Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2005. U leest nu de tekst die gold op -.
Besluit van 25 oktober 1999, houdende regels voor de vergoeding ter zake van het gebruik van spoorweginfrastructuur (Besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1999, nr. DGP/IB/N.BO/99/004, Directoraat-Generaal Personenvervoer;
Gelet op artikel 31, tweede lid, en artikel 32 van de Spoorwegwet;
De Raad van State gehoord, advies van 7 september 1999, nr. WO9.99 0309/V;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 15 oktober 1999, nr. DGP/VI/U.99 0417, Directoraat-Generaal Personenvervoer;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: De Spoorwegwet ;
b. spoorweginfrastructuur: spoorweginfrastructuur als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder c, van de wet;
c. beheer van spoorweginfrastructuur: totstandbrengen en onderhouden van spoorweginfrastructuur, daaronder begrepen de regelings- en veiligheidssystemen;
d. beheerder: de krachtens hoofdstuk III van de wet met het beheer van spoorweginfrastructuur belaste instantie;
e. het nationale net: de spoorweginfrastructuur die door NS Railinfrabeheer B.V. wordt beheerd;
f. station: een onderdeel van de onder b bedoelde spoorweginfrastructuur, bestaande uit met spoorwegen verbonden voorzieningen die blijkens hun constructie en inrichting geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor aankomst en vertrek van spoorvoertuigen en voor het in-, uit- of overstappen van reizigers;
g. spoorwegonderneming: een spoorwegonderneming of een internationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder a onderscheidenlijk onder b van de wet, niet zijnde een spoorwegonderneming waarvan de activiteiten zich beperken tot stads- en streekvervoer;
h. dienstregeling: een voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden;
i. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
j. vergoeding: een ingevolge artikel 2, eerste lid, in rekening gebrachte vergoeding;
k. station van categorie 1: een tot het nationaal net behorend station dat beschikt over een hoog voorzieningenniveau en als zodanig door Onze Minister is aangewezen;
l. een station van categorie 2: een tot het nationale net behorend station dat geen station van categorie 1 is;
m. openbaar vervoer van personen: voor een ieder openstaand personenvervoer per trein volgens een dienstregeling;
n. besloten vervoer van personen: vervoer van personen anders dan bedoeld onder m.
1.
Ter bestrijding van de kosten die gemoeid zijn met het gebruik van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur brengt de beheerder een vergoeding in rekening ter zake van dat gebruik.
2.
De beheerder brengt de vergoeding in rekening aan de spoorwegonderneming die het in het eerste lid bedoelde gebruik verricht.
1.
De vergoeding ter zake van het gebruik van het nationale net voor het openbaar vervoer van personen wordt bepaald aan de hand van de formule (Pkm x A) + (Ps1 x B1) + (Ps2 x B2) waarbij,
Pkm = het bij regeling van Onze Minister vastgestelde tarief per treinkilometer;
A = het aantal treinkilometers in het kalenderjaar over spoorstaven en geleiderails die behoren tot het nationale net, dat gemoeid is met volledige uitvoering van de gepubliceerde dienstregelingen van de spoorwegonderneming;
Ps1 = het bij regeling van Onze Minister vastgestelde tarief per keer dat een station van categorie 1 wordt aangedaan;
B1 = het aantal keren in het kalenderjaar dat een station van categorie 1, bij volledige uitvoering van de gepubliceerde dienstregelingen van de spoorwegonderneming wordt aangedaan;
Ps2 = het bij regeling van Onze Minister vastgestelde tarief per keer dat een station van categorie 2 wordt aangedaan;
B2 = het aantal keren in het kalenderjaar dat een station van categorie 2, bij volledige uitvoering van de gepubliceerde dienstregelingen van de spoorwegonderneming wordt aangedaan.
2.
De vergoeding ter zake van het gebruik van het nationale net voor het vervoer van goederen wordt bepaald aan de hand van de formule
Pkm x C x M waarbij,
Pkm = het bij regeling van Onze Minister vastgestelde tarief per treinkilometer;
C = het aantal treinkilometers over spoorstaven of geleiderails die behoren tot het nationale net, dat gemoeid is met het vervoer van goederen door de spoorwegonderneming in het kalenderjaar;
M = de in het derde lid bedoelde marktparameter.
3.
De marktparameter bedraagt voor het:
a. kalenderjaar 2000: 0,3
b. kalenderjaar 2001: 0,4
c. kalenderjaar 2002: 0,5
d. kalenderjaar 2003: 0,6
e. kalenderjaar 2004: 0,7
f. kalenderjaar 2005: 0,8
g. kalenderjaar 2006: 0,9
h. kalenderjaar 2007 en voor daaropvolgende kalenderjaren: 1,0.
4.
De vergoeding ter zake van het gebruik van het nationale net voor het besloten vervoer van personen wordt bepaald aan de hand van de formule Pkm x D waarbij,
Pkm = het bij regeling van Onze Minister vastgestelde tarief per treinkilometer;
D = het aantal treinkilometers over spoorstaven of geleiderails, die behoren tot het nationale net, dat gemoeid is met het besloten vervoer van personen door de spoorwegonderneming in het kalenderjaar.
5.
Het aantal van de in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde treinkilometers, wordt bepaald overeenkomstig de bij regeling van Onze Minister te geven regels.
1.
Het bij regeling van Onze Minister vastgesteld tarief per treinkilometer wordt zodanig vastgesteld dat het product van het begroot aantal treinkilometers in het kalenderjaar en van dat tarief gelijk is aan de onderstaande begrote kosten ter zake van het nationale net in het kalenderjaar:
a. voor wat betreft klein onderhoud de begrote kosten van NS Railinfrabeheer B.V. voor het onderhoud aan wissels en de kosten voor functieherstel bij calamiteiten en storingen uit de procescontracten; en
b. voor wat betreft groot onderhoud de begrote kosten van NS Railinfrabeheer B.V. voor het onderhoud aan wissels en bovenleidingen uit de contracten voor grootschalig onderhoud; en
c. de begrote apparaatskosten van NS Railinfrabeheer B.V. voor de medewerkers die zijn toe te rekenen aan de uitvoering van de onder a tot en met b bedoelde activiteiten; en
d. de begrote kosten van NS Verkeersleiding B.V. ter zake van trein- en rangeerbewegingen.
2.
Het bij regeling van Onze Minister vastgesteld tarief per keer dat een station van categorie 1 wordt aangedaan, wordt zodanig vastgesteld dat het product van het begroot aantal keren dat een station van categorie 1 in het kalenderjaar voor het openbaar vervoer van personen wordt aangedaan en van dat tarief gelijk is aan de onderstaande begrote kosten ter zake van het nationale net in het kalenderjaar:
a. voor wat betreft het stationsonderhoud de begrote kosten van NS Railinfrabeheer B.V. voor energiegebruik en schoonmaak van stations van categorie 1; en
b. de begrote apparaatskosten van NS Railinfrabeheer B.V. voor de medewerkers die zijn toe te rekenen aan de uitvoering van de onder a bedoelde activiteiten.
3.
Het door Onze Minister vastgesteld tarief per keer dat een station van categorie 2 wordt aangedaan, wordt zodanig vastgesteld dat het product van het begroot aantal keren dat een station van categorie 2 voor het openbaar vervoer van personen in het kalenderjaar wordt aangedaan en van dat tarief gelijk is aan het bedrag van de onderstaande begrote kosten ter zake van het nationale net in het kalenderjaar:
a. voor wat betreft het stationsonderhoud de begrote kosten van NS Railinfrabeheer B.V. voor energiegebruik en schoonmaak van de stations van categorie 2; en
b. de begrote apparaatskosten van NS Railinfrabeheer B.V. voor de medewerkers die zijn toe te rekenen aan de onder a bedoelde activiteiten.
4.
In afwijking van het eerste tot en met het derde lid worden voor de toepassing van die leden de daarin genoemde begrote kosten ter zake van het nationale net in de kalenderjaren 2000 tot en met 2004 slechts voor de onderstaande percentages in aanmerking genomen:
a. 15% in het kalenderjaar 2000;
b. 30% in het kalenderjaar 2001;
c. 45% in het kalenderjaar 2002;
d. 60% in het kalenderjaar 2003;
e. 80% in het kalenderjaar 2004.
5.
De Bentheimer Eisenbahn A.G. stelt de tarieven ter zake van het gebruik van de door haar beheerde spoorweginfrastructuur zodanig vast dat haar begrote opbrengsten van de vergoedingen ter zake van dat gebruik niet meer bedragen dan 125% van haar begrote kosten ter zake van die spoorweginfrastructuur.
1.
NS Railinfrabeheer B.V. bepaalt de hoogte van de in artikel 4, eerste lid, onderdelen a, b en c, tweede en derde lid genoemde kosten en opbrengsten, begroot het aantal treinkilometers en richt zijn begroting en rekening in overeenkomstig de daaromtrent bij regeling van Onze Minister te geven regels.
2.
NS Verkeersleiding B.V. bepaalt de hoogte van de in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, bedoelde kosten en richt zijn begroting en rekening in overeenkomstig de daaromtrent bij regeling van Onze Minister te geven regels.
3.
Bij regeling van Onze Minister worden regels gegeven omtrent de indiening van de in het eerste en tweede lid bedoelde begroting en rekening.
1.
De vergoeding wordt geheven over het kalenderjaar.
2.
De beheerder kan gedurende het kalenderjaar één of meer voorlopige vergoedingen in rekening brengen tot ten hoogste het bedrag waarop de door de spoorwegonderneming over het kalenderjaar verschuldigde vergoeding vermoedelijk zal worden vastgesteld.
3.
De ingevolge het tweede lid in rekening gebrachte voorlopige vergoedingen worden verrekend met de door de beheerder over het kalenderjaar in rekening gebrachte vergoeding.
4.
In afwijking van het eerste lid wordt de vergoeding over het kalenderjaar 2000 geheven over het tijdvak dat aanvangt op het inwerkingtredingstijdstip van dit besluit en eindigt op 31 december 2000. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
De regeling van Onze Minister van 4 december 1997 houdende voorschriften voor de vaststelling van de vergoeding voor het gebruik van spoorweginfrastructuur die deel uitmaakt van een trans-europees goederensnelspoortraject (Stcrt. 240) wordt ingetrokken.
1.
Het eerste en vierde lid van het in artikel I, onderdeel B, voorgestelde artikel 24b van het Besluit van 27 oktober 1993, houdende wijziging van het Besluit personenvervoer (Stb. 568) treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, waarna het koninklijk besluit van 6 augustus 1999, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer met betrekking tot wijzigingen in de regeling van de toegang tot het beroep van vervoerder over de weg en de wederzijdse erkenning van diploma's, certificaten en andere titels ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van bedoelde vervoerders (Stb. 352) als volgt wordt gewijzigd:
[Wijzigt het Wijzigingsbesluit Besluit goederenvervoer over de weg, enz. (vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van vervoerders over de weg)]
2.
Artikel II van het in het eerste lid bedoelde koninklijk besluit van 6 augustus 1999 treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip met uitzondering van artikel 8 dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 25 oktober 1999
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Uitgegeven tweede november 1999
De Minister van Justitie,