Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Toegang tot de Nederlandse financiële markten
+ Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
+ Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet op het financieel toezicht met betrekking tot de reikwijdte en toegang tot de financiële markten (Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wij, Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 12 juli 2006, nr. FM 2006-01703 M;
Gelet op de artikelen 1:102, eerste lid, 2:5, tweede lid, 2:6, tweede lid, 2:7, tweede lid, 2:9, eerste lid, 2:12, derde lid, 2:13, tweede lid, 2:17, tweede lid, 2:21, derde lid, 2:22, tweede lid, 2:31, tweede lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:36, derde lid, 2:37, tweede lid, 2:39, eerste lid, 2:41, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:45, tweede lid, 2:46, tweede lid, 2:49, tweede lid, 2:50, tweede lid, 2:51, tweede lid, 2:53, eerste lid, 2:58, tweede lid, 2:63, tweede lid, 2:67, tweede en vierde lid, 2:68, derde lid, 2:69, tweede lid, 2:78, tweede lid, 2:81, vierde lid, 2:83, tweede lid, 2:89, tweede lid, 2:94, tweede lid, 2:99, derde lid, 2:105, vijfde lid, 2:107, tweede lid, 2:108, tweede lid, 2:110, tweede lid 2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:118, tweede lid, 2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, 2:122, tweede lid, 2:127, tweede lid en 2:130, eerste lid van de Wet op het financieel toezicht en de richtlijnen nr. 73/239/EEG, 85/611/EEG, 88/357/EEG, 91/674/EEG, 92/49/EEG, 93/6/EEG, 93/22/EEG, 2000/12/EG, 2000/46/EG, 2002/83/EG en 2002/92/EG;
De Raad van State gehoord (advies van 17 augustus 2006, no. W06.06.0335);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 9 oktober 2006, FM 2006-1822 U;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht .
2.
Het aanvraagformulier en de daarbij ingevolge dit besluit te verstrekken gegevens worden in enkelvoud ingediend.
1.
De gegevens, bedoeld in dit besluit, worden in een zodanige vorm verstrekt dat een goede beoordeling door de toezichthouder mogelijk is.
2.
De opstellers van verklaringen en rapportages ondertekenen of waarmerken deze.
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de afwikkelonderneming;
b. een opgave van de rechtsvorm van de afwikkelonderneming;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten; en
f. een opgave van de activiteiten die de afwikkelonderneming voornemens is te verrichten.
Artikel 3.0b
Het aantal verrichte girale betalingstransacties waarboven een vergunning als bedoeld in artikel 2:3.0b, eerste lid, van de wet is vereist, is 120 miljoen per kalenderjaar.
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de afwikkelonderneming;
b. een opgave van de rechtsvorm van de afwikkelonderneming;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
h. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
i. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de wet;
j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;
k. een beschrijving van de criteria, bedoeld in artikel 4:76a, eerste lid, van de wet, op basis waarvan de afwikkelonderneming eerlijke en vrije toegang biedt tot haar diensten en systemen;
l. een beschrijving van de mechanismen waarmee periodiek het kostenniveau, prijsniveau en serviceniveau en de efficiëntie, bedoeld in artikel 4:76b, tweede lid, van de wet wordt beoordeeld;
m. een beschrijving van de communcatieprocedures en standaarden als bedoeld in artikel 4:76c, eerste lid, van de wet waarvan de afwikkelonderneming voornemens is gebruik te maken; en
n. een beschrijving van de wijze waarop de afwikkelonderneming inzicht als bedoeld in artikel 4:76d, eerste lid, van de wet in de financiële risico’s en de kosten die zijn verbonden aan de afwikkeldiensten biedt aan betaaldienstverleners.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 3.0d
Onze Minister kan op grond van artikel 2:3.0g, vierde lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen, indien:
a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van afwikkelonderneming en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
1°. deskundigheid en betrouwbaarheid;
2°. financiële waarborgen;
3°. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
4°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
b. de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten enerzijds en het bevoegde gezag in die staat anderzijds is gewaarborgd;
c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
artikelen 2:3b, tweede lid, en 2:3c, eerste lid, van de wet van Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft">
Artikel 3a. Bepalingen ter uitvoering van artikelen 2:3b, tweede lid, en 2:3c, eerste lid, van de wet
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een opgave van de activiteiten die de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling voornemens is te verrichten;
g. een bedrijfsplan met inbegrip van een budgetprognose voor de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;
h. een beschrijving van de interne controlemechanismen die de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling heeft opgezet om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de in Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 (Pb EU L 345) betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler, neergelegde verplichtingen in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering na te komen;
i. een beschrijving van de organisatiestructuur, met inbegrip van, voor zover van toepassing, een beschrijving van het voorgenomen gebruik van agenten en bijkantoren en van de regelingen voor uitbesteding, alsmede van zijn deelname in een betalingssysteem;
j. een opgave van de identiteit van personen die een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 1:1 van de wet in de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling bezitten, alsmede de omvang van hun deelneming en het bewijs van hun geschiktheid, gelet op de noodzaak de gezonde en prudente bedrijfsvoering van de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling te garanderen;
k. een opgave van de accountantsorganisatie of, indien van toepassing, het auditkantoor, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a onderscheidenlijk c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle als bedoeld in artikel 2 van die richtlijn van de jaarrekening van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;
l. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
m. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
n. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
o. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de wet;
p. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;
q. bescheiden waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a, eerste lid bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners;
r. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
s. bescheiden waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a, tweede lid, bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven.
2.
Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdelen i, p, q en s, geeft de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling een beschrijving van de regelingen voor accountantscontrole en de organisatorische regelingen die zij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van betaaldienstgebruikers of houders van elektronisch geld te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van betaaldiensten dan wel de uitgifte van elektronisch geld te garanderen.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
4.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
5.
Het eerste lid, onderdeel m, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;
b. een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme geregelde verplichtingen na te komen; en
c. de identiteit van de personen die het beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en deskundig zijn.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:5, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de clearinginstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de clearinginstelling;
c. indien de clearinginstelling een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de clearinginstelling is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet; en
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:69, eerste lid, van de wet blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 5
Onze Minister kan op grond van artikel 2:6, tweede lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:
a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van clearinginstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
1°. deskundigheid en betrouwbaarheid;
2°. financiële waarborgen;
3°. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
4°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
b. de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en
c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:7, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de clearinginstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de clearinginstelling;
c. indien de clearinginstelling een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de clearinginstelling is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. het adres van het bijkantoor;
f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
g. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor; en
l. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 7
De gegevens, bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, van de wet zijn:
a. het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de clearinginstelling voornemens is de diensten te verrichten;
b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
c. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen;
d. de vermelding of sprake is van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit de staat van de zetel;
e. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van de clearinginstelling en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, van de clearinginstelling blijken;
f. de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen; en
g. de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen of mede bepalen.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:12, vierde lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de bank;
b. een opgave van de rechtsvorm van de bank;
c. indien de bank een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de bank is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening , bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. indien van toepassing, een beschrijving van het geconsolideerde toezicht, bedoeld in artikel 3:31 van de wet;
m. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet blijken;
n. indien van toepassing:
1°. een opgave van de identiteit van de houders van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet en de omvang van die deelnemingen of, bij gebreke van gekwalificeerde deelnemingen, van de twintig grootste aandeelhouders of vennoten;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken; en
o. indien de bank een dochtermaatschappij is van een bank met zetel in een andere staat: een verklaring van de toezichthoudende instantie van de staat waar die bank haar zetel heeft of de Europese Centrale Bank, waaruit blijkt dat deze toezichthoudende instantie of de Europese Centrale Bank goedgekeurd heeft dat laatstbedoelde bank een dochtermaatschappij heeft die voornemens is in Nederland het bedrijf van bank uit te oefenen.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdelen h en n, onder 2°, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 9
De gegevens, bedoeld in artikel 2:13, tweede lid, van de wet, zijn een beschrijving van:
a. de inrichting van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:14 van de wet;
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet; en
c. het voorgenomen beleid, bedoeld in artikel 4:88 van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:17, tweede lid, en 2:21, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de bank;
b. een opgave van de rechtsvorm van de bank;
c. indien de bank een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de bank is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. het adres van het bijkantoor;
f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
g. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de bank bepalen;
i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het bijkantoor van de bank bepalen of mede bepalen;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
l. indien van toepassing, een beschrijving van het geconsolideerde toezicht; en
m. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van de bank, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid van de bank, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet, van de bank blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 11
De gegevens, bedoeld in artikel 2:22, tweede lid, van de wet zijn een beschrijving van:
a. de inrichting van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:14 van de wet;
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet; en
c. het voorgenomen beleid, bedoeld in artikel 4:88 van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:26b, derde lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de herverzekeraar voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53 van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
m. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, zijn niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 11b
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere verzekeraar overdraagt;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:26e, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. het adres van het bijkantoor;
f. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
g. een programma van werkzaamheden die de herverzekeraar voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de herverzekeraar bepalen;
i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het bijkantoor van de herverzekeraar bepalen of mede bepalen;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
l. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
m. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar;
n. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet van het bijkantoor van de herverzekeraar, blijkt en op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge dat artikel is bepaald, en waaruit de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet van het bijkantoor van de herverzekeraar blijkt.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
1.
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken;
b. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:55a, eerste lid, in samenhang met artikel 3:53, eerste en vierde lid, van de wet voor de betrokken activiteit of activiteiten geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere verzekeraar overdraagt;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
h. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet.
2.
De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3.
Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de herverzekeraar voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:26f, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de herverzekeraar voornemens is de diensten te verrichten;
g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van verzekeraar uit te oefenen en in welke activiteit of activiteiten de herverzekeraar bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;
h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar vanuit de staat van de zetel;
i. gegevens waaruit de te verwachte solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het gehele door de herverzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt; en
j. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
e. een opgave van referenten;
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit;
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel k, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:31, derde lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
m. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 13
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld artikel 3:57, derde lid, van de wet.
1.
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel12, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de schadeverzekeraar voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, bewijsstukken waaruit blijkt dat de schadeverzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan alsmede, indien een van de te dekken risico’s behoort tot de branche Hulpverlening, een opgave van de ter beschikking van de schadeverzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet.
2.
Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende tot de branche Hulpverlening te dekken, bevat het programma van werkzaamheden voorts een opgave van de ter beschikking van de verzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp.
Artikel 15
De gegevens, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de wet zijn:
a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaars, bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet.
1.
Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf uitsluitend in de branche Rechtsbijstand uit te oefenen, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:33, tweede lid, van de wet, afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel a, b of c van de wet:
a. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering waaruit blijkt dat de personeelsleden die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële, commerciële of administratieve banden heeft en die een andere branche uitoefent;
b. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel b van de wet; onderscheidenlijk
c. een opgave van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, van de wet.
2.
Indien de aanvrager van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf naast de branche Rechtsbijstand in een andere branche uit te oefenen, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:33, tweede lid, van de wet, afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a of b, van de wet:
a. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a, van de wet; onderscheidenlijk
b. een opgave van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65, tweede lid, onderdeel b, van de wet.
3.
Gegevens met betrekking tot het schaderegelingskantoor bevatten tevens een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering waaruit blijkt dat de personeelsleden en de leden van het leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere branche van een verzekeraar waarmee het schaderegelingskantoor financiële, commerciële of administratieve banden heeft.
Artikel 17
De gegevens, bedoeld in artikel 2:36, derde lid, van de wet zijn:
a. het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de vestiging van waaruit hij voornemens is de diensten te verrichten;
b. een opgave van de aard van:
1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten;
2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken; en
c. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:37, tweede lid, en 2:41, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. het adres van het bijkantoor;
f. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
g. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de verzekeraar bepalen;
i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het bijkantoor van de verzekeraar bepalen of mede bepalen;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
l. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
m. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van verzekeraar;
n. een opgave van de vertegenwoordiger van de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:47, eerste lid van de wet, alsook, indien de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten van deze rechtspersoon, een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister en het bewijs van aanstelling van de natuurlijke persoon, bedoeld in het vijfde lid van voornoemd artikel;
o. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:47, achtste lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de vertegenwoordiger van de verzekeraar of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:47, vijfde lid, van de wet;
p. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:47, achtste lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de vertegenwoordiger van de verzekeraar of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:47, vijfde lid, van de wet; en
p. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet van het bijkantoor van de verzekeraar, blijkt en op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge dat artikel is bepaald, en waaruit de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet van het bijkantoor van de verzekeraar blijkt.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen h en n, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen i en o, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i en o, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 19
De gegevens, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, van de wet zijn:
a. een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel:
1°. dat de verzekeraar beschikt over het solvabiliteitskapitaalvereiste;
2°. dat de door haar aan de verzekeraar verleende vergunning hem toestaat vanuit de staat van het bijkantoor diensten te verrichten; en
3°. waarin de branches zijn vermeld waarvoor de verzekeraar in de lidstaat van de zetel een vergunning heeft; en
b. een opgave van de aard van:
1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken.
Artikel 20
De gegevens, bedoeld in artikel 2:42, tweede lid, van de wet zijn:
a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaars, bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet.
1.
Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf uitsluitend in de branche Rechtsbijstand uit te oefenen, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:43, tweede lid, van de wet, afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel a, b of c van de wet:
a. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering waaruit blijkt dat de personeelsleden die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële, commerciële of administratieve banden heeft en die een andere branche uitoefent;
b. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel b van de wet; onderscheidenlijk
c. een opgave van de bepaling als bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, van de wet.
2.
Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf naast de branche Rechtsbijstand in een andere branche uit te oefenen, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:43, tweede lid van de wet, afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a of b, van de wet:
a. de opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a, van de wet; onderscheidenlijk
b. de vermelding van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65, tweede lid, onderdeel b, van de wet in de overeenkomst met betrekking tot rechtsbijstanddekking.
3.
Gegevens met betrekking tot het schaderegelingskantoor bevatten tevens een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering waaruit blijkt dat de personeelsleden en de leden van het leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere branche van een verzekeraar waarmee het schaderegelingskantoor financiële, commerciële of administratieve banden heeft.
1.
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 18, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning als bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, of artikel 2:40 van de wet aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is vanuit het bijkantoor te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:54, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 3:53, eerste en tweede lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:59, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie van het bijkantoor;
f. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven van het bijkantoor, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet, van het bijkantoor.
2.
De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3.
Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de levensverzekeraar voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
1.
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 18, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning als bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, of artikel 2:40 van de wet aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de schadeverzekeraar voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:54, eerste en tweede lid, van de wet, in samenhang met artikel 3:53, eerste en tweede lid, voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:59, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan, alsmede, indien een van de te dekken risico’s behoort tot de branche Hulpverlening, een opgave van de ter beschikking van de schadeverzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel d bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies, van het bijkantoor;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden van het bijkantoor;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie van het bijkantoor; en
h. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet, van het bijkantoor.
2.
De schadeverzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de schadeverzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3.
Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de schadeverzekeraar voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:45, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is de diensten te verrichten;
g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het directe bedrijf van verzekeraar uit te oefenen en in welke branches de verzekeraar bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;
h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het directe bedrijf van verzekeraar vanuit de staat van de zetel;
i. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt; en
j. een opgave van de aard van:
1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken.
2.
Indien de verzekeraar voornemens is het bedrijf van verzekeraar in de branche Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen uit te oefenen door middel van diensten naar Nederland zijn de gegevens tevens:
a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaar, bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet, die hij in iedere andere lidstaat heeft aangesteld; en
d. een opgave van de naam en het adres van de schade-afhandelaar, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdeel e, van de wet.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
4.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:46, tweede lid, van de wet zijn:
a. het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de vestiging van waaruit hij voornemens is de diensten te verrichten;
b. een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is diensten naar Nederland te verrichten, waaruit blijkt in welke branches de verzekeraar bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;
c. een opgave van de aard van:
1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken; en
d. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt.
2.
Indien de verzekeraar voornemens is het bedrijf van verzekeraar in de branche Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen uit te oefenen door middel van diensten naar Nederland hebben de gegevens tevens betrekking op:
a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaar, bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet, die hij in iedere andere staat die geen lidstaat is, heeft aangesteld.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:49, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
c. indien de verzekeraar een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
m. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 27
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel f, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie;
e. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet; en
g. de mededeling of de verzekeraar, indien hij een natura-uitvaartverzekeraar is, ten behoeve van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.
Artikel 28
Onze Minister kan, ter uitvoering van artikel 2:50, tweede lid, van de wet, een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:
a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
1°. deskundigheid en betrouwbaarheid;
2°. financiële waarborgen;
3°. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
4°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
b. de samenwerking tussen de toezichthouder en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en
c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:51, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
k. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van verzekeraar;
l. de vertegenwoordiger van de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:47 in samenhang met artikel 3:50, tweede lid, van de wet; en
m. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
1.
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel f, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:55, eerste lid, in samenhang met artikel 3:53, eerste en tweede lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie;
f. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet; en
h. een mededeling waaruit blijkt of de verzekeraar ten behoeve van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.
2.
De verzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de verzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3.
Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de verzekeraar met beperkte risico-omvang voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 31
De gegevens, bedoeld in artikel 2:53, eerste lid, van de wet zijn:
a. het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is de diensten te verrichten;
b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
c. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het directe bedrijf van verzekeraar uit te oefenen;
d. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het directe bedrijf van verzekeraar vanuit de lidstaat van de zetel;
e. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken;
f. de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen; en
g. de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van de verzekeraar bepalen of mede bepalen.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54b, derde lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
b. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
c. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
d. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
e. een programma van werkzaamheden die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te verrichten;
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
h. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
i. een beschrijving van de zeggenschapstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
k. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdelen g en k, onder 2°, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31b
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31a, eerste lid, onderdeel e, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de entiteit voor risico-acceptatie een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een verzekeraar of andere entiteit voor risico-acceptatie overdraagt;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de entiteit voor risico-acceptatie beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54e, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
b. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
c. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
d. het adres van het bijkantoor;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de entiteit voor risico-acceptatie bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het bijkantoor van de entiteit voor risico-acceptatie bepalen of mede bepalen;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
l. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
1.
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31c, eerste lid, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de entiteit voor risico-acceptatie een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een verzekeraar of andere entiteit voor risico-acceptatie overdraagt;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de entiteit voor risico-acceptatie beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen.
2.
De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
Artikel 31e
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54f, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
b. een opgave van de rechtsvorm van de entiteit voor risico-acceptatie;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is de diensten te verrichten;
g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie uit te oefenen en in welke activiteit of activiteiten de entiteit voor risico-acceptatie bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;
h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie vanuit de staat van de zetel;
i. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54h, derde lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de internetpagina van de premiepensioeninstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de premiepensioeninstelling;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de premiepensioeninstelling voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
m. indien de aanvrager zetel heeft in Nederland en voornemens is tevens als adviseur, bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in verzekeringen in Nederland op te treden:
1°. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de premiepensioeninstelling rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening;
2°. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1° en 2°, van de wet; en
3°. indien het bemiddelen in verzekeringen betreft: een afschrift van de polis en polisvoorwaarden van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of gegevens met betrekking tot de daarmee vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:75 van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en m, onder 1°, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de premiepensioeninstelling rechtstreeks bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de wijze waarop de vakbekwaamheid van deze personen wordt gewaarborgd.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, onder 2°, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de premiepensioeninstelling in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien de premiepensioeninstelling afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
5.
Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet , de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31g
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31f, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de premiepensioeninstelling voornemens is te sluiten;
b. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de premiepensioeninstelling beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
c. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel b bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies.
Artikel 31h
De aanvraag van instemming, bedoeld in artikel 2:121a, tweede lid, gaat vergezeld van een opgave van:
a. de staat waarvan de voor bedrijfspensioenvoorziening geldende sociale- en arbeidswetgeving van toepassing is op de rechtsverhouding tussen de bijdragende onderneming en de werknemers of op degene die een vrij beroep uitoefent;
b. de naam van de bijdragende onderneming; en
c. de voornaamste kenmerken van de pensioenregeling die voor de bijdragende onderneming zal worden uitgevoerd.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54j, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de wisselinstelling en, indien van toepassing, het adres en de vestigingsplaats van diens bijkantoren;
b. een opgave van de rechtsvorm van de wisselinstelling;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een opgave van de activiteiten die de wisselinstelling voornemens is te verrichten;
g. een bedrijfsplan met inbegrip van een budgetprognose voor de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de wisselinstelling in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;
h. een beschrijving van de organisatiestructuur, met inbegrip van, voor zover van toepassing, een beschrijving van het voorgenomen gebruik van bijkantoren en van de regelingen voor uitbesteding;
i. een opgave van de identiteit van personen die een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 1:1 van de wet in de wisselinstelling bezitten, alsmede de omvang van hun deelneming;
j. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
k. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en
l. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet.
2.
Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdelen h, k en l, geeft de wisselinstelling een beschrijving van de organisatorische regelingen die zij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van degenen voor wie zij wisseltransacties verricht te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van wisseltransacties te garanderen.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel j, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31j
Onze Minister kan op grond van artikel 2:54l, tweede lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:
a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van wisselinstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
1°. betrouwbaarheid;
2°. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
3°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
b. de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en
c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54m, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de wisselinstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de wisselinstelling;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
e. het adres van het bijkantoor;
f. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
g. een opgave van activiteiten die de wisselinstelling voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor; en
j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
3.
Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54p, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de kredietunie;
b. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
c. indien de kredietunie is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
d. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
e. een opgave van activiteiten die de kredietunie voornemens is te verrichten;
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet; en
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:58, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer van de aanbieder;
b. een opgave van de rechtsvorm van de aanbieder;
c. indien de aanbieder een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de aanbieder is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet: ten aanzien van iedere bij de aanbieder aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11, tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand waarvan de Autoriteit financiële markten kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet; en
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze personen wordt gewaarborgd.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de aanbieder in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:63, tweede lid, van de wet, zijn:
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer van de aanbieder;
b. een opgave van de rechtsvorm van de aanbieder;
c. indien de aanbieder een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de aanbieder is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet: ten aanzien van iedere bij de aanbieder aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, aan de hand waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 4:11, tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, bedoeld in artikel 4:13 van de wet;
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet; en
m. een bewijs van deelname aan een stelsel voor kredietregistratie als bedoeld in artikel 4:32 van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten.
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze personen wordt gewaarborgd.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de aanbieder in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
1.
Onze Minister kan, ter uitvoering van artikel 2:66, eerste lid, van de wet, een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:
a. de in die staat geldende regels voor het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
1°. geschiktheid en betrouwbaarheid;
2°. financiële waarborgen;
3°. bedrijfsvoering;
4°. aan de deelnemers in de beleggingsinstelling en de toezichthouder te verstrekken informatie; en
5°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
b. de staat waar de beleggingsinstelling is gevestigd niet op de lijst van niet-coöperatieve landen en gebieden van de Financial Action Task Force of diens opvolger staat;
c. de staat waar de beheerder zijn zetel heeft, met Nederland een overeenkomst heeft gesloten die informatie-uitwisseling waarborgt overeenkomstig de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake belasting;
d. de samenwerking tussen de toezichthouder en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd door middel van een samenwerkingsovereenkomst die ten minste een efficiënte informatie-uitwisseling waarborgt en die de toezichthouder in staat stelt haar toezichthoudende taken op grond van de wet uit te voeren; en
e. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van hoofdstuk 1.4 van de wet.
2.
De samenwerkingsovereenkomst tussen de toezichthouder en het bevoegde gezag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voldoet aan de ingevolge artikel 36 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde eisen.
1.
De gegevens die noodzakelijk zijn voor het doen van een volledige aanvraag als bedoeld in artikel 2:67, derde lid, en artikel 2:68, derde lid, van de wet, zijn de gegevens, bedoeld in:
a. artikel 7, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen;
b. artikel 7, derde lid, onderdelen a en b, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
2.
De gegevens die op een later tijdstip kunnen worden verstrekt, bedoeld in artikel 2:67, derde lid, en artikel 2:68, derde lid ,van de wet, zijn de gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel e, en derde lid, onderdeel c tot en met e, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
1.
De gegevens, bedoeld in de artikel 2:69c, vierde lid, van de wet, zijn:
a. het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48 van de wet;
b. de statuten van de beheerder van de icbe;
c. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
d. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11, eerste lid, van de wet;
f. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
g. een beschrijving van de bedrijfsvoering van de beheerder van de icbe en, indien van toepassing, de bewaarders van de icbe's, bedoeld in artikel 4:14 van de wet;
h. een opgave van de personen die het dagelijks beleid bepalen, bedoeld in artikel 4:39 van de wet en de plaats waar zij hun werkzaamheden verrichten, bedoeld in artikel 4:40 van de wet;
i. indien van toepassing: de overeenkomst, bedoeld in artikel 4:43 van de wet;
j. indien van toepassing: de rechtsvorm en statutaire doelomschrijving van de bewaarders van de icbe’s, bedoeld in artikel 4:44 van de wet; en
k. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten;
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en k onder 2°, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel d en onderdeel k onder 2°, zijn niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:78, tweede lid, van de wet, zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de adviseur;
b. een opgave van de rechtsvorm van de adviseur;
c. indien de adviseur een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de adviseur is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet: ten aanzien van iedere bij de adviseur aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de adviseur rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11, tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet; en
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de adviseur rechtstreeks bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze personen wordt gewaarborgd.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de adviseur rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de adviseur in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
Artikel 37
De gegevens, bedoeld in artikel 2:81, vierde lid, van de wet, zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de verbonden bemiddelaar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verbonden bemiddelaar;
c. indien de verbonden bemiddelaar een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verbonden bemiddelaar is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;
f. een opgave van de financiële dienst en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;waarvoor bemiddelaar als verbonden bemiddelaar optreedt; en
g. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of de aanbieder volledig verantwoordelijk is voor de bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, onderdeel a, van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:83, tweede lid, van de wet, zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de bemiddelaar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de bemiddelaar;
c. indien de bemiddelaar een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de bemiddelaar is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet: ten aanzien van iedere bij de bemiddelaar aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de bemiddelaar rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in artikel 4:11, tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet; en
m. indien de vergunning wordt aangevraagd voor het bemiddelen in verzekeringen: een afschrift van de polis en polisvoorwaarden van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of gegevens met betrekking tot de daarmee vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:75 van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de bemiddelaar rechtstreeks bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze personen wordt gewaarborgd.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de bemiddelaar rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de bemiddelaar in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
1.
De gegevens bedoeld in artikel 2:89, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de herverzekeringsbemiddelaar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeringsbemiddelaar;
c. indien de herverzekeringsbemiddelaar een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeringsbemiddelaar is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet: ten aanzien van iedere bij de herverzekeringsbemiddelaar aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de herverzekeringsbemiddelaar rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in artikel 4:11, tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet; en
m. een afschrift van de polis en polisvoorwaarden van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of gegevens met betrekking tot de daarmee vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:76 van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de herverzekeringsbemiddelaar rechtstreeks bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze personen wordt gewaarborgd.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de herverzekeringsbemiddelaar rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de herverzekeringsbemiddelaar in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
1.
De gegevens bedoeld in artikel 2:94, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent;
b. een opgave van de rechtsvorm van de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent;
c. indien de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent een rechtspersoon is: de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet: ten aanzien van iedere bij de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. een opgave van de financiële dienst waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;
g. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in artikel 4:11, eerste, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet; en
m. een opgave van de volmachtverlenende verzekeraar of, indien het een ondergevolmachtigde agent betreft, een opgave van de ondervolmachtverlenende gevolmachtigd agent of ondergevolmachtigde agent en van de volmachtverlenende verzekeraar.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent rechtstreeks bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze personen wordt gewaarborgd.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:99, derde lid, van de wet, zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de beleggingsonderneming;
b. een opgave van de rechtsvorm van de beleggingsonderneming;
c. indien de beleggingsonderneming een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de beleggingsonderneming is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet: ten aanzien van iedere bij de beleggingsonderneming aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. een opgave van de financiële dienst waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;
g. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11 van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
k. een beschrijving van de bedrijfsvoering, bedoeld in het bepaalde ingevolge artikel 4:14 van de wet;
l. indien van toepassing, een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet;
m. een beschrijving van het voorgenomen beleid, bedoeld in artikel 4:88 van de wet;
n. een verklaring van een accountant dat aan het bepaalde ingevolge artikel 3:53, eerste lid, van de wet met betrekking tot het minimum eigen vermogen is voldaan;
o. indien van toepassing:
een opgave van de identiteit van de houders van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet en het bedrag van die deelnemingen of, bij gebreke van gekwalificeerde deelnemingen, van de twintig grootste aandeelhouders of vennoten;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken; en
p. indien van toepassing, een beschrijving van de regels en procedures die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen h en o, onder 2°, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid onderdelen h en o, onder 2°, zijn niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:97, achtste lid, van de wet, zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de verbonden agent;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verbonden agent;
c. indien de verbonden agent een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verbonden agent is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of met betrekking tot de verbonden agent voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
f. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of met betrekking tot de verbonden agent voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de beleggingsonderneming als verbonden agent optreedt; en
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of de beleggingsonderneming volledig verantwoordelijk is voor de verbonden agent als bedoeld in artikel 2:97, vijfde lid, van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, zijn:
ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel f, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 42
Indien een vergunning als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet, wordt aangevraagd, worden, onverminderd de in dat lid genoemde artikelen, de volgende gegevens overgelegd:
a. gegevens waaruit de aansluiting bij de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet blijkt;
b. gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon beschikt over voldoende bevoegdheden jegens de aangesloten ondernemingen om een handelen van een zodanige instelling in strijd met het ingevolge de wet bepaalde tegen te gaan en door de toezichthouder gegeven aanwijzing op te laten volgen;
c. gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon beschikt over voldoende mogelijkheden tot deskundige ondersteuning van de aangesloten ondernemingen; en
d. gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon gemachtigd is de aangesloten ondernemingen bij de aanvraag en ook overigens voor de toepassing van de in artikel 2:105, lid 3, van de wet genoemde afdelingen van de wet te vertegenwoordigen.
a. de staat waar de afwikkelonderneming voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaalinstelling;
c. een opgave van de werkzaamheden, genoemd in de definitie van «afwikkeldiensten» in artikel 1:1 van de wet, die de afwikkelonderneming voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;
d. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet;
f. een beschrijving van de inrichting van de voorgenomen bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet; en
g. gegevens op grond waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of de financiële positie toereikend is.
Artikel 42a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:106a, tweede lid, van de wet zijn:
a. indien de betaalinstelling voornemens is door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf naar een andere lidstaat uit te oefenen:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaalinstelling;
2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de betaalinstelling; en
3°. een beschrijving van de aard van de betaaldiensten die de betaalinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;
b. indien de betaalinstelling voornemens is in een andere lidstaat betaaldiensten aan te bieden vanuit een in die lidstaat gelegen bijkantoor:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van het bijkantoor;
2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van het bijkantoor;
3°. een beschrijving van de aard van de betaaldiensten die de betaalinstelling voornemens is te verlenen vanuit het bijkantoor; en
4°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
c. indien de betaalinstelling voornemens is betaaldiensten te verlenen in een andere lidstaat door tussenkomst van een in die lidstaat gevestigde betaaldienstagent:
1°. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;
2°. een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en
3°. de identiteit van de personen die het beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en deskundig zijn.
Artikel 42b
De gegevens bedoeld in artikel 2:107a, derde lid, van de wet zijn:
a. Indien de elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland voornemens is door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf naar een andere lidstaat uit te oefenen:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de elektronischgeldinstelling;
2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de elektronischgeldinstelling; en
3°. een beschrijving van de aard van de diensten die de elektronischgeldinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;
b. Indien de elektronischgeldinstelling voornemens is in een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in die lidstaat gelegen bijkantoor:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van het bijkantoor;
2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de elektronischgeldinstelling; en
3°. een beschrijving van de aard van de diensten die de elektronischgeldinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;
4°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
c. Indien de elektronischgeldinstelling voornemens is betaaldiensten te verlenen in een andere lidstaat door tussenkomst van een in die lidstaat gevestigde betaaldienstagent:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;
2°. een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en
3°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en deskundig zijn.
Artikel 43
De gegevens, bedoeld in artikel 2:107, tweede lid, van de wet zijn, indien het betreft een clearinginstelling die voornemens is haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in een andere staat gelegen bijkantoor:
a. een opgave van de staat waar de clearinginstelling voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. een opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;
d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en
f. een beschrijving van de inrichting van de voorgenomen bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
Artikel 44
De gegevens, bedoeld in artikel 2:108, derde lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de lidstaat waar de bank voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. een opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;
d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en
f. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
Artikel 45
De gegevens, bedoeld in artikel 2:111, tweede lid, van de wet zijn:
a. de opgave van de staat waar de bank voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;
d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en
f. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
Artikel 46
De gegevens, bedoeld in artikel 2:112, tweede lid, van de wet zijn:
a. de opgave van de lidstaat waar de financiële instelling voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een opgave van de activiteiten die de financiële instelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;
d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en
f. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:115, tweede lid, van de wet zijn:
a. de opgave van de lidstaat waar de verzekeraar voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een programma van werkzaamheden;
d. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan de ingevolge artikel 3:8 van de wet gestelde eisen met betrekking tot deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen;
e. de opgave van de naam en het adres van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de wet, en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten van deze rechtspersoon, een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister en de naam en het privé-adres van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de wet;
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot deskundigheid van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de wet, of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de wet;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de wet; en
h. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
2.
Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende tot de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen te dekken, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 3:115, tweede lid, voorts een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de schadeverzekeraar is toegetreden tot het nationale bureau en het nationale waarborgfonds van de betrokken lidstaat die overeenkomen met het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheid motorrijtuigen onderscheidenlijk het Waarborgfonds motorverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van die wet.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
4.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
5.
Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing indien het een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
6.
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, gaan vergezeld van een vertaling voorzover de Nederlandsche Bank zulks verlangt. De Nederlandsche Bank kan slechts dan een vertaling verlangen indien de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar de verzekeraar voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen, een vertaling verlangt.
Artikel 48
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een levensverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een andere lidstaat bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en
d. voor het eerste boekjaar, een gedetailleerde raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdachten uit hoofde van de herverzekering betreft.
1.
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een schadeverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een andere lidstaat bevat het volgende:
a. een opgave van de van de risico’s die de schadeverzekeraar voornemens is te dekken;
b. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
d. voor het eerste boekjaar, een raming van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en
e. voor het eerste boekjaar, een raming van de premies en van de schaden.
2.
Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende tot de branche Hulpverlening te dekken, bevat het programma van werkzaamheden voorts een opgave van de ter beschikking van de levensverzekeraar ter beschikking staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:117, derde lid van de wet zijn:
a. de opgave van de lidstaat waarnaar de verzekeraar voornemens is diensten te verrichten; en
b. indien het levensverzekeraar betreft, een beschrijving van de aard van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
c. indien het een schadeverzekeraar betreft, een beschrijving van de aard van de risico’s die hij voornemens is te dekken.
2.
Indien de verzekeraar voornemens is het bedrijf van verzekeraar in de branche Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen uit te oefenen door middel van diensten naar een andere lidstaat Nederland zijn de gegevens tevens:
a. de opgave van de naam en het adres van de schade-afhandelaar in de betrokken lidstaat die belast wordt met het namens de verzekeraar afwikkelen van vorderingen van benadeelden die voortvloeien uit risico’s behorende tot de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen; en
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de verzekeraar is toegetreden tot het nationale bureau van het nationale waarborgfonds van de betrokken lidstaat die overeenkomen met het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen onderscheidenlijk het Waarborgfonds Motorverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van die wet.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevatten tevens een vertaling voorzover de Nederlandsche Bank zulks verlangt. De Nederlandsche Bank kan slechts dan een vertaling verlangen indien de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar de verzekeraar voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen, een vertaling verlangt.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:118, tweede lid, van de wet zijn:
a. de opgave van de lidstaat waarnaar de verzekeraar voornemens is diensten te verrichten; en
b. indien het levensverzekeraar betreft, een beschrijving van de aard van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
c. indien het een schadeverzekeraar betreft, een beschrijving van de aard van de risico’s die hij voornemens is te dekken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevatten tevens een vertaling voorzover de Nederlandsche Bank zulks verlangt.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:120, tweede lid, van de wet zijn:
a. de opgave van de lidstaat waar de levensverzekeraar of schadeverzekeraar voornemens is vanuit een bijkantoor zijn bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een programma van werkzaamheden;
d. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen;
e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het bijkantoor bepalen of mede bepalen;
f. de opgave van de naam en het adres van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de wet, en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten van deze rechtspersoon, een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister en de naam en het privé-adres van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de wet;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot deskundigheid van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de wet, of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de wet;
h. de gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de wet of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de wet; en
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de beheerste en integere uitoefening van het bedrijf als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
2.
Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende tot de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen te dekken, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:115, tweede lid, voorts een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de schadeverzekeraar is toegetreden tot het nationale bureau en het nationale waarborgfonds van de betrokken lidstaat die overeenkomen met het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheid motorrijtuigen onderscheidenlijk het Waarborgfonds motorverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van die wet.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
4.
De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
5.
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevatten tevens een vertaling voorzover de Nederlandsche Bank zulks verlangt.
Artikel 53
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een levensverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is bevat het volgende:
a. de aard van de overeenkomsten van levensverzekering die door het bijkantoor zullen worden gesloten; en
b. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor.
Artikel 54
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een schadeverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is bevat het volgende:
a. de aard van de risico’s van schadeverzekering die door het bijkantoor zullen worden gedekt; en
b. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:121, tweede lid, van de wet zijn:
a. de opgave van de staat waar de verzekeraar met beperkte risico-omvang voornemens is vanuit een bijkantoor zijn bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een programma van werkzaamheden;
d. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen;
e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de wet, of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de wet;
f. indien de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de wet, rechtspersoon is, de opgave van de naam, het adres, de statuten , en een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister; en
g. de gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot betrouwbaarheid van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, indien deze een natuurlijke persoon is, of met betrekking tot de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de wet.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de geldige diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing indien het een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 56
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 55, eerste lid, onderdeel c, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de verzekeringen die door het bijkantoor zullen worden gesloten onderscheidenlijk, indien het om een schadeverzekeraar gaat, de aard van de risico’s die door het bijkantoor zullen worden gedekt;
b. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, van het bijkantoor; en
c. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet, van het bijkantoor.
Artikel 56a
Samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthoudende instanties voldoen aan de navolgende eisen:
a. indien het samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthoudende instanties als bedoeld in artikel 1:13b, eerste lid, onderdeel c, betreft: de ingevolge artikel 42 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde eisen;
b. indien het samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthoudende instanties als bedoeld in artikel 2:67b, eerste lid, onderdeel d, betreft: de ingevolge artikel 37, vijftiende lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen vastgestelde eisen;
c. indien het samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthoudende instanties als bedoeld in artikel 2:121e, betreft: de ingevolge artikel 34 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde eisen.
1.
Om als gelijkwaardig te worden aangemerkt, voldoet het recht, bedoeld in artikel 2:67b, vierde lid, onderdeel b, aan de eisen ingevolge artikel 37, drieëntwintigste lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
2.
De in artikel 34, eerste lid, onderdeel b, bedoelde informatie mag worden beperkt tot de beleggingsinstellingen die de buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is, wil beheren en tot de door deze beheerder beheerde beleggingsinstellingen die hij wil verhandelen in de Europese Unie.
1.
De Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling verstrekt de informatie en meldingen, bedoeld in artikel 2:121c, negende lid, van de wet, overeenkomstig artikel 32, achtste lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
2.
De Autoriteit Financiële Markten neemt bij het sturen van de gegevens, bedoeld in artikel 2:121c, tweede lid, van de wet, de ingevolge artikelen 32, achtste lid, 35, zestiende lid, en 39, tiende lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde regels met betrekking tot de vorm van de kennisgeving in acht.
3.
De informatie over de wijze waarop rechten van deelneming worden aangeboden en informatie over de wijze waarop wordt voorkomen dat rechten van deelneming worden aangeboden aan niet-professionele beleggers, bedoeld in artikel 2:121c, eerste lid, onderdeel h, is onderworpen aan Nederlands recht.
Artikel 56d
De ingevolge artikel 2:121d, eerste en tweede lid, van de wet te verstrekken informatie voldoet aan de ingevolge artikel 33 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde eisen.
Artikel 56e [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De vaststelling of Nederland als referentielidstaat, bedoeld in artikel 2:69a van de wet, moet worden aangemerkt, geschiedt overeenkomstig de ingevolge artikel 37 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, gestelde regels.
Artikel 57
De gegevens, bedoeld in artikel 2:122, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de lidstaat waar de beheerder voornemens is het bijkantoor te openen;
b. een opgave van de financiële diensten die de beheerder voornemens is te verlenen;
c. een opgave van de organisatiestructuur van het bijkantoor;
d. een beschrijving van de procedures met betrekking tot het beheer van risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de wet;
e. een beschrijving van de interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, van de wet;
f. een opgave van het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd; en
g. een opgave van de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
Artikel 57a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:122a, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de lidstaat waar de beheerder voornemens is diensten te verrichten;
b. een opgave van de financiële diensten die de beheerder voornemens is te verlenen;
c. een beschrijving van de procedures met betrekking tot het beheer van risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de wet; en
d. een beschrijving van de interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, van de wet.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:123, tweede lid, van de wet zijn:
a. het fondsreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging in effecten;
b. het prospectus van de instelling voor collectieve belegging in effecten;
c. de essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
d. de wijze van in- en verkoop van rechten van deelneming in de andere lidstaat; en
e. in voorkomend geval, de laatste jaarrekening en halfjaarcijfers van de instelling voor collectieve belegging in effecten.
2.
De kennisgeving, bedoeld in artikel 2:123, tweede lid, van de wet wordt opgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 1 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 584/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft de vorm en inhoud van de gestandaardiseerde kennisgeving en icbe-verklaring, het gebruik van elektronische communicatie tussen bevoegde autoriteiten voor kennisgevingsdoeleinden, alsook procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse en de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten (PbEU L 176).
Artikel 58
De gegevens, bedoeld in artikel 2:127, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de lidstaat waar de beleggingsonderneming voornemens is het bijkantoor te openen;
b. een opgave van de financiële diensten die de beleggingsonderneming voornemens is te verlenen;
c. een opgave van het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd; en
d. een opgave van de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
1.
De gegevens als bedoeld in artikel 2:130, eerste lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de staat waar de beleggingsonderneming voornemens is het bijkantoor te openen;
b. een opgave van de financiële diensten die de beleggingsonderneming voornemens is te verlenen;
c. een beschrijving van de maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering;
d. het adres in de staat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd; en
e. een opgave van de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
2.
De beleggingsonderneming doet de in het eerste lid bedoelde gegevens vergezeld gaan van een vertaling voorzover de Autoriteit Financiële Markten dat verlangt.
Artikel 60
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 61
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
’s-Gravenhage, 12 oktober 2006
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de eenendertigste oktober 2006
De Minister van Justitie,