Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Markttoegang
+ Hoofdstuk 3. Bestuur, inrichting en bedrijfsuitoefening
+ Hoofdstuk 4. Financiële waarborgen
+ Hoofdstuk 5. Boekhouding en rapportage
+ Hoofdstuk 6. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
- Hoofdstuk 7. Zorgvuldige dienstverlening
+ Hoofdstuk 8. Effectenverkeer
+ Hoofdstuk 9. Bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 10. Bijzondere prudentiële maatregelen verzekeraars
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit financiële markten BES

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Ter voorkoming van overkreditering houdt een kredietaanbieder bij het bepalen van het ten hoogste aan een consument te verstrekken kredietbedrag rekening met diens huidige vaste en bestendige netto-inkomsten enerzijds en diens vaste uitgaven en, in voorkomend geval, aan andere kredietovereenkomsten verbonden financieringslasten anderzijds.
2.
Een kredietaanbieder verstrekt aan een consument geen krediet, voor zover de aan dat krediet verbonden maandelijkse financieringlasten de maandelijkse financieringsruimte van de consument overschrijden.
3.
De maandelijkse financieringsruimte, bedoeld in het tweede lid, bedraagt:
a. indien de netto-inkomsten van de consument niet meer bedragen dan diens leefbedrag: 6% van het op hem van toepassing zijnde normbedrag;
b. indien de netto-inkomsten van de consument meer bedragen dan diens leefbedrag: de som van 6% van het op hem van toepassing zijnde normbedrag en een bedrag dat gelijk is aan [(netto-inkomsten – leefbedrag) 2 / netto-inkomsten].
4.
Indien de consument reeds andere kredietovereenkomsten is aangegaan, worden de op maandbasis aan die andere overeenkomsten verbonden financieringslasten in mindering gebracht op zijn ingevolge het derde lid berekende financieringsruimte.
5.
Het leefbedrag, bedoeld in het derde lid, wordt bepaald door het op de consument van toepassing zijnde normbedrag te verminderen met het bijbehorende bedrag aan forfaitaire woonlasten en te vermeerderen met de werkelijke woonlasten van de consument.
6.
Het normbedrag, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld bij regeling van Onze minister en bestaat uit een forfaitair bedrag aan woonlasten en een forfaitair bedrag aan overige vaste lasten. Dit normbedrag kan verschillend worden vastgesteld voor de verschillende huishoudensamenstellingen, alsmede voor de verschillende openbare lichamen, en kan periodiek worden herzien.
7.
Een aanbieder kan in plaats van het leefbedrag de werkelijke vaste uitgaven van de consument en, indien van toepassing, van andere personen met wie de consument een duurzame gezamenlijke huishouding voert, gebruiken bij de berekening in het derde lid, voor zover de aanbieder voldoet aan artikel 7:19, tweede lid.
8.
De aanbieder verstrekt geen consumptief krediet met een looptijd van meer dan vijf jaren, tenzij de economische levensduur van het met het krediet aan te schaffen goed langer is dan vijf jaren.
1.
Bij de berekening van de netto-inkomsten van de aanvrager van een krediet mag rekening gehouden worden met de inkomsten van andere personen met wie de aanvrager een duurzame gezamenlijke huishouding voert.
2.
Bij de berekening van de financieringslasten van de aanvrager worden de financieringslasten van andere personen met wie de aanvrager een duurzame gezamenlijke huishouding voert, meegerekend.
1.
Een kredietaanbieder legt de criteria vast die hij, met inachtneming van artikel 7:17, ten grondslag legt aan de beoordeling van kredietaanvragen van consumenten.
2.
Een kredietaanbieder mag in individuele gevallen afwijken van de artikelen 7:17 en 7:18, mits aantoonbaar aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. de overeenkomst inzake krediet is gelet op het risico van overkreditering verantwoord;
b. de aanbieder heeft de juistheid gecontroleerd van de feiten en omstandigheden waarop de afwijking is gebaseerd;
c. de aanbieder heeft vastgesteld dat het aannemelijk is dat aanleiding voor de afwijking een aanhoudende situatie betreft;
d. de afwijking wordt gemotiveerd en vastgelegd en met documenten onderbouwd, en het bevat een duidelijke berekening waaruit blijkt dat de afwijkende situatie getoetst is op het voorkomen van overkreditering.
1.
De hoogst toegelaten kredietvergoeding wordt uitgedrukt in een effectief percentage op jaarbasis aan totale kosten ten opzichte van het kredietbedrag. Dit percentage wordt bij regeling van Onze minister vastgesteld.
2.
Het kredietvergoedingspercentage dat van toepassing is op een overeenkomst inzake krediet wordt berekend als volgt:
waarin:
KVP j = kredietvergoedingspercentage per jaar;
k j = nominale kredietvergoedingspercentage per jaar.
3.
Het nominale kredietvergoedingspercentage per jaar wordt berekend door het nominale kredietvergoedingspercentage per maand te vermenigvuldigen met twaalf.
4.
Het nominale kredietvergoedingspercentage per maand wordt berekend als volgt:
waarin:
PMT = maandelijkse annuïteit;
KB = kredietbedrag;
n = het aantal maandelijkse termijnen;
k m = nominale kredietvergoedingspercentage per maand.
5.
De maandelijkse annuïteit wordt berekend als volgt:
waarin:
TB = totaalbedrag, zijnde het kredietbedrag plus alle kosten, niet zijnde rente, uitgedrukt in contante waarde op het moment van het aangaan van de overeenkomst inzake krediet;
i m = nominale rentepercentage per maand, gedeeld door honderd.
6.
Indien het totale door de consument te betalen bedrag wordt afgelost in andere termijnen dan maandelijkse termijnen, gaat de kredietaanbieder bij de berekening van het kredietvergoedingspercentage, bedoeld in het tweede lid, uit van de op het krediet van toepassing zijnde aflossingstermijnen.
7.
Indien de kosten, bedoeld in het eerste lid, enkel bestaat uit rente, is het kredietvergoedingspercentage gelijk aan het effectieve rentepercentage dat wordt berekend als volgt:
waarin:
r j = effectieve rentepercentage per jaar;
i j = nominale rentepercentage per jaar, gedeeld door honderd;
n = aantal termijnen per jaar.
8.
Indien het nominale rentepercentage niet constant is gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst, gebruikt de kredietaanbieder het gewogen gemiddelde rentepercentage, of ingeval dat nog niet kan worden vastgesteld, het hoogste rentepercentage gedurende de looptijd van de overeenkomst.
Artikel 7:21. (maximale vertragingsvergoeding)
De ten hoogste toegelaten vertragingsvergoeding wordt bij regeling van Onze minister vastgesteld.