Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Lijst
+ § 1. Inleidende opmerkingen
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
+ Artikel 7a
Artikel 8
Artikel 9
+ Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
+ Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 22a
+ Artikel 23
+ Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
+ Artikel 27
Artikel 27a
Artikel 28
Artikel 29
Artikel 30
Artikel 31
+ Artikel 31a
Artikel 32
Artikel 33
Artikel 34
Artikel 35
Artikel 35a
Artikel 35b
Artikel 36
Artikel 36a
Artikel 36b
Artikel 37
Artikel 38
Artikel 39
Artikel 40
Artikel 41
Artikel 42
Artikel 42a
Artikel 42b
Artikel 42c
Artikel 43
Artikel 43a
Artikel 44
Artikel 44a
Artikel 44b
Artikel 44c
Artikel 45
Artikel 46
Artikel 47
+ Artikel 48
Artikel 49
Artikel 50
Artikel 51
Artikel 52
Artikel 53
+ Artikel 54
Artikel 55
Artikel 56
+ Artikel 57
§ 1. Algemene onderwerpen
Artikel 58
Artikel 59
Artikel 60
Artikel 61
Artikel 62
+ Artikel 63
§ 1. Inleiding
Artikel 63a
Artikel 64
Artikel 65
Artikel 65a
+ Artikel 66
Artikel 67
Artikel 68
Artikel 69
+ Artikel 70
Artikel 71
Artikel 72
Hoofdstuk XI. Wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement
Hoofdstuk XIA. EG-Insolventieverordening
Hoofdstuk XII. Vervolgingskosten
Hoofdstuk XIII. Oninbaarlijden van belastingschuld
Hoofdstuk XIV. Uitwinnen van zekerheid voor rechten bij invoer
Hoofdstuk XV. Paspoortsignalering
Hoofdstuk XVa. Verplichtingensignaal motorrijtuigenbelasting
Hoofdstuk XVI. Gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lid-staten
Hoofdstuk XVII. Internationale invordering
Hoofdstuk XVIII. Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Invordering van een terugvordering huurtoeslag, kindertoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 21 BWB3:Leidraad invordering 1990

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2008. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2008.
Artikel 21
§ 1. Voorrang 1. Werkingssfeer
Dit artikel voorziet in een voorrecht voor alle rijksbelastingen en de hierop verschuldigde opcenten, sociale verzekeringspremies, rente en kosten, op alle zaken en vermogensrechten waarop verhaal mogelijk is.2. Executiekosten
Artikel 3:277 BW geeft aan dat de kosten die aan een executie zijn verbonden steeds bij voorrang uit de opbrengst kunnen worden voldaan. Onder executiekosten kunnen in dit verband worden verstaan de kosten die met betrekking tot de uitwinning na het bevel tot betaling zijn gemaakt. Na een executie spitst de verdeling zich - met inachtneming van de rangorde - dus toe op de netto-opbrengst.3. Rangorde
Het fiscale voorrecht neemt rang na hypotheek en pand, voorzover het pandrecht niet rust op een zaak als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet en daarbij ook aan de overige in dit lid gestelde voorwaarden is voldaan. Zie in dit verband artikel 3:279 BW. Dit houdt in dat het voorrecht alleen boven een bezitloos pandrecht kan worden ingeroepen voor de in artikel 22, derde lid, van de wet genoemde belastingen. Opgemerkt wordt dat in het geval van faillissementsvorderingen bij samenloop van het bodemvoorrecht en het bezitloos pandrecht het bodemvoorrecht niet geldt voor bestuurlijke boeten die zijn vastgesteld in verband met de naheffingsaanslagen als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet en de bestuurlijke boeten als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Douanewet.
Het voorrecht van de fiscus gaat daarnaast boven alle andere voorrechten, met uitzondering van de voorrechten als genoemd in de artikelen 3:287, 3:288, letter a, en 3:284 BW. De laatstgenoemde uitzondering geldt alleen voor de kosten van behoud, die na de dagtekening van het betreffende aanslagbiljet zijn ontstaan.4. Voorrecht douane-expediteur artikel 32a DW
Het voorrecht van de douane-expediteur van artikel 32a DW is gelijk aan het voorrecht op grond van artikel 21 van de wet, met dien verstande dat dit laatste recht voorgaat. Verwezen wordt naar bijlage II.5. Zaaksvervanging
Een bestaand voorrecht is tevens van kracht op de vergoedingen die verband houden met het tenietgaan of de waardevermindering van de inbeslaggenomen zaak. Deze zaaksvervanging treedt eerst in werking na de betekening van het oorspronkelijke beslag aan de schuldenaar van de vergoeding (vergelijk artikel 455a, eerste lid, Rv). Voorts dient het beslag aan de belastingschuldige te worden betekend binnen acht dagen na de betekening van het beslag aan de schuldenaar van de vergoeding.6. Geldend maken van het voorrecht boven bezitloos pandrecht op bodemzaken door de ontvanger
Het recht van voorrang boven bezitloos pandrecht op bodemzaken, wordt geldend gemaakt door op de betreffende bodemzaak beslag te leggen. De bezitloos pandhouder blijft ook na dit beslag bevoegd de betreffende zaken tot zich te nemen en te executeren met inachtneming van de bepalingen betreffende executie krachtens pandrecht. Nadat de zaken door de bezitloos pandhouder te gelde zijn gemaakt, is hij gehouden om de netto-opbrengst van de inbeslaggenomen zaken aan de ontvanger - althans voor het deel van diens vordering dat bevoorrecht is boven pand en waarvoor beslag is gelegd - af te staan. Het bepaalde in het negende lid van deze paragraaf is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Zolang de pandhouder de ontvanger niet heeft aangezegd dat hij van zijn bovengenoemde bevoegdheid gebruik zal maken, blijft de ontvanger bevoegd de inbeslaggenomen bezitloos verpande zaken te executeren.7. Geldend maken van het voorrecht boven bezitloos pandrecht op bodemzaken in faillissement c.q. in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Ten gevolge van de faillietverklaring c.q. de uitspraak waarbij de wettelijke schuldsaneringsregeling op de belastingschuldige van toepassing is verklaard, vervallen alle individueel gelegde beslagen waaronder ook het beslag op bezitloos verpande bodemzaken. Vanaf de faillietverklaring c.q. de uitspraak schuldsaneringsregeling is inbeslagneming van bezitloos verpand bodemzaken door de ontvanger niet langer mogelijk. Het algemene faillissementsbeslag treedt daarvoor -zowel in de faillissements- als in de schuldsaneringssituatie- van rechtswege in de plaats. Voor de rechten die de ontvanger in voorkomend geval aan laatstbedoeld beslag kan ontlenen, is van belang dat zich ten tijde daarvan bezitloos verpande bodemzaken in de boedel bevinden.
De curator in het faillissement dan wel de bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling dient op grond van artikel 57, derde lid, FW de belangen te behartigen die de ontvanger ingevolge artikel 21, tweede lid, van de wet heeft. In het geval de pandhouder de bezitloos verpande zaken, overeenkomstig zijn daartoe wettelijk gegeven bevoegdheid tijdens het faillissement c.q. de schuldsaneringsregeling te gelde maakt, is hij gehouden de netto-opbrengst daarvan aan de curator dan wel de bewindvoerder af te dragen tot het beloop van de fiscale vorderingen waarvoor de ontvanger bevoorrecht is boven pand. Het is daarbij niet van belang of de fiscale vorderingen reeds ten tijde van de liquidatie van de bezitloos verpande zaken door de pandhouder al zijn geformaliseerd in aanslagen.
De bevoegdheid ex artikel 57, derde lid, FW oefent de curator c.q. de bewindvoerder uit op het tijdstip dat blijkt, bijvoorbeeld ten tijde van het vaststellen van de (slot)uitdelingslijst in het faillissement of wettelijke schuldsaneringsregeling of reeds eerder indien reeds op voorhand duidelijk is dat de hoogte van de belastingschuld aantasting van de rechten van de pandhouder onvermijdelijk maakt, dat de boven de pandhouder bevoorrechte vorderingen van de ontvanger niet uit het vrije actief kunnen worden voldaan.
Als in een faillissementsvordering ex artikel 19 van de wet naheffingsaanslagen zijn begrepen voor belastingen als genoemd in artikel 22, derde lid, van de wet is het van belang de curator te wijzen op de bevoorrechte positie boven de bezitloos pandhouder. Als melding ter verificatie bij de bewindvoerder ziet op naheffingsaanslagen als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet geldt mutatis mutandis hetzelfde.8. Benadeling
Als de ontvanger van oordeel is dat hij door de overname van een executie door de bezitloos pandhouder in zijn belangen wordt geschaad, kan hij in overweging nemen de zaak - in kort geding -aan de rechter voor te leggen.
Als na de executie van een beslagen zaak blijkt dat de ontvanger door het handelen van de pandhouder schade heeft geleden, dient een actie wegens onrechtmatige daad niet te worden uitgesloten. Het bepaalde in artikel 3, § 4, tweede lid, van deze leidraad is op vorenstaande procedures van toepassing. Tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling of tijdens het faillissement van een belastingschuldige mag van de bewindvoerder onderscheidenlijk van de curator een gelijke actie worden verlangd.9. Volgorde uitwinning in relatie tot bezitloos verpande zaken
Als er beslag is gelegd en de ontvanger is ervan op de hoogte dat onder de beslagen zaken zich zaken ex artikel 21, tweede lid, van de wet en/of bodemzaken ex artikel 22, derde lid, van de wet bevinden, zal de ontvanger, als hij tot executie overgaat, zich eerst verhalen op de zaken van de belastingschuldige, niet zijnde de zaken als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet. Vervolgens zullen de zaken ex artikel 21, tweede lid, worden uitgewonnen en pas daarna de bodemzaken. Vorenstaande volgorde behoeft niet in acht te worden genomen als op voorhand duidelijk is dat de hoogte van de belastingschuld aantasting van - de rechten op - de zaken van derden onvermijdelijk maakt of anderszins het belang van de invordering zich tegen het vorengenoemde uitgangspunt verzet. Zie in dit verband artikel 22, § 1, derde lid, van deze leidraad.10. Tijdsduur
Het fiscale voorrecht geldt gedurende de gehele periode waarin een belastingaanslag kan worden ingevorderd. Op het moment dat de verjaring als bepaald in artikel 27 van de wet intreedt, vervalt het fiscale voorrecht.11. Geheel of gedeeltelijk afzien van de voorrang
Wordt aan de ontvanger het verzoek gedaan om geheel of gedeeltelijk van het recht van voorrang af te zien om andere redenen dan ter bereiking van een akkoord, dan wordt dit verzoek ter verdere afwikkeling overgedragen aan het ministerie.