Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk II. Woon-werkverkeer
+ Hoofdstuk III. Dienstreizen
+ Hoofdstuk IV. Verhuizen
+ Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
De ambtenaar heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen:
a. de woning en de plaats van tewerkstelling;
b. de woning en de aangewezen meerdere plaatsen van tewerkstelling, indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen van tewerkstelling zijn aangewezen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
c. de tijdelijke huisvesting en de plaats van tewerkstelling, indien aan de ambtenaar de verhuisplicht is opgelegd en hij tijdelijk elders is gehuisvest nabij zijn plaats van tewerkstelling;
d. de tijdelijke huisvesting of de woning en de plaats van tewerkstelling, indien het een ambtenaar betreft tijdens de initiële opleiding.
2.
De ambtenaar maakt eenmaal per kalenderjaar de keuze of hij voor de reizen als bedoeld in het eerste lid aanspraak maakt op:
a. een tegemoetkoming voor openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4 of
b. een tegemoetkoming voor eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer als bedoeld in artikel 6.
3.
Bij wijziging van plaats van tewerkstelling, werktijden of woonplaats wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn keuze tussentijds te herzien.
1.
Voor reizen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt door het bevoegd gezag een vervoersbewijs of een combinatie van vervoersbewijzen verstrekt op basis van het tarief van de tweede klasse van het betreffende openbaar vervoer voor één van de trajecten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
2.
Het bevoegd gezag kan in plaats van het gestelde in het eerste lid een tegemoetkoming verstrekken welke gelijk is aan de gemaakte kosten van openbaar vervoer op basis van het tarief van de tweede klasse van het betreffende openbaar vervoer voor één van de trajecten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
3.
Indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst op basis van eerste klasse of indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst welke ruimere mogelijkheden biedt dan bedoeld in het eerste lid, komen de meerkosten hiervan voor rekening van de ambtenaar.
1.
De ambtenaar, aan wie een tegemoetkoming of een vervoersbewijs is verstrekt als bedoeld in artikel 4 dient zijn vervoersbewijzen direct na afloop van de geldigheid in te leveren bij het bevoegd gezag.
2.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, dient wijzigingen die van invloed zijn op het vervoersbewijs of de hoogte van de tegemoetkoming onverwijld en schriftelijk door te geven aan het bevoegd gezag.
3.
Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, nalaat de wijzigingen, bedoeld in het tweede lid, niet uiterlijk de eerste van de maand waarin de wijziging plaatsvindt door te geven, kan het bevoegd gezag de teveel gemaakte kosten terugvorderen, tenzij de ambtenaar aannemelijk heeft kunnen maken dat hij niet in staat was de wijziging tijdig door te geven.
4.
Indien de ambtenaar, aan wie een vervoersbewijs is verstrekt als bedoeld in het eerste lid, voorziet dat hij twee maanden of langer afwezig is, wordt het verstrekte vervoersbewijs of combinatie van vervoersbewijzen vóór de periode van afwezigheid ingeleverd bij het bevoegd gezag.
5.
Indien de ambtenaar, aan wie een vervoersbewijs is verstrekt als bedoeld in het eerste lid, onvoorzien langer dan twee maanden afwezig is, wordt het verstrekte vervoersbewijs of combinatie van vervoersbewijzen direct na twee maanden van afwezigheid ingeleverd bij het bevoegd gezag.
6.
Indien de afwezigheid van de ambtenaar wordt veroorzaakt door de dienst, draagt het bevoegd gezag zorg voor inname van het vervoersbewijs.
1.
Voor reizen waarbij gebruik wordt gemaakt van eigen vervoer en voor iedere combinatie van reizen met openbaar vervoer en reizen met eigen vervoer, wordt een tegemoetkoming van € 0,18 per afgelegde kilometer verstrekt.
2.
Voor de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geldt een maximum van 120 kilometer per enkele reis, met een maximum van 240 kilometer, heen- en terugreis, per dienst.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid wordt aan de ambtenaar, die geleider is van een politiesurveillancehond of een politiespeurhond, die niet de beschikking heeft over een dienstvoertuig, en voor wie het noodzakelijk is dat hij in het kader van zijn dienstuitoefening met een politiesurveillancehond of een politiespeurhond met eigen vervoer reist, voor de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling of oefenterrein een tegemoetkoming van € 0,28 per afgelegde kilometer verstrekt.
4.
Indien één van de trajecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, leidt over een brug, veer of weg waarvoor brug-, veer-, of tolgeld moet worden betaald, worden de daarvoor werkelijk gemaakte kosten volledig vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.
5.
[Door vernummering vervallen.]
6.
Bij ministeriële regeling kan in geval van een reorganisatie als bedoeld in hoofdstuk VII.b van het Besluit algemene rechtspositie politie, van de beperking van het maximum aantal kilometers enkele reis, zoals bedoeld in het tweede lid, worden afgeweken ter voorkoming van negatieve financiële gevolgen voor de ambtenaar.
1.
Het bevoegd gezag bepaalt of de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 6, als vaste tegemoetkoming per maand of als tegemoetkoming op declaratiebasis wordt toegekend.
2.
Bij de berekening van de vaste tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt bij een gemiddelde werkweek van vijf dagen uitgegaan van 206 werkdagen per kalenderjaar.
3.
Indien het aantal te werken dagen minder is dan vijf, wordt de vaste tegemoetkoming berekend naar rato.
4.
In het geval er sprake is van meerdere plaatsen van tewerkstelling, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie wordt de vaste tegemoetkoming per dienst bepaald door een gemiddelde afstand die de ambtenaar in een periode van vier weken moet afleggen.
5.
Het bevoegd gezag kan van de termijn, bedoeld in het vierde lid, bij een aspirant, afwijken indien het meer voor de hand ligt om het gemiddelde per kwartiel te berekenen.
6.
De vaste tegemoetkoming wordt stopgezet:
a. bij voorziene afwezigheid van zes weken of langer, veroorzaakt door zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof of een andere periode van langdurig buitengewoon verlof, met ingang van de eerste dag van en voor de duur van die afwezigheid;
b. bij onvoorziene afwezigheid van zes weken of langer, veroorzaakt door arbeidsongeschiktheid of ordemaatregel, met ingang van de eerste dag volgend op die periode van zes weken voor de duur van de resterende arbeidsongeschiktheid.
7.
De ambtenaar dient wijzigingen die van invloed zijn op de vaste tegemoetkoming onverwijld en schriftelijk door te geven aan het bevoegd gezag.
8.
Het bevoegd gezag kan de te veel betaalde tegemoetkoming terugvorderen, indien de ambtenaar nalaat de wijzigingen, bedoeld in het zevende lid, niet uiterlijk de eerste van de maand waarin de wijziging plaatsvindt door te geven, tenzij de ambtenaar aannemelijk heeft kunnen maken dat hij niet in staat was de wijziging tijdig door te geven.
9.
Geen aanspraak op tegemoetkoming dan wel een vergoeding in reiskosten bestaat indien de aanvraag of de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het bevoegd gezag is ingediend, tenzij het overschrijden van de termijn niet aan de ambtenaar verwijtbaar is.
Artikel 7a
De tegemoetkoming op grond van artikel 6 en de tegemoetkoming op grond van artikel 64 Besluit algemene rechtspositie politie, derde en vierde lid, bedragen tezamen €0,28 cent per afgelegde meerkilometer.