Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Vacatures | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
» Energiewijzer « advertorial
Bespaar geld en stap over!
Energiewijzer.nl, eerlijk over energie.

Juridische vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Powered by Jbmatch.nl

Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Markttoegang
+ Hoofdstuk 3. Bestuur, inrichting en bedrijfsuitoefening
- Hoofdstuk 4. Financiële waarborgen
+ Hoofdstuk 5. Boekhouding en rapportage
+ Hoofdstuk 6. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
+ Hoofdstuk 7. Zorgvuldige dienstverlening
+ Hoofdstuk 8. Effectenverkeer
+ Hoofdstuk 9. Bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 10. Bijzondere prudentiële maatregelen verzekeraars
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Besluit financiële markten BES

Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
1.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:16, eerste lid, van de wet, bedraagt voor een beleggingsmaatschappij USD 279.000.
2.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beleggingsmaatschappij wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 4:5, tweede lid. Deze vermogensbestanddelen, alsmede de waarden die tegenover die vermogensbestanddelen staan, staan onmiddellijk en zonder beperkingen ter beschikking van de beleggingsmaatschappij. Artikel 4:5, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen bedraagt voor een bemiddelaar in effecten of vermogensbeheerder USD 25.000.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op een bemiddelaar in effecten die uitsluitend orders van cliënten ontvangt en doorgeeft, mits die bemiddelaar beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering die zijn aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van zijn bedrijf. Artikel 4:47, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bemiddelaar in effecten of een vermogensbeheerder wordt gevormd door de waarde van de volgende vermogensbestanddelen:
a. voor een naamloze of besloten vennootschap: het geplaatste en volgestorte aandelenkapitaal, met uitsluiting van cumulatief preferente aandelen en van preferente aandelen met een vaste looptijd;
b. voor een vennootschap onder firma: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen van de beherende vennoten;
c. voor een commanditaire vennootschap: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen van de beherende vennoten alsmede het gestorte commanditaire kapitaal;
d. voor een coöperatie: het door de leden gestorte of ingelegde kapitaal;
e. voor een onderneming die een andere rechtsvorm heeft dan de hierboven genoemde: het voordelige verschil tussen bezittingen en schulden;
f. andere door de Nederlandsche Bank toegestane vermogensbestanddelen.
4.
De in het derde lid genoemde vermogensbestanddelen, alsmede de waarden die tegenover die vermogensbestanddelen staan, staan onmiddellijk en zonder beperkingen ter beschikking van de bemiddelaar in effecten of vermogensbeheerder. Per afzonderlijke post wordt rekening gehouden met het voorzienbare bedrag van de daarover verschuldigde belastingen.
5.
De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de berekening van de in het derde lid genoemde vermogensbestanddelen.
1.
Een bemiddelaar in effecten of vermogensbeheerder beschikt over een toetsingsvermogen dat ten minste gelijk is aan vijfentwintig procent van de door de Nederlandsche Bank vastgestelde vaste kosten in het afgelopen boekjaar. Indien de vermogensbeheerder of bemiddelaar in effecten haar werkzaamheden niet gedurende een volledig boekjaar heeft uitgeoefend, bedraagt de minimumomvang van het toetsingsvermogen vijfentwintig procent van de in haar programma van werkzaamheden begrote vaste kosten. De Nederlandsche Bank kan besluiten dat een hogere minimumomvang geldt, indien aannemelijk is dat de vaste kosten te laag zijn.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op bemiddelaars in effecten als bedoeld in artikel 4:21, tweede lid.
3.
Het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van een bemiddelaar in effecten of een vermogensbeheerder wordt gevormd door de waarde van de in artikel 4:21, derde lid, genoemde vermogensbestanddelen. Artikel 4:21, vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
4.
Onverminderd het eerste lid, is het toetsingsvermogen ten minste gelijk aan het ingevolge artikel 4:21, eerste lid, voorgeschreven minimumbedrag.
1.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen bedraagt voor een elektronischgeldinstelling USD 50.000.
2.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een elektronischgeldinstelling wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 4:5, tweede lid. Deze vermogensbestanddelen alsmede de waarden die tegenover die vermogensbestanddelen staan, staan onmiddellijk en zonder beperkingen ter beschikking van de kredietinstelling. Per afzonderlijke post wordt rekening gehouden met het voorzienbare bedrag van de daarover verschuldigde belastingen.
1.
Een elektronischgeldinstelling beschikt over een toetsingsvermogen dat ten minste gelijk is aan twee procent van het lopende bedrag of het gemiddelde bedrag over de laatste zes maanden van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, naar gelang welk bedrag het hoogste is. Indien de elektronischgeldinstelling haar werkzaamheden niet gedurende zes maanden heeft uitgeoefend, bedraagt de minimumomvang van het toetsingsvermogen twee procent van het lopende bedrag of het blijkens haar programma van werkzaamheden op zes maanden nagestreefde bedrag van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, naar gelang welk bedrag het hoogste is. De Nederlandsche Bank kan, indien de vorige volzin van toepassing is en aannemelijk is dat het nagestreefde bedrag te laag is geschat, besluiten dat voor de elektronischgeldinstelling een hogere minimumomvang van het toetsingsvermogen geldt.
2.
Het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 4:5, tweede lid. Artikel 4:5, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Onverminderd het eerste lid, is het toetsingsvermogen ten minste gelijk aan het in artikel 4:23, eerste lid, voorgeschreven minimumbedrag.
a. voor een levensverzekeraar: USD 223.000;
b. voor een natura-uitvaartverzekeraar: USD 25.000;
c. voor een schadeverzekeraar: USD 167.000.
1.
Een levensverzekeraar of een natura-uitvaartverzekeraar beschikt over een solvabiliteitsmarge die ten minste gelijk is aan vier procent van de technische voorzieningen, bedoeld in artikel 4:30, zonder rekening te houden met de herverzekering van deze verplichtingen.
2.
Een schadeverzekeraar beschikt over een solvabiliteitsmarge die ten minste gelijk is aan vijftien procent van de in het voorgaande boekjaar geboekte bruto premies.
3.
De berekening van het minimumbedrag van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt aan de hand van een door de Nederlandsche Bank vastgesteld model.
1.
Het minimumbedrag van het garantiefonds en de solvabiliteitsmarge van een verzekeraar worden gevormd door de volgende vermogensbestanddelen:
a. het gestorte kapitaal of waarborgkapitaal vermeerderd met ledenrekeningen;
b. de wettelijke, statutaire en overige reserves;
c. de onverdeelde winst dan wel het verlies;
d. achtergestelde leningen en achtergestelde schuldinstrumenten;
e. andere door de Nederlandsche Bank toegestane vermogensbestanddelen.
2.
De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de mate waarin en de voorwaarden waaronder de in het eerste lid genoemde vermogensbestanddelen worden meegerekend bij het bepalen van de solvabiliteitsmarge.