Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Register kinderopvang
- Hoofdstuk 2a. Register buitenlandse kinderopvang
+ Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk
+ Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet, verstrekt een ouder als bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet in ieder geval de volgende gegevens aan Onze Minister:
a. zijn naam- en adresgegevens, zijn land van vestiging en zijn telefoonnummer;
b. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht dat op zijn naam is gesteld;
c. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht waarmee de identiteit kan worden vastgesteld van het kind, van wie de ouder voornemens is gebruik te maken van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet;
d. de naam- en adresgegevens, het land van vestiging en het telefoonnummer van de voorziening, bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet;
e. de naam- en adresgegevens, het land van vestiging en het telefoonnummer van degene als bedoeld in artikel 1.48, vierde lid, van de wet;
f. voor zover het gaat om gelijkstelling met een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang en sprake is van tussenkomst van een organisatie als bedoeld in artikel 1.48, eerste lid, van de wet of een geregistreerd gastouderbureau, de naam- en adresgegevens, het land van vestiging en het telefoonnummer van die organisatie;
g. het soort kinderopvang dat wordt geboden;
h. een of meer bewijsstukken waaruit blijkt dat de voorziening, bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, voldoet aan artikel 1.48, vijfde lid, onderdeel a, van de wet;
i. voor zover het gaat om gelijkstelling met een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang en sprake is van tussenkomst van een organisatie als bedoeld in artikel 1.48, eerste lid, van de wet of een geregistreerd gastouderbureau, een of meer bewijsstukken waaruit blijkt dat sprake is van die tussenkomst.
2.
De aanvraag, bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid.
1.
In het register buitenlandse kinderopvang neemt Onze Minister onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdelen d, met uitzondering van het telefoonnummer en g;
b. de ingangs- en einddatum van de inschrijving, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet;
c. de datum van wijziging van gegevens, bedoeld in de artikelen 1.48, negende lid, en 1.48a, eerste lid, van de wet;
d. de datum van de verwijdering van de inschrijving als bedoeld in de artikelen 1.48, negende lid, van de wet en 10d, eerste lid;
e. de status van de inschrijving.
2.
Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt Onze Minister andere bij ministeriële regeling aangewezen gegevens op onder het unieke registratienummer in het register buitenlandse kinderopvang.
1.
Onder een wijziging van gegevens waarvan de ouder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 1.48, zevende lid, van de wet wordt verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel a.
2.
Een verzoek als bedoeld in artikel 1.48, zevende lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
1.
Onze Minister kan besluiten tot verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48a, tweede lid, van de wet uit het register buitenlandse kinderopvang indien blijkt dat:
a. de kwaliteit van deze voorziening naar aard en strekking niet langer overeenkomt met het bepaalde bij of krachtens paragraaf 2 van afdeling 3 van hoofdstuk 1 van de wet;
b. de houder van een voorziening niet meewerkt aan een verzoek om nadere informatie of de verstrekking van zakelijke gegevens of bescheiden als bedoeld in artikel 1.48, vierde lid, van de wet;
c. er geen kinderopvangtoeslag wordt uitbetaald voor het gebruik van deze voorziening;
d. de einddatum van de inschrijving als bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet is verstreken.
2.
Onze Minister maakt de verwijdering van inschrijvingen uit het register buitenlandse kinderopvang als bedoeld in artikel 1.48a, tweede lid, van de wet bekend op een website van de rijksoverheid.
3.
De verwijdering uit het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in de artikelen 1.48, negende lid, 1.48a, tweede lid, van de wet en het eerste lid, en de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, vinden onverwijld plaats.
4.
Bij verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, blijft deze onder het unieke registratienummer zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van deze status, die ligt op of na de datum waarop de verwijdering door Onze Minister in het register buitenlandse kinderopvang is verwerkt.
1.
De ingangsdatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, wordt bepaald op de datum dat Onze Minister de aanvraag tot inschrijving daarin heeft ontvangen.
2.
De einddatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, wordt bepaald op vier jaar na de ingangsdatum van de inschrijving daarin, bedoeld in datzelfde artikel.
3.
Indien met een bewijsstuk als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel h, slechts aannemelijk wordt gemaakt dat de voorziening, bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, voor een kortere periode dan vier jaar voldoet aan artikel 1.48, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, wordt de einddatum, in afwijking van het tweede lid, bepaald op de laatste dag van die periode.
4.
Indien sprake is van verwijdering als bedoeld in artikel 10d, wordt, in afwijking van het tweede lid, de datum waarop deze verwijdering ingaat als einddatum bepaald.
1.
De gegevens, genoemd in artikel 10b, die in het register buitenlandse kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd.
2.
Na verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet uit het register buitenlandse kinderopvang kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 10d, vierde lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam- en adresgegevens en het land van vestiging van de voorziening, het unieke registratienummer, de ingangsdatum van de inschrijving als bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status.
3.
De gegevens die verwerkt worden in het register buitenlandse kinderopvang worden verstrekt aan de Belastingdienst/Toeslagen, voor zover de kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en aan de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting.
Artikel 10g. Bewaartermijn gegevens in het register buitenlandse kinderopvang
De gegevens van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, in het register buitenlandse kinderopvang worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaar nadat zij zijn gewijzigd of nadat de voorziening uit dit register is verwijderd.