nodig zijn voor de beoordeling van het geval.
Voor zoveel mogelijk verstrekt de optant dezelfde gegevens over de minderjarige kinderen en kindskinderen die hij in zijn optie wenst te betrekken ( artikel 6, tweede lid, BVVN).
De informatie over de gegevens genoemd bij a tot en met e, zal bij iedere optieverklaring moeten worden verstrekt. Deze gegevens komen dan ook in ieder model optieformulier terug. De noodzakelijkheid van verstrekking van gegevens genoemd in de onderdelen f tot en met l is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het verstrekken van gegevens over het huwelijk of de ontbinding daarvan (h) is bijvoorbeeld met name bij opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f juncto artikel 26, eerste lid, onder c ( model 1.9a HRWN) en artikel 28 RWN (model 1.12a HRWN) van belang. Daarnaast kan het feit of een huwelijk is gesloten of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, uiteraard van belang zijn voor de vraag of de optant wel of niet meerderjarig is. De gegevens bij onderdeel j zijn met name van belang bij opties op grond van artikel 6, eerste lid, onder c en d RWN (model 1.5a HRWN en 1.6a HRWN). De gegevens bij onderdeel l zijn met name van belang bij opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, d en i t/m o RWN.Ad a t/m e, g (wat betreft de duur van het hoofdverblijf) en h t/m k
Het verdient mede gelet op het bepaalde in artikel 4:7 Awb aanbeveling deze gegevens met betrekking tot de optant zelf (en indien van toepassing met betrekking tot in de optieverklaring genoemde (kinds)kinderen) onmiddellijk in overleg met de optant te controleren. Hiermee kunnen onnodige procedures worden voorkomen.
Uiteraard gaat het niet om de duur van het hoofdverblijf in het Koninkrijk, maar om (de duur van) het hoofdverblijf buiten het Koninkrijk. Het hoofdverblijf (en de duur daarvan) buiten het Koninkrijk zal kunnen blijken uit de bevolkingsadministratie (of andere officiële lokale overheidsbronnen) van het land waar de optant zijn hoofdverblijf heeft. Met betrekking tot in de optieverklaring genoemde minderjarige kinderen is het van belang dat wordt aangetoond wat de geslachtsnaam, voornamen, plaats en datum van geboorte van de ouders van de minderjarige kinderen zijn en wie het gezag over de kinderen uitoefent. Voorts zal over het algemeen uit de bevolkingsadministratie (of andere officiële lokale overheidsbronnen) van het desbetreffende land buiten het Koninkrijk (moeten) blijken waar de in de optieverklaring genoemde kinderen hoofdverblijf hebben.
Zie voor een nadere toelichting van het begrip 'hoofdverblijf' de toelichting bij de artikelen 1, eerste lid, onder h RWN .
Voor de optanten bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i t/m o RWN geldt dat zij naast de afstamming ook de nationaliteit van hun (groot)ouders moeten aantonen. Hiervoor zal in sommige gevallen een persoonskaart of een uittreksel met historische gegevens van één van de (groot)ouders of van beiden dienen te worden opgevraagd
Daarnaast kan de niet-Nederlandse nationaliteit van de vader van de optant bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i en j, RWN worden aangetoond aan de hand van een zonodig gelegaliseerde verklaring van de autoriteiten van het land van nationaliteit van deze vader.
Ook kan een zonodig gelegaliseerde verklaring van de autoriteit van het land van de nationaliteit van de echtgenoot van moeder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i RWN, en een zonodig gelegaliseerde verklaring van de autoriteit van het land van geboorte van de optant worden verlangd, waaruit blijkt dat de moeder van de optant niet de nationaliteit van een van deze landen bezat op de dag van de geboorte van de optant. Ten aanzien van de adoptiefmoeder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder j RWN, kan worden volstaan met de eerste verklaring.Ad f en g (wat betreft de periode van toelating)
Bij optieverklaringen afgelegd in het buitenland geldt uiteraard niet het vereiste van toelating in het Koninkrijk. De optant zal in de praktijk niet in het bezit zijn van een verblijfsdocument voor het Koninkrijk.Ad l
In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn nadere gegevens en bewijsstukken te vragen (vergelijk ook artikel 6, vijfde lid, BVVN). Te denken valt bijvoorbeeld aan:
een bewijs van eerder bezit van de Nederlandse nationaliteit. Dit bewijs kan worden verkregen na raadpleging van – voor zover aanwezig – de eigen administratie of het bestand van het bureau Vestigingsregister van de gemeente Den Haag. Indien de Minister van Buitenlandse Zaken twijfelt aan het beweerde oud-Nederlanderschap of oud-Nederlands onderdaanschap, dient daarvan een bewijs overgelegd te worden door de optant. Zie de toelichting bij artikel 6, eerste lid, onder f (paragraaf 2 ). Zie ook artikel 22 RWN.
een bewijs met betrekking tot de verkrijging of verlening van de andere nationaliteit (én het tijdstip waarop deze is verkregen). De verliesgronden kunnen bijvoorbeeld blijken uit een door een bevoegde overheidsinstantie afgegeven document. Zie de toelichting bij artikel 26 RWN .
een bewijs van gezagsvoorziening. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een buitenlands rechterlijke voogdijbeschikking of een echtscheidingsvonnis, waarbij tevens in het gezag over de kinderen is voorzien. Het hier bedoelde bewijs kan bijvoorbeeld nodig zijn om te kunnen beoordelen of een minderjarige al dan niet zal delen in de naamsvaststelling van zijn ouder;
een bewijs van verzorging en opvoeding (in geval van een optie op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c of d, RWN).