Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Het certificaat van onderzoek
+ Hoofdstuk IIa. De technische eisen voor de vaart op de Rijn in Nederland, met inbegrip van de Waal en de Lek
+ Hoofdstuk IIb. De meting
+ Hoofdstuk III. De arbeidsomstandigheden aan boord
+ Hoofdstuk IV. Het vaarbewijs
+ Hoofdstuk IVa. De bevoegdheidsbewijzen voor de vaart op de Rijn in Nederland, met inbegrip van de Waal en de Lek
+ Hoofdstuk V. Onderzoek en toezicht
+ Hoofdstuk VI
+ Hoofdstuk VII. Strafbepalingen
- Hoofdstuk VIII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Binnenschepenwet

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2009. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2009.
1.
Indien niet wordt voldaan aan de in artikel 5, eerste lid, bedoelde regelen ten aanzien van:
a. schepen waarvan de bouw was voltooid;
b. schepen waarvoor het bouwcontract was gesloten;
c. schepen waarvoor geen bouwcontract is gesloten, maar waarvan de kiel was gelegd dan wel de bouw zich in een daarmee vergelijkbaar stadium bevond;
een en ander op het tijdstip van het in werking treden van artikel 5, wordt op aanvraag een certificaat van onderzoek afgegeven als bedoeld onder artikel 5, vijfde lid, mits voorzieningen zijn getroffen welke voldoen aan de eisen, neergelegd in de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 10.
2.
Het vorige lid is niet van toepassing met betrekking tot schepen, die na het in werking treden van artikel 5 uit het buitenland worden gekocht.
1.
In afwijking van artikel 19 wordt een vaarbewijs afgegeven aan een ieder, die bij het in werking treden van artikel 19:
a. als schipper werkzaam is en sedert het tijdstip, gelegen drie jaren voor het in werking treden van artikel 19, als schipper werkzaam is geweest aan boord van een schip, dat tot de in artikel 16 bedoelde categorieën behoort en waarmede bedrijfsmatig op binnenwateren wordt gevaren, of
b. in eigendom heeft en sedert het tijdstip, gelegen drie jaren voor het in werking treden van artikel 19 in eigendom heeft gehad een schip, dat tot de in artikel 16 bedoelde categorieën behoort en waarmede niet bedrijfsmatig wordt gevaren, of
c. in het bezit is van een bewijs van vaarbekwaamheid voor de binnenvaart, dat afgegeven is voor de bedrijfsmatige vaart en dat door Onze Minister is erkend, of
d. in het bezit is van een bewijs van vaarbekwaamheid voor de binnenvaart, dat afgegeven is voor de niet-bedrijfsmatige vaart en dat door Onze Minister is erkend.
2.
De aanvrage ter verkrijging van het vaarbewijs dient uiterlijk een jaar na het in werking treden van artikel 19 te worden ingediend.
3.
In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder a en c , onderscheidenlijk b en d , wordt afgegeven het groot vaarbewijs, onderscheidenlijk het klein vaarbewijs.
4.
Indien de aanvrager bij het in werking treden van artikel 19 65 jaar of ouder is, wordt het vaarbewijs niet eerder afgegeven dan nadat de verklaringen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, aanhef, onder a, zijn overgelegd.
5.
Het vaarbewijs is geldig voor de vaart op alle binnenwateren.
1.
Het groot vaarbewijs, afgegeven ingevolge deze wet, waarvan de houder de 50-jarige leeftijd nog niet heeft bereikt op de datum van inwerkingtreding van artikel 23a, is geldig tot de dag waarop de houder de leeftijd van 50 jaar en drie maanden bereikt.
2.
Het groot vaarbewijs, afgegeven ingevolge deze wet, waarvan de houder de 50-jarige leeftijd bereikt of heeft bereikt op de datum van inwerkingtreding van artikel 23a, is geldig tot de dag waarop de houder de leeftijd van 55 jaar en drie maanden heeft bereikt.
3.
Het groot vaarbewijs, afgegeven ingevolge deze wet, waarvan de houder de 55-jarige leeftijd bereikt of heeft bereikt op de datum van inwerkingtreding van artikel 23a, is geldig tot de dag waarop de houder de leeftijd van 60 jaar en drie maanden heeft bereikt.
4.
Het groot vaarbewijs, afgegeven ingevolge deze wet, waarvan de houder de 60-jarige leeftijd bereikt of heeft bereikt op de datum van inwerkingtreding van artikel 23a, is geldig tot de dag waarop de houder de leeftijd van 65 jaar en drie maanden heeft bereikt.
5.
Het groot vaarbewijs, afgegeven ingevolge deze wet, waarvan de houder de 65-jarige leeftijd bereikt of heeft bereikt op de datum van inwerkingtreding van artikel 23a, is geldig tot drie maanden na de eerstvolgende verjaardag van de houder.
1.
Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, artikel 56 ain werking worden gesteld.
2.
Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepaling.
3.
Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
4.
Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, wordt de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5.
Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
6.
Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad .
Artikel 56a
De bepalingen van en krachtens deze wet ten aanzien van schepen en schippers gelden slechts voor zover zulks bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.
1.
Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
2.
De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 5, eerste lid, 10, eerste lid, 13, eerste lid en 19, eerste lid, wordt Ons niet gedaan dan twee maanden nadat een ontwerp-tekst van die maatregel in de Staatscourant is bekend gemaakt en daarvan aan de Staten-Generaal mededeling is gedaan.
Artikel 59
De bevoegdheid tot het maken van gemeentelijke verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp, waarin deze wet voorziet, gehandhaafd, voor zover die verordeningen niet met deze wet in strijd zijn.
Artikel 60
De Wet van 23 April 1880, S. 67, betreffende de openbare middelen van vervoer, met uitzondering der spoorwegdiensten, wordt ingetrokken.
Artikel 61 [Vervalt per 01-07-2009]
De Wet van den 29sten Mei 1920, S. 272, houdende vaststelling van bepalingen in aansluiting aan de op de Rijnvaartakte steunende gemeenschappelijke politieverordening der Rijnoeverstaten betreffende de uitrusting van schepen en vlotten met bergruimten voor drinkwater, wordt ingetrokken.
Artikel 62
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 63
Deze wet kan worden aangehaald als "Binnenschepenwet".
Artikel 64
De artikelen van deze wet treden in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld met betrekking tot door Ons te bepalen categorieën schepen.