Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Markttoegang
+ Hoofdstuk 3. Bestuur, inrichting en bedrijfsuitoefening
+ Hoofdstuk 4. Financiële waarborgen
+ Hoofdstuk 5. Boekhouding en rapportage
+ Hoofdstuk 6. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
- Hoofdstuk 7. Zorgvuldige dienstverlening
+ Hoofdstuk 8. Effectenverkeer
+ Hoofdstuk 9. Bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 10. Bijzondere prudentiële maatregelen verzekeraars
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit financiële markten BES

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Artikel 7:1. (informatieverstrekking door financiëledienstverlener)
De door een financiëledienstverlener te verstrekken informatie:
a. is accuraat en wijst niet op de mogelijke voordelen van een financieel product, zonder dat ook een correcte en duidelijke indicatie van de mogelijke risico’s wordt gegeven;
b. is toereikend en door de presentatie ervan te begrijpen voor het gemiddelde lid van de groep tot wie zij is gericht;
c. geeft belangrijke zaken, vermeldingen of waarschuwingen niet verhuld of afgezwakt weer.
Artikel 7:2. (schriftelijk te verstrekken informatie)
Een financiëledienstverlener verstrekt de ingevolge de artikelen 5:4 tot en met 5:6 van de wet en de artikelen 7:5 tot en met 7:14 van dit besluit te verstrekken informatie schriftelijk. De financiëledienstverlener kan de informatie via een andere duurzame drager verstrekken, indien de consument of cliënt daarmee instemt.
1.
Een financiëledienstverlener:
a. neemt in een reclame-uiting over krediet geen mededelingen op die gericht zijn op het gemak of de snelheid waarmee het krediet wordt verstrekt;
b. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat lopende overeenkomsten inzake krediet bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen.
2.
Bij regeling van Onze minister kan worden bepaald dat financiëledienstverleners in reclame-uitingen over krediet een waarschuwing opnemen met betrekking tot de gevolgen die aan het krediet zijn verbonden.
1.
Indien een financiëledienstverlener in een reclame-uiting over krediet melding maakt van enige gegevens betreffende de kosten van een krediet, verstrekt hij daarbij tevens informatie over:
a. het kredietbedrag;
b. de duur van de kredietovereenkomst;
c. de totale kosten van het krediet;
d. het totale door de consument te betalen bedrag;
e. het effectieve rentepercentage op jaarbasis;
f. indien het aangaan van een andere verplichting vereist is om het krediet op de in de reclame-uiting genoemde voorwaarden te verkrijgen: de verplichting daartoe en de kosten daarvan, of voor zover deze niet vooraf kunnen worden bepaald, een indicatie van die kosten;
g. andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het krediet;
h. de maandlast.
2.
Een financiëledienstverlener geeft de informatie, bedoeld in het eerste lid, indien deze wordt verstrekt in een reclame-uiting over krediet, anders dan via de televisie of radio, gecombineerd weer in een tabel waarin geen andere informatie wordt opgenomen.
3.
Indien een financiëledienstverlener in een reclame-uiting over krediet reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, vermeldt zij daarbij het effectieve rentepercentage op jaarbasis en andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het krediet.
4.
Indien een reclame-uiting betrekking heeft op een krediet met een effectief rentepercentage dat voor een beperkte duur geldt, wordt in die reclame-uiting tevens melding gemaakt van de periode gedurende welke het aangeboden effectieve rentepercentage geldt, alsmede van het hoogste effectieve rentepercentage gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst.
5.
Indien een reclame-uiting een termijnlast bevat, wordt in de reclame-uiting de gewogen gemiddelde termijnlast die op het krediet van toepassing is, genoemd.
6.
De informatie, bedoeld in het eerste, derde, vierde en vijfde lid, heeft alleen betrekking op kredieten die representatief zijn voor de kredieten die feitelijk door de financiëledienstverlener worden verstrekt.
Artikel 7:5. (algemene precontractuele informatie)
Voordat een consument of cliënt een verplichting aangaat met betrekking tot een financieel product of een financiële dienst, verstrekt de financiëledienstverlener de consument of cliënt ten minste de informatie met betrekking tot:
a. zijn rechtsvorm;
b. zijn naam, adres en contactgegevens en, indien de financiëledienstverlener een rechtspersoon is, de statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen;
c. de aard van de financiële dienstverlening;
d. zijn inschrijving in het door de toezichthouder gehouden register;
e. zijn interne klachtenprocedure als bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, van de wet, en voor zover van toepassing, de erkende geschilleninstantie waarbij hij is aangesloten;
f. het recht dat op de verplichting van toepassing is of de door de financiëledienstverlener voorgestelde rechtskeuze;
g. de wijze waarop de verplichting kan worden beëindigd, de termijn die daarbij in acht moet worden genomen, de aan de beëindiging verbonden kosten en de overige gevolgen van beëindiging van de verplichting.
1.
Voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de kredietaanbieder een consument, onverminderd artikel 7:5, ten minste de volgende gegevens:
a. een globale omschrijving van de wijze waarop de kredietaanbieder invulling geeft aan de kredietwaardigheidstoets, bedoeld in artikel 5:14 van de wet;
b. het soort krediet;
c. het kredietbedrag;
d. de duur van de overeenkomst;
e. de totale kosten van het krediet;
f. het totale door de consument te betalen bedrag;
g. het effectieve rentepercentage op jaarbasis;
h. indien het aangaan van een andere verplichting vereist is om het krediet te verkrijgen: de aard en de kosten, of voor zover dit niet vooraf kan worden bepaald, een indicatie daarvan;
i. andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het krediet;
j. de maandlast en, indien de afbetalingstermijnen niet maandelijks zijn, de termijnlast en het bijbehorende aantal termijnen;
k. indien de verplichting, bedoeld in onderdeel h, betrekking heeft op een financieel product of financiële dienst, niet zijnde een betaalrekening als bedoeld in artikel 5:16, eerste lid, onderdeel a, van de wet: de vermelding dat de consument het recht heeft te bepalen met welke wederpartij die andere verplichting zal worden aangegaan;
l. indien het effectieve rentepercentage voor beperkte duur geldt of indien een variabel effectief rentepercentage geldt: de periode gedurende welke dat rentepercentage geldt, alsmede de hoogte van de verschillende effectieve rentepercentages die van toepassing zijn op de overeenkomst, of indien dat nog niet kan worden vastgesteld, de wijze waarop de hoogte van het rentepercentage wordt bepaald;
m. het kredietvergoedingspercentage met een beschrijving van de hierin opgenomen kosten, het hoogst toegestane kredietvergoedingspercentage, bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, van de wet, en de vermelding van de vernietigingsgrond, bedoeld in artikel 5:15, derde lid, van de wet;
n. de voorwaarden inzake de bevoegdheid van de consument tot volledige of gedeeltelijke vervroegde aflossing;
o. het percentage dat wordt toegepast ter berekening van de vertragingsvergoeding die verschuldigd wordt, indien de consument, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling, onder vermelding van de hoogst toegestane vertragingsvergoeding op grond van artikel 5:15, eerste lid, van de wet, alsmede de in voorkomend geval in rekening te brengen buitengerechtelijke incassokosten;
p. de wijze waarop de consument gebruik kan maken van zijn recht, bedoeld in artikel 5:17 van de wet, om de overeenkomst te ontbinden;
q. voor zover van toepassing de voorwaarden inzake ten behoeve van de kredietaanbieder te vestigen zekerheidsrechten.
2.
De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met l, wordt op overzichtelijke wijze weergegeven in één document.
3.
De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op de door de consument met betrekking tot het krediet kenbaar gemaakte voorkeur.
4.
De aanbieder verstrekt de consument, teneinde deze in staat te stellen te beoordelen of de voorgestelde overeenkomst inzake krediet aan zijn behoeften en financiële situatie beantwoordt, een passende toelichting op de informatie op de voornaamste kenmerken van het voorgestelde krediet, met inbegrip van de gevolgen indien de consument niet betaalt. In afwijking van artikel 7:2 kan deze toelichting mondeling worden verstrekt.
Artikel 7:7. (precontractuele informatie levensverzekering)
Voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een levensverzekering verstrekt een levensverzekeraar een cliënt, onverminderd artikel 7:5, ten minste de volgende informatie:
a. het bedrag van de uitkering of uitkeringen waartoe hij zich verplicht of, voorzover dit bedrag niet op voorhand nauwkeurig kan worden bepaald, een nauwkeurige omschrijving van die uitkering of uitkeringen, alsmede van de factoren waarvan de hoogte van de uitkering of uitkeringen afhankelijk is;
b. een omschrijving van de keuzemogelijkheden die de cliënt of de gerechtigde op een uitkering heeft ingevolge de overeenkomst;
c. een nauwkeurige omschrijving van de valuta waarin de premie of de uitkering is uitgedrukt, indien dat een andere valuta is dan de dollar, of van de units, eenheden of datgene waarin de premie of de uitkering anderszins is uitgedrukt, of, indien de uitkering strekt tot het verrichten van andere dan geldelijke prestaties, van die prestaties;
d. indien bij een uitkering omzetting plaatsvindt in dollars of een andere valuta: een nauwkeurige omschrijving van de omzettingsmethode;
e. indien de uitkering in waarden wordt uitgedrukt: de vermelding van de aard van de waarden, waaronder aandelen of andersoortige rechten van deelneming in een beleggingsinstelling;
f. indien de overeenkomst een recht op winstdeling omvat: de wijze van berekening en toewijzing van de winstdeling;
g. de looptijd van de overeenkomst;
h. de premie, verschuldigd voor de hoofddekking, en, indien de overeenkomst voorziet in een of meer nevenuitkeringen, de premies die voor elk van de nevenuitkeringen zijn verschuldigd, alsmede, indien deze premies gedurende de looptijd fluctueren, een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de wijze waarop ze worden berekend en van de factoren waardoor het beloop ervan wordt bepaald;
i. een opgave of de premie eenmalig is verschuldigd dan wel periodiek;
j. de periode gedurende welke premie verschuldigd is;
k. de kosten die naast de brutopremie in rekening worden gebracht;
l. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling:
1°. de kosten die worden ingehouden op de premie, bedoeld in onderdeel h, onderverdeeld naar eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
2°. de kosten die worden ingehouden op de waarde van de rechten van deelneming, onderverdeeld naar eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
3°. de kosten die de beheerder van de beleggingsinstelling jaarlijks in rekening brengt voor het beheer van de rechten van deelneming in die beleggingsinstelling;
4°. de invloed van het gemiddelde jaarlijkse percentage van de kosten, bedoeld onder 1°, 2° en 3°, op het rendement en de uitkering, verbonden aan de overeenkomst;
5°. de wijze waarop kosten als bedoeld onder 1°, 2° en 3°, worden verdeeld over de looptijd van de overeenkomst met de cliënt;
m. een omschrijving van de gevolgen van een verhoging of verlaging van de premie, met inbegrip van premievrijmaken, en, indien de overeenkomst in die mogelijkheid voorziet, van afkoop, en een opgave van de afkoopwaarde gedurende ten minste de eerste vijf jaren van de looptijd, onder vermelding van het voor de berekening gehanteerde rendementspercentage;
n. de wijze waarop de cliënt gebruik kan maken van zijn recht, bedoeld in artikel 5:18 van de wet, om de overeenkomst te ontbinden;
o. het aan de overeenkomst verbonden financiële risico en de mate waarin dit risico voor rekening is van de cliënt.
1.
Voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een natura-uitvaartverzekeringverstrekt een natura-uitvaartverzekeraar een cliënt, onverminderd artikel 7:5, de volgende informatie:
a. een omschrijving van de prestatie waartoe de natura-uitvaartverzekeraar zich verplicht;
b. een omschrijving van de keuzemogelijkheden die de cliënt of de verzekerde ingevolge de overeenkomst heeft;
c. een opgave of de premie eenmalig is verschuldigd dan wel periodiek;
d. de periode gedurende welke premie verschuldigd is;
e. een opgave van de indexering die wordt toegepast op de verzekerde prestatie of op de premie;
f. de overige mogelijkheden die de aanbieder heeft om de verzekerde prestatie of de premie aan te passen;
g. een opgave of indicatie van de afkoop- of premievrije waarde of een opgave van de wijze waarop deze waarden worden berekend;
h. de wijze waarop de cliënt gebruik kan maken van zijn recht, bedoeld in artikel 5:18 van de wet, om de overeenkomst te ontbinden;
i. een opgave van de uitvaartonderneming die de uitvaart zal verzorgen, dan wel van de wijze waarop wordt bepaald welke uitvaartonderneming de uitvaart zal verzorgen.
2.
Indien de termijn van beëindiging, bedoeld in artikel 7:5, eerste lid, onderdeel g, langer is dan een jaar, maakt de natura-uitvaartverzekeraar dit op een opvallende wijze uitdrukkelijk kenbaar aan de cliënt, bij gebreke waarvan een opzegtermijn van een jaar geldt ongeacht het in de overeenkomst bepaalde.
Artikel 7:9. (precontractuele informatie schadeverzekering branche motorrijtuigen)
Voorafgaande aan de totstandkoming van een verzekeringsovereenkomst tot dekking van wettelijke aansprakelijkheid, voortvloeiend uit het gebruik van motorrijtuigen, verstrekt een schadeverzekeraar met zetel in het buitenland die door middel van het verrichten van diensten vanuit een vestiging in het buitenland in de openbare lichamen zodanige verzekeringen aanbiedt, een cliënt, onverminderd artikel 7:5, de naam en het adres van de ingevolge artikel 6:8, eerste lid, door hem aangestelde schade-afhandelaar.
Artikel 7:10. (precontractuele informatie provisie bemiddelaar)
Indien een overeenkomst inzake een levensverzekering, niet zijnde een overlijdensrisicoverzekering, tot stand komt door tussenkomst van een bemiddelaar, informeert die bemiddelaar de cliënt tijdig voorafgaande aan de totstandkoming van de desbetreffende overeenkomst over de hoogte van de provisie die hij in verband met deze bemiddeling ontvangt.
1.
In afwijking van de artikelen 7:7, eerste lid, en 7:8, eerste lid, mag de in die artikelen bedoelde informatie ook onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst inzake een levensverzekering, onderscheidenlijk natura-uitvaartverzekering, worden verstrekt, of uiterlijk tegelijkertijd met het afgeven van de polis, indien de cliënt het recht heeft zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen de overeenkomst inzake binnen dertig kalenderdagen na de dag waarop hij de informatie heeft ontvangen, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, te ontbinden en de cliënt is geïnformeerd over de wijze waarop hij gebruik kan maken van dat recht.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ingevolge artikel 7:5 voorafgaand aan een overeenkomst inzake een schadeverzekering te verstrekken informatie, met dien verstande dat de termijn van ontbinding in dat geval veertien kalenderdagen bedraagt en de ontbinding geen terugwerkende kracht heeft.
1.
Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet met een variabel effectieve rentepercentage informeert de kredietaanbieder de consument over elke wijziging van de effectieve rentevoet, waarbij hij, voor zover van toepassing, de consument tevens informeert over gevolgen hiervan voor de termijnlast.
2.
Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de kredietaanbieder de consument op diens verzoek een gespecificeerd overzicht van het uitstaand saldo. Hij kan daarbij een vergoeding in rekening brengen van ten hoogste het bedrag van de werkelijke kosten.
3.
Tot een jaar na de afwikkeling van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de kredietaanbieder aan de consument op diens verzoek kosteloos een gespecificeerde afrekening.
1.
Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een levensverzekering verstrekt een levensverzekeraar de cliënten minste de volgende informatie:
a. een wijziging van de polisvoorwaarden, voor zover redelijkerwijs relevant;
b. voor zover zulks niet blijkt uit de wijziging van de polisvoorwaarden, bedoeld in onderdeel a: iedere wijziging van de overeenkomst met betrekking tot de in de artikelen 7:5, eerste lid, onderdelen b en d, en 7:7, eerste lid, met uitzondering van onderdeel n, bedoelde onderwerpen of van de op die onderdelen van toepassing zijnde regelgeving;
c. de jaarlijkse winstdeling;
d. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling: een jaarlijkse opgave over het voorafgaande jaar van:
1°. de waarde-ontwikkeling van het opgebouwde kapitaal;
2°. de door de cliënt betaalde premies als bedoeld in artikel 7:7, eerste lid, onderdeel h;
3°. met de cliënt verrekende kosten als bedoeld in artikel 7:7, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, 2° en 3°;
4°. het op het opgebouwde kapitaal behaalde rendement;
e. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling: een jaarlijkse prognose van de hoogte van het eindkapitaal op basis van een pessimistische voorspelling of het historisch rendement;
f. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling: het gevoerde beheer van de beleggingsinstelling; en
g. indien de cliënt daarom verzoekt: een opgave van de premievrije waarde op de einddatum van de verzekering, onder vermelding van het voor de berekening gehanteerde rendementspercentage, of een opgave van de wegens afkoop verschuldigde kosten en de actuele afkoopwaarde.
2.
Indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling verstrekt de levensverzekeraar, onverminderd het eerste lid, aanhef en onderdeel g, aan de cliënt die verzoekt zijn premie te verhogen of te verlagen of zijn polis premievrij te maken, een aan de nieuwe premie aangepaste opgave overeenkomstig artikel 7:7, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, 2° en 3°.
Artikel 7:14. (tussentijdse informatie natura-uitvaartverzekeringen)
Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een natura-uitvaartverzekering verstrekt een natura-uitvaartverzekeraar de cliënt, ten minste de volgende informatie:
a. een wijziging van de polisvoorwaarden, voor zover redelijkerwijs relevant;
b. voorzover zulks niet blijkt uit de wijziging van de polisvoorwaarden, bedoeld in onderdeel a: iedere wijziging van de overeenkomst ten aanzien van de in de artikel 7:5, eerste lid, onderdelen b en d, en 7:8, met uitzondering van onderdeel h, bedoelde onderwerpen of van de op die onderdelen van toepassing zijnde regelgeving.
Artikel 7:15. (tussentijdse informatie schadeverzekeringen motorrijtuigen)
Een schadeverzekeraar met zetel in het buitenland die door middel van het verrichten van diensten vanuit een vestiging in het buitenland in de openbare lichamen verzekeringen aanbiedt tot dekking van wettelijke aansprakelijkheid, voortvloeiend uit het gebruik van motorrijtuigen, stelt de cliënt binnen twee weken in kennis van een wijziging in de naam of het adres van de ingevolge artikel 6:8, eerste lid, door hem aangestelde schade-afhandelaar.
1.
Een gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent die voor rekening van een verzekeraar een verzekering heeft gesloten, vermeldt in de polis dan wel in een daaraan toegevoegd aanhangsel de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, het aandeel dat hij namens de verzekeraar heeft geaccepteerd. In geval van een schadeverzekering vermeldt hij tevens elke wijziging in het door hem namens de verzekeraar geaccepteerde aandeel in een aanhangsel.
2.
Wordt, nadat de gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent de verzekering heeft gesloten of, in geval van een schadeverzekering, het door de gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent geaccepteerde aandeel in de verzekering is gewijzigd, niet of niet onverwijld aan de cliënt een polis of aanhangsel gegeven, dan verstrekt de gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent de in het eerste lid bedoelde gegevens aan de cliënt binnen vier weken na het sluiten van de verzekering of na het aanbrengen van de wijziging. Behoort de verzekering tot de portefeuille van een bemiddelaar, dan verstrekt de gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent deze gegevens binnen twee weken aan deze bemiddelaar.
3.
Wordt, nadat een verzekering is gesloten of, in geval van een schadeverzekering, het door de verzekeraar geaccepteerde aandeel in de overeenkomst is gewijzigd, niet of niet onverwijld aan de cliënt een polis of aanhangsel afgegeven waarin de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, diens aandeel of daarin aangebrachte wijziging is vermeld, dan verstrekt de bemiddelaar tot wiens portefeuille de verzekering behoort, deze gegevens binnen vier weken na het sluiten van de overeenkomst of na het aanbrengen van de wijziging aan de cliënt.
4.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien binnen de desbetreffende termijn de verzekering is tenietgegaan en daaraan door de cliënt of andere belanghebbenden geen rechten meer kunnen worden ontleend.
5.
De gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent of de betrokken bemiddelaar stelt de cliënt desgevraagd onverwijld in kennis van de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, van de aandelen die de verzekeraars hebben geaccepteerd of van wijzigingen die daarin zijn aangebracht.
1.
Ter voorkoming van overkreditering houdt een kredietaanbieder bij het bepalen van het ten hoogste aan een consument te verstrekken kredietbedrag rekening met diens huidige vaste en bestendige netto-inkomsten enerzijds en diens vaste uitgaven en, in voorkomend geval, aan andere kredietovereenkomsten verbonden financieringslasten anderzijds.
2.
Een kredietaanbieder verstrekt aan een consument geen krediet, voor zover de aan dat krediet verbonden maandelijkse financieringlasten de maandelijkse financieringsruimte van de consument overschrijden.
3.
De maandelijkse financieringsruimte, bedoeld in het tweede lid, bedraagt:
a. indien de netto-inkomsten van de consument niet meer bedragen dan diens leefbedrag: 6% van het op hem van toepassing zijnde normbedrag;
b. indien de netto-inkomsten van de consument meer bedragen dan diens leefbedrag: de som van 6% van het op hem van toepassing zijnde normbedrag en een bedrag dat gelijk is aan [(netto-inkomsten – leefbedrag) 2 / netto-inkomsten].
4.
Indien de consument reeds andere kredietovereenkomsten is aangegaan, worden de op maandbasis aan die andere overeenkomsten verbonden financieringslasten in mindering gebracht op zijn ingevolge het derde lid berekende financieringsruimte.
5.
Het leefbedrag, bedoeld in het derde lid, wordt bepaald door het op de consument van toepassing zijnde normbedrag te verminderen met het bijbehorende bedrag aan forfaitaire woonlasten en te vermeerderen met de werkelijke woonlasten van de consument.
6.
Het normbedrag, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld bij regeling van Onze minister en bestaat uit een forfaitair bedrag aan woonlasten en een forfaitair bedrag aan overige vaste lasten. Dit normbedrag kan verschillend worden vastgesteld voor de verschillende huishoudensamenstellingen, alsmede voor de verschillende openbare lichamen, en kan periodiek worden herzien.
7.
Een aanbieder kan in plaats van het leefbedrag de werkelijke vaste uitgaven van de consument en, indien van toepassing, van andere personen met wie de consument een duurzame gezamenlijke huishouding voert, gebruiken bij de berekening in het derde lid, voor zover de aanbieder voldoet aan artikel 7:19, tweede lid.
8.
De aanbieder verstrekt geen consumptief krediet met een looptijd van meer dan vijf jaren, tenzij de economische levensduur van het met het krediet aan te schaffen goed langer is dan vijf jaren.
1.
Bij de berekening van de netto-inkomsten van de aanvrager van een krediet mag rekening gehouden worden met de inkomsten van andere personen met wie de aanvrager een duurzame gezamenlijke huishouding voert.
2.
Bij de berekening van de financieringslasten van de aanvrager worden de financieringslasten van andere personen met wie de aanvrager een duurzame gezamenlijke huishouding voert, meegerekend.
1.
Een kredietaanbieder legt de criteria vast die hij, met inachtneming van artikel 7:17, ten grondslag legt aan de beoordeling van kredietaanvragen van consumenten.
2.
Een kredietaanbieder mag in individuele gevallen afwijken van de artikelen 7:17 en 7:18, mits aantoonbaar aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. de overeenkomst inzake krediet is gelet op het risico van overkreditering verantwoord;
b. de aanbieder heeft de juistheid gecontroleerd van de feiten en omstandigheden waarop de afwijking is gebaseerd;
c. de aanbieder heeft vastgesteld dat het aannemelijk is dat aanleiding voor de afwijking een aanhoudende situatie betreft;
d. de afwijking wordt gemotiveerd en vastgelegd en met documenten onderbouwd, en het bevat een duidelijke berekening waaruit blijkt dat de afwijkende situatie getoetst is op het voorkomen van overkreditering.
1.
De hoogst toegelaten kredietvergoeding wordt uitgedrukt in een effectief percentage op jaarbasis aan totale kosten ten opzichte van het kredietbedrag. Dit percentage wordt bij regeling van Onze minister vastgesteld.
2.
Het kredietvergoedingspercentage dat van toepassing is op een overeenkomst inzake krediet wordt berekend als volgt:
waarin:
KVP j = kredietvergoedingspercentage per jaar;
k j = nominale kredietvergoedingspercentage per jaar.
3.
Het nominale kredietvergoedingspercentage per jaar wordt berekend door het nominale kredietvergoedingspercentage per maand te vermenigvuldigen met twaalf.
4.
Het nominale kredietvergoedingspercentage per maand wordt berekend als volgt:
waarin:
PMT = maandelijkse annuïteit;
KB = kredietbedrag;
n = het aantal maandelijkse termijnen;
k m = nominale kredietvergoedingspercentage per maand.
5.
De maandelijkse annuïteit wordt berekend als volgt:
waarin:
TB = totaalbedrag, zijnde het kredietbedrag plus alle kosten, niet zijnde rente, uitgedrukt in contante waarde op het moment van het aangaan van de overeenkomst inzake krediet;
i m = nominale rentepercentage per maand, gedeeld door honderd.
6.
Indien het totale door de consument te betalen bedrag wordt afgelost in andere termijnen dan maandelijkse termijnen, gaat de kredietaanbieder bij de berekening van het kredietvergoedingspercentage, bedoeld in het tweede lid, uit van de op het krediet van toepassing zijnde aflossingstermijnen.
7.
Indien de kosten, bedoeld in het eerste lid, enkel bestaat uit rente, is het kredietvergoedingspercentage gelijk aan het effectieve rentepercentage dat wordt berekend als volgt:
waarin:
r j = effectieve rentepercentage per jaar;
i j = nominale rentepercentage per jaar, gedeeld door honderd;
n = aantal termijnen per jaar.
8.
Indien het nominale rentepercentage niet constant is gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst, gebruikt de kredietaanbieder het gewogen gemiddelde rentepercentage, of ingeval dat nog niet kan worden vastgesteld, het hoogste rentepercentage gedurende de looptijd van de overeenkomst.
Artikel 7:21. (maximale vertragingsvergoeding)
De ten hoogste toegelaten vertragingsvergoeding wordt bij regeling van Onze minister vastgesteld.
1.
De beloning van een assurantiebemiddelaar bestaat, behoudens artikel 7:23, tweede lid, uitsluitend uit provisie ter zake van het bemiddelen bij het afsluiten van verzekeringen, het bemiddelen bij het verlengen van verzekeringen of het incasseren van premies.
2.
De in het eerste lid bedoelde provisie staat in een redelijke verhouding tot de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een adequate dienstverlening of die bijdragen aan de kwaliteit van de dienstverlening.
3.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de provisie die een aanbieder van een financieel product, niet zijnde een verzekering, voor het bemiddelen of adviseren inzake dat financiële product verschaft.
1.
Het is een assurantiebemiddelaar verboden aan een verzekeringnemer dan wel aan hen te wier behoeve een verzekering is gesloten in geval van schade een afmakingscourtage in rekening te brengen.
2.
Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan de Autoriteit Financiële Markten voor bij regeling van Onze Minister te bepalen vormen van verzekering ontheffing verlenen aan de assurantiebemiddelaar die ten genoegen van de Autoriteit Financiële Markten aantoont dat hij daartoe over het geschikte bedrijfsapparaat en expertise beschikt en de redelijkerwijs van hem te eisen inspanningen bij de schadeafwikkeling kan verrichten.
3.
De Autoriteit Financiële Markten kan de beoordeling van de kwaliteit van het bedrijfsapparaat, de expertise en de procedures voor de afwikkeling van schaden ten laste van de betreffende assurantiebemiddelaar door een deskundige derde laten doen.
4.
De afmakingscourtage die in rekening mag worden gebracht, bedraagt ten hoogste één procent van het aan de verzekerde uit te keren schadebedrag.
5.
De in het tweede lid bedoelde ontheffing geldt voor een periode van drie jaren en kan telkenmale met drie jaren worden verlengd.
1.
Het is verboden ter zake van een verzekering direct of indirect provisie, retourprovisie of enig ander op geld waardeerbaar voordeel toe te kennen, af te staan of te beloven aan anderen dan de assurantiebemiddelaar tot wiens portefeuille de verzekering behoort, onverminderd artikel 6:9, derde lid.
2.
De Autoriteit Financiële Markten kan, in aanvulling op artikel 1:12, eerste lid, ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien het verbod strijdig is met algemeen erkende gebruiken of het algemeen belang van het verzekeringsbedrijf.