Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Register kinderopvang
+ Hoofdstuk 2a. Register buitenlandse kinderopvang
+ Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk
+ Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang te gaan exploiteren aan het college in ieder geval:
a. het KvK-nummer van de onderneming of activiteit en, indien degene die voornemens is een kindercentrum of een gastouderbureau te exploiteren een natuurlijk persoon is, zijn burgerservicenummer;
b. de naam en het correspondentieadres van degene die voornemens is het kindercentrum of het gastouderbureau te exploiteren en de naam, het bezoekadres en het telefoonnummer van het kindercentrum of het gastouderbureau;
c. het aantal kindplaatsen waarvoor de aanvraag wordt gedaan, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;
d. het soort kinderopvang dat wordt geboden: dagopvang dan wel buitenschoolse opvang, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;
e. het gegeven of gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;
f. een document waaruit blijkt dat degene die de aanvraag indient voor zover het om een kindercentrum of een gastouderbureau gaat, is aangesloten bij de geschillencommissie.
2.
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de wet verstrekt het gastouderbureau aan het college in ieder geval:
a. de naam en het unieke registratienummer van het gastouderbureau;
b. het burgerservicenummer, de naam, het telefoonnummer en het woonadres van de gastouder;
c. het aantal kindplaatsen van de voorziening voor gastouderopvang;
d. adresgegevens van de voorziening voor gastouderopvang.
3.
Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college in ieder geval:
a. voor zover het om een voorziening voor gastouderopvang gaat, die op het woonadres van de gastouder is gevestigd, het aantal huisgenoten van de gastouder van 18 jaar en ouder;
b. een kopie van de verklaringen omtrent het gedrag, bedoeld in de artikelen 1.50, vijfde lid, juncto 1.56, derde lid, en 1.56b, vierde lid, van de wet;
c. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van degene die de aanvraag indient voor zover het om een kindercentrum of een gastouderbureau gaat en van de gastouder, voor zover het om een voorziening voor gastouderopvang gaat;
d. kopieën van documenten, waaruit blijkt dat de gastouder aan de deskundigheidseisen, bedoeld in artikel 13 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen voldoet, tenzij de gastouder al een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang exploiteert;
e. voor zover het om een kindercentrum of een gastouderbureau gaat, een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in de artikelen 5, tweede lid en 11, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen;
4.
De aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet, wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
1.
In het register kinderopvang neemt het college onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, en, zodra dat door de houder is aangeleverd, het KvK-vestigingsnummer;
b. per gastouderbureau: de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang die gebruikmaken van de diensten van dat bureau, met het aan hen toegekende unieke registratienummer;
c. de datum met ingang waarvan de exploitatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 1.46, tweede lid, van de wet;
d. de datum van de wijziging van de gegevens naar aanleiding van het besluit, bedoeld in de artikelen 1.47, tweede lid, en 1.47a, eerste lid, van de wet;
e. de datum van de verwijdering van de inschrijving naar aanleiding van het besluit, bedoeld in de artikelen 1.47, vierde lid, en 1.47a, eerste lid, van de wet;
g. de datum van de wijziging van gegevens, bedoeld in artikel 7, vijfde lid;
h. in geval van verwijdering uit het register kinderopvang: vermelding van deze verwijdering, alsmede de datum van deze verwijdering;
f. een verwijzing naar de vindplaatsen van elektronische documenten van de in artikel 1.63 van de wet bedoelde inspectierapporten;
g. indien gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden: een aanduiding dat deze wordt aangeboden;
h. de status van de inschrijving;
i. de aansluiting van een houder bij de geschillencommissie, de begindatum van de aansluiting en indien van toepassing de einddatum van de aansluiting;
j. de vermelding van gegevens uit een besluit als bedoeld in artikel 1.81, eerste lid, van de wet.
2.
Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt het college andere gegevens die bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen op onder het unieke registratienummer in het register kinderopvang.
1.
Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, van de wet laten verrichten alvorens ter zake een besluit te nemen.
2.
Onder een wijziging van gegevens waarvan de houder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, de toekenning van een KvK-vestigingsnummer aan het kindercentrum of het gastouderbureau, de aansluiting of de beëindiging van de aansluiting van een voorziening voor gastouderopvang bij een gastouderbureau en de beëindiging van de exploitatie van de kinderopvangvoorziening.
3.
Indien de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van dat kindercentrum of gastouderbureau in het register kinderopvang aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit gezamenlijke verzoek tot aanpassing van de bestaande en toekomstige houder als een aanvraag tot exploitatie van de kinderopvangvoorziening door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 5, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de kinderopvangvoorziening met de status geregistreerd en met ongewijzigd uniek registratienummer in het register ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt de kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de voorziening al exploiteert of met ingang van de datum van wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.
4.
Indien de houder van een geregistreerde kinderopvangvoorziening een kinderopvangvoorziening in exploitatie wil nemen op een ander adres of op het adres waar hij al een kinderopvangvoorziening exploiteert, dient hij hiertoe een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet in. Het college bepaalt in dat geval waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet betrekking heeft. In afwijking van de eerste zin wordt geen nieuwe aanvraag tot exploitatie ingediend indien het adres van een gastouderbureau wijzigt.
5.
Een verzoek als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
1.
Het college kan besluiten tot verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.47a, eerste lid, van de wet, indien:
a. is gebleken dat de houder niet langer de kinderopvangvoorziening exploiteert en er geen verzoek tot wijziging als bedoeld in artikel 7, derde lid, is ingediend;
b. uit een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, tweede tot en met vijfde lid, van de wet of anderszins is gebleken dat de houder in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, afdeling 3, paragrafen 2 of 3 van de wet.
2.
Het college verwijdert de aanduiding aanbod voorschoolse educatie, indien aan de kinderopvangvoorziening daarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt.
3.
De bewerker stelt de gastouders die volgens het register gebruik maken van de diensten van een gastouderbureau in kennis van de verwijdering van dat gastouderbureau.
4.
Het college maakt de verwijdering van een kinderopvangvoorziening, niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang, uit het register kinderopvang bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een gemeentelijke website.
5.
De verwijdering uit het register kinderopvang, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de bekendmaking, bedoeld in het derde en vierde lid, vinden onverwijld plaats.
6.
Het college kan een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang verwijderen indien drie maanden na de inschrijving de opvang- of bemiddelingsactiviteiten van de kinderopvangvoorziening niet daadwerkelijk zijn begonnen.
7.
Bij verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang blijft deze voorziening onder het unieke registratienummer in het register zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van die status, die op of na de datum ligt waarop de verwijdering door het college in het register is verwerkt.
8.
De termijn, bedoeld in artikel 1.47b, vierde lid, van de wet, bedraagt vier maanden te rekenen vanaf de datum waarop de inschrijving van het gastouderbureau uit het register kinderopvang is verwijderd.
1.
De gegevens, genoemd in artikel 6, die in het register kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd, met uitzondering van burgerservicenummers, het telefoonnummer en het woonadres van gastouders, voor zover op dat adres geen voorziening voor gastouderopvang gevestigd is, en het woonadres van de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau, wanneer die houder een natuurlijke persoon is en voor zover het kindercentrum of het gastouderbureau niet op dat adres gevestigd is.
2.
Na verwijdering van een kinderopvangvoorziening kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 8, zevende lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam en het adres van de vestiging en het unieke registratienummer van de kinderopvangvoorziening, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status alsmede de daaraan voorafgaande datum van inschrijving.
3.
De gegevens die verwerkt worden in het register kinderopvang worden verstrekt aan de Belastingdienst/Toeslagen, voor zover de kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en aan de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting.
4.
De gegevens van de houder die worden verwerkt in het register kinderopvang, worden verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om te kunnen bepalen welke personen werkzaam zijn in de kinderopvang.
Artikel 9a. Verstrekking gegevens ten behoeve van continue screening in de kinderopvang
Gegevens van personen als bedoeld in de artikelen 1.50, 1.56 en 1.56b van de wet, die op grond van artikel 5.9, vierde lid, van het Besluit SUWI van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn verkregen, worden verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie ten behoeve van de continue controle op nieuwe gegevens in de justitiële documentatie voor deze personen.
Artikel 9b. Gevolgen van melding over nieuwe gegevens in de justitiële documentatie
Indien het college op basis van een melding als bedoeld in artikel 22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens van Onze Minister van Veiligheid en Justitie vermoedt dat de houder van of een persoon die werkzaam is bij een kinderopvangvoorziening of een huisgenoot van de gastouder van 18 jaar en ouder niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, bepaalt de toezichthouder of het aanvragen van een nieuwe verklaring omtrent het gedrag door de houder, de persoon die werkzaam is bij een kinderopvangvoorziening of de huisgenoot van de gastouder aangewezen is.
Artikel 9c. Opname gegevens handhavingsbesluiten in het register kinderopvang
De gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel j, kunnen door een ieder worden geraadpleegd gedurende een periode van drie jaar na de datum van vermelding in het register kinderopvang.
Artikel 10. Bewaartermijn gegevens in het register kinderopvang
De gegevens van een kinderopvangvoorziening in het register kinderopvang worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaren nadat zij zijn gewijzigd of nadat de kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang is verwijderd.