Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsomschrijvingen
+ § 1a. College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
+ § 2. De toelating en registratie van bestrijdingsmiddelen
+ § 3. Ge- en verbodsbepalingen met betrekking tot toegelaten bestrijdingsmiddelen
+ § 3a. Toezicht op de naleving
+ § 3b. Bestuurlijke handhaving
+ § 4. Monsterneming
+ § 5. Adviesinstantie
+ § 6. Plaatselijke voorzieningen
- § 7. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Bestrijdingsmiddelenwet 1962

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 17 oktober 2007. U leest nu de tekst die gold op 16 oktober 2007.
1.
De verplichting tot geheimhouding op grond van artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht geldt niet ten aanzien van die bestanddelen van een bestrijdingsmiddel, welke schadelijk zijn voor de mens, of voor dieren of planten, welker instandhouding gewenst is.
2.
Indien in een stuk dat ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde aan Onze betrokken Minister, onderscheidenlijk het college, dan wel aan een andere persoon of instelling wordt overgelegd, gegevens voorkomen of uit zodanig stuk gegevens kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding met het oog op bedrijfsgeheimen gerechtvaardigd is, besluit Onze betrokken Minister, onderscheidenlijk het college, op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van degene die het stuk overlegt, dat die gegevens geheim worden gehouden. Een zodanig verzoek is met redenen omkleed.
3.
Onze betrokken Minister stelt regelen met betrekking tot de gegevens waarvoor de verplichting tot geheimhouding niet geldt.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van een communautaire maatregel inzake onderwerpen waarop deze wet van toepassing is, regelen worden gesteld.
2.
Bij de regelen, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van het bij deze wet bepaalde inzoverre het betreft:
a. de voorwaarden, genoemd in artikel 3, eerste of tweede lid;
b. werkzame stoffen voor bestrijdingsmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e;
c. de invulling van de in onderdeel a bedoelde voorwaarden, bedoeld in artikel 3 a , eerste lid;
d. de aanvraag als bedoeld in de artikelen 4, 4 aof 5, vijfde lid;
e. de duur van de toelating of registratie alsmede van de verlenging daarvan als bedoeld in artikel 5, eerste lid;
f. de datum van 26 juli 2003, genoemd in artikel 25, eerste lid;
g. de datum van 13 mei 2010, genoemd in artikel 25b, eerste lid.
1.
Artikel 3, tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing op gewasbeschermingsmiddelen die werkzame stoffen bevatten die op 25 juli 1993 nog niet eerder werden afgeleverd en die niet bij de in dat artikelonderdeel bedoelde communautaire maatregel zijn aangewezen, mits:
a. voldaan is aan de regelen, bedoeld in artikel 4 a , tweede lid, tweede zin;
b. door het college wordt vastgesteld dat:
- de residuen van de betreffende werkzame stoffen geen schadelijke uitwerking hebben op de gezondheid van mens en dier of op het grondwater en geen voor het milieu onaanvaardbaar effect, en deze residuen, voor zover zij in toxicologisch opzicht of uit milieu-oogpunt van belang zijn, door middel van algemeen gebruikte methoden kunnen worden gemeten;
- het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen na een toepassing die in overeenstemming is met de goede gewasbeschermingspraktijken, geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van mens en dier en geen voor het milieu onaanvaardbaar effect heeft als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten derde tot en met ten tiende, en
- het gewasbeschermingsmiddel voldoet aan de overige voorwaarden voor toelating, bedoeld in de artikelen 3, eerste en tweede lid, en 3 a.
2.
In geval van een toelating waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid, geldt deze voor een termijn van ten hoogste drie jaren. Indien de termijn van toelating korter is dan drie jaren, kan deze één of meerdere malen worden verlengd met dien verstande, dat de totale duur van de termijn niet langer zal zijn dan drie jaren, tenzij ter uitvoering van een communautaire maatregel een langere termijn kan worden gesteld.
3.
Het college kan een toelating waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid intrekken. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing op een zodanige intrekking.
1.
Artikel 3, tweede lid, onderdeel a, is tot 26 juli 2003 evenmin van toepassing op gewasbeschermingsmiddelen die uitsluitend werkzame stoffen bevatten die niet bij de in dat artikelonderdeel bedoelde communautaire maatregel zijn aangewezen en reeds vóór 26 juli 1993 werden afgeleverd.
2.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 7 trekt het college ter uitvoering van een communautaire maatregel met betrekking tot een bestrijdingsmiddel als bedoeld in het eerste lid een toelating, waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid, in, of wijzigt het de voorschriften als bedoeld in artikel 5, tweede lid. Artikel 7, derde en vierde lid, zijn op de intrekking van de toelating en artikel 5, vijfde lid, laatste zin, is op de wijziging van de voorschriften van toepassing.
1.
Artikel 3, tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing op biociden die werkzame stoffen bevatten die op 13 mei 2000 nog niet eerder werden afgeleverd en die niet bij de in dat artikelonderdeel bedoelde communautaire maatregel zijn aangewezen, mits voldaan is aan de regelen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdelen a, b en d; 3a en 4a, tweede lid, tweede zin.
2.
In geval van een toelating dan wel registratie waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid, geldt deze voor een termijn van ten hoogste drie jaren. Indien de termijn van toelating dan wel registratie korter is dan drie jaren, kan deze een of meerdere malen worden verlengd met dien verstande, dat de totale duur van de termijn niet langer zal zijn dan drie jaren.
3.
Het college kan een toelating dan wel registratie waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid intrekken. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing op een zodanige intrekking.
4.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan ter uitvoering van een communautaire maatregel, de termijn van drie jaren met ten hoogste een jaar worden verlengd.
1.
Artikel 3, tweede lid, onderdeel a, is tot en met 13 mei 2010 evenmin van toepassing op biociden die uitsluitend werkzame stoffen bevatten die niet bij de in dat artikelonderdeel bedoelde communautaire maatregel zijn aangewezen en reeds voor 13 mei 2000 werden afgeleverd.
2.
Onverminderd artikel 5 wijzigt het college ter uitvoering van een communautaire maatregel met betrekking tot een bestrijdingsmiddel als bedoeld in het eerste lid, de voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede lid waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid. Artikel 5, vijfde lid, is van toepassing op de wijziging van de voorschriften.
3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 7 trekt het college ter uitvoering van een communautaire maatregel met betrekking tot een bestrijdingsmiddel als bedoeld in het eerste lid, een toelating of registratie in, waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid. Artikel 7, derde en vierde lid, is van toepassing op de intrekking van de toelating of registratie.
1.
Een bestrijdingsmiddel, waarvan de werkzame stof of stoffen door het college zijn aangewezen, is, in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 en 3a en van de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, van rechtswege toegelaten of geregistreerd met ingang van het in het derde lid bedoelde tijdstip.
2.
Bij de aanwijzing van een werkzame stof, bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de effecten van de betrokken werkzame stof, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten derde tot en met ten tiende.
3.
De toelating of registratie, bedoeld in het eerste lid, is van kracht met ingang van het tijdstip van beëindiging van de uit hoofde van artikel 4 afgegeven toelating of registratie, met dien verstande dat indien dit tijdstip van beëindiging reeds is verstreken, de toelating, onderscheidenlijk registratie terug werkt tot en met dat tijdstip. De toelating, onderscheidenlijk registratie geldt, in afwijking van artikel 5, eerste lid, tot het tijdstip waarop uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan een met betrekking tot de betrokken werkzame stof vastgestelde communautaire maatregel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, met dien verstande dat zij in ieder geval doorloopt na 26 juli 2003, dan wel 15 mei 2010 indien uiterlijk op die onderscheiden datum geen communautaire maatregel is vastgesteld die vermeldt of de betrokken werkzame stof mag worden gebruikt als basis voor een gewasbeschermingsmiddel onderscheidenlijk biocide.
4.
Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bestrijdingsmiddelen is het verboden te handelen in strijd met de krachtens artikel 5, tweede en derde lid, gegeven voorschriften, zoals deze golden tot het moment van beëindiging van de toelating of registratie uit hoofde van artikel 4, en met de krachtens artikel 13 gegeven voorschriften.
5.
Onverminderd de artikelen 5 en 7 wordt een toelating of registratie als bedoeld in het eerste lid, door het college ingetrokken of worden de voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede lid, door het college gewijzigd indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van een communautaire maatregel. Artikel 7, derde en vierde lid, zijn op de intrekking van de toelating, onderscheidenlijk registratie van toepassing.
6.
Het eerste lid is:
a. niet van toepassing op een bestrijdingsmiddel waarvan de toelating of registratie ingevolge een communautaire maatregel niet verleend mag worden;
b. niet van toepassing op een bestrijdingsmiddel waarvan de toelating of registratie ingevolge een communautaire maatregel dient te worden ingetrokken, vanaf het tijdstip waarop aan die maatregel uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven;
c. uitsluitend van toepassing op een bestrijdingsmiddel dat een werkzame stof bevat die reeds vóór 26 juli 1993, indien het een gewasbeschermingsmiddel betreft, onderscheidenlijk 15 mei 2000, indien het een biocide betreft, werd afgeleverd en niet bij een in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde communautaire maatregel is aangewezen;
d. uitsluitend van toepassing op een bestrijdingsmiddel dat is toegelaten of laatstelijk op 1 januari 2001 toegelaten is geweest of is geregistreerd;
e. niet van toepassing op een bestrijdingsmiddel waarvan de toelating of registratie is ingetrokken op verzoek van de toelatinghouder of ten aanzien waarvan geen aanvraag tot verlenging van de toelating of registratie is ingediend overeenkomstig de krachtens artikel 4 gestelde regelen omtrent het indienen van een aanvraag;
f. niet van toepassing op een bestrijdingsmiddel waarop artikel II van de wet van 25 januari 2001, houdende wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen) van toepassing is of is geweest.
7.
Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt door de zorg van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in de Staatscourant bekend gemaakt. Hij gaat daartoe niet eerder over dan nadat de aanwijzing aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd voor een periode van 30 dagen.
8.
Onze betrokken minister kan, ter uitvoering van een communautaire maatregel, dit artikel onder door hem te stellen regelen van overeenkomstige toepassing verklaren voor bestrijdingsmiddelen op basis van door hem aangewezen werkzame stoffen.
Artikel 26
Deze wet wordt aangehaald als Bestrijdingsmiddelenwet 1962.